Peer Governance?

Wie heeft het besluit genomen om tot dit windmolenpark te komen? Heeft de stem van het geld gewonnen of een opgelegd bestemmingsplan door de overheid om één van haar duurzaamheidsdoelen te realiseren? Of is dit wat we met elkaar gewild hebben? Omdat het past in het gebied, een ontwikkeling is die we willen stimuleren, waar we zelfgekozen offers voor brengen met betrekking tot ons uitzicht. Omdat we al onze behoeftes in een vrije dialoog hebben weten te brengen en tot een toewijzing van dit stuk land gekomen zijn aan exploitanten van windmolens. Dat zou mooi zijn!

Als voorbeeld kies ik nu een windmolenpark, maar dit vraagstuk geldt voor alle grond, en al onze behoeften. Realiseer jij je al dat alles wat je aan materiële behoeftes hebt grond nodig heeft om tot vervulling gebracht te kunnen worden? Neem het vervaardigen van mobieltjes waarvoor grondstoffen gemijnd moeten worden uit gronden waarop vaak hele dorpen gehuisvest zijn, of onze koeien die gevoed worden met sojabonen uit omgekapt Amazonewoud. Wie neemt de besluiten om deze gronden toe te wijzen aan die mensen? Is dat nog een zuivere afstemming tussen vraag en aanbod? Of is het de macht van het geld dat inmiddels zo sterk is dat het ook de besluiten van overheden beïnvloedt? Eigenlijk weten we de antwoorden op deze vragen toch. Zeg eens eerlijk. Is er een alternatief? En durven we daar radicaal voor te gaan?

Peer Governance

Peer Governance is een woord waar ik verliefd op ben. Ik spraak vaak over Peer Governance, maar het is nog niet zo een bekend woord. En ik weet het, het is ook nog eens een Engelse term. Liever zouden we werken met Nederlandse woorden. Hoe vertalen we Peer Governance? Ik kom niet verder dan ‘organiseren met gelijken onder gelijken’, maar dat bekt dan niet zo lekker. Of misschien beter, als het over de uitwisseling en toewijzing van grond gaat: ‘burger zelfbestuur’.

Free fair and alive

Ere wie ere toekomt, David Bollier en Silke Helfrich geven ons een hele trits aan nieuwe woorden mee in hun mooie boek Free, Fair and Alive, over de kracht van commons. (Tussen twee haakjes: in deze titel zitten wat mij betreft onze woorden vrij, gelijk en samen ;-)) Over het zoeken naar nieuwe woorden en de lol die je daaraan kunt beleven hebben zij ook een heel mooi gemaakt, even kijken hoor.

Terug naar Peer Governance. Op het moment dat we de bouwstenen van de samenleving grond, arbeid en kapitaal niet meer via de staat of de markt uitwisselen en toewijzen, maar zelf organiseren, dan zijn er nieuwe manieren nodig. Wie krijgt welk stuk grond en waarom? En zal hij of zij dat stuk grond op een capabele manier bewerken en vruchtbaar maken ten behoeve van de gemeenschap? En: wie krijgt hoeveel kapitaal en waarom? Als (wereld)gemeenschap zijn we toch gek als steeds meer kapitaal in handen van steeds minder mensen komt, die helemaal geen rekening houden met medemensen en de landschappen waarin zij wonen?

Oude familiesystemen

Daar is peer governance nodig, vormen van beheer van grond en kapitaal waarin gelijken onder gelijken met elkaar tot afstemming komen. Oude familie- en dorpsstructuren zou je in dit kader kunnen noemen. Zij dragen nog gemeenschapszin in zich en zijn vaak in staat om op een goede manier meerdere belangen met elkaar in dialoog te brengen om tot een oplossing te komen, in dit geval een goede toewijzing van grond, arbeid en kapitaal. Deze cultuur van gemeenschapsvorming is in sommige delen van Nederland, vaak in dorpsgemeenschappen, nog aanwezig. Deze overgeleverde structuren zijn nog gebaseerd op bloed- en bodemlijnen om het zo maar eens te zeggen: onze grond, onze mensen. Dat werkte toen de wereld nog bestond uit volkeren, stammen en families in eigen economieën.

Tegenwoordig leven we in één wereldwijde economie en functioneren de bloed- en bodemlijnen niet meer. Het is verworden tot nationalisme en nog veel erger. Grond en wat daarop gebeurt gaat nu immers in essentie de hele wereldgemeenschap aan. Hoe ontwikkelen we de relatie en de verbinding die we als mens hebben met de hele wereldgemeenschap? Dat is de vraag die we met elkaar aan zullen moeten gaan als we ons peer 2 peer willen organiseren, als gelijken onder gelijken ongeacht oorsprong, levensovertuiging, sekse, geaardheid of huidskleur.

Commons waarborgen binnen gestructureerde associaties

Familie- en dorpsgemeenschappen zijn vaak onbeschreven en ongestructureerd, tegelijkertijd wel inclusief voor iedereen binnen die gemeenschappen. Op het moment dat grond voorbij markt en staat toegewezen moet gaan worden, volstaan deze ongestructureerde manieren niet meer. Dan zijn meer gestructureerde associaties nodig die weloverwogen de verschillende behoeften en partijen met elkaar in verbinding brengen en tot een juiste lees duurzame en menswaardige oplossing en toewijzing van grond komen, voor iedereen. Peer Governance is doordacht en gestructureerd. Het beheer van onze commons kunnen we niet aan het toeval (de markt of de staat) overlaten. Het is goed mogelijk na te denken over welke stemmen betrokken moeten worden in de dialoog om tot goede afstemming te komen en een zinvolle toewijzing van de grond aan mensen. Het drievoudig eigenaarschap en het model van Community Land Trust (in elkaars verlengde) zijn structuren in deze richting die internationaal gezien hun sporen verdiend hebben en op dit moment ook in Nederland wortel schieten. Het Veerhuis in Varik is de eerste in Nederland waar we deze nieuwe governance structuur optuigen door grond uit de handel en het geldsysteem te halen.

Ik hoop dat ook jij wilt gaan onderzoeken hoe je je verhoudt tot grond en het eigendom daarvan en hoe jij de transitie naar burger zelfbestuur over grond voor elkaar kan krijgen.

foto: Tylor Casey, unsplash. Thanks Tylor!

Ook een nieuwe overheid van binnenuit en van onderop?

In het maatschappelijke debat staan markt en staat tegenover elkaar met het maatschappelijk middenveld als een groeiend speelveld daar tussenin. Dit middenveld vraagt om ondersteuning van de staat ten opzichte van de dominante plaats die de markt en het bedrijfsleven inneemt. Welke plek vervult dit middenveld eigenlijk? Wat doet zij, wat beoogt zij, wat geeft zij vorm en hoe kunnen we dit zo goed mogelijk begrijpen?

Ik haper bij deze indeling in domeinen. Voor mij is het zinvoller om drie andere domeinen te onderscheiden namelijk: economie, cultuur en recht. Elke samenleving heeft deze drie domeinen te verzorgen en in concreto vorm te geven. In de middeleeuwen was de standenmaatschappij wat dat betreft overzichtelijk. De geestelijken verzorgden het geestelijk leven, de cultuur – alles wat met de zorg en de ontwikkeling van de mens te maken heeft. De adel verzorgde het rechtsleven – alles wat met het regelen van de onderlinge betrekkingen te maken heeft. Zij beheerden de grond en wezen deze voor gebruik toe. De burgers in de steden en de boeren op het land verzorgden de productie en distributie van economische waarden – alles wat voorziet in de materiële behoeften. In deze tijd hebben we het recht, de cultuur en de economie op een nieuwe manier vorm te geven. Hoe? Gemeenschappen en associaties van mensen zoals de burgercoöperaties die opduiken, geven mijns inziens niet een midden tussen overheid en markt vorm. Nee, zij vullen gaten die door markt en overheid ontstaan. Zij vernieuwen in feite alle drie de domeinen economie, cultuur en recht. En voor zover ze dat nog niet bewust doen, hebben ze in ieder geval de potentie dat te doen.

Dit is wat ik zie gebeuren:

Economie

Geïnspireerde ondernemers bouwen een nieuw economisch ecosysteem op, van binnenuit en van onderop. Zij ontwikkelen nieuwe vormen van productie, handel en consumptie om SAMEN op deze ene Aarde het leven voor alle mensen mogelijk te maken (korte keten ontwikkeling, ketensamenwerking, lokale voedselproductie, Community Supported Agriculture, eerlijke en transparante prijzen, energie-coöperaties, circulair grondstof gebruik). Duurzame en sociale ondernemers schieten in alle kleuren en maten als paddenstoelen uit de grond en scheppen hun eigen ruimte om te doen wat ze te doen hebben, zich een weg banend en zich verhoudend tot het bestaande krachtenveld van het grootbedrijf en de gereguleerde vrije markt.

Cultuur

Ook in het culturele leven ontstaan initiatieven van binnenuit en naast de bestaande structuren. Zo wenden ouders en leraren zich steeds vaker af van het reguliere onderwijs om hun eigen scholen te starten, VRIJ. Zij streven ernaar om kinderen te helpen zichzelf te ontwikkelen tot in zichzelf gegronde vrije creatieve mensen die mogen en kunnen worden wie ze ten diepste zijn. Zonder de noodzaak om ze als productfactor arbeid aan de economie af te leveren – onder het motto van gelijke kansen voor iedereen op de arbeidsmarkt. Zij zien de stroom ‘drop-outs’ toenemen omdat steeds meer kinderen het gekanaliseerde onderwijssysteem waar ze in moeten passen niet meer trekken. Deze ouders en leerkrachten handelen daarnaar en creëren onderwijs waar de kinderen en ouders om vragen, niet waar de markt om vraagt. Maar ook buurtzorg is een goed voorbeeld van het opnieuw vormgeven van zorg, vrijgemaakt van de wetten van het geld.

