Peer Governance?

Wie heeft het besluit genomen om tot dit windmolenpark te komen? Heeft de stem van het geld gewonnen of een opgelegd bestemmingsplan door de overheid om één van haar duurzaamheidsdoelen te realiseren? Of is dit wat we met elkaar gewild hebben? Omdat het past in het gebied, een ontwikkeling is die we willen stimuleren, waar we zelfgekozen offers voor brengen met betrekking tot ons uitzicht. Omdat we al onze behoeftes in een vrije dialoog hebben weten te brengen en tot een toewijzing van dit stuk land gekomen zijn aan exploitanten van windmolens. Dat zou mooi zijn!

Als voorbeeld kies ik nu een windmolenpark, maar dit vraagstuk geldt voor alle grond, en al onze behoeften. Realiseer jij je al dat alles wat je aan materiële behoeftes hebt grond nodig heeft om tot vervulling gebracht te kunnen worden? Neem het vervaardigen van mobieltjes waarvoor grondstoffen gemijnd moeten worden uit gronden waarop vaak hele dorpen gehuisvest zijn, of onze koeien die gevoed worden met sojabonen uit omgekapt Amazonewoud. Wie neemt de besluiten om deze gronden toe te wijzen aan die mensen? Is dat nog een zuivere afstemming tussen vraag en aanbod? Of is het de macht van het geld dat inmiddels zo sterk is dat het ook de besluiten van overheden beïnvloedt? Eigenlijk weten we de antwoorden op deze vragen toch. Zeg eens eerlijk. Is er een alternatief? En durven we daar radicaal voor te gaan?

Peer Governance

Peer Governance is een woord waar ik verliefd op ben. Ik spraak vaak over Peer Governance, maar het is nog niet zo een bekend woord. En ik weet het, het is ook nog eens een Engelse term. Liever zouden we werken met Nederlandse woorden. Hoe vertalen we Peer Governance? Ik kom niet verder dan ‘organiseren met gelijken onder gelijken’, maar dat bekt dan niet zo lekker. Of misschien beter, als het over de uitwisseling en toewijzing van grond gaat: ‘burger zelfbestuur’.

Free fair and alive

Ere wie ere toekomt, David Bollier en Silke Helfrich geven ons een hele trits aan nieuwe woorden mee in hun mooie boek Free, Fair and Alive, over de kracht van commons. (Tussen twee haakjes: in deze titel zitten wat mij betreft onze woorden vrij, gelijk en samen ;-)) Over het zoeken naar nieuwe woorden en de lol die je daaraan kunt beleven hebben zij ook een heel mooi gemaakt, even kijken hoor.

Terug naar Peer Governance. Op het moment dat we de bouwstenen van de samenleving grond, arbeid en kapitaal niet meer via de staat of de markt uitwisselen en toewijzen, maar zelf organiseren, dan zijn er nieuwe manieren nodig. Wie krijgt welk stuk grond en waarom? En zal hij of zij dat stuk grond op een capabele manier bewerken en vruchtbaar maken ten behoeve van de gemeenschap? En: wie krijgt hoeveel kapitaal en waarom? Als (wereld)gemeenschap zijn we toch gek als steeds meer kapitaal in handen van steeds minder mensen komt, die helemaal geen rekening houden met medemensen en de landschappen waarin zij wonen?

Oude familiesystemen

Daar is peer governance nodig, vormen van beheer van grond en kapitaal waarin gelijken onder gelijken met elkaar tot afstemming komen. Oude familie- en dorpsstructuren zou je in dit kader kunnen noemen. Zij dragen nog gemeenschapszin in zich en zijn vaak in staat om op een goede manier meerdere belangen met elkaar in dialoog te brengen om tot een oplossing te komen, in dit geval een goede toewijzing van grond, arbeid en kapitaal. Deze cultuur van gemeenschapsvorming is in sommige delen van Nederland, vaak in dorpsgemeenschappen, nog aanwezig. Deze overgeleverde structuren zijn nog gebaseerd op bloed- en bodemlijnen om het zo maar eens te zeggen: onze grond, onze mensen. Dat werkte toen de wereld nog bestond uit volkeren, stammen en families in eigen economieën.

Tegenwoordig leven we in één wereldwijde economie en functioneren de bloed- en bodemlijnen niet meer. Het is verworden tot nationalisme en nog veel erger. Grond en wat daarop gebeurt gaat nu immers in essentie de hele wereldgemeenschap aan. Hoe ontwikkelen we de relatie en de verbinding die we als mens hebben met de hele wereldgemeenschap? Dat is de vraag die we met elkaar aan zullen moeten gaan als we ons peer 2 peer willen organiseren, als gelijken onder gelijken ongeacht oorsprong, levensovertuiging, sekse, geaardheid of huidskleur.

Commons waarborgen binnen gestructureerde associaties

Familie- en dorpsgemeenschappen zijn vaak onbeschreven en ongestructureerd, tegelijkertijd wel inclusief voor iedereen binnen die gemeenschappen. Op het moment dat grond voorbij markt en staat toegewezen moet gaan worden, volstaan deze ongestructureerde manieren niet meer. Dan zijn meer gestructureerde associaties nodig die weloverwogen de verschillende behoeften en partijen met elkaar in verbinding brengen en tot een juiste lees duurzame en menswaardige oplossing en toewijzing van grond komen, voor iedereen. Peer Governance is doordacht en gestructureerd. Het beheer van onze commons kunnen we niet aan het toeval (de markt of de staat) overlaten. Het is goed mogelijk na te denken over welke stemmen betrokken moeten worden in de dialoog om tot goede afstemming te komen en een zinvolle toewijzing van de grond aan mensen. Het drievoudig eigenaarschap en het model van Community Land Trust (in elkaars verlengde) zijn structuren in deze richting die internationaal gezien hun sporen verdiend hebben en op dit moment ook in Nederland wortel schieten. Het Veerhuis in Varik is de eerste in Nederland waar we deze nieuwe governance structuur optuigen door grond uit de handel en het geldsysteem te halen.

Ik hoop dat ook jij wilt gaan onderzoeken hoe je je verhoudt tot grond en het eigendom daarvan en hoe jij de transitie naar burger zelfbestuur over grond voor elkaar kan krijgen.

foto: Tylor Casey, unsplash. Thanks Tylor!

Ook een nieuwe overheid van binnenuit en van onderop?

In het maatschappelijke debat staan markt en staat tegenover elkaar met het maatschappelijk middenveld als een groeiend speelveld daar tussenin. Dit middenveld vraagt om ondersteuning van de staat ten opzichte van de dominante plaats die de markt en het bedrijfsleven inneemt. Welke plek vervult dit middenveld eigenlijk? Wat doet zij, wat beoogt zij, wat geeft zij vorm en hoe kunnen we dit zo goed mogelijk begrijpen?

Ik haper bij deze indeling in domeinen. Voor mij is het zinvoller om drie andere domeinen te onderscheiden namelijk: economie, cultuur en recht. Elke samenleving heeft deze drie domeinen te verzorgen en in concreto vorm te geven. In de middeleeuwen was de standenmaatschappij wat dat betreft overzichtelijk. De geestelijken verzorgden het geestelijk leven, de cultuur – alles wat met de zorg en de ontwikkeling van de mens te maken heeft. De adel verzorgde het rechtsleven – alles wat met het regelen van de onderlinge betrekkingen te maken heeft. Zij beheerden de grond en wezen deze voor gebruik toe. De burgers in de steden en de boeren op het land verzorgden de productie en distributie van economische waarden – alles wat voorziet in de materiële behoeften. In deze tijd hebben we het recht, de cultuur en de economie op een nieuwe manier vorm te geven. Hoe? Gemeenschappen en associaties van mensen zoals de burgercoöperaties die opduiken, geven mijns inziens niet een midden tussen overheid en markt vorm. Nee, zij vullen gaten die door markt en overheid ontstaan. Zij vernieuwen in feite alle drie de domeinen economie, cultuur en recht. En voor zover ze dat nog niet bewust doen, hebben ze in ieder geval de potentie dat te doen.

Dit is wat ik zie gebeuren:

Economie

Geïnspireerde ondernemers bouwen een nieuw economisch ecosysteem op, van binnenuit en van onderop. Zij ontwikkelen nieuwe vormen van productie, handel en consumptie om SAMEN op deze ene Aarde het leven voor alle mensen mogelijk te maken (korte keten ontwikkeling, ketensamenwerking, lokale voedselproductie, Community Supported Agriculture, eerlijke en transparante prijzen, energie-coöperaties, circulair grondstof gebruik). Duurzame en sociale ondernemers schieten in alle kleuren en maten als paddenstoelen uit de grond en scheppen hun eigen ruimte om te doen wat ze te doen hebben, zich een weg banend en zich verhoudend tot het bestaande krachtenveld van het grootbedrijf en de gereguleerde vrije markt.

Cultuur

Ook in het culturele leven ontstaan initiatieven van binnenuit en naast de bestaande structuren. Zo wenden ouders en leraren zich steeds vaker af van het reguliere onderwijs om hun eigen scholen te starten, VRIJ. Zij streven ernaar om kinderen te helpen zichzelf te ontwikkelen tot in zichzelf gegronde vrije creatieve mensen die mogen en kunnen worden wie ze ten diepste zijn. Zonder de noodzaak om ze als productfactor arbeid aan de economie af te leveren – onder het motto van gelijke kansen voor iedereen op de arbeidsmarkt. Zij zien de stroom ‘drop-outs’ toenemen omdat steeds meer kinderen het gekanaliseerde onderwijssysteem waar ze in moeten passen niet meer trekken. Deze ouders en leerkrachten handelen daarnaar en creëren onderwijs waar de kinderen en ouders om vragen, niet waar de markt om vraagt. Maar ook buurtzorg is een goed voorbeeld van het opnieuw vormgeven van zorg, vrijgemaakt van de wetten van het geld.

Recht

Het leven kan zich ontwikkelen dankzij de inputfactoren grond, arbeid en kapitaal. Deze middelen behoren wat ons betreft ons allen toe maar kunnen nu als privé-bezit gekocht en verkocht worden. Zij zijn onze commons die we op gelijke, eerlijke wijze uit te wisselen en toe te wijzen hebben. En daarmee is het beheer van grond, arbeid en kapitaal een rechtsvraagstuk, traditioneel door de overheid verzorgt. Wat mij betreft is het niet de staat die de commons dient te bezitten en toewijzen (communisme). Ook kunnen de commons niet vrij verhandeld worden op de markt (kapitalisme). Het heeft ook geen zin om als staat belasting te heffen bij de mensen die rijk zijn geworden dankzij de handel in de commons en dat her te verdelen onder de niet-bezitters en te investeren in de culturele sector (Rijnlands kapitalisme, neo liberalisme). Nee, wat mij betreft dient de staat regels en procedures te ontwikkelen en te handhaven met betrekking tot het beheer van de productiemiddelen grond, arbeid en kapitaal. En de uitwisseling en toewijzing ervan over te laten aan de burgers zelf.

Ook op dit vlak zie ik burgerinitiatieven. De uitwisseling en toewijzing van grond, arbeid en kapitaal als rechtsvraagstuk is een onderwerp dat mensen zelf met nieuw uitgedachte peer-2-peer-governance structuren oppakken en uitdenken als ‘mensen onder elkaar’. Zo zie ik dus ook hier van binnenuit en van onderaf een nieuw soort overheid ontstaan, naast de bestaande. Een zelf van binnenuit vormgegeven ‘overheid’ op basis van wat wij als Economy Transformers GELIJK noemen. Mensen stellen zelf eigen regels en procedures op. Regels en afspraken die organisch tot stand komen en beweeglijk zijn omdat ze een uitkomst zijn van een gevoerde dialoog tussen mensen. Wat willen we met elkaar, wat is er nodig, wat gaan we afspreken, wat draagt bij, wat is voor ons gelijk, wat werkt? Rechten die niet meer veranderd zijn sinds de Romeinse tijd zoals het absolute eigendomsrecht met betrekking tot grond, arbeid en kapitaal, zijn in feite verstomde dialogen tussen mensen en zijn in feite dood. Die rechten geven geen leven meer. Daarentegen is het DeelGenootschap zo een vrije vorm waarin we onze eigen regels en procedures bepalen, buiten het bestaande recht om. Maar ook het drievoudig eigenaarschap van grond en alle Community Land Trusts zijn een goed voorbeeld van het creëren van een nieuwe vorm van rechtsleven buiten het bestaande om.

Een bevrijdend perspectief

Wat is dit een bevrijdend perspectief! Dat we niet alleen nieuwe bedrijven naast de oude opzetten en ‘het gewoon zelf doen’, dat we niet alleen nieuwe scholen en onafhankelijke onderzoeksinstituten oprichten, naast de reguliere scholen en gangbare universiteiten, maar dat we ook van binnenuit en onderaf als het ware een nieuwe ‘overheid’ scheppen. We regelen zelf onze onderlinge betrekkingen, inclusief onze omgang met onszelf (kapitaal), elkaar (arbeid) en de Aarde (grond). Op basis van liefde en vertrouwen. Die we niet in stenen tafelen beitelen of in beton gieten maar telkens weer functioneel laten zijn aan het leven en dus ook het samenleven.

Dit nieuwe perspectief vraagt wel het oprekken van ons wereldbeeld dat zegt dat de overheid er gewoon is en dat we daar nu eenmaal mee hebben te dealen. Net zoals we dat eerst dachten over de markt, die er nu eenmaal was en is. En de krachten van het grote bedrijfsleven waar we ons als nieuwe ondernemers toe moeten verhouden. Lang dachten we dat de overheid ons moest beschermen tegen dit bedrijfsleven. Terwijl eerder het omgekeerde het geval is, de overheid beschermt de oude economie tegen vernieuwing door de mensen zelf. In plaats van dat het ons als bottom up veranderaars steunt en mogelijk maakt. Zonder de steun van de overheid kunnen we het niet, dachten we lang. En natuurlijk is het ook fijn en belangrijk dat de bestaande overheid onze initiatieven steunt en mede mogelijk maakt. En vooral ook mee gaat pionieren om ook zichzelf opnieuw uit te vinden.

