Is de Aarde werkelijk van iedereen?

De Aarde is van iedereen. Of van niemand eigenlijk. Of zijn stukken Aarde toch van sommige mensen in het bijzonder?

uitputten, leegzuigen en kapotmaken

Als mensheid zou je gek zijn om stukken Aarde aan mensen toe te vertrouwen die het uitputten, leegzuigen en kapotmaken. Zulke mensen verpesten het eigenlijk voor de hele mensheid. Als mensheid leven we immers op deze ene hele Aarde. Kunnen afzonderlijke mensen, die stukken Aarde bezitten, er dan niet een beetje verantwoordelijk mee omgaan?

Vergis je niet, omdat we goedkoop willen eten, goedkope kleren willen dragen, niet te duur willen wonen en een beetje goedkoop op vakantie willen, doet een ieder van ons mee aan het uitputten, leegzuigen en kapotmaken van die ene hele Aarde. Ja. Als je je serieus in het vraagstuk verdiept, dan kom je uiteindelijk uit bij jezelf. Ik wel althans. Omdat je verzekert bent tegen van alles en premies betaalt waarmee belegt wordt in van alles. Omdat je een pensioen opbouwt. Of simpelweg omdat je auto rijdt.

Durf je in de spiegel te kijken? En? Wat zie je?

Het wijzen naar anderen is wat mij betreft afgelopen qua uitputten, leegzuigen en kapotmaken van de Aarde. Waarom? Omdat we sinds een jaartje of 130 allemaal deel uitmaken van één wereldwijde economie en dus van één wereldwijd geldsysteem waarin gehandeld wordt in grond. Wij zijn allemaal medeplichtig aan het uitputten, leegzuigen en kapotmaken van de Aarde.

Ver van mijn bed

Meisjes die elders in de wereld voor een hongerloon lange werkdagen maken om mijn spijkerbroek te maken, zijn feitelijk mijn buurmeisjes. Immers ik draag een spijkerbroek door hen gemaakt. Niets is meer ver van mijn bed. Mijn bed zelf trouwens is gemaakt van tropisch hardhout uit Indonesië of Brazilië. En de matras is van polyetherschuim. Dit materiaal behoort, net als koudschuim, tot de categorie polyurethaanschuimen en ontstaat via een polymerisatiereactie tussen polyolen, isocyanaten en water. Mijn matras is dus van fossiele brandstof en water, zeg maar. Nu hebben de Arabieren ook nog eens de prijs voor een vat olie naar beneden gedaan, omdat ze de Russen kapot willen concurreren.

Wat ik probeer te zeggen is dat de weg naar een menswaardige samenleving en economie de weg naar binnen is. Niet meer wijzen naar anderen. Of denken dat alle problemen technisch zijn op te lossen. Of dat de overheid het moet doen of zo. Nee. De blik naar binnen richten. En kijken of daar een uitgangspunt is, een bron, van waaruit je kunt werken aan vernieuwing en omvorming van samenleving en economie.

En dan maar hopen dat tegen de tijd dat grote stukken Aarde onleefbaar zijn geworden als gevolg van onverantwoord denken en handelen, er ook voldoende gemeenschappen van mensen zijn die zich mens- en dus ook Aarde-waardig hebben georganiseerd.

Nieuwe vormen van eigendom

Binnenkort beginnen we een cursus Eigentijds Eigendom van Grond. Over nieuwe vormen van bezit, beheer en toewijzing van stukken Aarde. Daarbij richten we de blik naar binnen. Wie ben je? Wat wil je? En wat kan je? En bieden we handvatten aan om je initiatief of onderneming alleen of samen met anderen zo te organiseren dat je een bijdrage levert aan het mens- en Aarde-waardig maken van de samenleving.

Ook als je geen initiatief of onderneming hebt, biedt deze cursus helderheid en perspectief.

Want in ieder mens is een bron van liefde, creativiteit en goede wil. Van waaruit gewerkt kan worden aan een nieuwe economie en samenleving. En iedereen kan altijd vanuit de positie die hij of zij in de samenleving inneemt die bron aanspreken en eruit putten en iets doen.