Recht

Het leven kan zich ontwikkelen dankzij de inputfactoren grond, arbeid en kapitaal. Deze middelen behoren wat ons betreft ons allen toe maar kunnen nu als privé-bezit gekocht en verkocht worden. Zij zijn onze commons die we op gelijke, eerlijke wijze uit te wisselen en toe te wijzen hebben. En daarmee is het beheer van grond, arbeid en kapitaal een rechtsvraagstuk, traditioneel door de overheid verzorgt. Wat mij betreft is het niet de staat die de commons dient te bezitten en toewijzen (communisme). Ook kunnen de commons niet vrij verhandeld worden op de markt (kapitalisme). Het heeft ook geen zin om als staat belasting te heffen bij de mensen die rijk zijn geworden dankzij de handel in de commons en dat her te verdelen onder de niet-bezitters en te investeren in de culturele sector (Rijnlands kapitalisme, neo liberalisme). Nee, wat mij betreft dient de staat regels en procedures te ontwikkelen en te handhaven met betrekking tot het beheer van de productiemiddelen grond, arbeid en kapitaal. En de uitwisseling en toewijzing ervan over te laten aan de burgers zelf.

Ook op dit vlak zie ik burgerinitiatieven. De uitwisseling en toewijzing van grond, arbeid en kapitaal als rechtsvraagstuk is een onderwerp dat mensen zelf met nieuw uitgedachte peer-2-peer-governance structuren oppakken en uitdenken als ‘mensen onder elkaar’. Zo zie ik dus ook hier van binnenuit en van onderaf een nieuw soort overheid ontstaan, naast de bestaande. Een zelf van binnenuit vormgegeven ‘overheid’ op basis van wat wij als Economy Transformers GELIJK noemen. Mensen stellen zelf eigen regels en procedures op. Regels en afspraken die organisch tot stand komen en beweeglijk zijn omdat ze een uitkomst zijn van een gevoerde dialoog tussen mensen. Wat willen we met elkaar, wat is er nodig, wat gaan we afspreken, wat draagt bij, wat is voor ons gelijk, wat werkt? Rechten die niet meer veranderd zijn sinds de Romeinse tijd zoals het absolute eigendomsrecht met betrekking tot grond, arbeid en kapitaal, zijn in feite verstomde dialogen tussen mensen en zijn in feite dood. Die rechten geven geen leven meer. Daarentegen is het DeelGenootschap zo een vrije vorm waarin we onze eigen regels en procedures bepalen, buiten het bestaande recht om. Maar ook het drievoudig eigenaarschap van grond en alle Community Land Trusts zijn een goed voorbeeld van het creëren van een nieuwe vorm van rechtsleven buiten het bestaande om.

Een bevrijdend perspectief

Wat is dit een bevrijdend perspectief! Dat we niet alleen nieuwe bedrijven naast de oude opzetten en ‘het gewoon zelf doen’, dat we niet alleen nieuwe scholen en onafhankelijke onderzoeksinstituten oprichten, naast de reguliere scholen en gangbare universiteiten, maar dat we ook van binnenuit en onderaf als het ware een nieuwe ‘overheid’ scheppen. We regelen zelf onze onderlinge betrekkingen, inclusief onze omgang met onszelf (kapitaal), elkaar (arbeid) en de Aarde (grond). Op basis van liefde en vertrouwen. Die we niet in stenen tafelen beitelen of in beton gieten maar telkens weer functioneel laten zijn aan het leven en dus ook het samenleven.

Dit nieuwe perspectief vraagt wel het oprekken van ons wereldbeeld dat zegt dat de overheid er gewoon is en dat we daar nu eenmaal mee hebben te dealen. Net zoals we dat eerst dachten over de markt, die er nu eenmaal was en is. En de krachten van het grote bedrijfsleven waar we ons als nieuwe ondernemers toe moeten verhouden. Lang dachten we dat de overheid ons moest beschermen tegen dit bedrijfsleven. Terwijl eerder het omgekeerde het geval is, de overheid beschermt de oude economie tegen vernieuwing door de mensen zelf. In plaats van dat het ons als bottom up veranderaars steunt en mogelijk maakt. Zonder de steun van de overheid kunnen we het niet, dachten we lang. En natuurlijk is het ook fijn en belangrijk dat de bestaande overheid onze initiatieven steunt en mede mogelijk maakt. En vooral ook mee gaat pionieren om ook zichzelf opnieuw uit te vinden.

Vernieuwing van het overheidsprincipe

Met het zelf op ons nemen van het beheer van onze commons grond, arbeid en kapitaal, vernieuwen we het overheidsprincipe zelf. We denken dan vanuit een veel groter perspectief na over onze samenleving en hoe we met elkaar omgaan. We gaan onze commons opnieuw zinvol en eerlijk uitwisselen en toewijzen zodat iedereen op deze Aarde tot haar en zijn recht komt. Maar dan ook echt, inclusief de daarvoor noodzakelijke middelen van bestaan.

Heet dit dan nog overheid? Ik weet het niet, ik heb altijd de behoefte om te zoeken naar nieuwe woorden die passen bij wat we beogen. In ieder geval is het een nieuw beschavingsprincipe van waaruit we met elkaar aan het werk zijn met zelf ontworpen afspraken en procedures op basis van liefde en vertrouwen die we geldig laten zijn in door onszelf ontworpen beheer-structuren rondom grond, arbeid en kapitaal.

En zo vernieuwen we als bottom-up-pioniers van binnenuit niet alleen de manier van produceren, distribueren en consumeren binnen de economie of zorg en ontwikkeling binnen de cultuur, maar ook de rol en de taken van de overheid. Dan beleef ik dus niet meer dat de markt en de staat tegenover elkaar staan met een sociaal middenveld dat de gaten dicht die markt en staat laten vallen, maar een middenveld dat in potentie in staat is alle drie de maatschappelijke domeinen van binnenuit om te vormen tot een zinvol economisch-, cultureel- en rechtsleven. Overal waar mensen samenwerken en samenleven zijn deze drie elementen aanwezig en kunnen we ze zelf op een nieuwe manier vormgeven. Van binnenuit en onderop dus, op basis van liefde en vertrouwen.

En jij?

Voel jij de ruimte die hiermee vrij komt of neem jij deze ruimte op jouw manier al in? Of zitten angsten hier nog in de weg en wil je nog vasthouden aan de bestaande wet- en regelgeving? Ook dat wil ik graag horen. Immers, we voelen allemaal op onze eigen manier, op verschillende momenten de angst voor het manifesteren van iets radicaal nieuws.

Zonder het ook over de binnenkant van de tranformatie te hebben, onze angsten en twijfels, onze minderwaardigheidsgevoelens, onze behoefte aan experts die het beter weten, aan instituten die het probleem zullen gaan oplossen, zullen we de nieuwe wereld niet op Aarde krijgen. Zo binnen zo buiten. We kunnen er niet omheen.

“Ik ben niet gek, ik ben een Economy Transformer!”

Thuis komen

“Ik ben niet gek, ik ben een Economy Transformer.”, riep Ginny uit tijdens onze eerste cursus Eigentijds Eigendom van Grond, arbeid en kapitaal.

Er ontstond één belangrijk herkenningsmoment in de groep waaraan elf mensen deelnamen. En nu is het een gevleugelde uitspraak. De zucht van ontspanning, verlichting, verbinding, jezelf serieus nemen, er helemaal mogen zijn, was groot. De herkenning en de erkenning voor het eigen innerlijke weten dat het niet klopt zoals we het nu doen en de omarming van de handvatten die we als Economy Transformers aanreiken voor hoe we het ook zouden kunnen organiseren.

Iemand anders uit de groep beschreef een gesprek met een projectontwikkelaar die een heel verhaal hield over investeren en rendement en eindigde met: “Nou ja, je snapt het allemaal wel.” Waarop hij dacht: ”Nee, ik snap het helemaal niet!”. Weer terug in deze groep beschreef ook hij het gevoel van thuiskomen, in verbinding zijn met mensen en ideeën waar je ineens wel weer alles snapt van wat er gezegd wordt. Hoe fijn is dat – nee, ik ben niet gek, ik ben een Economy Transformer.

Gaan staan voor je inzichten

Gelukkig zijn er steeds meer mensen om ons heen met dezelfde verlangens naar een mens- en Aarde-waardige samenleving en de spirit om daar zelf aan bij te dragen. Je hoeft niet meer in een isolement te zijn en te denken dat je gek bent omdat je het anders wilt. Nee je kunt uitreiken en deze anderen vinden waarmee je samen bouwt aan iets nieuws. Zo begon ik zelf ook ooit toen ik bij de ABN Amro-bank vertrok met een flinke burn-out. Toen stapte ik naar buiten met de gedachte: “Het is niet dat ik het niet begrijp, ik begrijp het heel goed. Ik wil het gewoon anders!”

Toen was ik 28 jaar oud. Nog lang keek ik me heen en dacht dat anderen het beter wisten, meer ervaring en kennis, meer gestudeerd om de problemen op te lossen die ik zag. Tot ik erachter kwam dat die anderen er niet waren. Zij niet zagen wat ik zag. Vanuit het bestaande te beperkte mens- en wereldbeeld los je de huidige problemen niet op. Ik heb – net als iedereen – mijn eigen (ge)weten, mijn ervaringen en inzichten. Daar moest ik voor gaan staan. Dat is de klus die ik te klaren heb, elke dag weer opnieuw. Want voor iets nieuws gaan staan is niet gemakkelijk.

Dan roep je dus ineens uit: “Ik ben niet gek, ik ben een Economy Transformer!” Ik resoneer volledig mee met deze uitroep. En dat is niet alleen maar leuk. Dat vraagt ook veel van je eigen ontwikkeling.

SPIEGEL VOOR ELKAAR

Okay, ik ben dus een Economy Transformer!
haha wie denk je wel dat je bent

Zo gemakkelijk worden we door experts omver geblazen, vinden we onszelf te dom of te naïef, niet geschikt om het gesprek over een moeilijk economisch onderwerp aan te gaan, weten we er niet genoeg vanaf, zo denken we. Om ons heen zijn economen de baas, zij weten hoe het zit. Zij schrijven onze kranten vol, zij praten onze praatprogramma’s vol, zij zijn de experts. Eigenlijk nog steeds. Wat mij dan helpt is me te realiseren dat ook zij (uitzonderingen daargelaten) in een bepaalde manier van denken zijn geschoold die niet (meer) de onze is.