Vernieuwing van het overheidsprincipe

Met het zelf op ons nemen van het beheer van onze commons grond, arbeid en kapitaal, vernieuwen we het overheidsprincipe zelf. We denken dan vanuit een veel groter perspectief na over onze samenleving en hoe we met elkaar omgaan. We gaan onze commons opnieuw zinvol en eerlijk uitwisselen en toewijzen zodat iedereen op deze Aarde tot haar en zijn recht komt. Maar dan ook echt, inclusief de daarvoor noodzakelijke middelen van bestaan.

Heet dit dan nog overheid? Ik weet het niet, ik heb altijd de behoefte om te zoeken naar nieuwe woorden die passen bij wat we beogen. In ieder geval is het een nieuw beschavingsprincipe van waaruit we met elkaar aan het werk zijn met zelf ontworpen afspraken en procedures op basis van liefde en vertrouwen die we geldig laten zijn in door onszelf ontworpen beheer-structuren rondom grond, arbeid en kapitaal.

En zo vernieuwen we als bottom-up-pioniers van binnenuit niet alleen de manier van produceren, distribueren en consumeren binnen de economie of zorg en ontwikkeling binnen de cultuur, maar ook de rol en de taken van de overheid. Dan beleef ik dus niet meer dat de markt en de staat tegenover elkaar staan met een sociaal middenveld dat de gaten dicht die markt en staat laten vallen, maar een middenveld dat in potentie in staat is alle drie de maatschappelijke domeinen van binnenuit om te vormen tot een zinvol economisch-, cultureel- en rechtsleven. Overal waar mensen samenwerken en samenleven zijn deze drie elementen aanwezig en kunnen we ze zelf op een nieuwe manier vormgeven. Van binnenuit en onderop dus, op basis van liefde en vertrouwen.

En jij?

Voel jij de ruimte die hiermee vrij komt of neem jij deze ruimte op jouw manier al in? Of zitten angsten hier nog in de weg en wil je nog vasthouden aan de bestaande wet- en regelgeving? Ook dat wil ik graag horen. Immers, we voelen allemaal op onze eigen manier, op verschillende momenten de angst voor het manifesteren van iets radicaal nieuws.

Zonder het ook over de binnenkant van de tranformatie te hebben, onze angsten en twijfels, onze minderwaardigheidsgevoelens, onze behoefte aan experts die het beter weten, aan instituten die het probleem zullen gaan oplossen, zullen we de nieuwe wereld niet op Aarde krijgen. Zo binnen zo buiten. We kunnen er niet omheen.

“Ik ben niet gek, ik ben een Economy Transformer!”

Thuis komen

“Ik ben niet gek, ik ben een Economy Transformer.”, riep Ginny uit tijdens onze eerste cursus Eigentijds Eigendom van Grond, arbeid en kapitaal.

Er ontstond één belangrijk herkenningsmoment in de groep waaraan elf mensen deelnamen. En nu is het een gevleugelde uitspraak. De zucht van ontspanning, verlichting, verbinding, jezelf serieus nemen, er helemaal mogen zijn, was groot. De herkenning en de erkenning voor het eigen innerlijke weten dat het niet klopt zoals we het nu doen en de omarming van de handvatten die we als Economy Transformers aanreiken voor hoe we het ook zouden kunnen organiseren.

Iemand anders uit de groep beschreef een gesprek met een projectontwikkelaar die een heel verhaal hield over investeren en rendement en eindigde met: “Nou ja, je snapt het allemaal wel.” Waarop hij dacht: ”Nee, ik snap het helemaal niet!”. Weer terug in deze groep beschreef ook hij het gevoel van thuiskomen, in verbinding zijn met mensen en ideeën waar je ineens wel weer alles snapt van wat er gezegd wordt. Hoe fijn is dat – nee, ik ben niet gek, ik ben een Economy Transformer.

Gaan staan voor je inzichten

Gelukkig zijn er steeds meer mensen om ons heen met dezelfde verlangens naar een mens- en Aarde-waardige samenleving en de spirit om daar zelf aan bij te dragen. Je hoeft niet meer in een isolement te zijn en te denken dat je gek bent omdat je het anders wilt. Nee je kunt uitreiken en deze anderen vinden waarmee je samen bouwt aan iets nieuws. Zo begon ik zelf ook ooit toen ik bij de ABN Amro-bank vertrok met een flinke burn-out. Toen stapte ik naar buiten met de gedachte: “Het is niet dat ik het niet begrijp, ik begrijp het heel goed. Ik wil het gewoon anders!”

Toen was ik 28 jaar oud. Nog lang keek ik me heen en dacht dat anderen het beter wisten, meer ervaring en kennis, meer gestudeerd om de problemen op te lossen die ik zag. Tot ik erachter kwam dat die anderen er niet waren. Zij niet zagen wat ik zag. Vanuit het bestaande te beperkte mens- en wereldbeeld los je de huidige problemen niet op. Ik heb – net als iedereen – mijn eigen (ge)weten, mijn ervaringen en inzichten. Daar moest ik voor gaan staan. Dat is de klus die ik te klaren heb, elke dag weer opnieuw. Want voor iets nieuws gaan staan is niet gemakkelijk.

Dan roep je dus ineens uit: “Ik ben niet gek, ik ben een Economy Transformer!” Ik resoneer volledig mee met deze uitroep. En dat is niet alleen maar leuk. Dat vraagt ook veel van je eigen ontwikkeling.

SPIEGEL VOOR ELKAAR

Okay, ik ben dus een Economy Transformer!
haha wie denk je wel dat je bent

Zo gemakkelijk worden we door experts omver geblazen, vinden we onszelf te dom of te naïef, niet geschikt om het gesprek over een moeilijk economisch onderwerp aan te gaan, weten we er niet genoeg vanaf, zo denken we. Om ons heen zijn economen de baas, zij weten hoe het zit. Zij schrijven onze kranten vol, zij praten onze praatprogramma’s vol, zij zijn de experts. Eigenlijk nog steeds. Wat mij dan helpt is me te realiseren dat ook zij (uitzonderingen daargelaten) in een bepaalde manier van denken zijn geschoold die niet (meer) de onze is.

Hoe je denkt over mensen en de wereld bepaalt hoe je de problemen analyseert, welke conclusies je trekt en welke oplossingsrichtingen je ziet. En als je er dus anders over denkt kom je tot hele andere oplossingsrichtingen. En juist daar hebben we elkaar hard nodig. We zijn allang niet meer de enige die er anders over denken maar we domineren nog niet het spel. Dus we komen mensen tegen in de praktijk die vanuit een ander mens- en wereldbeeld handelen. Bij het onderhandelen over de grondprijs, bij het organiseren van het kapitaal van je bedrijf, bij nieuwe manieren van besluitvorming enzovoort.

Iemand in de groep ontdekte: als ik helder heb waar ik voor sta en wat ik anders denk, betekent dat niet alleen iets voor mijzelf maar ook dat ik daarmee een spiegel ben voor wat die ander denkt. De ander wordt daarmee gevraagd zich ook bewust te worden van zijn eigen denken en handelen. En dat kan een pijnlijk proces zijn en zal je ook niet altijd in dank worden afgenomen. Niet zelden stuiten we dan op enorme weerstand en kan er van alles over ons afgeroepen worden. Het helpt om dit te doorzien en zo de weerstand die je hiermee oproept met liefde en begrip te kunnen beantwoorden. Je nodigt met je eigen verdiepte inzicht in feite de ander uit om ook tot meer bewustzijn te komen. Hoe liefdevoller je daartoe kunt uitnodigen en hoe liefdevoller je de weerstand kunt begrijpen en omarmen, hoe effectiever je zult zijn.

auw dat doet pijn

MIJN EIGEN BEWUSTWORDING

Om een voorbeeld te geven. In de cursus – en die had een voorloper in de 2-jarige Werkgroep Eigentijds Eigendom van Grond – realiseerde ik me nog weer dieper dat ook ik mijn ‘eigendomssituatie’ nog onder de loep te nemen heb. Het huis waar ik met Jac woon en dat we samen gebouwd hebben staat op mijn naam. Jac met wie ik ook Economy Transformers vormgeef. Hoe is dat zo gekomen en klopt dat met het verhaal dat wij overal vertellen over bezit en eigendom en de doorwerking daarvan op de relaties? Hoe gehecht ben ik zelf eigenlijk aan de veiligheid die dit me lijkt te geven? En wat betekent de erfstroom in mijn familiegeschiedenis? Hoe wil ik daarmee omgaan, ook naar mijn kinderen toe? Ik voel de noodzaak me van dit alles nu zelf meer bewust te worden. Ik zit er middenin en ga het aan.

van binnen naar buiten leren leven

Ook wij, Jac en ik, komen onszelf dus tegen. Wij pionieren mee in het veld van de bottom-up pionier beweging die vanuit vrij-gelijk-samen wil organiseren. De antwoorden zijn er niet zomaar, wel een flink aantal stevige uitgangspunten en het handvat om die praktijk telkens weer te toetsen aan ons eigen diepste weten. En daarmee kunnen we niet anders dan zelf ook steeds radikaler in de spiegel kijken.

“Ik ben niet gek, ik ben een Economy Transformer.” Om dat ook echt te zijn, zullen we elk onze eigen weg naar binnen gaan. Want transformeren doe je niet zomaar, dat vraagt een afsterven en weer geboren worden in een nieuw zelf, met nieuwe ankerpunten. Zeker als het over de economie gaat. De wereld waar we nu onze bestaanszekerheid in vinden.

Stel je hebt te veel bloed in je lichaam

Stel je wilt leven

Stel je bent jong, enthousiast, betrokken, vol energie, je hebt er zin in, en je wilt een eigen bedrijf beginnen dat ook werkelijk voorziet in behoeften van andere mensen en dan ook nog eens op een mens- en Aarde-waardige manier. Of je wilt een gezin beginnen in een leuk huis in een leuke buurt.

Stel je hebt het doorzettingsvermogen om je idee om te zetten in een business-plan inclusief investerings-, financierings-, exploitatie- en liquiditeitsbegroting. Of je hebt de baan, die je altijd al wilde hebben, en die je de mogelijkheid geeft om een bepaalde hypotheek te nemen.

Stel je krijg het krediet en je kunt je bedrijf beginnen. Je krijgt de hypotheek en je kunt het huis kopen.

Maar na verloop van tijd drukken de lasten zo zwaar dat je het gevoel krijgt dat je niet meer kunt ademen. Het huis blijkt toch niet zo leuk en de buurt valt ook tegen. Je bent niet meer bezig met het op een mens- en Aarde-waardige manier produceren van iets dat voorziet in de behoeften van anderen, nee, je bent bezig met het verdienen van geld om de rente en aflossing te betalen van het krediet, dat je kreeg, of de hypotheek.

Nog even afgezien van al die andere jonge mensen, die hun bedrijfsplan niet eens gefinancierd krijgen of niet aan de voorwaarden voor een hypotheek kunnen voldoen.

Stel er is te veel geld in de wereld

Onze samenleving verkeert in ademnood. Waarom?

Omdat er ongeveer 35 keer zoveel geld is in de wereld dan reële economische waarden die voorzien in de behoeften van mensen. En dan ook nog eens in de handen van maar weinig mensen die nog meer geld willen maken met dat geld en investeren in mens- en Aarde-waardige bedrijfjes of leuke huizen in leuke buurten niet genoeg vinden renderen.

Nog even afgezien van al die hele grote fondsen, zoals het Nederlands Pensioenfonds (APF), waarin zo verschrikkelijk veel geld zit dat rendement zoekt, dat projecten kleiner dan zeg maar een miljard euro of drie, vier niet eens interessant zijn.

Het drijft de prijzen op

En intussen stuwen die grote hoeveelheden geld zich op in grond en waardepapieren. Door de bank genomen stijgen de aandelenkoersen. Evenals de grond- (en dus ook de huizen-) prijzen. Steeds meer mensen dragen steeds meer lasten. Steeds meer rente en aflossing wordt betaald aan een steeds kleiner wordende rijke elite. Dit zijn mensen die op geen enkele manier prestaties leveren die ook maar in de verste verte ook maar enigszins voorzien in reële behoeften, laat staan op een mens- en Aarde-waardige manier.

Laat staan de grote hoeveelheden dividend die worden uitgekeerd aan de bezitters van waardepapieren.

Overtollig geld moet worden vernietigd

We leven allemaal samen in één wereldwijde economie en dus ook in één wereldwijd geldsysteem. Alsof we allemaal deel uitmaken van één groot levend sociaal organisme, waarin de banken ervoor moeten zorgen dat het geld stroomt naar de plekken waar het mensen en landschappen doet bloeien. Zoals het hart via het bloed organen van zuurstof voorziet en afvalstoffen afvoert.

Stel ons hart houdt ons bloed vast in plaats van het vrij te laten stromen. Stel er is überhaupt veel te veel bloed in ons lichaam. Dan zijn we ziek en moeten we weer beter worden.

Er is veel te veel geld in de wereld en de balans tussen geven en nemen is ver te zoeken. De banken houden het geld voor zichzelf.

Kortom: onze wereldwijde economie is ziek, het veel te veel aan geld moet worden vernietigd en de balans tussen geven en nemen hersteld.