In deze cursus kijk je als het ware door de jezelf heen naar de Aarde. Want de Aarde is van iedereen toch. Of eigenlijk van niemand. Wat als je een stukje Aarde hebt die je mooi en vruchtbaar wil maken. Niet alleen voor jezelf, maar voor de gehele mensheid. Zie je het voor je? Hoe mensen en landschappen opbloeien? Zou je anderen er dan niet bij willen betrekken? Of betrokken willen raken bij een dergelijk initiatief?

Ik zie het voor me. Ik geloof erin. In de mens. In mezelf dus. En jij?

Er is heel veel geld in de wereld

Er is veel te veel geld in de wereld. Waarom? Omdat we niet alleen handelen in goederen en diensten die ons voorzien in onze materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond. Er circuleert ongeveer 33 keer zoveel geld op aarde als dat er goederen worden geproduceerd, gedistribueerd en geconsumeerd. Hoe maken we een begin aan het in balans brengen van de hoeveelheid geld en de hoeveelheid economische waarde? In dit blog geef ik een aanzet.

TE VEEL GELD IN HANDEN VAN STEEDS MINDER MENSEN

Dat vele geld is in handen van weinig mensen. Die er vooral aandelen en grond van kopen. De aandelenkoersen en grondprijzen stijgen door de bank genomen voortdurend. Steeds meer geld komt in handen van steeds minder mensen. Zodoende ontstaat een steeds verdere uit evenwicht situatie. Wat deze mensen de macht geeft om de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond in dienst te stellen van hun privé-doelen. En vergis je niet, voor zover we spaargeld op de bank hebben staan, een pensioen opbouwen, verzekeringspremies betalen, doen wij net zo hard mee met het wat mij betreft oneigenlijk gebruik van kapitaal, arbeid en grond voor onze privé-doeleinden. Consequenties? Het vergroot de kloof tussen rijkdom en armoede en vernietigt cultuur, mensen en stukken aarde.

Zouden we in goed onderling overleg productie op consumptie afstemmen, dan zouden alle 7.000.000.0000 mensen op aarde gedurende vier dagen in de week slechts één uur per dag hoeven te werken om dezelfde hoeveelheid economische waarde te creëren, die we wereldwijd nu ook al gezamenlijk produceren. Vanuit liefde & vertrouwen kunnen we namelijk gemakkelijk in alle materiële behoeften van alle mensen voorzien. Aangezien kinderen onder de achttien en ouderen boven de 65 wat mij betreft niet hoeven te werken, kan een kwart van de wereldbevolking gedurende vier dagen per week met vier uur werk ook in alle materiële behoeften voorzien. De overige mensen hebben alle tijd voor scholing, zorg, wetenschap, kunst, sport en cultuur. Het is een kwestie van in goed onderling overleg onze capaciteiten en behoeften op elkaar afstemmen én de gezamenlijk geproduceerde maatschappelijke koek eerlijk onder elkaar verdelen.

GEEN ANGST

In die zin ben ik ook niet bang dat de hele samenleving zal instorten als banken omvallen, de pensioengelden op zijn of ons andere financiële rampen overkomen. Ja, de samenleving zoals we die nu met elkaar vormen, stort in. Is dat erg? Of de huidige samenleving vormt zich om. Of we maken van de samenleving steeds meer één grote machine waar steeds meer mensen uitvallen die weigeren om er een radertje in te zijn. Het doet er wat mij betreft niet toe hoe de huidige samenleving zich precies verder ontwikkelt, steeds meer mensen zullen in de onderstroom werken aan een nieuwe economie en een nieuwe samenleving.

Op grond van vertrouwen in de menselijke creativiteit. En liefde voor de mens in het algemeen. En op grond van de gemeenschappelijke intentie om een mens- en aarde-waardige samenleving te creëren. Al doende.

Je ziet het al gebeuren in de onderstroom van failliete landen als Griekenland en Spanje en in de onderstroom van de failliete staat Californië van Amerika. Als mensen zitten we er samen in. We zullen er ook samen uitkomen.

Hoe?