Hoe je denkt over mensen en de wereld bepaalt hoe je de problemen analyseert, welke conclusies je trekt en welke oplossingsrichtingen je ziet. En als je er dus anders over denkt kom je tot hele andere oplossingsrichtingen. En juist daar hebben we elkaar hard nodig. We zijn allang niet meer de enige die er anders over denken maar we domineren nog niet het spel. Dus we komen mensen tegen in de praktijk die vanuit een ander mens- en wereldbeeld handelen. Bij het onderhandelen over de grondprijs, bij het organiseren van het kapitaal van je bedrijf, bij nieuwe manieren van besluitvorming enzovoort.

Iemand in de groep ontdekte: als ik helder heb waar ik voor sta en wat ik anders denk, betekent dat niet alleen iets voor mijzelf maar ook dat ik daarmee een spiegel ben voor wat die ander denkt. De ander wordt daarmee gevraagd zich ook bewust te worden van zijn eigen denken en handelen. En dat kan een pijnlijk proces zijn en zal je ook niet altijd in dank worden afgenomen. Niet zelden stuiten we dan op enorme weerstand en kan er van alles over ons afgeroepen worden. Het helpt om dit te doorzien en zo de weerstand die je hiermee oproept met liefde en begrip te kunnen beantwoorden. Je nodigt met je eigen verdiepte inzicht in feite de ander uit om ook tot meer bewustzijn te komen. Hoe liefdevoller je daartoe kunt uitnodigen en hoe liefdevoller je de weerstand kunt begrijpen en omarmen, hoe effectiever je zult zijn.

auw dat doet pijn

MIJN EIGEN BEWUSTWORDING

Om een voorbeeld te geven. In de cursus – en die had een voorloper in de 2-jarige Werkgroep Eigentijds Eigendom van Grond – realiseerde ik me nog weer dieper dat ook ik mijn ‘eigendomssituatie’ nog onder de loep te nemen heb. Het huis waar ik met Jac woon en dat we samen gebouwd hebben staat op mijn naam. Jac met wie ik ook Economy Transformers vormgeef. Hoe is dat zo gekomen en klopt dat met het verhaal dat wij overal vertellen over bezit en eigendom en de doorwerking daarvan op de relaties? Hoe gehecht ben ik zelf eigenlijk aan de veiligheid die dit me lijkt te geven? En wat betekent de erfstroom in mijn familiegeschiedenis? Hoe wil ik daarmee omgaan, ook naar mijn kinderen toe? Ik voel de noodzaak me van dit alles nu zelf meer bewust te worden. Ik zit er middenin en ga het aan.

van binnen naar buiten leren leven

Ook wij, Jac en ik, komen onszelf dus tegen. Wij pionieren mee in het veld van de bottom-up pionier beweging die vanuit vrij-gelijk-samen wil organiseren. De antwoorden zijn er niet zomaar, wel een flink aantal stevige uitgangspunten en het handvat om die praktijk telkens weer te toetsen aan ons eigen diepste weten. En daarmee kunnen we niet anders dan zelf ook steeds radikaler in de spiegel kijken.

“Ik ben niet gek, ik ben een Economy Transformer.” Om dat ook echt te zijn, zullen we elk onze eigen weg naar binnen gaan. Want transformeren doe je niet zomaar, dat vraagt een afsterven en weer geboren worden in een nieuw zelf, met nieuwe ankerpunten. Zeker als het over de economie gaat. De wereld waar we nu onze bestaanszekerheid in vinden.

Waarom nieuwe woorden nodig zijn

We mogen geen of in ieder geval niet te veel nieuwe woorden gebruiken, zeggen marketeers. Waarom niet? Omdat lezers er boos van worden of geïrriteerd door raken. Ik ben toch slim, maar dit woord ken ik niet! Of ze haken simpelweg af, omdat er geen herkenning is en dus geen verbinding.

Marketeers kruipen in de wereld van lezers en luisteraars en zoeken naar woorden die gevoelens wakker roepen als onvrede, angst, onbestemdheid, pijn en behoefte aan controle. Bijvoorbeeld: “wil jij je uniek voelen, koop dan hier je friet”. Echt waar, dit zag ik ooit op een billboard. Je uniek voelen door het aller dagelijkste te kopen wat er is: friet.

Dus als wij ons tot communicatie-experts wenden, dan worden veel woorden uit ons vocabulaire geschrapt. Woorden als: het DeelGenootschap, liefde & vertrouwen, bron en bronorgaan. Dat doet me toch wel wat.

En dan spreken in me allemaal stemmetjes: zij zijn toch de communicatie-experts! Zij weten hoe je je verhaal verkoopt. Waar haal ik de moed vandaan om tegen de deskundigen in te gaan. Trouwens, ik moet ook nog brood op de plank zien te krijgen. Is het verzinnen van nieuwe woorden wel verantwoord?

Wanneer is het moment gekomen om nieuwe woorden te gebruiken?

Het is belangrijk om te handelen vanuit je hart, benadrukken wij als Economy Transformers. Waarom? Om in verbinding met wie en wat je bent jouw bijdrage aan de wereld leveren. Alleen daarmee vorm je de huidige economie om in een mens- en Aarde-waardige.

Met deze zelfbepaaldheid als uitgangspunt komt er een woordenstroom op gang die authentiek is, eigen, puur, vernieuwend, onaangepast ook en uniek. Natuurlijk gaan we in verbinding met de ander en stemmen we onze woorden af op onze toehoorders, onze luister- en kijkeraars, onze gesprekspartners. Maar wat is die afstemming? In hoeverre moeten wij nieuwe woorden testen bij mensen die ook verlangen naar een menswaardige samenleving en ons daaraan aanpassen? Of is het zo dat als wij ons hart volgen en onze liefde voor woorden voelen, die al denkende en doende ontstaan vanuit ons verlangen naar nieuwe werelden, we erop mogen vertrouwen dat anderen die zullen verstaan. Geven wij stem aan gevoelens en behoeften die bij meer mensen aanwezig zijn, alleen hadden zij de woorden er nog niet voor.

Of misschien hadden zij ook al woorden, maar dan andere woorden.

Stel dat we niet luisteren naar marketeers en juist wel al die nieuwe woorden introduceren en vol passie gebruiken voor de dingen die we zien en voelen? Is het niet zo dat we zoeken naar nieuwe antwoorden op huidige problemen en dat voor die nieuwe antwoorden een nieuwe taal nodig is? En dat die antwoorden echt uit een nieuw bewustzijn komen, uit een andere laag, waar andere woorden bij horen? 

Dit is waar ik mijn vertrouwen in wil stellen:

Ik onderzoek goed bij mijzelf of de woorden die ontstaan ‘waarachtig’ zijn. Of ik niet een te grote broek aantrek, of dat mijn ego erin zit, die de woorden kleurt. Of ze dus werkelijk vanuit verbinding met mijzelf en mijn diepere verlangen tot stand komen. Als dat zo is, dan mag ik erop vertrouwen dat anderen dit zullen herkennen. En dat het juist die mensen aantrekt die dit verlangen ook hebben, ook op weg zijn naar een nieuw bewustzijn waar nieuwe taal bij hoort om een nieuwe economie en samenleving te creëren.

Vrij-gelijk-samenleving

Graag introduceer ik dan in dit blog officieel het woord ‘vrij-gelijk-samenleving’. (Hoe zullen we het schrijven?)

De vrij-gelijk-samenleving is een woord dat wij als Economy Transformers al een tijdje gebruiken voor de nieuwe economie en samenleving die wij voor ogen hebben. Zo hebben andere mensen vanuit hun verlangen naar een menswaardige economie en samenleving woorden geïntroduceerd als circulaire economie, deeleconomie en geef-economie. Inmiddels zijn deze woorden begrippen geworden die verwijzen naar verschillende nieuwe vormen van economie.

Om een woord tot een begrip te maken, snap ik dat het goed is om er veel over te praten en te schrijven. Het woord moet geladen worden met beeld en gevoel, anders komt het niet tot leven. Op dit moment focust Jac zich vanuit zijn verlangen naar een menswaardige samenleving op het schrijven van een boek over de vrij-gelijk-samenleving en ook ik zal er het mijne van op papier zetten of in filmpjes laten zien. Met dit woord willen wij deelnemen aan het maatschappelijk gesprek over een nieuwe economie en samenleving. Wij wensen ons toe dat de vrij-gelijk-samenleving een begrip wordt voor iedereen die bezig is met de transitie van de huidige samenleving en economie naar een meer mens- en Aarde-waardige.

Hoe rijk aan beelden en gevoelens is dit woord al voor mij. Alle aspecten van de transitie van de huidige tijd beleef ik erin: van top/down-managen naar zelfsturend regelen, van hiërarchisch naar horizontaal en gelijkwaardig organiseren, van uitputting van de natuur naar in verbinding met de natuur. En ook het herinrichten van productieketens, het uitwisselen en toewijzen van landbouwgrond en het bereikbaar houden van woningen voor iedereen. De vrij-gelijk-samenleving geeft zicht op nieuwe vormen van eigendom van de productiemiddelen grond, arbeid en kapitaal. Ja, vrij, gelijk & samen omvat het eigenlijk allemaal en daar houd ik van. Niet meer knippen en plakken binnen ons huidige systeem en binnen de bestaande heilige huisjes rondom eigendom en groei. Nee echt van onderop herinrichten van onze samenlevingsstructuren vanuit organisatieprincipes die kloppen, navoelbaar zijn, intrinsiek menselijk of zo je wilt natuurlijk… Hmmm

Hoe we onze huidige samenleving kunnen omvormen in een vrij-gelijk-samenleving is onderwerp van een andere blog of vlog. Of zo je wilt, van zo’n beetje alles wat wij doen. Want het is onze bron en onze horizon. Het is wat Economy Transformers in essentie te brengen heeft en ermee kennis maken kan door onze blogs te lezen, onze trainingen en cursussen te volgen en onze boeken te lezen die nu nog ongeschreven zijn… Yes, mooi vooruitzicht. Ik verheug me op het boek van Jac dat hij ergens najaar 2020 af wil hebben.