Ik zie maar twee manieren:

  • liefdevol, vanuit het bewustzijn dat wij allemaal deel uitmaken van één wereldwijd sociaal organisme, meevoelend met elkaar en invoelend in het geheel: we laten grote hoeveelheden geld bewust verdampen door schulden kwijt te schelden en grond en kapitaal vrij te kopen uit het financiële systeem en tot commons te maken. We regelen onze pensioenen op een nieuwe manier zodat de producerenden ook werkelijk voor de niet meer producerenden kunnen zorgen. Ook onze verzekeringen doen we anders, de pech van de één wordt gedragen door allen. Überhaupt richten we onze eigendomsverhoudingen anders in, inclusief de uitwisseling en toewijzing van kapitaal, arbeid en grond. Zodat de hoeveelheid geld in omloop in balans komt met de hoeveelheid economische waarden die voorzien in reële behoeften in omloop. Zodat die ene wereldwijde economie een gezond organisme wordt waarin geven en nemen in evenwicht is op basis van wetten en regels die voor iedereen in gelijke mate gelden.
  • of we laten het erop aankomen: de spanningen worden groter en groter, met steeds meer kracht proberen we de boel nog enigszins in het gareel te houden en op een gegeven moment barst het toch los, dan knapt er iets. Grote hoeveelheden geld blijken opeens niets meer waard, grond en kapitaal worden vernietigd door natuur- en cultuurrampen. Oorlog en geweld maken dat voor heel veel mensen er opeens geen oude dag meer is, en er is zoveel pech dat het niet meer gedragen kan worden door het geheel. Een kleine groep mensen houdt vast aan wat het heeft en claimt de laatste stukken nog enigszins bewoonbare Aarde. Weliswaar is de hoeveelheid geld na afloop van deze rampen weer in evenwicht met de hoeveelheid reële economische waarde, maar ja, ten koste van wat eigenlijk? Is er wel nog iets van waarde?

Fundamentele menselijkheid in alle mensen

Laten we ons richten op nieuwe vormen van samenleven, samenwerken en samenwonen vanuit het bewustzijn dat wij allemaal deel uitmaken van één wereldwijde economie en gegrond in de soevereiniteit van elk afzonderlijk individu ongeacht godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, geslacht of huidskleur.

Een nieuwe kijk op grond

De Voedselfamilies organiseerden een webinar over de vraag: hoe kan een andere kijk op grondeigendom de duurzame voedseltransitie versnellen? “Het werd een boeiende sessie met veel input en weinig conclusies.”, aldus de Voedselfamilies.

In zeven filmpjes wordt verslag gedaan van het webinar. In het zesde filmpje doet Damaris de visie van Economy Transformers uit de doeken.

Je bent van harte uitgenodigd om alle filmpjes te bekijken. Ze zijn te vinden via deze link: verslag webinar van 6 april.

En dit is de bijdrage van Damaris:

Wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? (deel 3 en laatste)

Het is 12 april 2021. Een jaar geleden zaten we in de Corona-crisis, voor Jac de aanleiding om te gaan bloggen over de vraag: wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? Enkele weken geleden interviewde ik (Ameleih) hem in het jaar 2036, 15 jaar na Corona. Hij beloofde ons toen dat hij ons zou vertellen hoe de vrij, gelijk, samen-samenleving waarin hij woont, is georganiseerd. Hoe daar de besluitvorming plaatsvindt. En last but not least: hoe het geldsysteem er functioneert. Op dit moment heb ik contact met een versie van hem in het jaar 2052.

Ameleih: “Jac, hoe is het intussen met je?”

Jac: “Wat heerlijk om je weer eens te spreken. De laatste keer is alweer zestien jaar geleden. Het is 8 oktober 2052 nu. Vorige week werd ik 88 jaar oud. Hoe het met me gaat? Mijn hart is vervuld van dankbaarheid en vreugde.”

Ameleih: “Dat is fijn om te horen. En hoe is het met Damaris?”

Jac: “Het gaat heel goed met haar, zij is inmiddels 81 jaar oud en nog steeds actief. Zo zit ze weer in het bron-orgaan van onze gemeenschap, die inmiddels ruim 15 duizend zielen telt.”

Ameleih: “Het bron-orgaan? Vertel.”

Jac: “Ameleih, ik zit hier met drie jonge mensen. Zij zullen deze keer voornamelijk je vragen beantwoorden. Mag ik je voorstellen aan Eloïse Dorsey geboren in 2021, Ilja Ichenko ook van 2021 en Ruby Hagendaz 2022. Ruby is lerares geschiedenis aan de Academie en zit ook in het bron-orgaan, ze kan geweldig vertellen; Ilja zwierf van zijn 18e tot en met zijn 30ste over de hele wereld en maakt sinds vorig jaar deel uit van Landbouwbedrijfsorganisme  het getemde Vosje, hij is erg goed met paprika’s en komkommers; en Eloïse heeft net het krediet ontvangen om haar geweldige idee van een schoenfabriek te verwerkelijken.”

Ameleih: “Ja, nu zie ik jullie. Welkom alledrie. Ik ben dus Ameleih, een vrouwelijke versie van Jac in jullie geboortejaar. Ik zit hier in mijn stoel op mijn werkkamer achter mijn laptop en ik zie jullie nu voor me. Ruby, het bron-orgaan? Vertel.”

Ruby: “Als bron-orgaan en in het bron-orgaan verzorgen we, heel logisch eigenlijk, de bron van onze leefgemeenschap. Sinds de heroprichting van Economy Transformers in 2020 is de bron niet meer veranderd. Die is vrij, gelijk, samen.”

“Onderzoek ik de idealen vrij, gelijk & samen, dan herken ik ze als behoeften in mezelf. Ik verlang naar samen, maar wel een samen waarin ik mezelf kan zijn. Tegelijkertijd wil ik vrij zijn, zelf bepalen hoe ik leef, wat ik doe en wat ik leer. Maar wel in verbinding met het geheel, als deel van het geheel. Ook heb ik een rechtsgevoel, een eerlijkheids-gevoel. Ik wil in goed onderling overleg leven in een samenleving waarin iedereen een stem heeft en gezamenlijk tot afspraken komen die voor alle mensen gelijk zijn. Een wereld waarin de mens, alle mensen, ertoe doen en met elkaar en die ene hele Aarde leven.” (Damaris)

Ameleih: “Wie hebben zitting in dat bron-orgaan? Hoe verzorg je de bron?”

Ruby: “In dit orgaan zitten twaalf mensen, zes vrouwen en zes mannen. Naar binnen toe onderzoeken zij bij zichzelf en elkaar wat vrij, gelijk, samen voor hen is en betekent, welke vragen er in hen leven en welke antwoorden zij gezamenlijk op die vragen vinden. Naar buiten toe organiseren zij bijeenkomsten en gebeurtenissen waarbij vrij, gelijk, samen voor iedereen zichtbaar en beleefbaar wordt. Vergeet niet dat onze gemeenschap groeit, niet alleen door de geboorte van kinderen, maar vooral omdat mensen vanuit het systeem hier naartoe komen. Die maken een heel transformatieproces door. Als ze tot rust zijn gekomen, voldoende zijn geheeld, een tijd hebben meegewerkt en meegedaan, tekenen ze een verbintenis met de bron waarin zij hun levens-, werk- en leerdoelen stellen en maken ze voortaan volwaardig deel uit van onze leefgemeenschap. Niet iedereen uit het systeem is daartoe in staat. Sommigen blijven de rest van hun leven onvermogend om hun eigen doelen te stellen.”

Ameleih: “Een volwaardig lid van de leefgemeenschap…”

Ilja: “… is voortaan een DeelGenoot…”

Ameleih: “Wat kan zij? Wat mag zij? Wat doet zij?”

Eloïse: “We hebben een aantal afspraken over hoe we met onszelf, elkaar en de Aarde omgaan.”

Ruby: “Het gesprek over onze omgang met onszelf, elkaar en de Aarde bracht Jac destijds op gang tijdens Corona.”

Eloïse: “Die afspraken worden eens in de vier jaar in een breed gemeenschapsgesprek geëvalueerd en vernieuwd. Daarnaast hebben we de besluitvorming geregeld en procedures ontwikkeld voor het ontstaan, rouleren en weer vergaan van geld. Alles wordt eens in de vier jaar geëvalueerd en vernieuwd. Iedereen mag deelnemen aan de evaluaties, een vorm van directe democratie.”

Ilja: “Onze bestuurders worden niet gekozen, nee, iedereen kan aan de beurt komen…”

Ameleih: “Hoe functioneert de besluitvorming?”

Eloïse: “Eigenlijk heel simpel: iedereen die een verbintenis heeft met de bron mag initiatieven nemen. Hoe groot of klein ook. Op elk vlak en in elke situatie. Wel na raadpleging met een aantal DeelGenoten. Zelfs dat hoeft niet altijd. Initiatieven die een krediet nodig hebben, kunnen als plan en begroting ingediend worden bij de Trust, het orgaan dat het geld doet in onze samenleving. Dit orgaan functioneert volgens door ons opgestelde procedures en maakt het mogelijk dat de grotere initiatieven zich organisch in het geheel kunnen invoegen.”

Ilja: “De beheerders van het kapitaal bestaan ook uit twaalf mensen, zes vrouwen en zes mannen en nemen volgens het lot voor een termijn van acht jaar zitting in de Trust. Om de vier jaar maken zes mensen plaats voor zes nieuwe mensen”

Eloïse: “Ik heb twee maanden geleden een krediet gekregen voor mijn 3D-schoenprint-machine-idee.”

Ameleih: “Ik raak helemaal opgewonden door jullie verhalen. Tegelijkertijd heb ik nog zoveel vragen. Jullie zijn geboren in de gemeenschap. Misschien kunnen jullie aan de hand van jullie biografieën vertellen hoe alles werkt. Vertel eerst eens iets over jullie schooltijd.”

Ilja: “Wij hebben alledrie tot ons 18e zoals dat heet ‘algemeen vormend onderwijs’ genoten…”

Ruby: “… ja, we hebben nog les gehad van Damaris en Jac.”

“Behalve lezen, schrijven en rekenen, leren we ook hoe economische waarden ontstaan, zich ontwikkelen en weer vergaan. We leren wat winst/verlies-rekeningen waren, bij ons heten ze nu capaciteiten/behoeften-rekeningen. We leren balansen lezen. We zijn ons allemaal zeer bewust van onze eigen balans, van wat we hebben en hoe dat is gefinancierd. We zijn ons er vooral erg bewust van dat het kapitaal en de Aarde gemeenschappelijk bezit is en dus ook gezamenlijk beheerd dient te worden…” (Ilja)

Eloïse: “De gemeenschap geeft mij het vertrouwen om mijn 3D-schoenprint-machine te realiseren. Het toegewezen krijgen van een stuk grond waarop ik mijn fabriek mag bouwen is nu ook bijna rond. Waarschijnlijk zal dat net over de grens in het systeem zijn. Onderhandelingen zijn nog gaande. De jongste zoon van Jac is daar erg goed in, heel verhaal. Maar op mijn balans staat dus aan de ene kant de te verwerkelijken machine en aan de andere kant het vertrouwen van de gemeenschap. Dat vertrouwen dat ik heb gekregen, ga ik omzetten in wat ik heb te geven aan de gemeenschap. Zo begrijpen wij nu de begrippen ‘vreemd vermogen’ en ‘eigen vermogen’. Het grootste deel van mijn eigen vermogen stroomt weer terug naar de gemeenschap als aflossing tussen aanhalingstekens van mijn schuld tussen aanhalingstekens aan de gemeenschap.”

Ilja: “Ja, je zou ook kunnen zeggen als dankbaarheid voor de onbezorgde jeugd die we mochten genieten en het vertrouwen dat we kregen om onze eigen weg te vinden.”

Ruby: “In het systeem heb je nog steeds staatsscholen, scholing gericht om de opgroeiende mens in te voegen in het geldsysteem van het systeem. Lees: voor jezelf een positie veroveren op de arbeidsmarkt.”

Ilja: “Wij hebben geen arbeidsmarkt. Wij werken op basis van gelijkwaardigheid samen aan de verwerkelijking van gedeelde doelen. Hoe ons vereffeningssysteem werkt, komt zo aan de orde. Op de Academie worden opgroeiende mensen opgevoed tot in zichzelf gegronde vrije persoonlijkheden. We leren onszelf als mens kennen. Wie we zijn, wat we kunnen en wat we willen. We leren ondernemend, creatief en betrokken te zijn. Te denken en te handelen vanuit het geheel. We krijgen alle ruimte om onszelf te ontdekken en tot ontplooiing te brengen.”

Eloïse: “Omdat we in goed onderling overleg productie op consumptie afstemmen, ontstaat steeds meer ruimte voor onderwijs en zorg, voor wetenschap, kunst en religie, voor het scheppen van cultuur. Mensen en landschappen bloeien op. Er is overvloed, schone lucht, helder water, vruchtbare grond.”

Ilja: “Dus tot ons achttiende genieten alle opgroeiende mensen een algemeen vormend onderwijs in veel verschillende vormen, het is niet eens verplicht. Thuisonderwijs mag ook. Geen onderwijs mag ook. Van ouderwets klassikaal met een meester met een krijtje in zijn hand en krijtstrepen op zijn jasje voor een ouderwets schoolbord tot modern buiten wandelend en werkend al doende.”

Ameleih: “Wat zit je te glunderen Jac?”

Jac: “Ik vind het grappig om te horen dat Ilja lesgeven in de vorm van buiten wandelen en werken modern noemt, terwijl dat juist de manier van Plato en Aristoteles was zo’n zeshonderd jaar voor Christus.”

(…)

Ruby: “Punt is: de één leert zus, de ander zo. De één gaat van leraar naar leraar, de ander blijft wel tien jaar onder de hoede van één specifieke opvoeder. Er hoeven geen keuzes gemaakt te worden met betrekking tot leerlijnen, leerlingen krijgen sowieso geen cijfers, laat staan een diploma. Niemand hoeft zich voor zijn achttiende te specialiseren. Ja, de leerlingen kiezen zelf hun eigen scholen en leraren. Geen twee scholen zijn hetzelfde, elke school ontwikkelt een eigen vorm van onderwijs op basis van een bepaald mensbeeld en een specifieke pedagogische visie. Of hun ouders kiezen voor hun kinderen hun scholen en docenten. Ouders bewaken de kwaliteit van het onderwijs. In het systeem doet de overheid dat nog steeds.”

Ilja: “Bij ons bestaat de overheid niet meer op die manier. DeelGenoten regelen zelf hun onderlinge betrekkingen. Van binnenuit en onderaf. We hebben dus wel organen: het bron-orgaan, de trusts en de beheer- en toewijzing van grond-organen. Voor alle mensen is plek, die ze zelf kunnen innemen. Tot die tijd worden ze begeleid.”

