Toegang tot de Aarde

Afbeeldingsresultaat voor community supported agriculture netherlands

Steeds meer en steeds vaker wordt gesproken over het grondvraagstuk. De uitputting van de bodem. De torenhoge (pacht)prijzen, die allang niet meer in relatie staan tot het grond-opbrengend-vermogen, waardoor ondernemers wel moeten intensiveren. Op advies van wetenschap, overheid en bank. De onmogelijkheid voor steeds meer mensen om toegang tot een betaalbaar huis of een stuk landbouwgrond te krijgen. En ga zo maar door.

de overheid in spagaat met betrekking tot grond

Onze overheid ziet zich voor millenniumdoelen gesteld en vraagt zich af hoe zij haar invloed kan aanwenden door middel van bestemmingsplannen en vernieuwde (erf)pacht uitgiften. Hoe kan zij zich bemoeien met wat er met de grond in concreto gebeurt? Terwijl zij aan de andere kant meedoet met het spel van koop en verkoop van grond en gelooft dat zij rendement moet halen op gronden die in publiek bezit zijn. Dat klinkt als een ingewikkelde spagaat.

We zullen duurzamer met onze grond om moeten gaan. Grond is immers de basis van ons voedselsysteem, onze gezondheid en ons welzijn. Nu gaan we niet goed om met onze grond. Waarom niet? Daar heeft iedereen zo zijn of haar eigen gedachten over. In de wereld van de transitie zijn er diverse routes aangewezen om beter met grond om te gaan. Sommige wegen lijken meer vruchtbaar dan andere. Ik richt me in dit blog op de mijns inziens vruchtbare routes.

Ik zie om mij heen hoopgevende antwoorden op de grondvraag en wijzen allemaal in de richting van het zelf weer opnieuw uitdenken en vormgeven van eigendomsverhoudingen, nieuwe relaties aangaan, op een nieuwe manier betrokken zijn. Vanuit het idee: de grond is van iedereen en dus dienen we als gemeenschap verantwoordelijkheid te nemen. Deze mensen met hun initiatieven zien grond weer als een gemeengoed, een common.

Grond in handen van gemeenschappen 

Ik zie mensen opstaan die zich gaan bemoeien met de grond en wat daarop gebeurt. Mensen zeggen: wij willen gezonde voeding en een gezonde natuur, wij willen weer in verbinding zijn met onszelf, elkaar en de Aarde. En dat kunnen we alleen maar zelf doen.

Vervolgens komt het eigendomsvraagstuk om de hoek. Want van wie is de grond nu? Waarom kan die boer niet duurzaam boeren? Hoeveel betaalt hij eigenlijk voor die grond en hoeveel betalen wij daarom dus eigenlijk voor ons voedsel? Wist je dat zeker de helft van wat we betalen voor een brood naar de bezitters van grond gaat? Als we de grond uit het geldsysteem halen, dan dalen de prijzen van alle producten. Want zo rechtstreeks zijn deze zaken met elkaar verbonden.

Dan komt de gedachte op: “Als we nu eens de (te hoge) lasten voor die grond gezamenlijk dragen, dan spelen we de boer vrij om zijn werk goed te doen, duurzaam en gezond.” Waarom zou de boer alle financiele risico’s alleen moeten dragen? Hij produceert toch voedsel voor ons en niet om geld te verdienen om de rente en aflossing te betalen of pacht voor de grond?

Zo vormt Herenboeren een coöperatie met tweehonderd huishoudens waarmee ze samen de grond pachten en een boer aanstellen om voor hen te boeren. Of Community Supported Agriculture (CSA) waarbij het ook om de gemeenschap van klanten gaat die om de boer heen staat, met een vaste vraag aan de boer. Waardoor de boer weet waar hij aan toe is.

Deze mensen nemen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om anders met de grond en onze voedselvoorziening om te gaan. Meer lokaal, meer betrokken, meer vanuit de verbinding en relatie met elkaar en de Aarde.

Deze vormen van gezamenlijk eigendom van grond schieten als paddenstoelen uit de grond. Zo ontstaat een nieuwe sociale werkelijkheid, naast de oude. Gewoon door het te doen. Daar word ik blij van.

In deze voorbeelden heb ik het over gemeenschappen die verantwoordelijkheid nemen voor landbouwgrond. Dergelijke initiatieven ontstaan ook in de stad. Om toegankelijke huizen te creëren met elkaar, of om met elkaar de natuur in de stad te verzorgen (zie www.communitylandtrust.nl voor een voorbeeld in Amsterdam Bijlmer).

Wie mag er op welk stukje grond wat doen?

Als je als gemeenschap betrokken bent bij een boer, dan wordt ook snel het financieringsprobleem helder. De grond is te duur. En al helemaal in Nederland. Dat maakt een nieuw veld van pioniers los die zich richten op nieuwe eigendomsverhoudingen en nieuwe financieringsmogelijkheden. 

Als het over nieuwe vormen van eigendom en financiering van grond gaat, dan ben ik gecharmeerd van het concept van Community Land Trust. Daar gaat het om het in eigenaarschap nemen van de grond door drie soorten relaties aan te wijzen en met elkaar in verbinding te brengen. Ten eerste de gebruiker (de ondernemer of de bewoner). Ten tweede de gemeenschap (de vruchtgebruikers, de klanten en afnemers). En tenslotte de Aarde zelf. De grond wordt daarbij in juridisch eigendom gegeven aan een derde partij, die de grond namens de gemeenschap beheert en toewijst aan een bekwame ondernemer of bewoner.

Maar ja, wie bepaalt of een boer bekwaam is of een bewoner verantwoordelijk omgaat met het stuk grond dat hem of haar is toevertrouwd?

Het toewijzingsvraagstuk

De gemeenschap is betrokken bij het stellen van de voorwaarden waaronder de grond gebruikt mag worden. De gemeenschap pacht de grond immers, of koopt de grond zelfs helemaal vrij. Zij weet in een gebied van de hoed en de rand en wil betrokken zijn bij het toewijzen van die grond aan een bekwame ondernemer of bewoner. De neutrale juridische beheerder is als het ware de regisseur tussen alle partijen. En heeft zelf oren en ogen in de sector het geheel en draagt zorg voor de verbinding met het globale perspectief. Wat gebeurt er in de sector en wat gebeurt er in andere sectoren, waar is meer of minder grond voor beschikbaar?