Dit blog wil ik afsluiten met een aankondiging, namelijk:

Tegen het advies in van alle marketeers, communicatie-deskundigen en verkoopadviseurs, noemen wij onze Leergang Samenlevingskunst (ook al zo’n nieuw woord) voortaan:

Basistraining Vrij, gelijk, samen
over het vormen van een mens- en Aarde-waardige samenleving

En dit maakt me intens gelukkig. Waarom? Omdat ik daarmee mijn eigen hart volg en ik met deze training weer meer van mijn droom leef; de vrij-gelijk-samenleving een stapje dichterbij brengen.

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Hoe is je relatie met de Aarde?

Steeds meer en steeds vaker wordt gesproken over het grondvraagstuk. De uitputting van de bodem. De torenhoge (pacht)prijzen, die allang niet meer in relatie staan tot het grond-opbrengend-vermogen, waardoor ondernemers wel moeten intensiveren. Op advies van wetenschap, overheid en bank. De onmogelijkheid voor steeds meer mensen om toegang tot een betaalbaar huis of een stuk landbouwgrond te krijgen. En ga zo maar door.

de overheid in spagaat met betrekking tot grond

Onze overheid ziet zich voor millenniumdoelen gesteld en vraagt zich af hoe zij haar invloed kan aanwenden door middel van bestemmingsplannen en vernieuwde (erf)pacht uitgiften. Hoe kan zij zich bemoeien met wat er met de grond in concreto gebeurt? Terwijl zij aan de andere kant meedoet met het spel van koop en verkoop van grond en gelooft dat zij rendement moet halen op gronden die in publiek bezit zijn. Dat klinkt als een ingewikkelde spagaat.

We zullen duurzamer met onze grond om moeten gaan. Grond is immers de basis van ons voedselsysteem, onze gezondheid en ons welzijn. Nu gaan we niet goed om met onze grond. Waarom niet? Daar heeft iedereen zo zijn of haar eigen gedachten over. In de wereld van de transitie zijn er diverse routes aangewezen om beter met grond om te gaan. Sommige wegen lijken meer vruchtbaar dan andere. Ik richt me in dit blog op de mijns inziens vruchtbare routes.

Ik zie om mij heen hoopgevende antwoorden op de grondvraag en wijzen allemaal in de richting van het zelf weer opnieuw uitdenken en vormgeven van eigendomsverhoudingen, nieuwe relaties aangaan, op een nieuwe manier betrokken zijn. Vanuit het idee: de grond is van iedereen en dus dienen we als gemeenschap verantwoordelijkheid te nemen. Deze mensen met hun initiatieven zien grond weer als een gemeengoed, een common.

Grond in handen van gemeenschappen 

Ik zie mensen opstaan die zich gaan bemoeien met de grond en wat daarop gebeurt. Mensen zeggen: wij willen gezonde voeding en een gezonde natuur, wij willen weer in verbinding zijn met onszelf, elkaar en de Aarde. En dat kunnen we alleen maar zelf doen.

Vervolgens komt het eigendomsvraagstuk om de hoek. Want van wie is de grond nu? Waarom kan die boer niet duurzaam boeren? Hoeveel betaalt hij eigenlijk voor die grond en hoeveel betalen wij daarom dus eigenlijk voor ons voedsel? Wist je dat zeker de helft van wat we betalen voor een brood naar de bezitters van grond gaat? Als we de grond uit het geldsysteem halen, dan dalen de prijzen van alle producten. Want zo rechtstreeks zijn deze zaken met elkaar verbonden.

Dan komt de gedachte op: “Als we nu eens de (te hoge) lasten voor die grond gezamenlijk dragen, dan spelen we de boer vrij om zijn werk goed te doen, duurzaam en gezond.” Waarom zou de boer alle financiele risico’s alleen moeten dragen? Hij produceert toch voedsel voor ons en niet om geld te verdienen om de rente en aflossing te betalen of pacht voor de grond?

Zo vormt Herenboeren een coöperatie met tweehonderd huishoudens waarmee ze samen de grond pachten en een boer aanstellen om voor hen te boeren. Of Community Supported Agriculture (CSA) waarbij het ook om de gemeenschap van klanten gaat die om de boer heen staat, met een vaste vraag aan de boer. Waardoor de boer weet waar hij aan toe is.

Deze mensen nemen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om anders met de grond en onze voedselvoorziening om te gaan. Meer lokaal, meer betrokken, meer vanuit de verbinding en relatie met elkaar en de Aarde.

Deze vormen van gezamenlijk eigendom van grond schieten als paddenstoelen uit de grond. Zo ontstaat een nieuwe sociale werkelijkheid, naast de oude. Gewoon door het te doen. Daar word ik blij van.

In deze voorbeelden heb ik het over gemeenschappen die verantwoordelijkheid nemen voor landbouwgrond. Dergelijke initiatieven ontstaan ook in de stad. Om toegankelijke huizen te creëren met elkaar, of om met elkaar de natuur in de stad te verzorgen (zie www.communitylandtrust.nl voor een voorbeeld in Amsterdam Bijlmer).

Wie mag er op welk stukje grond wat doen?

Als je als gemeenschap betrokken bent bij een boer, dan wordt ook snel het financieringsprobleem helder. De grond is te duur. En al helemaal in Nederland. Dat maakt een nieuw veld van pioniers los die zich richten op nieuwe eigendomsverhoudingen en nieuwe financieringsmogelijkheden. 

Als het over nieuwe vormen van eigendom en financiering van grond gaat, dan ben ik gecharmeerd van het concept van Community Land Trust. Daar gaat het om het in eigenaarschap nemen van de grond door drie soorten relaties aan te wijzen en met elkaar in verbinding te brengen. Ten eerste de gebruiker (de ondernemer of de bewoner). Ten tweede de gemeenschap (de vruchtgebruikers, de klanten en afnemers). En tenslotte de Aarde zelf. De grond wordt daarbij in juridisch eigendom gegeven aan een derde partij, die de grond namens de gemeenschap beheert en toewijst aan een bekwame ondernemer of bewoner.

Maar ja, wie bepaalt of een boer bekwaam is of een bewoner verantwoordelijk omgaat met het stuk grond dat hem of haar is toevertrouwd?

Het toewijzingsvraagstuk

De gemeenschap is betrokken bij het stellen van de voorwaarden waaronder de grond gebruikt mag worden. De gemeenschap pacht de grond immers, of koopt de grond zelfs helemaal vrij. Zij weet in een gebied van de hoed en de rand en wil betrokken zijn bij het toewijzen van die grond aan een bekwame ondernemer of bewoner. De neutrale juridische beheerder is als het ware de regisseur tussen alle partijen. En heeft zelf oren en ogen in de sector het geheel en draagt zorg voor de verbinding met het globale perspectief. Wat gebeurt er in de sector en wat gebeurt er in andere sectoren, waar is meer of minder grond voor beschikbaar?

Wat mij betreft is het toewijzingsvraagstuk hét vraagstuk als grond weer tot common gemaakt wordt. Dat wil zeggen, als gemeenschappen van mensen stukken grond van de markt halen en in eigen beheer nemen, dus ook los van de staat. De vraag: wie mag er op welk stukje grond wat doen? wordt dan de vraag die de gemeenschap opnieuw en opnieuw heeft te beantwoorden.

Nu zijn er vooral initiatieven met betrekking tot landbouwgrond. Maar uiteindelijk geldt dit voor alle grond. Wie mag wat op welk stuk grond doen? Een vraag dus die over elke bestemming van grond gaat. Alles wat wij mensen doen vraagt om land: landbouw, industrie, wonen, transport, recreatie, natuur. Wat mij betreft is dit niet een vraag die door de markt beantwoord kan worden, de mens met het meeste geld krijgt de grond, of door de overheid die zaken vastzet en van bovenaf dan wel buitenaf bepaald, nee, het is een afstemmingsvraagstuk dat de burgers in eigen handen zouden moeten nemen volgens procedures die ze zelf bepalen en vanuit voortschrijdend inzicht ook weer verbeteren.

Angst en controle of liefde en veftrouwen?

In de werkgroep Eigentijds Eigendom van Grond bespraken we het fenomeen afstemmen als organisatieprincipe. Wat we daarin tegenkwamen was angst. Kunnen wij mensen wel eerlijk afstemmen met elkaar? Of wint degene met de grootste mond? Of degene met de meeste macht, invloed of geld? Hoe gaan we dat afstemmen en toewijzen doen? Hoe kunnen besluiten eerlijk worden genomen?

Als antwoord op deze vragen kom ik uit bij het organiseren vanuit nieuwe vormen, organiseren op basis van vertrouwen. En zo komen we ook weer bij de potentie van het DeelGenootschap uit als een manier om commons te beheren, maar dat is weer een ander verhaal.

Een lid van de werkgroep zei: “Afstemmen vraagt om gelijkwaardigheid. Het is een actief proces waaraan je zelf kunt bijdragen door je kwetsbaarheid te laten zien. Je kunt meer of minder bij de waarheid zijn, dat is een proces”.

Afstemmen en toewijzen, is een hoofdstuk apart. Durven we te geloven in vormen waarin we in goed onderling overleg afstemmen en toewijzen? Durven we te vertrouwen tegen alle angsten in dat wij mensen de creativiteit en de zorg voor elkaar hebben om vormen te creëren waarin afstemming en toewijzing op een vruchtbare manier plaatsvindt? Wat mij betreft kunnen we het sowieso niet meer overlaten aan de markt of de staat. Durven we te bouwen aan een menselijke samenleving omdat we geloven in onszelf en elkaar?