Eloïse: “Vanaf je achttiende begin je met iets te kiezen. Ruby wist al vroeg dat ze leraar wilde worden, Ilja moest eerst de hele wereld over om zichzelf te vinden en ik had als puber al passie voor mode in het algemeen, schoenen in het bijzonder.”

Ilja: “Ik kwam op een landbouwschool terecht in Schotland. Omdat daar een meisje was waar ik verliefd op was. Let op: er bestaan geen twee dezelfde landbouwscholen in de wereld, omdat elk gebied weer specifieke bodems heeft die specifieke vormen van landbouw vragen, überhaupt leven overal verschillende mensen die ieder op hun eigen manier in dit geval landbouwscholen stichten en ontwikkelen. Ik kwam in eerste instantie dus in Schotland terecht, wilde andere talen leren spreken, nieuwe mensen leren kennen in andere landschappen…”

Eloïse: “Voor ik me hier weer vestigde, heb ik ook gezworven. Ik werkte bij verschillende schoenenfabrieken en -werkplaatsen in Hongarije en Italië, ben in de leer geweest bij een schoendesigner in Spanje, heb een tijdje machinebouw gestudeerd in Duitsland en was de assistent van de directeur verkoop van schoenhandel in Canada. Ik ben zelfs lid geweest van een ontwikkelteam van een schoenenfabriek in Brazilië. Daar kwam ik op het idee van een 3D-printer die schoenen produceert, die mensen thuis door middel van bepaalde software op hun computer ontwerpen.”

Ameleih: “Hebben jullie nog computers?”

Jac: “Het hele systeem is feitelijk één grote computer. Alle mensen die nog in het systeem zitten, maken feitelijk deel uit van die computer. Wij staan door middel van computers in verbinding met het systeem.”

Ilja: “Na Schotland werkte ik een jaar met mijn vriendin Morag op een boerderij in het zuiden van Frankrijk, toen nog twee jaar op een bananenplantage in Nicaragua en tenslotte bij graanboeren in de Oekraïne. Vorig jaar werd ik deel van Bedrijfsorganisme de Leeuwerikshoeve hier. Ik ben vooral goed in paprika en komkommer. Morag en ik hebben nu twee kinderen.”

Ameleih: “Kunnen we ons even focussen op het geldsysteem? Vertel eens over wat jullie het vereffeningssysteem noemen?”

Jac: “Aan geld geen gebrek hier. Iedereen krijgt, zolang je nog studeert of lerende bent een basisinkomen van één. Er is überhaupt geen gebrek hier. Want je ontplooit je capaciteiten in dienst van het geheel waar je deel van uitmaakt en vertrouwt erop dat het geheel je voorziet in jouw behoeften. Omdat kapitaal, arbeid en grond bij ons als commons worden beheerd, leven we sowieso in schoonheid, in mooie landschappen, schone lucht, schoon water, tijd om je te ontwikkelen.”

Ruby: “Of om van je oude dag te genieten.”

Ilja: “Bovendien hebben we afgesproken dat de best verdienende niet meer dan twaalf keer het basisinkomen krijgt, de zogenoemde Bregman-norm, omdat de historicus Rutger Bregman ooit een boek schreef: Gratis geld voor iedereen. Dus de kloof tussen rijk en arm wordt nooit groter dan 12 staat tot 1. En 1 is al voldoende om in je levensbehoeften te voorzien. De meeste mensen hier verdienen 4 of 5 keer het basisinkomen én leven in overvloed. Dat wil zeggen, we zijn in onze materiële levensbehoeften voorzien én genieten veel vrije tijd.”

Jac: “De hoeveelheid geld dat in onze gemeenschap in omloop is, in de vorm van boekhouding, we hebben nauwelijks papiergeld of munten, is nagenoeg gelijk aan de hoeveelheid economische waarde die hier circuleert. Één van de functies van de Trust is het in balans houden van de hoeveelheid geld aan de ene kant en de hoeveelheid economische waarde aan de andere kant.”

Eloïse: “Met het geld kopen we de levensmiddelen, van het voedsel dat we dagelijks nodig hebben tot en met de huizen waarin we wonen. Je kunt dus alleen iets hebben dat door iemand anders is geproduceerd. De prijzen voor de producten zijn de som van de inkomens van de mensen die een bijdrage hebben geleverd aan die producten.”

Ruby: “En omdat grond, arbeid en kapitaal geen onderdeel uitmaken van het geldsysteem, hoeft er dus ook geen extra geld te zijn voor de bezitters van kapitaal en grond, zoals in het systeem.”

Ilja: “Nee, het kapitaal is de cultuur die we gezamenlijk creëren en de grond is van ons allemaal.”

“Het kapitaal is de cultuur die we gezamenlijk creëren en de grond is van ons allemaal.”

Eloïse: “Of van niemand.”

Ruby: “En als je een stuk grond krijgt toegewezen om je huis erop te bouwen, of je fabriek, dan is dat stuk grond van jou zonder dat je er iets voor hoeft te betalen.”

Ilja: “Ja, je betaalt gebruiksrecht. Daar leven de beheerders van grond van. Daar financieren we ook de infrastructuur van en het onderhoud van recreatie-gebieden.”

Ameleih: “Lieve mensen, ik heb nog zoveel vragen. Ik ben zo benieuwd. Kunnen we ons focussen op jullie kredietsysteem? Leg mij eens uit hoe jullie geldsysteem werkt?”

Ruby: “De uitvinder van het kredietsysteem, John Law, die leefde van 1671 tot 1729, vroeg zich al af hoeveel geld, gecreëerd uit het niets, in omloop kon worden gebracht en door wat het uit het niets geschapen geld gedekt moest worden. Mijns inziens hebben wij enigszins vruchtbare antwoorden gevonden op die vragen, pas vanaf het jaar 2020, vanaf de Corona-crisis, zijn we begonnen met het scheppen van de juiste voorwaarden voor een gezond kredietsysteem.”

Jac: “Ja, want wat is de essentie van het kredietsysteem? Dat moet ervoor zorgen dat de impulsen van individuele mensen kunnen worden verwerkelijkt en organisch kunnen worden ingevoegd in het geheel van de gemeenschap. Er is, zo ontdekten we, maar één legitieme reden om nieuw geld te scheppen en dat is als een mens, of een groepje mensen, zijn of haar of hun innovatieve ideeën wil verwerkelijken.”

Eloïse: “Ik wil mijn 3D-schoenprinter realiseren.”

Jac: “De verwerkelijking van dat innovatieve idee zal ervoor zorgen dat er met minder krachtsinspanning meer economische waarden kunnen worden gecreëerd. In dit geval kunnen er met minder krachtsinspanning meer schoenen worden geproduceerd. Met andere woorden, met het uit de productie nemen van oude schoenmaak-machines en het in productie nemen van zo’n 3D-printer, komt tegelijkertijd meer tijd vrij voor meer mensen om zich bezig te houden met die andere kernactiviteit van de samenleving: de ontwikkeling van en de zorg voor de individuele mens.”

Ilja: “In onze trust is iemand gespecialiseerd in de schoenenbranche. Zij staat in verbinding met de hele schoenensector in Noord West Europa, ook in het systeem. Die staat weer in overleg met de wereldwijde schoenenbranche überhaupt. Deze trust heeft zicht op de totale schoenen productiecapaciteit aan de ene kant en de behoeften aan schoenen van de bevolking aan de andere kant. Dit alles vanwege voortdurend overleg en het uitwisselen van gegevens in de schoenenbranche.”

Ruby: ”Voor 2020 was het verboden om op die manier te overleggen, te associëren zeg maar. Er moest geconcurreerd worden, was de gedachte. Tot men moest toegeven dat door concurrentie juist tegelijkertijd schaarste en overvloed ontstond. De onzichtbare hand was een illusie. Er werden namelijk te veel schoenen geproduceerd voor te lage prijzen. Veel van deze schoenen moesten ongebruikt weer worden vernietigd, terwijl tegelijkertijd te veel mensen niet het geld hadden om goede schoenen voor zichzelf te kopen. Door kapitaal, arbeid en grond uit het geldsysteem te halen, bleek het veel effectiever en efficiënter om juist wel te overleggen met elkaar om capaciteit op behoefte af te stemmen. Gevolg, iedereen kon goede en mooie schoenen kopen voor verschillende gelegenheden. Er zijn geen overschotten meer die moeten worden vernietigd.”

Ilja: “Het concurrentieprincipe wordt in onze gemeenschap verplaatst van het economische leven naar het culturele leven. Als gemeenschap willen we dat alleen de beste ideeën gerealiseerd worden, de beste boeren ons land bewerken, de beste violisten concerten geven, de beste leraren leerlingen hebben. We willen niet dat verschillende schoenfabrieken onnodig veel schoenen maken en dus onnodig veel grondstoffen en energie verbruiken, onnodig veel afval produceren. Om vervolgens een deel van al die schoenen weer te vernietigen, omdat er te veel van zijn.”

Eloïse: “Zoals gezegd zal met het realiseren van die 3D-schoenprinter met minder arbeidskracht meer schoenen kunnen worden geproduceerd. En dus kunnen er mensen uit de productie van schoenen stromen.”

Ruby: “Daar is geen sociaal plan voor nodig of zo. Zoals vroeger in het systeem. De mensen zijn niet in loondienst. De werkweek in de schoenenbranche bestaat sowieso maar uit twee dagen van vijf uur. De mensen die uitstromen hebben elders al bezigheden in het culturele leven, zij zorgen voor invalide leeftijdgenoten of bejaarde huisgenoten, zij spelen mee in een orkest of doen mee in een theaterstuk, zij vertellen verhalen of geven les in kruidenkunde. Daar krijgen ze nu nog meer tijd voor.”

Jac: “Kortom, er zijn steeds minder mensen nodig die in steeds kortere tijd in de goederen en diensten voorzien om de materiële behoeften te vervullen, en steeds meer mensen hebben steeds meer tijd om te wandelen, te leren, te onderwijzen, te zorgen, te genezen, te onderzoeken, te schilderen, gesprekken te voeren en stil te zijn.” 

Ruby: “De meeste medewerkers in de schoenproductie verdienen drie keer het basisinkomen. Met tien uur werken per week dus, twee werkdagen van 9 tot 3.”

Ameleih: “Ik ben er stil van. Als ik het goed begrijp dan is de groeiende kloof tussen rijkdom en armoede in de markteconomie omgezet in een organische ontwikkeling van steeds efficiënter economisch leven naar een steeds rijker cultureel leven.”

Jac: “Zo zou je het kunnen zeggen ja? Een steeds kleiner en steeds rijker wordende elite bestaat niet meer in onze samenleving. Waarom niet? Omdat we kapitaal en grond tot gemeenschappelijk bezit hebben gemaakt. En daarom hebben we een steeds rijker cultureel leven, waar iedereen, letterlijk iedereen rijker van wordt, en een steeds efficiënter en effectiever, milieuvriendelijker, schoner, mens-vriendelijker ook, economisch leven.”

(…)

Ameleih: “Eloïse, hoeveel krediet heb je eigenlijk gekregen?”

Eloïse: “Voor mij is 500 duizend Ukuqina gecreëerd. Dat is Xhosa voor sterrenstof. Op mijn bankrekening staat nu 500 duizend Ukuqina en bij de Trust heb ik van de gemeenschap een vertrouwen staan van 500 duizend Ukuqina. Ik heb me voorgenomen dit vertrouwen niet te schaden.”

Jac: “Met die 500 duizend Ukuqina bouwt Eloïse een nieuwe fabriek op een aan haar toegewezen stuk grond. Vanuit andere schoenfabrieken stromen medewerkers naar haar toe, aangevuld met nieuwe medewerkers. Er stromen ook gewoon medewerkers helemaal uit.”  

Ilja: “Overigens, niemand bouwt zoals in het systeem een pensioen op tijdens het werkende leven door geld opzij te leggen voor later. Geld sparen voor later is sowieso niet nodig in onze gemeenschap. Vanaf de Corona-crisis kwamen meer en meer mensen tot het inzicht dat geld op zichzelf niets is en pas iets wordt als er goederen en diensten tegenover staan, die je kunt kopen en consumeren. Bij ons betekent ‘met pensioen gaan’ dat je voortaan geen prestaties meer levert, maar dat je je laat onderhouden en verzorgen door mensen die nog wel prestaties leveren. Ook de zieken, de invaliden en andere mensen die om de een of andere reden voor kortere of langere tijd geen bijdrage kunnen leveren aan het geheel, worden door het geheel onderhouden en verzorgd. Iedereen mag in de eerste plaats zijn. Daar hoef je helemaal niets voor te doen.”

Ruby: “Overigens is het vrijwel onmogelijk om geen prestaties te leveren. Iedereen doet wel iets.”

Ilja: “Jarenlang was bij ons een gevleugelde uitspraak als je ergens mee zat en je kwam er niet uit: ‘Ga maar naar Malaika!’… zij lag totaal verlamd op bed. Ze kon nauwelijks praten. Maar ze hield wel spreekuur. Ze luisterde. En af en toe stelde ze vragen. In 9 van de 10 keer hielp ze je erdoor heen…”

Eloïse: “Alle mensen in de hele gemeenschap zijn als het ware aandeelhouder van mijn te bouwen 3D-schoenprinter. Dat betekent dat als mijn fabriek straks draait en omzet maakt, dat de winst via de Trust weer terugstroomt naar de gemeenschap.”

Jac: “Dat gebeurt ook met de winsten uit alle andere bedrijven in het economische leven.”

Eloïse: “Zo maak ik het vertrouwen dat ik krijg waar. Door de winst terug te laten stromen naar het culturele leven waarin ik ben opgegroeid. Met de winst wordt in de basisinkomens voorzien. Maar van de winst worden ook de scholen, de ziekenhuizen, de theaters en de concertzalen gefinancierd.”

Ruby: “Werd in het systeem de winst uitgekeerd aan aandeelhouders en de bezitters van grond, bij ons komt het ten goede aan het geheel.”

Ilja: “En omdat we ons allemaal zeer bewust zijn van onze capaciteiten/behoeften-rekening en onze balans, weten we dat het welzijn van het geheel des te groter wordt naar mate we onze capaciteiten meer en meer ontplooien en vrij inzetten voor het geheel en erop vertrouwen dat het geheel voorziet in onze behoeften.”  