Wat mij betreft is het toewijzingsvraagstuk hét vraagstuk als grond weer tot common gemaakt wordt. Dat wil zeggen, als gemeenschappen van mensen stukken grond van de markt halen en in eigen beheer nemen, dus ook los van de staat. De vraag: wie mag er op welk stukje grond wat doen? wordt dan de vraag die de gemeenschap opnieuw en opnieuw heeft te beantwoorden.

Nu zijn er vooral initiatieven met betrekking tot landbouwgrond. Maar uiteindelijk geldt dit voor alle grond. Wie mag wat op welk stuk grond doen? Een vraag dus die over elke bestemming van grond gaat. Alles wat wij mensen doen vraagt om land: landbouw, industrie, wonen, transport, recreatie, natuur. Wat mij betreft is dit niet een vraag die door de markt beantwoord kan worden, de mens met het meeste geld krijgt de grond, of door de overheid die zaken vastzet en van bovenaf dan wel buitenaf bepaald, nee, het is een afstemmingsvraagstuk dat de burgers in eigen handen zouden moeten nemen volgens procedures die ze zelf bepalen en vanuit voortschrijdend inzicht ook weer verbeteren.

Angst en controle of liefde en veftrouwen?

In de werkgroep Eigentijds Eigendom van Grond bespraken we het fenomeen afstemmen als organisatieprincipe. Wat we daarin tegenkwamen was angst. Kunnen wij mensen wel eerlijk afstemmen met elkaar? Of wint degene met de grootste mond? Of degene met de meeste macht, invloed of geld? Hoe gaan we dat afstemmen en toewijzen doen? Hoe kunnen besluiten eerlijk worden genomen?

Als antwoord op deze vragen kom ik uit bij het organiseren vanuit nieuwe vormen, organiseren op basis van vertrouwen. En zo komen we ook weer bij de potentie van het DeelGenootschap uit als een manier om commons te beheren, maar dat is weer een ander verhaal.

Een lid van de werkgroep zei: “Afstemmen vraagt om gelijkwaardigheid. Het is een actief proces waaraan je zelf kunt bijdragen door je kwetsbaarheid te laten zien. Je kunt meer of minder bij de waarheid zijn, dat is een proces”.

Afstemmen en toewijzen, is een hoofdstuk apart. Durven we te geloven in vormen waarin we in goed onderling overleg afstemmen en toewijzen? Durven we te vertrouwen tegen alle angsten in dat wij mensen de creativiteit en de zorg voor elkaar hebben om vormen te creëren waarin afstemming en toewijzing op een vruchtbare manier plaatsvindt? Wat mij betreft kunnen we het sowieso niet meer overlaten aan de markt of de staat. Durven we te bouwen aan een menselijke samenleving omdat we geloven in onszelf en elkaar?

Ik kies hiervoor, ik kan en wil iet anders.

Nieuwe fase in de ontwikkeling van Economy Transformers

Als je het verhaal van Economy Transformers leest, dan valt op dat we nog nooit stil staan en er telkens weer een metamorfose plaatsvindt vanuit dezelfde bron. En die ontwikkeling gaat maar door, stopt misschien wel nooit?

Gefuseerd met het Veerhuis

Tot voor kort was Economy Transformers gefuseerd met doe- en kennishuis voor een nieuwe economie, het Veerhuis. Nog steeds zijn we stevige bondgenoten. We lieten onze identiteit als Economy Transformers los, als zelfstandige organisatie bestonden we even niet meer. We waren als Veerhuis een DeelGenootschap geworden. Totdat we merkten dat het niet werkte. December 2019 hieven we met een mooi afscheidsritueel het Veerhuis DeelGenootschap op. En sinds begin januari 2020 blazen we Economy Transformers weer nieuw leven in. De website en ons blogboek zijn de eerste uitdrukking van Economy Transformers 2.0, zeg maar. Als je ooit nieuwsbrieven van Economy Transformers 1.0 ontving, ontvang je die nu weer.

Wat is het verhaal van opgaan in het Veerhuis, ontdekken dat het niet werkt en opnieuw als Economy Transformers tot verschijning komen? In dit blog schets ik dit verhaal vanuit mijn persoonlijk perspectief.

Waarom gingen we als Economy Transformers op in het Veerhuis?

Als Economy Transformers werkten Jac en ik al nauw samen met het Henry als het Veerhuis. Henry en ik zaten (en zitten nog steeds) in het bestuur van de Uno Foundation, de eigenaar van de grond en de gebouwen van het Veerhuis. Toen Jac startte met de Economy Transformers Academy, deed hij dat in het Veerhuis. En omgekeerd zat Henry in de kerngroep van Economy Transformers. Kortom: het Veerhuis en Economy Transformers werkten op alle fronten samen.

En toen ontwikkelden het Veerhuis en Economy Transformers het DeelGenootschap als organisatievorm vanuit liefde & vertrouwen. Al doende leek het ons logisch dat ze zich nog dieper met elkaar zouden verbinden, als deelgenoten in een DeelGenootschap. We voelden ons als twee kanten van dezelfde medaille, het Veerhuis was de praktijk, Economy Transformers de Research & Development. We werden één, de walk én talk.

Als Economy Transformers gaven we onze site en nieuwsbrief op. Ons email-bestand voegden we bij die van het Veerhuis. We bouwden één Veerhuis website. Alle content van Economy Transformers plaatste we ook op die site. We hadden werkbesprekingen en bronbijeenkomsten. Nog meer DeelGenoten sloten zich bij ons aan, die ook hun capaciteiten en behoeften inbrachten. En ergens in het proces begonnen schoenen te wringen. Iets klopte er niet.

En toen?

Als DeelGenootschap kregen we de exploitatie van het Veerhuis maar niet rond. Ondernemers kwamen en gingen. Met onze cursussen en trainingen alleen redden we het niet. Wat gebeurde hier?