VANUIT LIEFDE VOOR DE MENS in het algemeen EN DIE ENE HELE AARDE

Door ons (liefdevol) te verdiepen in onszelf. Door te ontdekken wie we zijn, wat we kunnen en wat we willen. Door dat niet door iets of iemand anders te laten bepalen. Door onze eigen ruimte in te nemen en ruimte te scheppen voor anderen om dat ook te doen. Door moed te ontwikkelen om wie we zijn, wat we kunnen en wat we willen uit te drukken en in dienst te stellen van het geheel. En erop te vertrouwen dat het geheel groot genoeg is voor ons allemaal.

Alleen al het fantaseren over het liefdevolle ontplooien van onze capaciteiten en die in dienst stellen van het geheel en erop te vertrouwen dat het geheel voorziet in onze behoeften, werkt gezondmakend op dat ene wereldwijde geldsysteem, op die ene wereldwijde economie. Want we maken er allemaal denkend en handelend deel van uit. Dus wat een ieder van ons denkt en doet, dat doet er toe. Denken en handelen we vanuit liefde en vertrouwen, dan vormt onze samenleving zich om tot een samenleving gegrond in liefde en vertrouwen; denken en handelen we vanuit angst en controle dan ontwikkelt onze samenleving zich verder op grond van angst en controle.

Ik houd van de mens. En ik ben een mens, dus ik houd van mij. En ik vertrouw op mijn oneindige fantasie en creativiteit om begrippen en ideeën te scheppen op grond waarvan ik mede een aarde- en menswaardige economie en samenleving vorm.

Hoe financieren we dit allemaal?

Nou gewoon. Er is genoeg geld in de wereld.

De groeiende kloof tussen arm en rijk, hoe te begrijpen? hoe op te lossen?

Vruchtbare oplossingen voor de kloof tussen arm en rijk

Toen ik zestien jaar oud was, werd ik me bewust van de kloof tussen arm en rijk. Hoe moest ik dat begrijpen? Wat kon ik doen om de kloof te verkleinen? In dit blog vertel ik je mijn persoonlijke verhaal een vruchtbare oplossing.

HET ARME MEISJE EN DE RIJKE JONGELING

Toen ik zestien was, werd ik me bewust van de kloof tussen arm en rijk. Dat was tijdens een reis door India met mijn ouders en de zakenpartners van mijn vader en hun aanhang. Het precieze moment waarop ik ontwaakte voor die tegenstelling was toen ik volgegeten en -gedronken een chique restaurant verliet. In dat restaurant had iedereen een persoonlijke ober, die achter je stoel stond en voortdurend je bord weer vol schepte en je glazen weer vol schonk. Het lukte me niet om mijn bord netjes leeg te eten en mijn glazen netjes leeg te drinken.

Weer buiten vroeg een klein meisje, vies gezichtje, kapot jurkje, mij om geld. Want ze had zo’n honger gebaarde ze in internationale gebarentaal. Ik schudde mijn hoofd, want geld had ik niet op zak. Mijn vader droeg de portemonnee. Zij viel op haar knieën met angstige ogen, boog, kuste m’n voeten en keek weer naar me op, haar ene hand wrijvend over haar buik, haar andere hand naar geld vragend omhoog naar mij.

Weer schudde ik m’n hoofd. Op dat moment stopte één van de twee taxi’s waarin het hele gezelschap intussen had plaats genomen vlak achter me, deur open, ik werd naar binnen getrokken, deur dicht, de taxi reed door. Door de achterruit zag ik nog net hoe het meisje door een even vies, maar iets ouder jongetje met de vlakke hand in haar gezicht werd geslagen, links rechts links rechts.

De kloof tussen arm en rijk groeit. Dat meldt Oxfam Novib in een rapport over rijkdom en armoede. Het rapport wijst naar het huidige economische systeem. Hierin zouden grote bedrijven en miljardairs profiteren van arbeid tegen lage lonen. De armste helft van de wereld is volgens de ngo in 2017 niet vooruitgegaan qua vermogen. Tegelijkertijd ging 82% van al het verdiende geld naar 1% van de wereldpopulatie.

EERST DE KLOOF TUSSEN ARM EN RIJK BEGRIJPEN

Deze gebeurtenis bepaalde in zekere zin sindsdien al mijn denken en handelen. Hoe moest ik de kloof tussen dit bedelende meisje en de rijke jongeling begrijpen? En: wat kon ik als westerse welopgevoede witte jongeman doen? Ik hoopte tijdens mijn studie Tropische cultuurtechniek aan de landbouwuniversiteit van Wageningen antwoorden te vinden op deze twee vragen.