Eloïse: “En over een jaar of tien, als mijn 3D-schoenprinter is uitgedraaid, dan wordt die uit productie genomen.”

Ilja: “Intussen draaien er dan allang verbeterde versies van die machine en is de gemiddelde werkweek in de schoenproductie teruggelopen van zeg 10 uur per week naar zeg 8 uur per week.”

Ameleih: “En wat gebeurt dan met dat oorspronkelijke krediet van 500 duizend Ukuqina?”

Eloïse: “Het geld dat nu is gecreëerd om die 3D-schoenprinter te verwerkelijken, dat zo’n tien jaar lang zal rouleren in onze samenleving zolang die machine economische waarden creëert, zal met het uit productie nemen van die machine uit de roulatie worden genomen.”

Ameleih: “Jullie hebben antwoorden gevonden op de oer-vragen van de oer-bankier John Law.”

Jac: “Juist.”

Ameleih: “Geld maakt een cyclus door. Het ontstaat als krediet aan mensen die hun innovatieve ideeën willen verwerkelijken, het rouleert als geld om te handelen in economische waarden, goederen die voorzien in materiële behoeften, waarbij steeds minder mensen nodig zijn om überhaupt economische waarden te produceren en te distribueren en steeds meer mensen vrij zijn om prestaties te leveren in het culturele leven. Het geld wordt weer vernietigd als de productiemiddelen die zijn ontstaan door het oorspronkelijke krediet uit de productie worden genomen.”

Jac: “Juist.”

Ameleih: “Hoeveel geld kan uit het niets worden gecreëerd?”

Eloïse: “Zoveel geld als dat er mensen zijn met te verwerkelijken ideeën.”

Ameleih: “Hoeveel geld mag er überhaupt worden gecreëerd?”

Eloïse: “Zoveel als nodig is om productiemiddelen te vernieuwen.”

Ameleih: “Door wat wordt het geld gedekt?”

Eloïse: “In diepste zin wordt het geld gedekt door de scheppende activiteit en de creativiteit en liefde van individuele mensen. Praktisch wordt de hoeveelheid geld in de wereld gedekt door de hoeveelheid draaiende productiemiddelen, die, nogmaals, van iedereen zijn. Nogmaals, kapitaal is iets wat we gezamenlijk creëren. Het idee voor die 3D-printer kon ik alleen maar ontwikkelen omdat ik zoveel leraren had. Alle mensen zijn in onze samenleving de aandeelhouders van alle draaiende productiemiddelen en genieten van het rendement van die draaiende productiemiddelen in de vorm van steeds meer zorg, onderwijs, muziek, theater, zingen, bossen, zeilen op het water, kunst, religie, wetenschap, mooie landschappen enzovoorts.”

Ameleih: “Hoe lang mag eenmaal gecreëerd geld rouleren?”

Eloïse: “Zolang als de productiemiddelen die gefinancierd zijn door het oorspronkelijke krediet draaien. Zodra de productiemiddelen zijn afgeschreven en uit de productie worden gehaald, dient het oorspronkelijke bedrag dat was geïnvesteerd in dat productiemiddel ook uit de roulatie te worden genomen. Maar nu val ik in herhaling.”

Ameleih: “Ik ben sprakeloos. Tegelijkertijd heb ik nog heel veel vragen. Maar we houden ermee op.  Misschien kom ik later weer bij jullie terug met al mijn vragen. Voor nu wil ik jullie hartelijk danken. Ruby, dank je voor je wijsheid en inzet. Ik weet dat mijn kleinkinderen les van je zullen krijgen. Ilja, graag hoor ik jouw verhaal nog eens helemaal, over de Leeuwerikshoeve, over landbouw überhaupt in jouw tijd. En Eloïse, ik wens jou heel veel succes met het verwerkelijken van je dromen.”

“Dank je wel Ameleih. Jij ook veel goeds.”

Ameleih: “En Jac, geniet van je oude dag. Ik voel je dankbaarheid en vreugde ook in mijn hart.”

Jac: “Ja, zal ik doen. Ik geniet van al die lieve en mooie mensen, van mijn kinderen en kleinkinderen. Och, ik heb je nog niet eens verteld hoe het verder is gegaan met mijn kinderen.”

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? (deel 2)

Het is 19 maart 2021. Een jaar geleden zaten we aan het begin van de Corona-crisis. Voor Jac de aanleiding om te gaan bloggen over de vraag: wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? Vorige week interviewde ik (Ameleih) hem en bleven we steken bij “de noodzaak om jezelf te transformeren als je de samenleving wil transformeren, een proces waar Jac zelf midden in zat”. Op dit moment heb ik contact met een versie van hem in het jaar 2036.

Ameleih: “Goedendag Jac, hoe is het met je? Welke dag is het bij jou? Hoe oud ben je intussen? Waar woon je? Hoe woon je? En met wie? Hoe is het weer daar?”

Jac: “Goedemorgen Ameleih, wat fijn om je te spreken. Het menselijke innerlijke vermogen staat voor niets in deze tijd. En wat een vragen allemaal. Het gaat goed met me, nog steeds bezig met m’n innerlijke transformatieproces, want dat zal nooit ophouden. Vandaag is het 2 augustus 2036, we vieren de 65ste verjaardag van Damaris, mijn levenspartner. Zelf ben ik intussen 71 jaar oud, bijna 72. We wonen in leefgemeenschap die zich ontwikkelt vanuit de principes vrij, gelijk, samen, gewoon in Nederland. Het is een prachtige zomerse dag vandaag. Het graan rijpt op de velden, lekker ouderwets met rode klaprozen en blauwe korenbloemen. Dank je. Hoe is het met jou?”

Ameleih: “Van harte gefeliciteerd met Damaris. Ik ben vooral nieuwsgierig naar hoe de wereld vijftien jaar na de Corona-crisis eruitziet. Het gaat goed met mij hoor. Ook ik ben bezig met mijn innerlijke transformatieproces. Op dit moment oefen ik mijn fantaserende denken en het innerlijke vermogen om boven de tijd uit te stijgen. Hoe ziet de samenleving er over vijftien jaar uit, Jac?”

Jac: “De gepolariseerde samenleving van vijftien jaar geleden heeft zich doorgezet in enerzijds wat wij nog steeds ‘het systeem’ noemen, de voortzetting van de parlementaire democratie en vrije markt economie die we toen hadden, de neo-liberale sociaal-democratie, zeg maar; en anderzijds verschillende leefgemeenschappen die als een soort omgekeerde reservaten overal in het systeem zijn ontstaan. In die gemeenschappen experimenteren mensen met nieuwe vormen van onderwijs, besluitvorming, energievoorziening, architectuur, communicatie, economie, geld… Wij wonen dus in zo’n gemeenschap.”

Ameleih: “Omgekeerde reservaten?”

Jac: “Ja, in Australië en Amerika had je reservaten voor de oorspronkelijke bevolking, Aboriginals, Native-Americans. Deze omgekeerde reservaten zijn gebieden, uitsparingen in het syste em, waar mensen ongeacht oorsprong, ras, geloof, geslacht, geaardheid nieuwe vormen van samenleven ontwikkelen.” 

Ameleih: “Maak je als uitsparingen in het systeem niet ook nog deel uit van dat systeem?”

Jac: “Wij leven in vreedzame co-existentie met het systeem. We betalen een vorm van belasting in ruil voor bestaansrecht, bescherming en respect voor onze manier van samenleven. De grond onder onze voeten hebben we als gemeenschap vrij gekocht uit het geldsysteem van het systeem zeg maar.  Niemand heeft hier iemand anders in loondienst, we werken en leven samen op basis van gelijkheid. We hebben een manier gevonden om de bijdragen die een ieder van ons levert aan het geheel in de gemeenschap te vereffenen. Ziekenzorg is geregeld, evenals het pensioen. We ontwikkelen een eigen vorm van geldschepping, -roulatie en -vernietiging. In onze materiële behoeften voorzien we zoveel mogelijk zelf. Voor zover dat niet lukt, drijven we handel met andere leefgemeenschappen. Feitelijk is er een parallelle economie ontstaan naast die van het systeem. Tegelijkertijd ervaren we een overvloed aan tijd voor onze zorg voor elkaar en werken aan innerlijke groei en ontwikkeling.”

Ameleih: “In hoeverre heeft Corona het ontstaan van deze gemeenschappen bespoedigd?”

Jac: “Al eerder vertelde ik dat tijdens Corona de gezondheid van de mens centraal kwam te staan in de samenleving. Het produceren om geld te verdienen viel stil. In onderling overleg werd capaciteit op behoefte afgestemd. Veel mensen werden toen wakker. Als geld verdienen en winst maximaliseren niet meer het doel was, maar het afstemmen van capaciteit op behoefte, productie op consumptie, dan was er misschien wel veel minder productie nodig. En inderdaad! Er werd berekend dat de wereldwijde productie zeker met de helft kon worden teruggeschroefd om toch voldoende middelen te hebben die voorzien in de materiële behoeften van alle mensen wereldwijd. Tijdens Corona werd duidelijk dat er heel veel gewerkt moest worden om dividend uit te kunnen keren aan aandeelhouders of pacht te betalen aan grondbezitters. Terwijl aandeelhouders en grondbezitters feitelijk niets leverden.

En met de afname van productie nam ook het afval en de vervuiling af. Er was veel minder energie nodig. De lucht werd schoner, vissen zwommen in de rivieren, vogels waren duidelijk hoorbaar, de bijen blij. Veel meer mensen hadden veel meer tijd om voor elkaar te zorgen, samen muziek te maken, met elkaar te dansen, samen te wandelen, gezellig te tafelen of nog andere dingen te doen wat de mens goed doet.

Tijdens de Corona-crisis kon ook niet meer gesport worden, het voetbal stopte, Wimbledon ging niet door, de Tour de France, evenals de olympische spelen werden eerst uitgesteld en toen afgesteld, bands konden niet meer optreden, orkesten zegden hun concerten af, theatervoorstellingen gingen niet meer door. En wat gebeurde er? Opeens bleek iedereen wel een sporter, kunstenaar, muzikant, acteur, wetenschapper of auteur te zijn. Op allerlei nieuwe manieren werd gemusiceerd, gesport, gebeeldhouwd, geschilderd, geacteerd, onderzocht en geschreven.

Mensen werden wakker tijdens Corona voor de mogelijkheid om op andere manieren samen te leven.”

Ameleih: “Wacht even… zeg je nu eigenlijk, dat als je stopt met handel in kapitaal en grond, dat er dan veel minder geld nodig is? En dat er dan veel minder gewerkt hoeft te worden?”

Jac: “Ja, dat zeg ik. Er hoeft veel minder gewerkt te worden in de economie en dus kunnen mensen veel meer werken in de zorg en het onderwijs, in de wat we in 2020 de cultuursector noemden.”

Ameleih: “Leg dat nog eens uit, alsjeblieft? Voor de lezers die nog midden in de Corona-crisis zitten en zich afvragen wat de economische consequenties waren van die crisis.”

Jac: “Let wel, in het systeem wordt met economie, geld verdienen en winst maximaliseren, bedoeld, liefst met zo min mogelijk inspanning. In de leefgemeenschappen begrijpen we economie als het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden. Graag vertel ik je hoe we dat hier zien en geregeld hebben.”

Ameleih: “Eerst nog even terug naar de tijden van Corona. Mensen werden wakker zeg je. Waar werden ze wakker voor?”

Jac: “Banken en bedrijven stopten met het uitkeren van dividend, simpel omdat er geen omzet meer werd gedraaid. Meer en meer mensen werden wakker voor het feit dat een elite van aandeelhouders en grondbezitters zich lieten betalen voor het feit dat ze grond hadden of aandelen van bedrijven of banken, zonder dat ze enige prestatie leverden. In de jaren voor de crisis werden miljarden en miljarden dividend uitgekeerd, terwijl er bezuinigd werd op zorg en onderwijs. Bepaalde mensen zeiden dat uitkeringstrekkers op kosten leefden van de samenleving, terwijl zij zelf dividend opstreken zonder ook maar één prestatie te leveren! Wie leefden er nu op kosten van wie?

Ameleih: “Ja. En?”

Jac: “Tijdens de crisis begrepen steeds meer mensen dat de Aarde van iedereen was. En dat de cultuur door iedereen werd gecreëerd. Wat als de Aarde en het Kapitaal uit het geldsysteem werden gehaald? Wat als niemand meer bij iemand anders in loondienst hoefde te werken? Dan konden werkgever/werknemer-relaties worden ontbonden, werkgevers- en werknemersorganisaties worden opgedoekt. Nieuwe vormen van samenwerken konden worden gecreëerd. Producten werden goedkoper, want rente- en aflossing, dividend, pachtprijzen, hoefden niet meer in de prijzen van de goederen doorgerekend te worden.”

Ameleih: “Dus Corona heeft het ontstaan van die leefgemeenschappen bespoedigd?”

Jac: “Ja. Corona heeft het vormen van een nieuwe economie en samenleving versneld. Steeds meer mensen stelden de gezonde omgang met zichzelf, de ander en de Aarde centraal. Hoe? Door de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond tot gemeenschappelijk bezit te maken. Daardoor viel de concurrentiestrijd om zoveel mogelijk bezit weg, dat leverde alleen maar ellende op en een steeds groter groeiende kloof tussen rijkdom en armoede. Maar ja, dat lukte alleen als je jezelf weet te transformeren van een ego-gedragen naar een hart-gedragen mens.”

Ameleih: “Voor we het gaan hebben over de noodzaak om jezelf te transformeren als je de samenleving wilt transformeren, nog één vraagje: uit hoeveel zielen bestaat jullie gemeenschap eigenlijk?”

Jac: “Onze gemeenschap telt ruimt 6000 mensen. De kleinste soortgelijke gemeenschappen bestaan uit zo’n 200 mensen rond één primaire productiebedrijf, een boerderij zeg maar, de grootste hebben zo’n 40.000 inwoners in uitgebreide wat ik noem permacultuurlandschappen. Die zijn niet in Nederland, maar in voorheen dunbevolkte gebieden aan de randen van Europa en elders in de wereld, vaak door het systeem eerst leeggezogen en uitgeput, en toen grotendeels verlaten. Maar door de transformatiekracht van de nieuwe mens in die gebieden bloeiden niet alleen de mensen zelf op, maar ook de landschappen die ze betrokken.”