Terugblikkend zie ik het zo: Economy Transformers nam inhoudelijk een te dominante plek in in het Veerhuis waardoor Henry zich geremd voelde in zijn creativiteit. En omgekeerd voelden Jac en Damaris zich ook verantwoordelijk voor de exploitatie van het gebouw, terwijl ze hun aandacht eigenlijk wilden richten op cursussen, trainingen en het begeleiden van bedrijven en organisaties. Het Veerhuis wilde een plaats zijn waar alle mensen en hun initiatieven welkom zijn vanuit hun verlangen naar een nieuwe economie en samenleving. En Economy Transformers wilde overal zijn waar minimaal twee of drie mensen zich bezighouden met een nieuwe economie en samenleving. Kortom: zowel Henry, als Damaris en Jac deden niet meer wat ze echt wilden doen. Een DeelGenootschap was toch bedoeld om elkaar groter te maken?

Langzamerhand kwamen we erachter dat het Veerhuis een ondernemer nodig heeft met een focus op de exploitatie van het pand als doe- en kennishuis voor een nieuwe economie. Met een interessant programma, een aanbod van lezingen, dialogen & workshops in allerlei kleuren, verhuur van ruimtes, Bed&Breakfast en nog veel meer, een beetje een Pakhuis de Zwijger aan de Waal, zeg maar. Economy Transformers is dat niet. Zij heeft haar specifieke eigen inhoud die ze brengen wil.

En Economy Transformers wil zich, zoals al gezegd, door het hele land én daarbuiten richten op cursussen en trainingen en de begeleiding van bedrijven en organisaties.

Ook Henry wil nog iets anders dan de ondernemer zijn van het Veerhuis als doe- en kennishuis voor een nieuwe economie. Ook hij gaat ruimte maken voor nieuwe ondernemers.

Weer uit elkaar

En dus werd ontvlechten een noodzakelijke stap zodat een ieder van ons zich weer kon richten op waar hij of zij eigenlijk goed in is. Voortkomend uit de ervaringen en inzichten opgedaan als deelgenoten van DeelGenootschap het Veerhuis. Enerzijds rouwen we nog steeds een beetje om een samenwerking die zo intens was en ten einde is. Anderzijds voelen we dankbaarheid voor alles wat we beleefden en leerden binnen dit DeelGenootschap.

Voor mensen die interesse hebben in het DeelGenootschap-denken, vertel ik graag meer over de ervaringen en inzichten die ik heb opgedaan als DeelGenootschap Veerhuis.

Wat heeft DeelGenootschap ons geleerd?

Terugkijkend vraag ik me af waarom het zo lang duurde voordat we grip kregen op de verschillende verantwoordelijkheden, rollen en taken die niet goed bij elkaar pasten. Hadden we het eerder kunnen zien of ging het precies goed zoals het ging?  

Ik denk het laatste. Niet in de laatste plaats omdat wij door deze plek en samenwerking ons enorm hebben kunnen ontwikkelen. Ik wilde met deze mensen samenwerken en in ons DeelGenootschap ervaringen opdoen en leren van elkaar. Het is een leerplek voor mijzelf geweest waarin ikzelf en mijn / onze cursussen zich hebben kunnen ontwikkelen. Het Veerhuis bood ons die plek. Maar ook het proces van deelgenoot zijn, bronbijeenkomsten hebben, de diverse werkwijze documenten uitdenken en opschrijven samen met Jan heeft mijn denken over de noodzaak voor en de praktijk van het DeelGenootschap enorm verrijkt.

Het ontwikkelde materiaal is nu voor alle DeelGenootschappen beschikbaar. Mijn bewustzijn heeft zich verdiept over welke gesprekken nodig zijn binnen een DeelGenootschap, hoe belangrijk het formuleren van een heldere bron is en het uitzoeken van je verbinding ermee. Hoe belangrijk de balans tussen geven en nemen is en waarom dat soms niet lukt, hoe lastig het is om trouw aan je eigen ster te blijven en hoe waakzaam je daarvoor moet zijn. Hoe belangrijk het ook is om de tijd te nemen voor ‘het aangaan met elkaar’. Het uithouden, het erdoor heen gaan, elkaar echt ontmoeten en de wezenlijke vragen te (durven) stellen. Ik ben mijn collega deelgenoten innig dankbaar voor een snelle leercurve in het denken over en het toepassen van een DeelGenootschap. En mijn eigen persoonlijke ontwikkeling daarin. Ik heb veel van hen geleerd en dat alles had ik niet willen missen.

Ik voel dan ook vooral een grote dankbaarheid naar alle deelgenoten voor de kraamkamer die het Veerhuis voor mij geweest is. Een speciale dank aan Henry voor de ruimte die hij onze Leergang Samenlevingskunst bood om te mogen groeien en ontwikkelen. We zijn nu zo veel robuuster geworden in ons denken en handelen dan toen we in het Veerhuis begonnen met onze trainingen. Zoveel heeft mogen rijpen en konden we uittesten door de plek en de mensen die op ons afkwamen dat we nu vol vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen zien.

Soms hoor ik mensen zeggen: als jullie het al niet kunnen, wie dan wel? Zo zie ik dat niet. Ten eerste zijn wij ook maar mensen met verlangens en onze eigen ontwikkelingsvragen. Ten tweede zie ik het niet als een mislukking maar als groei, voortschrijdend inzicht, fases waar je soms doorheen moet. Soms wil je iets om redenen waar je geen weet van hebt. Daar mag je allemaal in het proces achter komen. Het DeelGenootschap maakt het juist mogelijk om geboren te worden en ook weer te sterven als organisatie. Ik zie dat als een belangrijk principe voor de nieuwe tijd. Dat je jezelf toestaat te evolueren en niet vanuit angst vasthoudt aan iets dat je ooit met elkaar wilde maar toch niet zo werkt. Laten we onszelf en elkaar alsjeblieft toestaan vormen te laten vergaan om uit de tot humus vergane aarde weer iets nieuws op te bouwen.

de Toekomst van Economy Transformers

Economy Transformers staat, weet wat ze is en kan. We hebben met onze integrale visie op de ontwikkeling van mens- en samenleving veel te bieden aan iedereen die vanuit liefde en vertrouwen zijn of haar bijdrage wil leveren en mee wil bouwen aan een mens- en Aarde-waardige samenleving. Wij zijn klaar om verder uit te vliegen. Jac en ik vormen de kiem voor een nieuw DeelGenootschap Economy Transformers.