Tijdens de buluitreiking weer zeven jaar later, vele illusies armer en evenzovele inzichten rijker, wist ik de antwoorden wel, niet dankzij, maar ondanks de universiteit. Met het ontvangen van mijn titel als irrigatie ingenieur namelijk voelde ik dat ik voortaan een rol moest vervullen in een spel dat de vrije markteconomie heet.

Terwijl ik intussen begreep dat de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld juist in stand wordt gehouden door de idee van de vrije markt. Voor de miljoenen bedelende kinderen in het algemeen en dit ene bedelende meisje in het bijzonder ruste ik niet voordat ik de diepste oorzaken van de afgrond tussen hen en mij doorleefde.

ÉÉN WERELDECONOMIE

Om de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld te begrijpen, moest ik in de eerste plaats inzien dat alle mensen wereldwijd deel uitmaken van één economie. Dat leerde ik niet op de universiteit. Daar kreeg ik überhaupt geen helder begrip van wat economie nu eigenlijk is. Door me te verdiepen in de herkomst van het eten dat ik at en de kleding die ik droeg, ontwikkelde ik een mijns inziens zuiver begrip van economie. Economie is het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden die voorzien in de materiële behoeften van de mens.

Economie heeft mijns inziens niets met geld verdienen ‘an sich’ te maken. Je kunt namelijk ook geld verdienen door op de hoek van de straat een lied te zingen en na afloop met de pet rond te gaan. Dan verdien je wel geld, maar voorzie je niet in een materiële behoefte. Je creëert dus geen economische waarde, maar, zeg maar, culturele waarden die voorzien in een immateriële behoeften.

Je kunt ook geld verdienen door te speculeren op de aandelen- en/of grondmarkt. Dan verdien je wel geld, maar je levert niet eens een prestatie die in een behoefte voorziet, materieel noch immaterieel. Sterker nog, tegenwoordig verdienen heel veel mensen, heel veel geld zonder enige waarden te creëren überhaupt, pure diefstal in mijn ogen.

WAT IS ECONOMIE?

Het voorzien in immateriële behoeften is wat mij betreft geen economie. En het speculeren met geld is wat mij betreft al helemaal geen economie, maar gewoon diefstal dus. Wat is in mijn ogen dan wel economie? Het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden die voorzien in materiële behoeften.

Bovendien zijn sinds een jaartje of 150 alle mensen wereldwijd met elkaar verbonden via het scheppen, verdelen en weer vernietigen van goederen. Ook dat leerde ik niet op de universiteit. Daar doen ze net alsof er verschillende economieën zijn die met elkaar moeten concurreren. Ja, er zijn verschillende huishoudens, bedrijven, organisaties, landen enzovoorts die met elkaar concurreren, tegelijkertijd maken die huishoudens, bedrijven, organisaties, landen enzovoorts allemaal deel uit van die ene wereldwijde economie.

De prijs die ik hier betaal voor de goederen die ik hier consumeer is van invloed op de inkomens van mensen elders in de wereld die die goederen produceren en distribueren. Vraag je maar eens af hoeveel mensen een bijdrage leveren aan de producten die te koop worden aangeboden in een gemiddelde supermarkt in Nederland.

Dan kom je al gauw tot enkele miljarden medemensen, waarvan jij slechts het laatste schakeltje bent in horizontale en verticale productie- en distributieketens, namelijk de koper van het eindproduct dat zeer binnenkort door jou zal worden geconsumeerd (lees: zal worden vernietigd).

DE HANDEL IN KAPITAAL, ARBEID EN GROND

Om de groeiende kloof tussen rijkdom en armoede in de wereld te begrijpen, moest ik me ook realiseren dat we niet alleen handelen in goederen en diensten die voorzien in onze materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond(stoffen), die we inzetten om economische waarden te produceren.

Zodoende ondergaan de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond hetzelfde lot als de consumptiegoederen waarin wordt gehandeld, namelijk ze worden verbruikt en vernietigd. Terwijl in zekere zin de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond common goods zijn, ze zijn van alle mensen. Toch? Of van niemand.