Ameleih: “Jij bent nog steeds bezig met je innerlijke transformatieproces zeg je.”

Jac: “Zoals je weet begonnen we zo’n vijf jaar voor Corona met de Economy Transformers Academy, die aansloot bij de school van Plato. Ik zei het bijna nooit hardop, maar ik wilde er een moderne mysterie-school van maken. In de tijd van het oude Egypte en de megalithische cultuur gingen de priester-koningen, de farao’s, de druïdes en verder alle mensen die leiding gaven, zij dus die de samenlevingsvormen van toen bestuurden, naar zogenoemde mysterie-scholen in allerlei vormen. Daar werden ze ingewijd in het mens-zijn. Mens, ken jezelf!, stond aan de binnenkant van de poort die toegang gaf tot de tempel van Delphi, ook zo’n mysterie-school. Eigenlijk werd je ingewijd in de continue wisselwerking van de mens als micro-kosmos en het hele universum als macro-kosmos. Vóór Plato zijn school stichtte, onderging hij zelf een inwijding in zo’n mysterie-school. Bijna 3000 jaar na het sluiten van de oude mysterie-scholen was het mijns inziens tijd voor het ontstaan van nieuwe mysterie-scholen, vrije ruimten waarin mensen, alle mensen, zich konden verdiepen in zichzelf en hun relatie tot het geheel. Ken jezelf!, schreef ik boven de deur van het Veerhuis, doe- en kennishuis voor een nieuwe economie en samenleving. Niet dat ik een mysterie-leraar was, integendeel, ik zag mijzelf juist als een mysterie-leerling van de mensen die bij ons cursussen volgden of de leergang Samenlevingskunst deden. Het enige wat ik deed was mensen helpen, mezelf incluis, hun angst, haat, twijfel om te zetten in initiatieven. Werden de oude samenlevingen van buiten- en bovenaf gevormd door geïnitieerden, de nieuwe economie en samenleving moest mijns inziens van binnen- en onderuit ontstaan door de initiatieven van mensen die werkten aan hun innerlijke transformatie van angst, haat en twijfel in moed, liefde en vertrouwen.”

Ameleih: “En hoe zit dat met betrekking tot het geldsysteem?”

Jac: “Dat is niet zo ingewikkeld hoor, het is een of of situatie, of je stelt je denken en handelen in dienst van het geld, het maximaliseren van de winst, het streven naar zoveel mogelijk bezit, of je stelt je denken en handelen in dienst van de gezondheid, het helen en ontwikkelen van de mens en de Aarde. Om je niet meer te laten bepalen door het geld, heb je je angst om te zetten in moed, je zorgen in vertrouwen. Dat was de missie van Economy Transformers.” 

Ameleih: “En het sloeg aan?”

Jac: “Dat ligt er maar aan hoe je het bekijkt. Uiterlijk gezien hadden we de eerste jaren hooguit 20 deelnemers. Soms moesten we op een houtje bijten om rond te komen. Destijds moesten we immers nog gewoon rente- en aflossing betalen voor de hypotheek op ons huis. En de spullen werden steeds duurder. Zeker de helft van wat we betaalden voor onze levensmiddelen ging naar de bezitters van grond en aandelen. Maar innerlijk schiepen we ruimte. Ook maatschappelijk. Destijds benoemde ik mezelf tot hoogleraar en nodigde iedereen uit dat ook te doen. Om de soevereiniteit van het individu te declameren. Ook creëerden we eigen rechtsvormen, omdat we ons niet in de bestaande rechtsvormen wilden organiseren, het DeelGenootschap. We droegen bij aan het realiseren van nieuwe structuren voor Grond, Arbeid en Kapitaal als common, nieuwe vormen van beheer en toewijzing, nieuwe vormen van eigendom. We schiepen ruimte om vrij te denken en te handelen, om op een nieuwe manier onze onderlinge betrekkingen te regelen. Bovendien waren er in die tijd al overal van dit soort initiatieven, waar we ons in ieder geval innerlijk, maar vaak ook uiterlijk mee verbonden. Ja, ik geloof dat we als Economy Transformers in het collectieve bewustzijn, in het morfogenetisch veld zeg maar, wel degelijk van betekenis waren. We schiepen ruimte om in vrijheid ons te richten op een nieuwe economie en samenleving. Los van de bestaande structuren, los van de reguliere wetenschap, los van de parlementaire besluitvorming, gereguleerde arbeidsverhoudingen, los van het maximeren van de winst, enzovoorts. Wat mij betreft was Economy Transformers overal daar waar twee of drie mensen out of the box bezig waren met samenlevingsvraagstukken.”

Ameleih: “En hoe is het bij jou nu? In het jaar 2036?”

Jac: “In de leefgemeenschappen bestaat nu werkelijke vrijheid van onderwijs. Iedereen mag zich nu leraar noemen. Leerlingen of de ouders van leerlingen kiezen zelf hun leraren. Corona hielp bij de bevrijding van het onderwijs uit de greep van de staat. Van de een op de andere dag stopten toen immers de scholen. Ouders namen het onderwijs gewoon over, ze leerden hun kinderen op een nieuwe manier kennen, de vragen die zij hadden, de leerbehoeften en leerwijzen van hun kinderen, en stemden daar hun lessen op af. Veel ouders vonden het maar niks, hun kinderen les geven, tegelijkertijd bleek onder ouders onderwijstalent te zitten. Ook daar werd het uitgangspunt de leerbehoeften van de kinderen, die nu werden gezien door hun opvoeders, en niet meer de leerdoelen door de overheid gesteld. Leerdoelen werden zelf gesteld, lesmateriaal werd zelf gemaakt, nieuwe vormen van onderwijs ontstonden op basis van verschillende pedagogische visies. Alleen het leven kon leren welke visies vruchtbaar waren en welke niet. De staatspedagogie werd lang niet altijd meer als vruchtbaar ervaren. Mensen die zichzelf tot leraar maakten op basis van onvruchtbare ideeën kregen simpelweg geen leerlingen en moesten zich bezinnen op hun eigen innerlijke gronden. Na de crisis gingen niet alle kinderen meer terug naar school. Burgerscholen schoten als paddestoelen uit de grond. Er werden nieuwe vormen van financiering ontwikkeld. De kwaliteit van het onderwijs werd door de ouders zelf bewaakt. De kiemen van de huidige leefgemeenschappen werden gelegd.”

Ameleih: “En Economy Transformers?”

Jac: “Die hebben we opgedoekt. Ik geef nu leiding aan de Academie in onze leefgemeenschap Vrij, gelijk, samen. We hebben 323 leerlingen van 4 tot en met 26 jaar. Er zijn nog andere scholen in onze leefgemeenschap. Andere leefgemeenschappen hebben soortgelijke scholen. We staan in een levendige verbinding met elkaar, wisselen regelmatig kennis en ervaring uit, sowieso is alles ‘open source’ zoals dat in 2020 werd genoemd.”

Ameleih: “En de economie dan? Waar is die gebleven?”

Jac: “Destijds als Economy Transformers maakten we al onderscheid tussen enerzijds het culturele leven en anderzijds het economische leven. In het culturele leven staat zorg en ontwikkeling van de mens centraal. Dat leven dient ons inziens vrij te zijn. Dat hebben we nu dus gerealiseerd. En in het economische leven staat, zoals ik al eerder zei, de productie, distributie en consumptie van economische waarden centraal, het voorzien in de materiële behoeften van de mens. In de leefgemeenschap gaan we uit van de behoefte, materieel of immaterieel en daar stemmen we in goed onderling overleg onze capaciteit op af. Geld heeft een hele nieuwe betekenis gekregen in onze samenleving.”

Ameleih: “Vertel!”

Jac: “Tijdens Corona viel de wat toen heette hele culturele sector stil. Wat gebeurde er? Acteurs, auteurs, dichters, musici, beeldende kunstenaars… Op allerlei manieren bleven ze zich uiten. Op balkons, tussen de schuifdeuren, via YouTube, tot genoegen van iedereen eigenlijk. Gewoon vrij. Omdat ze geen geld meer konden verdienen met hun kunst. Tegelijkertijd bleek zorg en onderwijs opeens tot de vitale beroepen te horen. Vooral in de zorg werden alle zeilen bijgezet. Hoe kon het dat in de jaren ervoor maar werd bezuinigd op de zorg terwijl aan de andere kant miljarden werd uitgekeerd aan aandeelhouders van grote bedrijven als Shell, Unilever en Philips. In onze leefgemeenschap hebben we alle mensen tot aandeelhouder gemaakt van de bedrijven die in materiële behoeften voorzien. Hoe we dat precies doen, leg ik je graag uit als je wil. Wat blijkt! Steeds minder mensen hoeven steeds minder te werken in het economische leven en steeds meer mensen hebben steeds meer tijd om voor elkaar te zorgen, muziek te maken, te wandelen, verhalen te vertellen, onderzoeksprojecten te ontwikkelen of huizen te beschilderen en tuinen te verzorgen in het culturele leven.”

Ameleih: “Het is alweer tijd, Jac, we moeten afronden, we zijn nog steeds niet uitgepraat. Ik begrijp dat over vijftien jaar overal leefgemeenschappen zijn ontstaan waar mensen nieuwe vormen van samenleven ontwikkelen. Jij leeft in een vrij, gelijk, samenleefgemeenschap. Daarin staat het helen en de ontwikkeling van de mens centraal, de immateriële behoefte om jezelf te ontwikkelen tot een waardig mens en anderen mensen uit te nodigen dit ook te doen. Jullie stellen jezelf tot doel elkaar mogelijk te maken, begrijp ik. De soevereiniteit van de individuele mens is het uitgangspunt én het feit dat iedereen deel uitmaakt van één geheel. Enerzijds ontwikkelen jullie een vrij cultureel leven. Dat is het gemeenschappelijk gecreëerde kapitaal, zeg je. Een continu proces begrijp ik. Anderzijds stellen jullie gezamenlijk, in goed onderling overleg, zeg je, de economie, het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden, in dienst van het helen en ontwikkelen van mensen. Je hebt het over de noodzaak om innerlijk te transformeren om onder andere het geldsysteem te kunnen transformeren. Weliswaar ontstaat er bij mij een beeld nu van een toekomstige vrij, gelijk, samen-samenleving. Toch heb ik nog een paar grote vragen: hoe hebben jullie je onderlinge betrekkingen geregeld? Hoe vindt besluitvorming plaats in jullie leefgemeenschap? En last but not least: hoe functioneert jullie geldsysteem eigenlijk?”

Jac: “Je vraagt eigenlijk naar hoe we vrij afstemmen op samen, hoe we de ontwikkeling van de individuele mens en het verzorgen van dat ene Aarde-lichaam tegelijkertijd waarmaken, hoe we tussen het culturele- en het economische leven, een rechtsleven vormen. Graag ga ik daar in een volgend gesprek dieper op in. Mag ik je dan ook voorstellen aan enkele medewerkers van mij die zijn geboren in het post-Corona-tijdperk?”

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? (deel 1)

Het is 12 maart 2021. Precies een jaar geleden hield premier Rutte zijn eerste persconferentie in verband met de Corona-crisis. Voor mij was dat de aanleiding om te gaan bloggen over de vraag: wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? Nu blik ik terug samen met een vrouwelijke versie van mijzelf.

Ameleih: “Wat leerde Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde?”

Jac: “Mij leerde Corona vooral dat ik nu eindelijk eens moest ophouden met destructief omgaan met mezelf, elkaar en de Aarde. En dat constructief denken en handelen moest beginnen bij mezelf. Dat dat nog helemaal niet zo makkelijk was. Ik schrok van de rijen mensen voor de coffeeshops vlak voor die moesten sluiten. De kloof tussen rijkdom en armoede in de samenleving zou door Corona allen nog maar groter worden, begreep ik. Nog afgezien van hoe we omgingen met vluchtelingen. Enerzijds drong ik mijn mening op aan anderen, anderzijds buitte ik anderen uit. Smeltende gletsjers, stijgende zeespiegels, groeiende plastic soepen, pijpleidingen door reservaten van oorspronkelijke bevolkingen. Hoewel mensen als Greta Thunberg, Vivienne Westwood en Ruby Hagendaz grote maatschappelijke vraagstukken aan de orde stelden, deden politici, grootindustriëlen, multinationals, bankiers, de witte mannen met geld, macht en wapens zeg maar, helemaal niets. En ik deed ook niets.”

“En toen kwam het corona-virus.”

Jac: “Precies. Als we niet vanuit vrije wil onze omgang met onszelf, elkaar en de Aarde verbeterden, dan moest het maar met geweld of zo. Dat zei Corona mij. Of we losten de grote vraagstukken met elkaar op, vrijwillig. Of we riepen steeds grotere rampen over ons af, die ons dwongen. Zoiets was het.”

“Of was Corona gewoon pure botte pech?”

Jac: “En zelfs als het pure botte pech was, dan nog hadden we ons te bezinnen op wat het ons zei. Mij zei het ook dat we ontwikkelingen in eigen handen moesten nemen. Heel veel mensen namen initiatieven, op allerlei manieren, steeds met de nood van anderen als motief. Ik bedoel, je gewone werk doen om je geld te verdienen, ging niet meer.”

(…)

Jac: “Tijdens de Corona-crisis gebeurde mijns inziens iets heel bijzonders. Even werd het geld verdienen opzij gezet. De gezondheid van de mens kwam centraal te staan. Het bracht mij het inzicht dat überhaupt niet de economie (in de vorm van geld verdienen) centraal diende te staan in de samenleving (en hoe begrepen mensen economie nou eigenlijk?), maar de mens zelf, zijn gezondheid en zijn ontwikkeling, de ontplooiing van zijn capaciteiten, de vervulling van zijn behoeften. In plaats van onszelf, elkaar en de Aarde in dienst te stellen van het neo-liberale idee dat je moest concurreren om de winst te maximaliseren – wat feitelijk een soort strijd van allen tegen allen was om zoveel mogelijk bezit –  hadden we de economie (in de zin van produceren, distribueren en consumeren van economische waarden) in dienst te stellen van de gezondheid en de ontwikkeling van mensheid en Aarde.”