En met het Veerhuis onderhouden we een warme verbinding en daar blijven we ook graag komen. Sowieso werken Henry en wij op veel thema’s intensief samen, zoals het vrijmaken van de grond. En ook blijf ik nog in het bestuur van de Uno Foundation actief en als zodanig ook verbonden met de doorontwikkeling van het Veerhuis.

Wij hebben zin om weer vanuit onze eigen bron en kracht aanbod te ontwikkelen en rechtstreeks in verbinding met jou te staan.

Mocht je vragen hebben over het beëindigen het DeelGenootschap Veerhuis of de nieuw start van Economy Transformers, schroom niet contact met me op te nemen, damaris@economytransformers.nl

Waarom liefde en vertrouwen het enige vertrekpunt is voor een nieuwe economie

Liefde en vertrouwen als basis voor onze nieuwe economie? Dat klinkt wel erg alternatief en misschien ook wel een tikkie pretentieus. Hoe kunnen we dat ooit waarmaken en hoe zakelijk is dat eigenlijk: werken vanuit liefde en vertrouwen? En kun je dat leren? In dit blog leg ik je uit waarom liefde en vertrouwen de enige bron is voor de weg naar een nieuwe economie en hoe je daar beter in kunt worden.

LIEFDE EN VERTROUWEN? IS DAT NIET HEEL ERG SOFT?

Ja, het zijn grote woorden en in het Nederlands krijgen ze al snel iets alternatiefs, iets softs. Ze zijn te groot om als woorden in je mond te nemen, te pretentieus. En zeker niet zakelijk, daar gaan we klanten mee afstoten! Dat kan ik navoelen. Ik schroomde ook ze te gebruiken. Want wie kan dat al; echt samenleven en handelen vanuit liefde & vertrouwen? Als samenleving en als mensen staan we daar nog behoorlijk ver van af. We worden er niet in opgeleid. Mogen we er dan wel naar streven? Mogen we elke dag opstaan en denken: “Ja, dat is de kant die ik op wil, waar ik in geloof en wat ik wil beoefenen? Telkens vallen en weer opstaan?” Ik denk dat er geen andere weg is dan mijn eigen streven om te handelen vanuit liefde & vertrouwen.

WE DENKEN ALLEEN MAAR DAT HET NIET ANDERS KAN OMDAT ….

…omdat we dat geleerd hebben.

Wat mij betreft zijn er in alles wat je doet en in hoe wij onze samenleving inrichten maar twee richtingen. Of je kiest voor de route angst & controle of voor die van liefde & vertrouwen. Meer smaken zijn er niet. Elke keuze of handeling die je zelf verricht kan je daaraan afmeten; is dit een handeling vanuit vertrouwen of vanuit angst? Ons van oorsprong Romeins rechtssysteem is gebaseerd op het uitsluiten van risico’s en regelt zaken voor het geval het misgaat.

Onze juridische kaders geven richting aan hoe wij ons bedrijf inrichten. We zijn gaan denken dat het niet anders kan dan ons indekken tegen elkaar. Voor het geval dat, zo zeggen we, is het heel verstandig. ‘Better safe then sorry’ is nog zo’n gezegde. Je zou wel gek zijn je hiertegen niet in te dekken. Inmiddels bestaan contracten uit boekwerken vol kleine lettertjes die door niemand meer gelezen (kunnen) worden maar waar wel veel ellende uit kan ontstaan juist als het mis gaat.

KAN HET EIGENLIJK ANDERS?

Het DeelGenootschap is een organisatievorm welke structuur geeft aan het handelen vanuit liefde & vertrouwen. Persoonlijk helpt het mij om nog dieper op dit vertrouwen te vertrouwen en daar op te koersen. Het maakt juist voor mij dat het geen holle frase meer is maar een structuur met praktische handvatten die ik begrijp. Praktische handvatten zoals verbintenissen in plaats van contracten en een bronorgaan, dat de bron verzorgt, in plaats van een bestuur, dat het beleid bepaald. Daarmee is het heel realistisch voor mij, ik voel mij steeds meer een praktische idealist.

HOE DOE JE DAT EIGENLIJK? WERKEN VANUIT LIEFDE EN VERTROUWEN?

Naast zaken zoals mediteren, het bewustzijn ontwikkelen dat we in één wereldwijde economie leven, durven voelen wat je voelt, het hier en nu accepteren, jezelf tot startpunt maken van alles wat er gebeurt, wil ik er graag dit aan toevoegen. Dingen die je meemaakt verworden maar al te snel tot cynisme en wantrouwen naar de medemens en ‘het systeem’. Ervaringen vragen om verwerking om tot een vruchtbaar inzicht te komen. Hiervoor moet je bewust tijd nemen. Ook dat gaat niet vanzelf. Wat vanzelf gaat is onze angst en de neiging alles wat we niet overzien te willen controleren.

Ervaringen tot inzicht brengen betekent jezelf als deel van het geheel zien, als onafscheidelijk van de werkelijkheid om je heen. Je eigen rol (h)erkennen en accepteren. De schuld niet buiten je plaatsen maar zelf in actie komen en altijd weer een nieuwe uitweg vinden. Tot inzicht komen maakt dat de liefde kan blijven bestaan. De begrippen gebruiken we in het Veerhuis niet lichtzinnig, ze zijn voor ons het diepste ankerpunt dat we hebben om de weg naar een mens- en aardewaardige samenleving te vinden.

VOORBEELD UIT HET VEERHUIS

Graag geef ik een voorbeeld vanuit ons eigen Veerhuis DeelGenootschap. Ook daar beoefenen we ons elke dag in het organiseren vanuit vertrouwen en merken we hoe oplettend we moeten zijn. Ons huidige handelen is zo diep doordrongen van het ‘angst & controle denken’ zo merk ik steeds weer. Soms moeten we achteraf bijsturen omdat dit denken via de achterdeur toch weer is binnengeslopen. Dan kijken we elkaar aan, halen onze schouders op en zeggen: ja, zo lastig is het dus. En elke keer zeggen we ook weer JA tegen elkaar om dit te blijven oefenen.