Op basis van deze twee inzichten – alle mensen maken deel uit van één wereldwijde economie en we handelen niet alleen in consumptiegoederen, maar ook in productiemiddelen – is makkelijk te begrijpen waarom steeds minder mensen steeds rijker worden en steeds meer mensen steeds armer.

We maken van die ene wereldwijde economie namelijk een zogenoemde vrije markteconomie. (Dat hoeft namelijk niet hè. We zouden van die ene wereldwijde economie ook een deeleconomie kunnen maken. Of een betekeniseconomie. Of een overlegeconomie. Of een associatieve economie. Of hoe noemen we een economie waarin in goed onderling overleg productie op consumptie wordt afgestemd?)

DE IDEE VAN DE VRIJE MARKTECONOMIE

De idee van de vrije markteconomie is te vergelijken met de idee van een voetbalcompetitie. In de Eredivisie van de Nederlandse voetbalcompetitie spelen ruim vierhonderd beroepsvoetballers verdeeld over 18 clubs twee keer per seizoen tegen elkaar, één keer uit en één keer thuis. Als je wint krijg je drie, als je gelijkspeelt één en als je verliest geen punten. De club met de meeste punten wordt kampioen, de club met de minste degradeert, alle overige clubs eindigen ergens tussen de eerste en laatste plaats in.

“We hebben van de wereldeconomie een soort van voetbalcompetitie gemaakt.”

Natuurlijk is voetbal gewoon maar een spelletje ter vermaak van de spelers zelf en de toeschouwers die ernaar kijken. En het zou ook een heel onschuldig spelletje blijven als er niet zoveel geld in omging, als de winnaars niet ook nog eens extra geld kregen en de verliezers minder. Met het gewonnen geld kunnen de winnaars de betere spelers naar zich toe trekken en de kans dat ze een volgend seizoen weer kampioen worden, neemt toe, inclusief de extra inkomsten die dat oplevert.

Zoals de voetbalcompetitie een strijd van 18 clubs om het kampioenschap is, zo hebben we van die ene wereldwijde economie een competitie gemaakt waarin alle mensen tegen alle mensen strijden om niet alleen goederen, maar ook om grondstoffen, arbeiders en kapitaal. En het spreekt voor zich dat deze wereldwijde concurrentiestrijd behalve enkele winnaars, vooral heel veel verliezers kent.

De winnaars, een steeds kleiner wordende elite, eigenen zich steeds meer products, planet, people en profit toe en kunnen meer en meer bepalen welke technologieën worden ontwikkeld en geïmplementeerd, wie welke energie aan wie levert, wie wel mag werken en wie niet, welke bestemming grond en grondstoffen krijgen, welke geschiedenis wordt onderwezen op de scholen, welke eisen er worden gesteld aan leraren, welke gezondheidszorg er plaatsvindt, welke therapieën wel en niet vergoed worden, welke wetenschappelijke paradigma’s de ruimte krijgen, welke landbouw zich mag ontwikkelen enzovoorts. Voor de verliezers rest niets anders dan zichzelf (hun arbeid) te verkopen voor geld (loon). Of te bedelen.

De kloof tussen de steeds kleiner wordende groep winnaars en de voortdurend omvangrijker wordende groep verliezers wordt steeds groter. Behalve steeds meer mensen lijdt ook de Aarde zelf onder de idee van de vrije markteconomie.

DE OFFICIËLE OPLOSSING

De reguliere wetenschap en politiek kent maar één oplossing binnen dit idee. Dat is ook de oplossing die Thomas Piketty in zijn werk Kapitaal van de 21ste eeuw beschrijft, nadat hij na vele jaren onderzoek wetenschappelijk heeft aangetoond dat de bezitters van de productiemiddelen steeds rijker worden en zij die alleen hun productiemiddel arbeid kunnen verkopen steeds armer.

Het ‘subsysteem’ vrije markteconomie vraagt om het ‘subsysteem’ staat. Waarom? Om een deel van de winsten van de winnaars te verdelen over de verliezers. Via belastingheffing. Zo worden de verliezers door middel van ‘herverdeling van de welvaart’ zodanig tevreden gehouden dat ze niet in opstand komen. Ook moeten de ‘arbeidsomstandigheden’ menselijk blijven, dat dan wel.