“Aanvankelijk zeiden de mensen: “Corona zet de wereld op z’n kop!” Maar geleidelijk aan beseften steeds meer mensen dat de wereld vóór de crisis juist op z’n kop stond en door Corona eindelijk rechtop werd gezet.”

Jac: “Je had de farmaceut Roche, producent van geneesmiddelen, zou je zeggen. Roche stelde zichzelf in dienst van het genezen van mensen, dachten we. Niets was minder waar. Farmaceut Roche had maar één doel, net zoals alle aandeelhouders van besloten- en naamloze vennootschappen: geld maken! Liefst met zo min mogelijk inspanning. En in het geval van Roche was het produceren van geneesmiddelen het middel, de wereld op z’n kop. Zo werd dus überhaupt gedacht, geld maken was het doel, liefst dus met zo min mogelijk inspanning, en het middel was broden bakken, kleren maken, handelen in autobanden, hypotheken of marihuana, het produceren van geneesmiddelen, het ontwikkelen van ingewikkelde financiële producten enzovoorts. Totdat Roche niet meer kon voorzien in de behoefte aan Corona-tests. Onvoldoende capaciteit. Andere laboratoria wilden wel bijspringen, maar hadden de kennis en de kunde niet. Aanvankelijk wilde Roche haar kennis niet delen. Ze beriep zich op patentrecht of zoiets. Iets wat ik zag als een destructief uitgangspunt van de samenleving, intellectueel eigendom. Waarom niet alles open source? Kennis was toch iets wat we gezamenlijk creëerden. Uiteindelijk deelde Roche onder zware morele druk toch haar kennis. Vervolgens kon in goed overleg de productie van tests worden opgevoerd door de samenwerking van verschillende laboratoria.”

Ameleih: “Dus het Coronavirus zette de wereld juist op zijn poten. De behoefte van de mens kwam centraal te staan, in dit geval de behoefte aan Corona-tests. In overleg met de concurrenten werd de gezamenlijke capaciteit op die behoefte afgestemd.”

Jac: “Dat gold ook voor beademingsapparaten. Autofabrieken bouwden hun productielijnen om en werden producenten van beademingsapparaten. Zelfs de teams van Formule-1-wagens stopten met het ontwikkelen van hun snelle bolides en fabriceerden beademingsapparaten.”

“Het kon dus wel. Uitgaan van een concrete vraag en het aanbod daarop afstemmen.”

Jac: “Tot de crisis werd er maar geproduceerd. Want er moest geld worden verdiend, de economie moest groeien. Door middel van uitgekiende marketingstrategieën werden er behoeften gecreëerd die er aanvankelijk niet eens waren. Gewoon omdat het kon. Zo werden overbodige goederen alsnog gesleten, zeg opgedrongen aan de mensen. En dat heette dan economie, het produceren en distribueren van van alles en nog wat om geld te verdienen.”

“En toen?”

Jac: “Toen ging ik dus bloggen. Waar ik al een tijdje mee bezig was eigenlijk. Op zoek naar een eigen stijl en vorm. Vanuit mijn verlangen naar een menswaardige samenleving. Ik wilde de vinger leggen op weeffouten van het geldsysteem, van de economie, ja van die hele samenleving. Ik wilde precies en in eenvoudige woorden zeggen wat er mis was met het systeem, zonder boosheid, zonder oordelen. Wat bleek? Ik was ontzettend boos. En het lukte me niet om niet te oordelen. Ik wilde de situatie helemaal accepteren zoals die was, ik wilde laten zien hoe het anders kon zonder te overtuigen of te verleiden. Mensen hoefden niet overtuigd of verleid te worden. Als het klopte wat ik zei, voelden de mensen dat. Graag liet ik de mensen vrij. Omdat die nieuwe economie en samenleving mijns inziens alleen vrijwillig kon ontstaan, tussen mensen die dat wilden dus. Maar nogmaals, ik was ontzettend boos en het lukte me maar niet om niet te oordelen.”

“In het kader van zo binnen/zo buiten kwam ik in een fase terecht waarin ik accepteerde dat er veel boosheid in me zat en dat ik allerlei oordelen had.”

Jac: “De woorden van de leiders tijdens de crisis klonken hol in mijn oren. Ik had het niet over de maatregelen om het virus onder controle te krijgen. In tegendeel, tijdens de wekelijkse praatjes met de minister president klonk Rutte eerder verbaasd en bewonderend over zoveel goedheid in de mensen. Tegelijkertijd was hij kei-hard als het ging om werkelijke verbetering van de omgang met elkaar en de Aarde. De maatregelen die de overheid afkondigde om de economie te redden – op basis van deskundig advies – hielpen de happy view. De elite werd overeind gehouden. De elite hield de elite overeind. De gewone mens dolf het onderspit.”

Ameleih: “Je ging stug door met bloggen.”

Jac: “Ik wilde mensen, die net zoals ik verlangden naar een menswaardige samenleving, middelen in handen geven om het leven, en dus ook het samenleven, in eigen handen te nemen. Als uitgangspunt nam ik de soevereiniteit van de individuele mens én het besef dat alle mensen deel uitmaakten van één wereldwijde economie. Graag sloot ik aan bij de onderstroom, bij al die burgerinitiatieven. Ja, de meeste mensen deugden. Als je zag hoeveel mensen initiatieven namen om anderen mensen te helpen. Mijns inziens konden burgers dus alleen vrijwillig van binnenuit en van onderaf een nieuwe economie en samenleving vormen, de gevestigde orde negerend. Het verlangen naar een menswaardige samenleving leefde in zoveel mensen.”

“De soevereiniteit van de individuele mens en het besef dat alle mensen deel uitmaakten van één wereldwijde economie?”

Jac: “Een eeuw eerder in 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, kwam de toenmalige president van de Verenigde Staten, Woodrow Wilson met de zogenoemde 14 punten. Deze 14 punten moesten vrede brengen over de hele wereld. Daarin pleitte Wilson voor volkssoevereiniteit, elk volk was soeverein. Elk volk moest haar eigen staat kunnen vormen en alle staten moesten zitting nemen in de Volkerenbond. In werkelijkheid leidde dit juist tot meer oorlog. Immers: wat was een volk? Het Amerikaanse-, Japanse- of Duitse volk bestond toen al niet meer, geen enkel volk bestond nog. In elk land leefden mensen van verschillende oorsprong door elkaar en met elkaar. De oorspronkelijke volkeren zoals die bijvoorbeeld in het oude testament van de Bijbel zijn beschreven, vielen eigenlijk al vanaf het begin van onze jaartelling uit elkaar. Die 14 punten spraken de mensen aan op iets ouds, op iets wat niet meer bestond. Die 14 punten wakkerden het nationalisme aan. Tot en met de Corona-crisis was het uitgangspunt van de rechtsorde de soevereiniteit van een volk en het absolute eigendomsbegrip.”

Ameleih: ”… en het absolute eigendomsbegrip?”

Jac: “Volkssoevereiniteit en het absolute eigendomsbegrip vormen het fundament van de nationale en internationale rechtsorde tot en met de Corona-crisis. Mensen die van binnenuit en onderaf een nieuwe economie en samenleving wilden vormen, dienden zich mijns inziens te funderen in de soevereiniteit van het individu en het gemeenschappelijk bezit van Kapitaal, Arbeid en Grond. Ik fundeerde mezelf in de soevereiniteit van mijn individualiteit.”

Ameleih: “Waarom?”

Jac: “… om zo de grootste splijtzwam tussen verschillende mensen op te heffen. Alle mensen maakten deel uit van die ene wereldwijde economie. De mensheid kon zich niet meer opdelen in ‘wij’- en ‘zij’-facties. Het herkennen van de fundamentele menselijkheid in alle mensen, ongeacht oorsprong, ras, geloof, geslacht, geaardheid enzovoorts, diende het fundament te zijn van de samenleving en de economie. Daarmee kon het zogenoemde zo binnen/zo buiten-principe werkzaam worden…”

Ameleih: “Pas op de plaats, Jac. De soevereiniteit van het individu, het absolute eigendomsbegrip, het gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen, die ene wereldwijde economie, het zo binnen/zo buiten principe… even één voor één… Waarom was het nodig om een nieuwe samenleving en economie te funderen in de soevereiniteit van het individu?”

Jac: “Tot dan toe werd het individu nog altijd ontkend. Individualisme had zelfs een negatieve connotatie. Individualisme werd begrepen als hedonisme, egoïsme, doen waar je zin in had zonder rekening te houden met anderen of met de hele Aarde… Volgens de wetenschap werd het individuele bepaald door de genen of door de cultuur waarin je opgroeide. Eigenlijk was je niet meer dan een bijzonder exemplaar van de soort mens. Geen individu. Niet een zelfstandige persoonlijkheid. Je behoorde tot een familie, tot een volk, tot een werelddeel, je was man of vrouw, zwart of wit, hetero of homo, joods, christelijk of moslim… Ook ons onderwijssysteem zag mensen niet als individuen die zelfstandig konden denken en handelen… nee, ons denken en handelen werd bepaald door je genen en door je opvoeding…”

Ameleih: “… en?”

Jac: “Ik geloof in de mens, in het individuele… elk mens was uniek en onvervangbaar, een universum in zichzelf… een micro-kosmos…”

Ameleih: “?”

Jac: “Ik sprak mezelf en anderen aan als individuele wezens, in staat om creatief te zijn, capabel om lief te hebben. Ik sprak mezelf en anderen aan op onze verantwoordelijkheid, onze creativiteit, onze liefde voor onszelf, elkaar en de Aarde… Mensen, zei ik: “Raap jezelf bij elkaar, ontwikkel jezelf tot in jezelf gegronde vrije individuen, stel je eigen leerdoelen, werkdoelen, levensdoelen en streef naar de vervulling ervan. Stop met jezelf meer of minder te achten dan een ander. Jullie zijn allemaal individuen en fundamenteel menselijk. Neem dit als uitgangspunt van samenwerking en samenleving.”, schreef ik in mijn blogs.”

“Werd je denken en handelen dan niet bepaald door onderwijs en opvoeding? Door de cultuur waarin je leefde?”

Jac: “Daarom pleitte ik ook voor afschaffing van de leerplicht, voor vrijheid van onderwijs, voor vrijheid van het culturele leven überhaupt… Als acteurs, musici, schrijvers, beeldende kunstenaars niet meer voor geld werk hoefden te produceren, dan gaven ze balkonconcerten en videovoorstellingen, dan vertelden ze straatverhalen, dan maakten ze landschappen mooi en toegankelijk voor iedereen. Iedereen was kunstenaar. Volgens mij moest het onderwijs gericht zijn op het opvoeden van jonge mensen tot in zichzelf gegronde vrije persoonlijkheden, mensen dus die zelf hun eigen doelen konden stellen en wisten hoe je kon streven naar de vervulling ervan. Volgens mij diende het hele culturele leven om ons te kunnen ontwikkelen tot vrije persoonlijkheden. Dat was het project mensheid, zeg maar. Als iedereen oefende om zichzelf te bepalen, om eigen gestelde doelen te verwerkelijken, dan werd samenleven en samenwerken het streven naar de vervulling van gedeelde doelen. Je vormde dan gemeenschap op basis van een gemeenschappelijke toekomst en niet meer op iets gemeenschappelijks vanuit het verleden, dezelfde huidskleur, hetzelfde geloof, dezelfde geaardheid, dezelfde oorsprong of zo, nee, je vormde voortaan een samenleving op basis van een gemeenschappelijke bestemming, die ene hele, geheelde Aarde, ongeacht geloof, ras, geslacht, geaardheid enzovoorts.”

Ameleih: “En hoe zat het met het absolute eigendomsbegrip?”

Jac: “Met uitzondering van een flinke periode tijdens de middeleeuwen heerste feitelijk al 2000 jaar het Romeinse Recht, het absolute eigendom, niet alleen van door mensen geproduceerde goederen, maar ook van de gegeven productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond… Je kon eigendom verwerven van een zaak, simpelweg door het te kopen…”

“Eigendom is het recht van een rechtssubject om over een zaak, bijvoorbeeld een gebruiksvoorwerp, een stuk grond of een hoeveelheid geld, naar eigen goeddunken te beschikken en anderen van deze beschikking uit te sluiten.”

Jac: “Als het ging om tafels en stoelen, brood, boter en kaas, een automobiel of zelfs een privé-jet, dus om door mensen gecreëerde economische waarden die voorzagen in de materiële behoeften, ja, dan was het fijn om er naar eigen goeddunken over te beschikken met uitsluiting van anderen. Maar de Aarde was van ons allemaal! Kapitaal was iets wat we gezamenlijk creëren, het was onze gezamenlijk cultuur! Waarom zou de ene mens er dan naar eigen goeddunken over kunnen beschikken met uitsluiting van de andere mens? En met arbeid was het helemaal erg gesteld. Zodra je een arbeidscontract sloot, gaf je je zelfbeschikking over aan een werkgever. Hij kon dan naar eigen goeddunken beschikken over je arbeidskracht met uitsluiting van jezelf. Terwijl zelfbeschikking nu juist de mens tot mens maakte.”

Ameleih: “En dus nam je precies dat als uitgangspunt voor een nieuwe economie en samenleving: de zelfbeschikking van de mens, de soevereiniteit van het individu. En om dat mogelijk te maken, moesten de inputfactoren van de economie, kapitaal, arbeid en grond (stukken Aarde) tot commons gemaakt worden, tot gemeenschappelijk bezit van alle mensen. En dus moest er een nieuw eigendomsbegrip worden ontwikkeld in een nieuw te vormen rechtssysteem.”

Jac: “En dus werd persoonlijke transformatie de belangrijkste bijdrage aan het vormen van een nieuwe economie en samenleving.”