Zo werken we bijvoorbeeld in het DeelGenootschap met verbintenissen die we een overeenkomst noemen tussen jou en het DeelGenootschap. Het DeelGenootschap heeft echter geen bestuur en geen formele tekenbevoegden. En dus wijzigden wij de overeenkomst in verklaring zodat er slechts één handtekening nodig was. En ja, daar was het oude denken weer. We werden ons dit bewust en nu noemen we het weer een overeenkomst zoals past bij de gedachte achter de verbintenis. Hij wordt nu door minimaal twee mensen ondertekend, de deelgenoot zelf en één of meerdere mensen namens het DeelGenootschap.

IT’S A BUMPY ROAD…. BUT I LIKE IT

De weg van liefde & vertrouwen is hobbelig en bobbelig en vaak weerbarstig. Het vraagt om zelfreflectie, om het soms confronterende gesprek met elkaar en vooral veel vallen en weer opstaan. De beweging van mensen die hiervoor kiest groeit elke dag. Van daaruit ontstaat de economie en samenleving die wij voor ons zien. Ook al is het een lange weg, er is geen andere weg.Daarom wil ik gaan staan voor liefde & vertrouwen. Dat we erkennen en ervoor uit komen dat de nieuwe economie alleen maar ontstaat vanuit liefde & vertrouwen. Vanuit respect voor elkaar. In het besef dat we op Aarde leven in 1 wereldwijde aaneengesloten economie waardoor we letterlijk allemaal van elkaar afhankelijk zijn. Samenwerken is dan de enige optie om op deze Aarde in elkaars materiële behoeften te voorzien.

En samenwerking kan alleen vanuit vertrouwen. Anders heet het geen samenwerking meer. Zo simpel is het eigenlijk. Ik wil dat we deze grote mooie woorden durven gebruiken ook al zijn we er in ons handelen nog zo ver van af en struikelen we voortdurend. Liefde & vertrouwen gaat niet vanzelf, daar moet je keihard en elke dag weer aan werken. Je kan er elke dag weer je handelen op afstemmen. Je kan er elke dag weer voor kiezen. Zo sta ik erin, zo staat het Veerhuis erin. En jij?

Initiatief op basis van raadpleging

besluitvorming

Het DeelGenootschap als moderne organisatievorm, gebaseerd op vertrouwen, dat is ons antwoord op het organisatievraagstuk van deze tijd. En besluitvorming is daarin een belangrijk onderwerp.

Als het om besluitvorming gaat, werken veel vernieuwende initiatieven met de consentmethode. Je vindt deze methode binnen de sociocratie en de holocratie maar ook binnen de zogenaamde ‘gedragen besluitvorming’.

Zelf heb ik ook ervaring opgedaan met het principe van consent en met ‘gedragen besluitvorming’ en kwam daarbij tot de conclusie dat ik nog verder wilde zoeken, er moet nog iets anders mogelijk zijn, zo dacht ik. Een manier waarin vrij, gelijk en samen tegelijkertijd waar kunnen zijn. Hoe ziet dat eruit als het om besluitvorming gaat? In het boek Reinventing Organisations van Frederique Laloux vond ik de inspiratie voor initiatiefnemen op basis van raadpleging, hetgeen ik verder heb uitgewerkt binnen de context van het DeelGenootschap. We zijn er ook in het Veerhuis mee gaan werken, zeer tot ons genoegen.

Wat gaat er vaak mis in de besluitvorming?

Nog even op een rijtje wat ik vaak zie misgaan bij organisaties die experimenteren met alternatieven voor de zogenoemde democratische besluitvorming.

  • Processen duren te lang.
  • Processen zijn te veel op het collectief gericht, het samen waardoor consent toch consensus wordt. Daardoor is er te weinig ruimte voor het individuele van de betrokkenen, waardoor steeds meer mensen afhaken cq een kleine kern uiteindelijk altijd alles bepaalt.
  • Het persoonlijke initiatief krijgt onvoldoende ruimte. Een initiatiefnemer denkt: “Ik begin er niet meer aan, ik weet toch al waar het eindigt.”
  • Mensen gaan achteruit leunen, trekken zich terug en komen in de verwijt-stand naar anderen toe. Eigen verantwoordelijkheid kan vaak ontdoken worden.
Wat is voor mij uitgangspunt voor een goede besluitvorming?
  • Ik wil graag dat we er blij van worden en dat het ons energie geeft. Dat we als mens tot ons recht komen. Dat we ons, door onze initiatieven steeds beter tot uitdrukking brengen en onze ster leven. Dat we eigenaarschap nemen en verantwoordelijkheid nemen (zelf bepaald, vrij).
  • Ik wil graag dat we onszelf als onderdeel van een gemeenschap beleven, verbonden met elkaar. Dat we door ons onderdeel te voelen ons geborgen weten en veilig (samen).
  • Ik wil graag dat we door de manier van besluitvorming, het gevoel hebben dat we bijdragen aan iets groters. Dat we bouwen aan een gemeenschappelijke intentie (gelijk) waar we allen op onze eigen manier aan bijdragen en mee verbonden zijn. Dit geeft ons leven en ons handelen zin en betekenis.

In het Veerhuis werken we nu ruim een jaar met initiatiefnemen op basis van raadpleging en ik beleef nog steeds dat zij bovenstaande criteria waarmaakt. Het maakt onze organisatie lichter, het maakt ons als individu vrijer en blijer en we raken steeds meer en beter in verbinding met elkaar en vormen die gezonde bedding voor elkaar. We zijn telkens blij verrast als we weer merken dat het werkt. Dit gun ik meer mensen, vandaar dit blog.