Ik kies hiervoor, ik kan en wil iet anders.

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Video: Damaris vertelt over het grondvraagstuk…

Met dank aan MaatschapWij

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Nieuwe fase in de ontwikkeling van Economy Transformers

Als je het verhaal van Economy Transformers leest, dan valt op dat we nog nooit stil staan en er telkens weer een metamorfose plaatsvindt vanuit dezelfde bron. En die ontwikkeling gaat maar door, stopt misschien wel nooit?

Gefuseerd met het Veerhuis

Tot voor kort was Economy Transformers gefuseerd met doe- en kennishuis voor een nieuwe economie, het Veerhuis. Nog steeds zijn we stevige bondgenoten. We lieten onze identiteit als Economy Transformers los, als zelfstandige organisatie bestonden we even niet meer. We waren als Veerhuis een DeelGenootschap geworden. Totdat we merkten dat het niet werkte. December 2019 hieven we met een mooi afscheidsritueel het Veerhuis DeelGenootschap op. En sinds begin januari 2020 blazen we Economy Transformers weer nieuw leven in. De website en ons blogboek zijn de eerste uitdrukking van Economy Transformers 2.0, zeg maar. Als je ooit nieuwsbrieven van Economy Transformers 1.0 ontving, ontvang je die nu weer.

Wat is het verhaal van opgaan in het Veerhuis, ontdekken dat het niet werkt en opnieuw als Economy Transformers tot verschijning komen? In dit blog schets ik dit verhaal vanuit mijn persoonlijk perspectief.

Waarom gingen we als Economy Transformers op in het Veerhuis?

Als Economy Transformers werkten Jac en ik al nauw samen met het Henry als het Veerhuis. Henry en ik zaten (en zitten nog steeds) in het bestuur van de Uno Foundation, de eigenaar van de grond en de gebouwen van het Veerhuis. Toen Jac startte met de Economy Transformers Academy, deed hij dat in het Veerhuis. En omgekeerd zat Henry in de kerngroep van Economy Transformers. Kortom: het Veerhuis en Economy Transformers werkten op alle fronten samen.

En toen ontwikkelden het Veerhuis en Economy Transformers het DeelGenootschap als organisatievorm vanuit liefde & vertrouwen. Al doende leek het ons logisch dat ze zich nog dieper met elkaar zouden verbinden, als deelgenoten in een DeelGenootschap. We voelden ons als twee kanten van dezelfde medaille, het Veerhuis was de praktijk, Economy Transformers de Research & Development. We werden één, de walk én talk.

Als Economy Transformers gaven we onze site en nieuwsbrief op. Ons email-bestand voegden we bij die van het Veerhuis. We bouwden één Veerhuis website. Alle content van Economy Transformers plaatste we ook op die site. We hadden werkbesprekingen en bronbijeenkomsten. Nog meer DeelGenoten sloten zich bij ons aan, die ook hun capaciteiten en behoeften inbrachten. En ergens in het proces begonnen schoenen te wringen. Iets klopte er niet.

En toen?

Als DeelGenootschap kregen we de exploitatie van het Veerhuis maar niet rond. Ondernemers kwamen en gingen. Met onze cursussen en trainingen alleen redden we het niet. Wat gebeurde hier?

Terugblikkend zie ik het zo: Economy Transformers nam inhoudelijk een te dominante plek in in het Veerhuis waardoor Henry zich geremd voelde in zijn creativiteit. En omgekeerd voelden Jac en Damaris zich ook verantwoordelijk voor de exploitatie van het gebouw, terwijl ze hun aandacht eigenlijk wilden richten op cursussen, trainingen en het begeleiden van bedrijven en organisaties. Het Veerhuis wilde een plaats zijn waar alle mensen en hun initiatieven welkom zijn vanuit hun verlangen naar een nieuwe economie en samenleving. En Economy Transformers wilde overal zijn waar minimaal twee of drie mensen zich bezighouden met een nieuwe economie en samenleving. Kortom: zowel Henry, als Damaris en Jac deden niet meer wat ze echt wilden doen. Een DeelGenootschap was toch bedoeld om elkaar groter te maken?

Langzamerhand kwamen we erachter dat het Veerhuis een ondernemer nodig heeft met een focus op de exploitatie van het pand als doe- en kennishuis voor een nieuwe economie. Met een interessant programma, een aanbod van lezingen, dialogen & workshops in allerlei kleuren, verhuur van ruimtes, Bed&Breakfast en nog veel meer, een beetje een Pakhuis de Zwijger aan de Waal, zeg maar. Economy Transformers is dat niet. Zij heeft haar specifieke eigen inhoud die ze brengen wil.

En Economy Transformers wil zich, zoals al gezegd, door het hele land én daarbuiten richten op cursussen en trainingen en de begeleiding van bedrijven en organisaties.

Ook Henry wil nog iets anders dan de ondernemer zijn van het Veerhuis als doe- en kennishuis voor een nieuwe economie. Ook hij gaat ruimte maken voor nieuwe ondernemers.

Weer uit elkaar

En dus werd ontvlechten een noodzakelijke stap zodat een ieder van ons zich weer kon richten op waar hij of zij eigenlijk goed in is. Voortkomend uit de ervaringen en inzichten opgedaan als deelgenoten van DeelGenootschap het Veerhuis. Enerzijds rouwen we nog steeds een beetje om een samenwerking die zo intens was en ten einde is. Anderzijds voelen we dankbaarheid voor alles wat we beleefden en leerden binnen dit DeelGenootschap.

Voor mensen die interesse hebben in het DeelGenootschap-denken, vertel ik graag meer over de ervaringen en inzichten die ik heb opgedaan als DeelGenootschap Veerhuis.

Wat heeft DeelGenootschap ons geleerd?

Terugkijkend vraag ik me af waarom het zo lang duurde voordat we grip kregen op de verschillende verantwoordelijkheden, rollen en taken die niet goed bij elkaar pasten. Hadden we het eerder kunnen zien of ging het precies goed zoals het ging?  

Ik denk het laatste. Niet in de laatste plaats omdat wij door deze plek en samenwerking ons enorm hebben kunnen ontwikkelen. Ik wilde met deze mensen samenwerken en in ons DeelGenootschap ervaringen opdoen en leren van elkaar. Het is een leerplek voor mijzelf geweest waarin ikzelf en mijn / onze cursussen zich hebben kunnen ontwikkelen. Het Veerhuis bood ons die plek. Maar ook het proces van deelgenoot zijn, bronbijeenkomsten hebben, de diverse werkwijze documenten uitdenken en opschrijven samen met Jan heeft mijn denken over de noodzaak voor en de praktijk van het DeelGenootschap enorm verrijkt.

Het ontwikkelde materiaal is nu voor alle DeelGenootschappen beschikbaar. Mijn bewustzijn heeft zich verdiept over welke gesprekken nodig zijn binnen een DeelGenootschap, hoe belangrijk het formuleren van een heldere bron is en het uitzoeken van je verbinding ermee. Hoe belangrijk de balans tussen geven en nemen is en waarom dat soms niet lukt, hoe lastig het is om trouw aan je eigen ster te blijven en hoe waakzaam je daarvoor moet zijn. Hoe belangrijk het ook is om de tijd te nemen voor ‘het aangaan met elkaar’. Het uithouden, het erdoor heen gaan, elkaar echt ontmoeten en de wezenlijke vragen te (durven) stellen. Ik ben mijn collega deelgenoten innig dankbaar voor een snelle leercurve in het denken over en het toepassen van een DeelGenootschap. En mijn eigen persoonlijke ontwikkeling daarin. Ik heb veel van hen geleerd en dat alles had ik niet willen missen.

Ik voel dan ook vooral een grote dankbaarheid naar alle deelgenoten voor de kraamkamer die het Veerhuis voor mij geweest is. Een speciale dank aan Henry voor de ruimte die hij onze Leergang Samenlevingskunst bood om te mogen groeien en ontwikkelen. We zijn nu zo veel robuuster geworden in ons denken en handelen dan toen we in het Veerhuis begonnen met onze trainingen. Zoveel heeft mogen rijpen en konden we uittesten door de plek en de mensen die op ons afkwamen dat we nu vol vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen zien.

Soms hoor ik mensen zeggen: als jullie het al niet kunnen, wie dan wel? Zo zie ik dat niet. Ten eerste zijn wij ook maar mensen met verlangens en onze eigen ontwikkelingsvragen. Ten tweede zie ik het niet als een mislukking maar als groei, voortschrijdend inzicht, fases waar je soms doorheen moet. Soms wil je iets om redenen waar je geen weet van hebt. Daar mag je allemaal in het proces achter komen. Het DeelGenootschap maakt het juist mogelijk om geboren te worden en ook weer te sterven als organisatie. Ik zie dat als een belangrijk principe voor de nieuwe tijd. Dat je jezelf toestaat te evolueren en niet vanuit angst vasthoudt aan iets dat je ooit met elkaar wilde maar toch niet zo werkt. Laten we onszelf en elkaar alsjeblieft toestaan vormen te laten vergaan om uit de tot humus vergane aarde weer iets nieuws op te bouwen.

de Toekomst van Economy Transformers

Economy Transformers staat, weet wat ze is en kan. We hebben met onze integrale visie op de ontwikkeling van mens- en samenleving veel te bieden aan iedereen die vanuit liefde en vertrouwen zijn of haar bijdrage wil leveren en mee wil bouwen aan een mens- en Aarde-waardige samenleving. Wij zijn klaar om verder uit te vliegen. Jac en ik vormen de kiem voor een nieuw DeelGenootschap Economy Transformers.

En met het Veerhuis onderhouden we een warme verbinding en daar blijven we ook graag komen. Sowieso werken Henry en wij op veel thema’s intensief samen, zoals het vrijmaken van de grond. En ook blijf ik nog in het bestuur van de Uno Foundation actief en als zodanig ook verbonden met de doorontwikkeling van het Veerhuis.