En door middel van steeds strengere regels moet het milieu worden beschermd.

Beide subsystemen worden in de westerse politiek vertegenwoordigd door een aparte politieke stroming, de vrije markt door de neoliberalen en de staat door de sociaal-democraten met ieder een naar hun idee eigen mens- en wereldbeeld. In werkelijkheid ligt ten grondslag aan die twee zogenaamd verschillende mens- en wereldbeelden dat ene materialistische mens- en wereldbeeld. De mens, die zichzelf begrijp als een complex van fysische- en chemische reacties, die strijdt om zoveel mogelijk macht en bezit en die zich voortdurend moet aanpassen om te overleven in een arena waarin iedereen met iedereen vecht.

VRUCHTBARE OPLOSSINGEN VOOR DE KLOOF TUSSEN ARM EN RIJK

Een vruchtbare oplossing van de groeiende kloof tussen westerse welopgevoede witte mannen en bedelende gekleurde meisjes begint mijns inziens met het vertrouwen dat de mens meer is dan alleen maar een complex van fysische- en chemische processen. Mensen zijn ook nog creatief. Zij kunnen liefhebben, verbeelden en alternatieven verzinnen. Zij kunnen, als ze willen, in goed onderling overleg een mens- en Aarde-waardige samenleving creëren.

“Mensen kunnen, als ze willen, in goed onderling overleg een mens- en Aarde-waardige samenleving creëren.”

Hoe? Door vanuit het geheel te denken, vanuit liefde & vertrouwen, vanuit het bewustzijn dat alle mensen op deze ene hele aarde deel uitmaken van één wereldwijde economie. Door in goed onderling overleg productie op consumptie af te stemmen. Door de gezamenlijk geproduceerde koek eerlijk onder elkaar te verdelen.

Moeten er nog aan andere voorwaarden worden voldaan om dit alles mogelijk te maken?

Ja.

Met liefde & vertrouwen alleen komen we er niet. Ook niet met alleen maar mediteren en/of alleen maar werken aan je persoonlijke ontwikkeling. Om als blanke westerling samen te leven met de donkere oosterling moeten we niet alleen het materialistische mensbeeld loslaten, maar ook liefde & vertrouwen verankeren in de samenleving zelf. Vóór wij mensen in goed onderling overleg de gezamenlijk geproduceerde koek onder elkaar kunnen verdelen, dienen wij eerst de bedrijven en organisaties (kapitaal), de mensen (arbeid) en de Aarde (grond en grondstoffen) aan zichzelf terug te geven.

Hoe?

Door de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond uit de handel te halen en nieuwe vormen van recht te ontwikkelen. Zodat niemand meer iemand anders kan ‘bezitten’. Pas op dat moment kunnen alle mensen als gelijken met elkaar in gesprek over hoe zij samen willen leven.

Als niemand meer iemand anders in loondienst kan nemen, als niemand meer macht kan uitoefenen omdat hij het bedrijf bezit waar iemand anders werkt of de grond bezit waarop iemand anders woont, dan kunnen alle mensen als gelijken vanuit liefde & vertrouwen met elkaar bepalen hoe zij samen willen wonen, werken en leven. Dan kunnen ze enerzijds vrij bepalen tot wat voor mens zij zichzelf willen ontwikkelen en anderzijds samen in elkaars levensbehoeften voorzien.

TOT SLOT

Zolang we nog handelen niet alleen in reële economische waarden die voorzien in materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond, zullen steeds minder mensen steeds rijker worden en steeds meer bedelende jongens en meisjes in het straatbeeld verschijnen. Halen we daarentegen de productiemiddelen uit de handel, creëren we dus nieuwe vormen van eigendom en beheer van kapitaal, arbeid en grond, dan zal bovendien het huidige geldsysteem gezond worden.

Maar dat is een ander verhaal dat ik graag een ander keertje vertel.

Mijn droom over de verdwijnende kloof tussen arm en rijk? Er komt een tijd dat westerse welopgevoede witte jongemannen niet meer in chique restaurants eten, terwijl oosterse ongewassen gekleurde meisjes op straat hun voeten kussen voor geld, maar dat ze gezamenlijk aan rijk gevulde tafels zitten en elkaar de lekkerste hapjes toeschuiven.