Initiatief nemen en eigenaarschap

In de basis draait het om de erkenning dat alles wat er gebeurt in een organisatie door mensen gebeurt. Hoe meer deze mensen in hun kracht staan en hun ster kunnen leven, hoe meer er dus gebeurt in de organisatie. Besluitvorming moet deze kracht onderstrepen. Ruimte maken voor mensen die initiatieven nemen en daar ook eigenaar van zijn. Dat betekent in concreto dat elk onderwerp een zogenaamde trekker heeft: een eigenaar die zorgt dat het onderwerp ook verder komt. Als iets geen eigenaar heeft, wachten we af tot er iemand op staat die zegt: “Oké, ik ga het doen, voor mij is dit belangrijk.”. We noemen dat ‘eigenen’. Als dit niet gebeurt, dan gebeurt het niet en is het kennelijk nog niet belangrijk genoeg. Dit geldt bij ons voor elk vraagstuk, hoezeer het ook het algemeen belang treft. Dat is geen reden om het elkaar op te dringen als niemand ervoor in beweging wil komen. Overigens, ik spreek hier uiteraard over organisaties en gemeenschappen waar geen loondienstverhoudingen zijn, maar vrije arbeidsverhoudingen binnen welke context niemand iemand anders van buitenaf tot zaken wil bewegen waarvan de interne noodzaak niet wordt gevoeld.

Vervolgens gaat zo’n trekker voor zichzelf een volgende stap in beeld brengen en daarover raadpleegt hij zijn teamgenoten. Wie je precies raadpleegt, is afhankelijk van het onderwerp en de relevantie ervan voor iedereen. Als je pennen moet bestellen dan raadpleeg je inkoop en duurzaamheid, als je een nieuw product wilt ontwikkelen dan raadpleeg je vermoedelijk meer mensen. Over deze inschatting, wie je om raad te vragen hebt, kan je uiteraard ook weer om raad vragen. Wat we ook wel zien, is dat mensen aan elkaar vragen wie er over een bepaald onderwerp graag geraadpleegd wil worden.  Zo zorg je dat iedereen zich kan uitspreken die er echt iets over weet en vindt, wat ook een vorm is van ‘eigenen’. Als de geraadpleegde persoon zich zo zeer verbonden voelt met het vraagstuk kan hij/zij ook besluiten mede-initiatiefnemer (lees: eigenaar) te zijn van het vraagstuk.

Wellicht zijn er hardere spelregels te bedenken. Dat kan elke organisatie zelf besluiten. Wij laten het voorlopig aan ons gezonde verstand over en geven onszelf daarin ook leertijd. Fouten maken mag en daarmee bouwen we aan een cultuur van elkaar aanspreken op en in verbinding blijven met elkaar. Maar vooral op het proces van eigenen, opstaan als persoon/individu en jezelf laten zien. Dat maakt ons gezond, zichtbaar en blij.

Na raadpleging verwerk je alle input, ga je bij jezelf te rade of je nog op het goede spoor zit, of je het echt nog wel wilt en welke kant de ontwikkeling op mag gaan. Je kan besluiten je plan terug te trekken of het juist te verrijken met alle input die je gekregen hebt, met zaken waar je zelf nog niet aan gedacht hebt. Iedereen heeft nu eenmaal een ander perspectief op de werkelijkheid. Als je uiteindelijk een doordacht plan hebt en je gaat ervoor staan, mag jij ook besluiten het te gaan doen. Ook als er iemand zeer tegen is. Dat klinkt spannend en is het ook. We zijn het als samenleving niet gewend.

Unieke perspectieven ruimte geven

Wij gaan er bij het proces van eigenen vanuit dat mensen iets kunnen verbeelden, in de toekomst kunnen zien gebeuren – en waarbij ze dus ook hun eigen energie en kracht kunnen inschatten – over iets wat anderen zich simpelweg helemaal niet kunnen voorstellen. Als je het je niet kunt voorstellen dan kun je iets ook niet waarmaken. Als je het dan toch zelf zou moeten gaan doen, dan geeft dat angst en wantrouwen. Terecht, want je gelooft er niet in als je het je niet kunt voorstellen. Omgekeerd worden zo veel mooie initiatieven in de kiem gesmoord, inclusief de dragers van deze initiatieven. Om dat anderen zich niet kunnen voorstellen dat de initiatiefnemers wel het voorstellingsvermogen hebben. Want vaak kan je het plan pas echt in zijn essentie zien als het is gerealiseerd. Daarvoor had je zelf immers nog geen voorstelling bij. Door de initiatiefnemer het eigenaarschap en het besluit toe te kennen, maak je ruimte voor passie en innerlijke kracht en verbeelding. Zaken waar anderen dus soms niet toe in staat zijn om het waar te nemen. Het mag zich gaan manifesteren, en het mag ook fout gaan en de ander een leerervaring bezorgen. Zo komt iedereen in zijn kracht, doet wat voor hem/haar echt belangrijk is. Door de raadpleging zorg je er echter wel voor dat je geen dingen gaat doen, waarvan je vooraf zou kunnen weten dat je jezelf daarmee overschat of te weinig beschermt, of je juist te kwetsbaar maakt. Mensen hebben immers dergelijke neigingen. Een goede raad is in die zin op een kritische manier steunend. Een goede raadgever komt naast je staan en wil niet dat jij koerst op een faal-ervaring.

De wereld verandert alleen maar als mensen op kunnen staan en zich daarin gedragen weten, de ruimte krijgen én veiligheid ervaren. Initiatiefnemen op basis van raadpleging is een manier om daar optimaal ruimte voor te maken.

In verbinding blijven

Als je elkaar zoveel ruimte geeft om initiatieven te mogen nemen, dan vraagt dat veel vertrouwen. Vertrouwen moet je niet blind hebben, die ontstaat in de relatie. Vandaar dat wij in het Veerhuis veel aandacht besteden aan de verbinding met elkaar, onze gemeenschappelijke intentie, de bron. We organiseren brondagen met als doel om van hart tot hart te verbinden met elkaar. Tijdens deze dagen kan je weer beleven hoe sterk je allemaal verbonden bent met de bron van de organisatie. Van daaruit is het veilig om een initiatief van de ander te dragen, ook al gaat het tegen jouw eigen inzicht in of buiten jouw voorstellingsvermogen om.

Het draait hier om een goed begrip van wat bonding is: verbinding met behoud van ieders zelfstandigheid. Pas als je momenten creëert waarop je elkaar allemaal ontmoet in waarheid en kunt zien hoe je allemaal aan hetzelfde werkt, kan je ook in het vertrouwen gaan staan om elkaar zoveel vrije ruimte te geven.