Wij hebben zin om weer vanuit onze eigen bron en kracht aanbod te ontwikkelen en rechtstreeks in verbinding met jou te staan.

Mocht je vragen hebben over het beëindigen het DeelGenootschap Veerhuis of de nieuw start van Economy Transformers, schroom niet contact met me op te nemen, damaris@economytransformers.nl

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Waarom liefde en vertrouwen het enige vertrekpunt is voor een nieuwe economie

Liefde en vertrouwen als basis voor onze nieuwe economie? Dat klinkt wel erg alternatief en misschien ook wel een tikkie pretentieus. Hoe kunnen we dat ooit waarmaken en hoe zakelijk is dat eigenlijk: werken vanuit liefde en vertrouwen? En kun je dat leren? In dit blog leg ik je uit waarom liefde en vertrouwen de enige bron is voor de weg naar een nieuwe economie en hoe je daar beter in kunt worden.

LIEFDE EN VERTROUWEN? IS DAT NIET HEEL ERG SOFT?

Ja, het zijn grote woorden en in het Nederlands krijgen ze al snel iets alternatiefs, iets softs. Ze zijn te groot om als woorden in je mond te nemen, te pretentieus. En zeker niet zakelijk, daar gaan we klanten mee afstoten! Dat kan ik navoelen. Ik schroomde ook ze te gebruiken. Want wie kan dat al; echt samenleven en handelen vanuit liefde & vertrouwen? Als samenleving en als mensen staan we daar nog behoorlijk ver van af. We worden er niet in opgeleid. Mogen we er dan wel naar streven? Mogen we elke dag opstaan en denken: “Ja, dat is de kant die ik op wil, waar ik in geloof en wat ik wil beoefenen? Telkens vallen en weer opstaan?” Ik denk dat er geen andere weg is dan mijn eigen streven om te handelen vanuit liefde & vertrouwen.

WE DENKEN ALLEEN MAAR DAT HET NIET ANDERS KAN OMDAT ….

…omdat we dat geleerd hebben.

Wat mij betreft zijn er in alles wat je doet en in hoe wij onze samenleving inrichten maar twee richtingen. Of je kiest voor de route angst & controle of voor die van liefde & vertrouwen. Meer smaken zijn er niet. Elke keuze of handeling die je zelf verricht kan je daaraan afmeten; is dit een handeling vanuit vertrouwen of vanuit angst? Ons van oorsprong Romeins rechtssysteem is gebaseerd op het uitsluiten van risico’s en regelt zaken voor het geval het misgaat.

Onze juridische kaders geven richting aan hoe wij ons bedrijf inrichten. We zijn gaan denken dat het niet anders kan dan ons indekken tegen elkaar. Voor het geval dat, zo zeggen we, is het heel verstandig. ‘Better safe then sorry’ is nog zo’n gezegde. Je zou wel gek zijn je hiertegen niet in te dekken. Inmiddels bestaan contracten uit boekwerken vol kleine lettertjes die door niemand meer gelezen (kunnen) worden maar waar wel veel ellende uit kan ontstaan juist als het mis gaat.

KAN HET EIGENLIJK ANDERS?

Het DeelGenootschap is een organisatievorm welke structuur geeft aan het handelen vanuit liefde & vertrouwen. Persoonlijk helpt het mij om nog dieper op dit vertrouwen te vertrouwen en daar op te koersen. Het maakt juist voor mij dat het geen holle frase meer is maar een structuur met praktische handvatten die ik begrijp. Praktische handvatten zoals verbintenissen in plaats van contracten en een bronorgaan, dat de bron verzorgt, in plaats van een bestuur, dat het beleid bepaald. Daarmee is het heel realistisch voor mij, ik voel mij steeds meer een praktische idealist.

HOE DOE JE DAT EIGENLIJK? WERKEN VANUIT LIEFDE EN VERTROUWEN?

Naast zaken zoals mediteren, het bewustzijn ontwikkelen dat we in één wereldwijde economie leven, durven voelen wat je voelt, het hier en nu accepteren, jezelf tot startpunt maken van alles wat er gebeurt, wil ik er graag dit aan toevoegen. Dingen die je meemaakt verworden maar al te snel tot cynisme en wantrouwen naar de medemens en ‘het systeem’. Ervaringen vragen om verwerking om tot een vruchtbaar inzicht te komen. Hiervoor moet je bewust tijd nemen. Ook dat gaat niet vanzelf. Wat vanzelf gaat is onze angst en de neiging alles wat we niet overzien te willen controleren.

Ervaringen tot inzicht brengen betekent jezelf als deel van het geheel zien, als onafscheidelijk van de werkelijkheid om je heen. Je eigen rol (h)erkennen en accepteren. De schuld niet buiten je plaatsen maar zelf in actie komen en altijd weer een nieuwe uitweg vinden. Tot inzicht komen maakt dat de liefde kan blijven bestaan. De begrippen gebruiken we in het Veerhuis niet lichtzinnig, ze zijn voor ons het diepste ankerpunt dat we hebben om de weg naar een mens- en aardewaardige samenleving te vinden.

VOORBEELD UIT HET VEERHUIS

Graag geef ik een voorbeeld vanuit ons eigen Veerhuis DeelGenootschap. Ook daar beoefenen we ons elke dag in het organiseren vanuit vertrouwen en merken we hoe oplettend we moeten zijn. Ons huidige handelen is zo diep doordrongen van het ‘angst & controle denken’ zo merk ik steeds weer. Soms moeten we achteraf bijsturen omdat dit denken via de achterdeur toch weer is binnengeslopen. Dan kijken we elkaar aan, halen onze schouders op en zeggen: ja, zo lastig is het dus. En elke keer zeggen we ook weer JA tegen elkaar om dit te blijven oefenen.

Zo werken we bijvoorbeeld in het DeelGenootschap met verbintenissen die we een overeenkomst noemen tussen jou en het DeelGenootschap. Het DeelGenootschap heeft echter geen bestuur en geen formele tekenbevoegden. En dus wijzigden wij de overeenkomst in verklaring zodat er slechts één handtekening nodig was. En ja, daar was het oude denken weer. We werden ons dit bewust en nu noemen we het weer een overeenkomst zoals past bij de gedachte achter de verbintenis. Hij wordt nu door minimaal twee mensen ondertekend, de deelgenoot zelf en één of meerdere mensen namens het DeelGenootschap.

IT’S A BUMPY ROAD…. BUT I LIKE IT

De weg van liefde & vertrouwen is hobbelig en bobbelig en vaak weerbarstig. Het vraagt om zelfreflectie, om het soms confronterende gesprek met elkaar en vooral veel vallen en weer opstaan. De beweging van mensen die hiervoor kiest groeit elke dag. Van daaruit ontstaat de economie en samenleving die wij voor ons zien. Ook al is het een lange weg, er is geen andere weg.Daarom wil ik gaan staan voor liefde & vertrouwen. Dat we erkennen en ervoor uit komen dat de nieuwe economie alleen maar ontstaat vanuit liefde & vertrouwen. Vanuit respect voor elkaar. In het besef dat we op Aarde leven in 1 wereldwijde aaneengesloten economie waardoor we letterlijk allemaal van elkaar afhankelijk zijn. Samenwerken is dan de enige optie om op deze Aarde in elkaars materiële behoeften te voorzien.

En samenwerking kan alleen vanuit vertrouwen. Anders heet het geen samenwerking meer. Zo simpel is het eigenlijk. Ik wil dat we deze grote mooie woorden durven gebruiken ook al zijn we er in ons handelen nog zo ver van af en struikelen we voortdurend. Liefde & vertrouwen gaat niet vanzelf, daar moet je keihard en elke dag weer aan werken. Je kan er elke dag weer je handelen op afstemmen. Je kan er elke dag weer voor kiezen. Zo sta ik erin, zo staat het Veerhuis erin. En jij?

Initiatief op basis van raadpleging

besluitvorming

Het DeelGenootschap als moderne organisatievorm, gebaseerd op vertrouwen, dat is ons antwoord op het organisatievraagstuk van deze tijd. En besluitvorming is daarin een belangrijk onderwerp.

Als het om besluitvorming gaat, werken veel vernieuwende initiatieven met de consentmethode. Je vindt deze methode binnen de sociocratie en de holocratie maar ook binnen de zogenaamde ‘gedragen besluitvorming’.

Zelf heb ik ook ervaring opgedaan met het principe van consent en met ‘gedragen besluitvorming’ en kwam daarbij tot de conclusie dat ik nog verder wilde zoeken, er moet nog iets anders mogelijk zijn, zo dacht ik. Een manier waarin vrij, gelijk en samen tegelijkertijd waar kunnen zijn. Hoe ziet dat eruit als het om besluitvorming gaat? In het boek Reinventing Organisations van Frederique Laloux vond ik de inspiratie voor initiatiefnemen op basis van raadpleging, hetgeen ik verder heb uitgewerkt binnen de context van het DeelGenootschap. We zijn er ook in het Veerhuis mee gaan werken, zeer tot ons genoegen.

Wat gaat er vaak mis in de besluitvorming?

Nog even op een rijtje wat ik vaak zie misgaan bij organisaties die experimenteren met alternatieven voor de zogenoemde democratische besluitvorming.

  • Processen duren te lang.
  • Processen zijn te veel op het collectief gericht, het samen waardoor consent toch consensus wordt. Daardoor is er te weinig ruimte voor het individuele van de betrokkenen, waardoor steeds meer mensen afhaken cq een kleine kern uiteindelijk altijd alles bepaalt.
  • Het persoonlijke initiatief krijgt onvoldoende ruimte. Een initiatiefnemer denkt: “Ik begin er niet meer aan, ik weet toch al waar het eindigt.”
  • Mensen gaan achteruit leunen, trekken zich terug en komen in de verwijt-stand naar anderen toe. Eigen verantwoordelijkheid kan vaak ontdoken worden.
Wat is voor mij uitgangspunt voor een goede besluitvorming?
  • Ik wil graag dat we er blij van worden en dat het ons energie geeft. Dat we als mens tot ons recht komen. Dat we ons, door onze initiatieven steeds beter tot uitdrukking brengen en onze ster leven. Dat we eigenaarschap nemen en verantwoordelijkheid nemen (zelf bepaald, vrij).
  • Ik wil graag dat we onszelf als onderdeel van een gemeenschap beleven, verbonden met elkaar. Dat we door ons onderdeel te voelen ons geborgen weten en veilig (samen).
  • Ik wil graag dat we door de manier van besluitvorming, het gevoel hebben dat we bijdragen aan iets groters. Dat we bouwen aan een gemeenschappelijke intentie (gelijk) waar we allen op onze eigen manier aan bijdragen en mee verbonden zijn. Dit geeft ons leven en ons handelen zin en betekenis.