Dan gaat het mij lukken om te besluiten: “Oké, ik zie helemaal niet wat jij ziet maar ik weet dat jij met mij en het geheel verbonden bent en dat jij niet iets zou doen dat ons gemeenschappelijke werk in gevaar brengt maar alleen iets wil doen dat het zal verrijken.” En dat kan ik zien en voelen en dragen. Jij zult iets zien dat ik niet zie, ik vertrouw op de waarheid van de intenties. Dat is spannend en radicaal maar in de praktijk maakt het ons oh zo blij. Gaan we steeds meer in onze kracht staan, nemen onze eigen verantwoordelijkheid, kunnen we niet klagen dat anderen iets niet doen, want ik kan er zelf iets aan doen. Staan we allemaal steeds meer op in onze eigenheid om vandaar uit aan het grotere geheel bij te dragen. En dat is een heerlijk gevoel. Dat wens ik iedereen toe.

Zorgen voor onze commons

Betreft: commons, blockchain, true price en het DeelGenootschap, meervoudig eigenaarschap. Leestijd: wel eventjes:-)

Gemene Grond in een dorp in Drenthe in de Middeleeuwen
De commons

De commons zijn tegenwoordig steeds vaker onderwerp van gesprek. Of in ieder geval de tragedie ervan. Commons zijn bijvoorbeeld onze gronden, ons water, schone lucht, biodiversiteit, een gezond klimaat. Kortom: alles wat eigenlijk van ons allemaal is. Ook onze kennis, een innovatief idee kan je scharen onder de commons. In economische zin zijn het de inputfactoren voor de economie, het kapitaal dat nodig is om tot productie te komen. Dat zijn zowel de grondstoffen, de grond zelf als ook het geld, onze arbeid en een goed idee. En hier zorgen we slecht voor, in onze geïndustrialiseerde wereld waarin we gevangen lijken tussen de markt en de staat. De overheid heeft met haar bestemmingsplannen een instrument in handen om invloed op de toewijzing van grond te hebben, en lijkt de markt daarmee eerder in de kaart te spelen met speculanten op bestemmingsplanwijzigingen als lachende derde. Onze commons hebben het nakijken. Ja, er worden initiatieven genomen zoals bijvoorbeeld de duurzame grondbanken. Ja, we worden ons er steeds meer van bewust. Maar het spel van de vrije markt gaat ook gewoon nog door.

Hoe beschermen en beheren we onze commons? Hoe zorgen we goed voor onze Aarde zodat ze ons kan blijven voeden met gezonde producten? Er is recent een heel goed boek over geschreven; free, fair and alive! geschreven door David Bollier en Silke Helfrich. Zij praten over Commons, commoning en peer governance. Echt een must read voor mensen zoals jij en ik die voorbij markt en staat denken en als mensen met elkaar onze eigen problemen willen oplossen.

Huidige oplossingsroutes

Eén route is om alles wat van waarde is te beprijzen en in de verkoopprijs mee te nemen, zoals bijvoorbeeld true pricing en true cost calculation. Ik begrijp de zin ervan. Nu moet de samenleving de schade bekostigen in de vorm van hogere gezondheidszorg, herstel van drinkwater en bodem e.d. die door individuele producenten wordt aangericht. Hier zit de gedachte achter van de vervuiler betaalt. Geen slechte gedachte lijkt me. Moeten en kunnen we echter alles van waarde uit de natuur en uit onszelf een prijs geven? Is de stap naar een prijs toekennen en er dan vervolgens ook via de markt voor moeten betalen niet een hele kleine stap? Gaat straks ook frisse lucht, een mooi uitzicht of een boswandeling geld kosten? We zien wat er met verhandelbare CO2 rechten gebeurt. Als het geld oplevert dan gaan we pas voor de natuur zorgen, maar werkt het nu echt? Lost dat ook het plastic in oceanen op? We leren dan toch niet uit liefde voor de natuur en onszelf te zorgen? Nog afgezien van het feit dat uiteindelijk niet de vervuiler betaalt, maar de consument.

Een tweede route die ik waarneem en die steeds meer aandacht krijgt, is het gebruik maken van de blockchain-technologie bij het beheren van onze commons. Zie bijvoorbeeld het project terra A. Je kan een heel bos opnemen in een blockchain en elke boom een label meegeven met informatie over wanneer hij geoogst mag worden en onder welke voorwaarden op zo’n manier dat het bos in goede gezondheid blijft. De blockchain is dan van iedereen en de winsten uit het bos worden als een soort basisuitkering onder de gemeenschap verdeeld. Maar wat los je hier precies mee op? Misschien de zorg voor de aarde zelf maar het toewijzingsvraagstuk blijft daarmee denk ik ongemoeid. Wie bepaalt immers wie mag bepalen of het een voedselbos is, ongerepte natuur, een toeristenplek, een villawijk? Alleen verdeel je de winsten dan eerlijk al is de vraag ook daarbij wie aan wie betaalt. Met andere woorden; ook blockchain is uiteindelijk mensenwerk. De club die dit bedacht, formuleerde al de toekomstige noodzaak ook hier weer een keurmerk voor te moeten ontwikkelen, voor deugdelijk opgezette blockchains. Daar ga je al. Elk keurmerk roept immers ook weer fraude op.

Een derde route

En gelukkig zie ik ook deze route opkomen en zij wint terrein. Gelukkig. Dat is de route van het als common in eigenaarschap nemen van de commons. Als gemeenschap, vanuit de relaties. Relationeel eigenaardom. Een term die ook in het boek veel gebezigd wordt, dat is de crux.

Als techniek uiteindelijk ook mensenwerk is, dan wil ik er graag eerst over nadenken welke relaties we onderling te verzorgen hebben vanuit ‘peer governance’ op zo’n manier dat we goed voor onze commons zorgdragen. Wat is daarvoor nodig, weten we dat? Wie zijn wij in potentie en kunnen wij dat ook in onszelf en elkaar aanspreken? Kunnen we organisatievormen vinden die ons uitdagen en ons leren om te gaan met de commons? Blockchain mag geen middel zijn omdat we het zelf niet kunnen. Hoe komt de governance van een blockchain op orde? Ik geloof erin dat we organisatievormen vinden die recht doen aan wie wij in potentie zijn, die het goede in ons aanspreken, onze liefde en het vertrouwen in elkaar. Als ik er dan over nadenk kom ik voorlopig hier op uit. Een weg voorbij de staat en voorbij de markt. Commons in handen van mensen die betrokken zijn bij een stuk Aarde en daar eigenaarschap over nemen en afspraken over maken. Het vormgeven van deze relaties, dat is voor mij de nieuwe weg. Ik zou techniek dan willen inzetten omdat we precies weten wat er nodig is qua relaties, dan kan zij van waarde worden.