In het Veerhuis werken we nu ruim een jaar met initiatiefnemen op basis van raadpleging en ik beleef nog steeds dat zij bovenstaande criteria waarmaakt. Het maakt onze organisatie lichter, het maakt ons als individu vrijer en blijer en we raken steeds meer en beter in verbinding met elkaar en vormen die gezonde bedding voor elkaar. We zijn telkens blij verrast als we weer merken dat het werkt. Dit gun ik meer mensen, vandaar dit blog.

Initiatief nemen en eigenaarschap

In de basis draait het om de erkenning dat alles wat er gebeurt in een organisatie door mensen gebeurt. Hoe meer deze mensen in hun kracht staan en hun ster kunnen leven, hoe meer er dus gebeurt in de organisatie. Besluitvorming moet deze kracht onderstrepen. Ruimte maken voor mensen die initiatieven nemen en daar ook eigenaar van zijn. Dat betekent in concreto dat elk onderwerp een zogenaamde trekker heeft: een eigenaar die zorgt dat het onderwerp ook verder komt. Als iets geen eigenaar heeft, wachten we af tot er iemand op staat die zegt: “Oké, ik ga het doen, voor mij is dit belangrijk.”. We noemen dat ‘eigenen’. Als dit niet gebeurt, dan gebeurt het niet en is het kennelijk nog niet belangrijk genoeg. Dit geldt bij ons voor elk vraagstuk, hoezeer het ook het algemeen belang treft. Dat is geen reden om het elkaar op te dringen als niemand ervoor in beweging wil komen. Overigens, ik spreek hier uiteraard over organisaties en gemeenschappen waar geen loondienstverhoudingen zijn, maar vrije arbeidsverhoudingen binnen welke context niemand iemand anders van buitenaf tot zaken wil bewegen waarvan de interne noodzaak niet wordt gevoeld.

Vervolgens gaat zo’n trekker voor zichzelf een volgende stap in beeld brengen en daarover raadpleegt hij zijn teamgenoten. Wie je precies raadpleegt, is afhankelijk van het onderwerp en de relevantie ervan voor iedereen. Als je pennen moet bestellen dan raadpleeg je inkoop en duurzaamheid, als je een nieuw product wilt ontwikkelen dan raadpleeg je vermoedelijk meer mensen. Over deze inschatting, wie je om raad te vragen hebt, kan je uiteraard ook weer om raad vragen. Wat we ook wel zien, is dat mensen aan elkaar vragen wie er over een bepaald onderwerp graag geraadpleegd wil worden.  Zo zorg je dat iedereen zich kan uitspreken die er echt iets over weet en vindt, wat ook een vorm is van ‘eigenen’. Als de geraadpleegde persoon zich zo zeer verbonden voelt met het vraagstuk kan hij/zij ook besluiten mede-initiatiefnemer (lees: eigenaar) te zijn van het vraagstuk.

Wellicht zijn er hardere spelregels te bedenken. Dat kan elke organisatie zelf besluiten. Wij laten het voorlopig aan ons gezonde verstand over en geven onszelf daarin ook leertijd. Fouten maken mag en daarmee bouwen we aan een cultuur van elkaar aanspreken op en in verbinding blijven met elkaar. Maar vooral op het proces van eigenen, opstaan als persoon/individu en jezelf laten zien. Dat maakt ons gezond, zichtbaar en blij.

Na raadpleging verwerk je alle input, ga je bij jezelf te rade of je nog op het goede spoor zit, of je het echt nog wel wilt en welke kant de ontwikkeling op mag gaan. Je kan besluiten je plan terug te trekken of het juist te verrijken met alle input die je gekregen hebt, met zaken waar je zelf nog niet aan gedacht hebt. Iedereen heeft nu eenmaal een ander perspectief op de werkelijkheid. Als je uiteindelijk een doordacht plan hebt en je gaat ervoor staan, mag jij ook besluiten het te gaan doen. Ook als er iemand zeer tegen is. Dat klinkt spannend en is het ook. We zijn het als samenleving niet gewend.

Unieke perspectieven ruimte geven

Wij gaan er bij het proces van eigenen vanuit dat mensen iets kunnen verbeelden, in de toekomst kunnen zien gebeuren – en waarbij ze dus ook hun eigen energie en kracht kunnen inschatten – over iets wat anderen zich simpelweg helemaal niet kunnen voorstellen. Als je het je niet kunt voorstellen dan kun je iets ook niet waarmaken. Als je het dan toch zelf zou moeten gaan doen, dan geeft dat angst en wantrouwen. Terecht, want je gelooft er niet in als je het je niet kunt voorstellen. Omgekeerd worden zo veel mooie initiatieven in de kiem gesmoord, inclusief de dragers van deze initiatieven. Om dat anderen zich niet kunnen voorstellen dat de initiatiefnemers wel het voorstellingsvermogen hebben. Want vaak kan je het plan pas echt in zijn essentie zien als het is gerealiseerd. Daarvoor had je zelf immers nog geen voorstelling bij. Door de initiatiefnemer het eigenaarschap en het besluit toe te kennen, maak je ruimte voor passie en innerlijke kracht en verbeelding. Zaken waar anderen dus soms niet toe in staat zijn om het waar te nemen. Het mag zich gaan manifesteren, en het mag ook fout gaan en de ander een leerervaring bezorgen. Zo komt iedereen in zijn kracht, doet wat voor hem/haar echt belangrijk is. Door de raadpleging zorg je er echter wel voor dat je geen dingen gaat doen, waarvan je vooraf zou kunnen weten dat je jezelf daarmee overschat of te weinig beschermt, of je juist te kwetsbaar maakt. Mensen hebben immers dergelijke neigingen. Een goede raad is in die zin op een kritische manier steunend. Een goede raadgever komt naast je staan en wil niet dat jij koerst op een faal-ervaring.

De wereld verandert alleen maar als mensen op kunnen staan en zich daarin gedragen weten, de ruimte krijgen én veiligheid ervaren. Initiatiefnemen op basis van raadpleging is een manier om daar optimaal ruimte voor te maken.

In verbinding blijven

Als je elkaar zoveel ruimte geeft om initiatieven te mogen nemen, dan vraagt dat veel vertrouwen. Vertrouwen moet je niet blind hebben, die ontstaat in de relatie. Vandaar dat wij in het Veerhuis veel aandacht besteden aan de verbinding met elkaar, onze gemeenschappelijke intentie, de bron. We organiseren brondagen met als doel om van hart tot hart te verbinden met elkaar. Tijdens deze dagen kan je weer beleven hoe sterk je allemaal verbonden bent met de bron van de organisatie. Van daaruit is het veilig om een initiatief van de ander te dragen, ook al gaat het tegen jouw eigen inzicht in of buiten jouw voorstellingsvermogen om.

Het draait hier om een goed begrip van wat bonding is: verbinding met behoud van ieders zelfstandigheid. Pas als je momenten creëert waarop je elkaar allemaal ontmoet in waarheid en kunt zien hoe je allemaal aan hetzelfde werkt, kan je ook in het vertrouwen gaan staan om elkaar zoveel vrije ruimte te geven.

Dan gaat het mij lukken om te besluiten: “Oké, ik zie helemaal niet wat jij ziet maar ik weet dat jij met mij en het geheel verbonden bent en dat jij niet iets zou doen dat ons gemeenschappelijke werk in gevaar brengt maar alleen iets wil doen dat het zal verrijken.” En dat kan ik zien en voelen en dragen. Jij zult iets zien dat ik niet zie, ik vertrouw op de waarheid van de intenties. Dat is spannend en radicaal maar in de praktijk maakt het ons oh zo blij. Gaan we steeds meer in onze kracht staan, nemen onze eigen verantwoordelijkheid, kunnen we niet klagen dat anderen iets niet doen, want ik kan er zelf iets aan doen. Staan we allemaal steeds meer op in onze eigenheid om vandaar uit aan het grotere geheel bij te dragen. En dat is een heerlijk gevoel. Dat wens ik iedereen toe.

Zorgen voor onze commons

Betreft: commons, blockchain, true price en het DeelGenootschap, meervoudig eigenaarschap. Leestijd: wel eventjes:-)

De commons

De commons zijn tegenwoordig steeds vaker onderwerp van gesprek. Of in ieder geval de tragedie ervan. Commons zijn bijvoorbeeld onze gronden, ons water, schone lucht, biodiversiteit, een gezond klimaat. Kortom: alles wat eigenlijk van ons allemaal is. Ook onze kennis, een innovatief idee kan je scharen onder de commons. In economische zin zijn het de inputfactoren voor de economie, het kapitaal dat nodig is om tot productie te komen. Dat zijn zowel de grondstoffen, de grond zelf als ook het geld, onze arbeid en een goed idee. En hier zorgen we slecht voor, in onze geïndustrialiseerde wereld waarin we gevangen lijken tussen de markt en de staat. De overheid heeft met haar bestemmingsplannen een instrument in handen om invloed op de toewijzing van grond te hebben, en lijkt de markt daarmee eerder in de kaart te spelen met speculanten op bestemmingsplanwijzigingen als lachende derde. Onze commons hebben het nakijken. Ja, er worden initiatieven genomen zoals bijvoorbeeld de duurzame grondbanken. Ja, we worden ons er steeds meer van bewust. Maar het spel van de vrije markt gaat ook gewoon nog door.

Hoe beschermen en beheren we onze commons? Hoe zorgen we goed voor onze Aarde zodat ze ons kan blijven voeden met gezonde producten? Er is recent een heel goed boek over geschreven; free, fair and alive! geschreven door David Bollier en Silke Helfrich. Zij praten over Commons, commoning en peer governance. Echt een must read voor mensen zoals jij en ik die voorbij markt en staat denken en als mensen met elkaar onze eigen problemen willen oplossen.

Huidige oplossingsroutes

Eén route is om alles wat van waarde is te beprijzen en in de verkoopprijs mee te nemen, zoals bijvoorbeeld true pricing en true cost calculation. Ik begrijp de zin ervan. Nu moet de samenleving de schade bekostigen in de vorm van hogere gezondheidszorg, herstel van drinkwater en bodem e.d. die door individuele producenten wordt aangericht. Hier zit de gedachte achter van de vervuiler betaalt. Geen slechte gedachte lijkt me. Moeten en kunnen we echter alles van waarde uit de natuur en uit onszelf een prijs geven? Is de stap naar een prijs toekennen en er dan vervolgens ook via de markt voor moeten betalen niet een hele kleine stap? Gaat straks ook frisse lucht, een mooi uitzicht of een boswandeling geld kosten? We zien wat er met verhandelbare CO2 rechten gebeurt. Als het geld oplevert dan gaan we pas voor de natuur zorgen, maar werkt het nu echt? Lost dat ook het plastic in oceanen op? We leren dan toch niet uit liefde voor de natuur en onszelf te zorgen? Nog afgezien van het feit dat uiteindelijk niet de vervuiler betaalt, maar de consument.

Een tweede route die ik waarneem en die steeds meer aandacht krijgt, is het gebruik maken van de blockchain-technologie bij het beheren van onze commons. Zie bijvoorbeeld het project terra A. Je kan een heel bos opnemen in een blockchain en elke boom een label meegeven met informatie over wanneer hij geoogst mag worden en onder welke voorwaarden op zo’n manier dat het bos in goede gezondheid blijft. De blockchain is dan van iedereen en de winsten uit het bos worden als een soort basisuitkering onder de gemeenschap verdeeld. Maar wat los je hier precies mee op? Misschien de zorg voor de aarde zelf maar het toewijzingsvraagstuk blijft daarmee denk ik ongemoeid. Wie bepaalt immers wie mag bepalen of het een voedselbos is, ongerepte natuur, een toeristenplek, een villawijk? Alleen verdeel je de winsten dan eerlijk al is de vraag ook daarbij wie aan wie betaalt. Met andere woorden; ook blockchain is uiteindelijk mensenwerk. De club die dit bedacht, formuleerde al de toekomstige noodzaak ook hier weer een keurmerk voor te moeten ontwikkelen, voor deugdelijk opgezette blockchains. Daar ga je al. Elk keurmerk roept immers ook weer fraude op.

Een derde route

En gelukkig zie ik ook deze route opkomen en zij wint terrein. Gelukkig. Dat is de route van het als common in eigenaarschap nemen van de commons. Als gemeenschap, vanuit de relaties. Relationeel eigenaardom. Een term die ook in het boek veel gebezigd wordt, dat is de crux.

Als techniek uiteindelijk ook mensenwerk is, dan wil ik er graag eerst over nadenken welke relaties we onderling te verzorgen hebben vanuit ‘peer governance’ op zo’n manier dat we goed voor onze commons zorgdragen. Wat is daarvoor nodig, weten we dat? Wie zijn wij in potentie en kunnen wij dat ook in onszelf en elkaar aanspreken? Kunnen we organisatievormen vinden die ons uitdagen en ons leren om te gaan met de commons? Blockchain mag geen middel zijn omdat we het zelf niet kunnen. Hoe komt de governance van een blockchain op orde? Ik geloof erin dat we organisatievormen vinden die recht doen aan wie wij in potentie zijn, die het goede in ons aanspreken, onze liefde en het vertrouwen in elkaar. Als ik er dan over nadenk kom ik voorlopig hier op uit. Een weg voorbij de staat en voorbij de markt. Commons in handen van mensen die betrokken zijn bij een stuk Aarde en daar eigenaarschap over nemen en afspraken over maken. Het vormgeven van deze relaties, dat is voor mij de nieuwe weg. Ik zou techniek dan willen inzetten omdat we precies weten wat er nodig is qua relaties, dan kan zij van waarde worden.

Hoe dat er uit ziet? In Amerika is het concept van Community Land Trusts al ver uitgedacht en uitgevoerd. Deze CLT’s voldoen aan wat ik de vrij-gelijk-samenleving noem. Door onszelf gewild en vormgegeven, door het vormgeven van de juiste relaties. Zie voor inspiratie en waar deze projecten zich allemaal al bevinden https://centerforneweconomics.org/apply/community-land-trust-program/directory/

En hoe organiseer je deze relaties? Het DeelGenootschap als een antwoord
In dat kader vonden wij in het Veerhuis het DeelGenootschap uit als moderne organisatievorm om de commons weer in relatie te brengen en in meervoudig eigenaarschap te nemen. Bottom line van deze organisatievorm is het doorbreken van elke vorm van macht en controle van mensen over anderen. Het is een organisatievorm die liefde en vertrouwen voedt en aanspreekt in elkaar. Wij kunnen er naartoe groeien vanuit ons volwassen zelf. Het doorbreekt de macht van een werkgever over zijn werknemers en de macht van het kapitaal over mensen en natuur. Maar een dergelijke platte organisatie heeft wel structuur nodig, dat kan niet anders. Lees hier meer over het DeelGenootschap als organisatievorm.

“Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen en vrouwen bij elkaar om hen bevelen te geven, om ze elk detail uit te leggen, om ze te vertellen waar ze alles kunnen vinden. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee.”

Antoine de Saint-Exupéry

Zo is het ook met een DeelGenootschap. We leggen een verlangen neer naar de vrij-gelijk-samenleving, een samenleving die het goede in mensen aanspreekt en ruimte geeft. Tegelijkertijd beoefenen wij ons erin, dagelijks en met veel plezier.

Het DeelGenootschapHet DeelGenootschap is een vorm die niet juridisch is in de huidige betekenis (bij wet) en toch legaal. Voor formele zaken zoals belasting en andere juridische punten vervult een bestaande rechtsvorm als een stichting met eenvoudige statuten haar rol als brug naar de huidige samenleving, de inhoudelijke zeggenschap en doorontwikkeling van de organisatie ligt bij het DeelGenootschap.

Een DeelGenootschap gaat over zaken doen in liefde & vertrouwen en spreekt dit voortdurend in elkaar aan. Een DeelGenootschap organiseert het eigendom van de commons (de productiemiddelen en het bedrijf zelf) ook als een common.

Kapitaal als commonIn een DeelGenootschap wil je ervoor zorgen dat financiers geen oneigenlijke groeidruk leggen op het financiële rendement van de organisatie. Zij financieren vanuit hun behoefte en mogelijkheden en dragen daarmee bij aan het waarmaken van de gemeenschappelijke intentie van het DeelGenootschap. In beginsel zoeken wij naar een waarde uitruil in natura indien voorhanden (gratis verblijf in het Veerhuis e.d). Echter, als je dit doordenkt. Als kapitaalverschaffers ons als ondernemers mede mogelijk maken, hoe kunnen we dan de opbrengst van onze onderneming voor onszelf behouden en enkel delen met de financiers? Zijn de winsten van onze organisatie na aftrek van kosten, aflossen van leningen en (her)investeringen niet eigenlijk ook een common, waar iedereen in feite belang bij heeft? En waar ook de hele gemeenschap (in)direct aan heeft bijgedragen? Kapitaal dat wordt opgebouwd in de organisatie beschouwen wij ook als een common; het is immers een resultante van vereende krachten, je ouders, de infrastructuur, de natuur enzovoorts en als zodanig niet aan je eigen inspanning alleen toe te kennen. Daarom beheer je in een DeelGenootschap het kapitaal ook als een common. Hoe dat eruit ziet is voor een ander blog.

Grond als commonIn het Veerhuis werken we samen met Community Land Trust en Stichting Land of Seattle, een Nederlandse verwerkelijking van de eerste. Daarin vind je een drievoudig eigenaarschapsconcept uitgedacht met drie partijen die betrokken zijn bij de grond en in relatie komen met elkaar. De ondernemer/bewoner, de direct betrokkenen in een gebied en de lange termijn stakeholders van de Aarde. In het Veerhuis werken wij aan het op gang brengen van de relatie tussen ons als ondernemers en onze direct betrokkenen die onze diensten afnemen of anderszins betrokken zijn. Van hen ontvangen wij als het ware de license to operate, deze willen wij niet zelf bepalen. Zij zijn ook de partij die de voorwaarden stelt waaronder wij als ondernemers de grond tot economisch nut mogen maken. Uiteindelijk willen we de grond op nul van de balans afhalen en vrijgeven in beheer van een derde stichting die het juridisch beheer over de grond verzorgt namens de gemeenschap van direct betrokkenen.

Nu droom ik hier nog van, onze campagne om de grond onder het Veerhuis vrij te kopen moet nog beginnen. Ik zie deze beweging echter overal om me heen opkomen. En ik ervaar de mogelijkheden als oneindig. Liefde & vertrouwen zijn in opmars en op deze stroom gaat het gedachtegoed van de commons zichtbaar worden. Het DeelGenootschap als organisatievorm helpt om onszelf op het goede pad te houden want zonder structuur kunnen wij mensen nu eenmaal (nog) niet.

Op naar de vrij-gelijk-samenleving. Doe je mee?

Meer weten over het hoe en waarom van bovenstaande? bekijk ons gehele cursusaanbod en specifiek de cursus DeelGenootschap die al op 3 oktober weer van start gaat en de Leergang Samenlevingskunst die op 27 september start, er zijn nog een paar plekken beschikbaar.