Hoe dat er uit ziet? In Amerika is het concept van Community Land Trusts al ver uitgedacht en uitgevoerd. Deze CLT’s voldoen aan wat ik de vrij-gelijk-samenleving noem. Door onszelf gewild en vormgegeven, door het vormgeven van de juiste relaties. Zie voor inspiratie en waar deze projecten zich allemaal al bevinden https://centerforneweconomics.org/apply/community-land-trust-program/directory/

En hoe organiseer je deze relaties? Het DeelGenootschap als een antwoord
In dat kader vonden wij in het Veerhuis het DeelGenootschap uit als moderne organisatievorm om de commons weer in relatie te brengen en in meervoudig eigenaarschap te nemen. Bottom line van deze organisatievorm is het doorbreken van elke vorm van macht en controle van mensen over anderen. Het is een organisatievorm die liefde en vertrouwen voedt en aanspreekt in elkaar. Wij kunnen er naartoe groeien vanuit ons volwassen zelf. Het doorbreekt de macht van een werkgever over zijn werknemers en de macht van het kapitaal over mensen en natuur. Maar een dergelijke platte organisatie heeft wel structuur nodig, dat kan niet anders. Lees hier meer over het DeelGenootschap als organisatievorm.

“Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen en vrouwen bij elkaar om hen bevelen te geven, om ze elk detail uit te leggen, om ze te vertellen waar ze alles kunnen vinden. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee.”

Antoine de Saint-Exupéry

Zo is het ook met een DeelGenootschap. We leggen een verlangen neer naar de vrij-gelijk-samenleving, een samenleving die het goede in mensen aanspreekt en ruimte geeft. Tegelijkertijd beoefenen wij ons erin, dagelijks en met veel plezier.

Het DeelGenootschapHet DeelGenootschap is een vorm die niet juridisch is in de huidige betekenis (bij wet) en toch legaal. Voor formele zaken zoals belasting en andere juridische punten vervult een bestaande rechtsvorm als een stichting met eenvoudige statuten haar rol als brug naar de huidige samenleving, de inhoudelijke zeggenschap en doorontwikkeling van de organisatie ligt bij het DeelGenootschap.

Een DeelGenootschap gaat over zaken doen in liefde & vertrouwen en spreekt dit voortdurend in elkaar aan. Een DeelGenootschap organiseert het eigendom van de commons (de productiemiddelen en het bedrijf zelf) ook als een common.

Kapitaal als commonIn een DeelGenootschap wil je ervoor zorgen dat financiers geen oneigenlijke groeidruk leggen op het financiële rendement van de organisatie. Zij financieren vanuit hun behoefte en mogelijkheden en dragen daarmee bij aan het waarmaken van de gemeenschappelijke intentie van het DeelGenootschap. In beginsel zoeken wij naar een waarde uitruil in natura indien voorhanden (gratis verblijf in het Veerhuis e.d). Echter, als je dit doordenkt. Als kapitaalverschaffers ons als ondernemers mede mogelijk maken, hoe kunnen we dan de opbrengst van onze onderneming voor onszelf behouden en enkel delen met de financiers? Zijn de winsten van onze organisatie na aftrek van kosten, aflossen van leningen en (her)investeringen niet eigenlijk ook een common, waar iedereen in feite belang bij heeft? En waar ook de hele gemeenschap (in)direct aan heeft bijgedragen? Kapitaal dat wordt opgebouwd in de organisatie beschouwen wij ook als een common; het is immers een resultante van vereende krachten, je ouders, de infrastructuur, de natuur enzovoorts en als zodanig niet aan je eigen inspanning alleen toe te kennen. Daarom beheer je in een DeelGenootschap het kapitaal ook als een common. Hoe dat eruit ziet is voor een ander blog.

Grond als commonIn het Veerhuis werken we samen met Community Land Trust en Stichting Land of Seattle, een Nederlandse verwerkelijking van de eerste. Daarin vind je een drievoudig eigenaarschapsconcept uitgedacht met drie partijen die betrokken zijn bij de grond en in relatie komen met elkaar. De ondernemer/bewoner, de direct betrokkenen in een gebied en de lange termijn stakeholders van de Aarde. In het Veerhuis werken wij aan het op gang brengen van de relatie tussen ons als ondernemers en onze direct betrokkenen die onze diensten afnemen of anderszins betrokken zijn. Van hen ontvangen wij als het ware de license to operate, deze willen wij niet zelf bepalen. Zij zijn ook de partij die de voorwaarden stelt waaronder wij als ondernemers de grond tot economisch nut mogen maken. Uiteindelijk willen we de grond op nul van de balans afhalen en vrijgeven in beheer van een derde stichting die het juridisch beheer over de grond verzorgt namens de gemeenschap van direct betrokkenen.

Nu droom ik hier nog van, onze campagne om de grond onder het Veerhuis vrij te kopen moet nog beginnen. Ik zie deze beweging echter overal om me heen opkomen. En ik ervaar de mogelijkheden als oneindig. Liefde & vertrouwen zijn in opmars en op deze stroom gaat het gedachtegoed van de commons zichtbaar worden. Het DeelGenootschap als organisatievorm helpt om onszelf op het goede pad te houden want zonder structuur kunnen wij mensen nu eenmaal (nog) niet.

Op naar de vrij-gelijk-samenleving. Doe je mee?

Meer weten over het hoe en waarom van bovenstaande? bekijk ons gehele cursusaanbod en specifiek de cursus DeelGenootschap die al op 3 oktober weer van start gaat en de Leergang Samenlevingskunst die op 27 september start, er zijn nog een paar plekken beschikbaar.