Ameleih: “Kun je dat nog kort uitleggen? De tekst wordt te lang. We spreken af dat we een deel 2 maken. Dit onderwerp is te belangrijk om te laten liggen. Ik wil weten hoe je door een nieuw eigendomsbegrip te ontwikkelen in een nieuw rechtssysteem gefundeerd in de soevereiniteit van het individu dat samen met alle andere individuele mensen deel uitmaakt van één wereldwijde economie het financiële systeem kan omvormen. Leg uit: persoonlijke transformatie draagt bij aan de omvorming van economie en samenleving?”

Jac: “Door middel van bezit drukten we onze persoonlijkheid uit. Bezit gaf ons identiteit, zekerheid, vertrouwen. Om de Aarde, onszelf en elkaar zichzelf te laten zijn, dienden we dus kapitaal, arbeid en grond tot gemeenschappelijk bezit te maken, en als gemeenschap te beheren, en in goed onderling overleg toe te wijzen aan elkaar, zodat we allemaal een plek hadden om te kunnen wonen, zodat de beste boeren onder ons de grond kregen om voor ons voedsel te produceren, zodat de mensen met de meest innovatieve ideeën kapitaal ontvingen om die ideeën te verwerkelijken. Het vroeg voor een ieder van ons om onze angsten, ons wantrouwen, onze haat te transformeren. Ik zat zelf nog midden in dit proces.”

Ameleih: “Jac en ik zijn nog lang niet uitgepraat. Sterker nog, ik heb het gevoel dat we er nu pas in komen. Het volgende deel begint bij de noodzaak om jezelf te transformeren als je de samenleving wilt transformeren, het proces waar Jac zelf nog midden in zat. Voor nu wens ik iedereen een goede gezondheid toe.”

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Zie ik mezelf als ik naar de Aarde kijk?

De Aarde is van iedereen. Of van niemand eigenlijk. Of zijn stukken Aarde toch van sommige mensen in het bijzonder?

uitputten, leegzuigen en kapotmaken

Als mensheid zou je gek zijn om stukken Aarde aan mensen toe te vertrouwen die het uitputten, leegzuigen en kapotmaken. Zulke mensen verpesten het eigenlijk voor de hele mensheid. Als mensheid leven we immers op deze ene hele Aarde. Kunnen afzonderlijke mensen, die stukken Aarde bezitten, er dan niet een beetje verantwoordelijk mee omgaan?

Vergis je niet, omdat we goedkoop willen eten, goedkope kleren willen dragen, niet te duur willen wonen en een beetje goedkoop op vakantie willen, doet een ieder van ons mee aan het uitputten, leegzuigen en kapotmaken van die ene hele Aarde. Ja. Als je je serieus in het vraagstuk verdiept, dan kom je uiteindelijk uit bij jezelf. Ik wel althans. Omdat je verzekert bent tegen van alles en premies betaalt waarmee belegt wordt in van alles. Omdat je een pensioen opbouwt. Of simpelweg omdat je auto rijdt.

Durf je in de spiegel te kijken? En? Wat zie je?

Het wijzen naar anderen is wat mij betreft afgelopen qua uitputten, leegzuigen en kapotmaken van de Aarde. Waarom? Omdat we sinds een jaartje of 130 allemaal deel uitmaken van één wereldwijde economie en dus van één wereldwijd geldsysteem waarin gehandeld wordt in grond. Wij zijn allemaal medeplichtig aan het uitputten, leegzuigen en kapotmaken van de Aarde.

Ver van mijn bed

Meisjes die elders in de wereld voor een hongerloon lange werkdagen maken om mijn spijkerbroek te maken, zijn feitelijk mijn buurmeisjes. Immers ik draag een spijkerbroek door hen gemaakt. Niets is meer ver van mijn bed. Mijn bed zelf trouwens is gemaakt van tropisch hardhout uit Indonesië of Brazilië. En de matras is van polyetherschuim. Dit materiaal behoort, net als koudschuim, tot de categorie polyurethaanschuimen en ontstaat via een polymerisatiereactie tussen polyolen, isocyanaten en water. Mijn matras is dus van fossiele brandstof en water, zeg maar. Nu hebben de Arabieren ook nog eens de prijs voor een vat olie naar beneden gedaan, omdat ze de Russen kapot willen concurreren.

Wat ik probeer te zeggen is dat de weg naar een menswaardige samenleving en economie de weg naar binnen is. Niet meer wijzen naar anderen. Of denken dat alle problemen technisch zijn op te lossen. Of dat de overheid het moet doen of zo. Nee. De blik naar binnen richten. En kijken of daar een uitgangspunt is, een bron, van waaruit je kunt werken aan vernieuwing en omvorming van samenleving en economie.

En dan maar hopen dat tegen de tijd dat grote stukken Aarde onleefbaar zijn geworden als gevolg van onverantwoord denken en handelen, er ook voldoende gemeenschappen van mensen zijn die zich mens- en dus ook Aarde-waardig hebben georganiseerd.

Nieuwe vormen van eigendom

Binnenkort beginnen we een cursus Eigentijds Eigendom van Grond. Over nieuwe vormen van bezit, beheer en toewijzing van stukken Aarde. Daarbij richten we de blik naar binnen. Wie ben je? Wat wil je? En wat kan je? En bieden we handvatten aan om je initiatief of onderneming alleen of samen met anderen zo te organiseren dat je een bijdrage levert aan het mens- en Aarde-waardig maken van de samenleving.

Ook als je geen initiatief of onderneming hebt, biedt deze cursus helderheid en perspectief.

Want in ieder mens is een bron van liefde, creativiteit en goede wil. Van waaruit gewerkt kan worden aan een nieuwe economie en samenleving. En iedereen kan altijd vanuit de positie die hij of zij in de samenleving inneemt die bron aanspreken en eruit putten en iets doen.

In deze cursus kijk je als het ware door de jezelf heen naar de Aarde. Want de Aarde is van iedereen toch. Of eigenlijk van niemand. Wat als je een stukje Aarde hebt die je mooi en vruchtbaar wil maken. Niet alleen voor jezelf, maar voor de gehele mensheid. Zie je het voor je? Hoe mensen en landschappen opbloeien? Zou je anderen er dan niet bij willen betrekken? Of betrokken willen raken bij een dergelijk initiatief?

Ik zie het voor me. Ik geloof erin. In de mens. In mezelf dus. En jij?

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Hoe is je relatie met de Aarde?

Steeds meer en steeds vaker wordt gesproken over het grondvraagstuk. De uitputting van de bodem. De torenhoge (pacht)prijzen, die allang niet meer in relatie staan tot het grond-opbrengend-vermogen, waardoor ondernemers wel moeten intensiveren. Op advies van wetenschap, overheid en bank. De onmogelijkheid voor steeds meer mensen om toegang tot een betaalbaar huis of een stuk landbouwgrond te krijgen. En ga zo maar door.

de overheid in spagaat met betrekking tot grond

Onze overheid ziet zich voor millenniumdoelen gesteld en vraagt zich af hoe zij haar invloed kan aanwenden door middel van bestemmingsplannen en vernieuwde (erf)pacht uitgiften. Hoe kan zij zich bemoeien met wat er met de grond in concreto gebeurt? Terwijl zij aan de andere kant meedoet met het spel van koop en verkoop van grond en gelooft dat zij rendement moet halen op gronden die in publiek bezit zijn. Dat klinkt als een ingewikkelde spagaat.

We zullen duurzamer met onze grond om moeten gaan. Grond is immers de basis van ons voedselsysteem, onze gezondheid en ons welzijn. Nu gaan we niet goed om met onze grond. Waarom niet? Daar heeft iedereen zo zijn of haar eigen gedachten over. In de wereld van de transitie zijn er diverse routes aangewezen om beter met grond om te gaan. Sommige wegen lijken meer vruchtbaar dan andere. Ik richt me in dit blog op de mijns inziens vruchtbare routes.

Ik zie om mij heen hoopgevende antwoorden op de grondvraag en wijzen allemaal in de richting van het zelf weer opnieuw uitdenken en vormgeven van eigendomsverhoudingen, nieuwe relaties aangaan, op een nieuwe manier betrokken zijn. Vanuit het idee: de grond is van iedereen en dus dienen we als gemeenschap verantwoordelijkheid te nemen. Deze mensen met hun initiatieven zien grond weer als een gemeengoed, een common.

Grond in handen van gemeenschappen 

Ik zie mensen opstaan die zich gaan bemoeien met de grond en wat daarop gebeurt. Mensen zeggen: wij willen gezonde voeding en een gezonde natuur, wij willen weer in verbinding zijn met onszelf, elkaar en de Aarde. En dat kunnen we alleen maar zelf doen.

Vervolgens komt het eigendomsvraagstuk om de hoek. Want van wie is de grond nu? Waarom kan die boer niet duurzaam boeren? Hoeveel betaalt hij eigenlijk voor die grond en hoeveel betalen wij daarom dus eigenlijk voor ons voedsel? Wist je dat zeker de helft van wat we betalen voor een brood naar de bezitters van grond gaat? Als we de grond uit het geldsysteem halen, dan dalen de prijzen van alle producten. Want zo rechtstreeks zijn deze zaken met elkaar verbonden.

Dan komt de gedachte op: “Als we nu eens de (te hoge) lasten voor die grond gezamenlijk dragen, dan spelen we de boer vrij om zijn werk goed te doen, duurzaam en gezond.” Waarom zou de boer alle financiele risico’s alleen moeten dragen? Hij produceert toch voedsel voor ons en niet om geld te verdienen om de rente en aflossing te betalen of pacht voor de grond?

Zo vormt Herenboeren een coöperatie met tweehonderd huishoudens waarmee ze samen de grond pachten en een boer aanstellen om voor hen te boeren. Of Community Supported Agriculture (CSA) waarbij het ook om de gemeenschap van klanten gaat die om de boer heen staat, met een vaste vraag aan de boer. Waardoor de boer weet waar hij aan toe is.

Deze mensen nemen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om anders met de grond en onze voedselvoorziening om te gaan. Meer lokaal, meer betrokken, meer vanuit de verbinding en relatie met elkaar en de Aarde.

Deze vormen van gezamenlijk eigendom van grond schieten als paddenstoelen uit de grond. Zo ontstaat een nieuwe sociale werkelijkheid, naast de oude. Gewoon door het te doen. Daar word ik blij van.

In deze voorbeelden heb ik het over gemeenschappen die verantwoordelijkheid nemen voor landbouwgrond. Dergelijke initiatieven ontstaan ook in de stad. Om toegankelijke huizen te creëren met elkaar, of om met elkaar de natuur in de stad te verzorgen (zie www.communitylandtrust.nl voor een voorbeeld in Amsterdam Bijlmer).

Wie mag er op welk stukje grond wat doen?

Als je als gemeenschap betrokken bent bij een boer, dan wordt ook snel het financieringsprobleem helder. De grond is te duur. En al helemaal in Nederland. Dat maakt een nieuw veld van pioniers los die zich richten op nieuwe eigendomsverhoudingen en nieuwe financieringsmogelijkheden. 

Als het over nieuwe vormen van eigendom en financiering van grond gaat, dan ben ik gecharmeerd van het concept van Community Land Trust. Daar gaat het om het in eigenaarschap nemen van de grond door drie soorten relaties aan te wijzen en met elkaar in verbinding te brengen. Ten eerste de gebruiker (de ondernemer of de bewoner). Ten tweede de gemeenschap (de vruchtgebruikers, de klanten en afnemers). En tenslotte de Aarde zelf. De grond wordt daarbij in juridisch eigendom gegeven aan een derde partij, die de grond namens de gemeenschap beheert en toewijst aan een bekwame ondernemer of bewoner.

Maar ja, wie bepaalt of een boer bekwaam is of een bewoner verantwoordelijk omgaat met het stuk grond dat hem of haar is toevertrouwd?

Het toewijzingsvraagstuk

De gemeenschap is betrokken bij het stellen van de voorwaarden waaronder de grond gebruikt mag worden. De gemeenschap pacht de grond immers, of koopt de grond zelfs helemaal vrij. Zij weet in een gebied van de hoed en de rand en wil betrokken zijn bij het toewijzen van die grond aan een bekwame ondernemer of bewoner. De neutrale juridische beheerder is als het ware de regisseur tussen alle partijen. En heeft zelf oren en ogen in de sector het geheel en draagt zorg voor de verbinding met het globale perspectief. Wat gebeurt er in de sector en wat gebeurt er in andere sectoren, waar is meer of minder grond voor beschikbaar?

Wat mij betreft is het toewijzingsvraagstuk hét vraagstuk als grond weer tot common gemaakt wordt. Dat wil zeggen, als gemeenschappen van mensen stukken grond van de markt halen en in eigen beheer nemen, dus ook los van de staat. De vraag: wie mag er op welk stukje grond wat doen? wordt dan de vraag die de gemeenschap opnieuw en opnieuw heeft te beantwoorden.

Nu zijn er vooral initiatieven met betrekking tot landbouwgrond. Maar uiteindelijk geldt dit voor alle grond. Wie mag wat op welk stuk grond doen? Een vraag dus die over elke bestemming van grond gaat. Alles wat wij mensen doen vraagt om land: landbouw, industrie, wonen, transport, recreatie, natuur. Wat mij betreft is dit niet een vraag die door de markt beantwoord kan worden, de mens met het meeste geld krijgt de grond, of door de overheid die zaken vastzet en van bovenaf dan wel buitenaf bepaald, nee, het is een afstemmingsvraagstuk dat de burgers in eigen handen zouden moeten nemen volgens procedures die ze zelf bepalen en vanuit voortschrijdend inzicht ook weer verbeteren.

Angst en controle of liefde en veftrouwen?

In de werkgroep Eigentijds Eigendom van Grond bespraken we het fenomeen afstemmen als organisatieprincipe. Wat we daarin tegenkwamen was angst. Kunnen wij mensen wel eerlijk afstemmen met elkaar? Of wint degene met de grootste mond? Of degene met de meeste macht, invloed of geld? Hoe gaan we dat afstemmen en toewijzen doen? Hoe kunnen besluiten eerlijk worden genomen?

Als antwoord op deze vragen kom ik uit bij het organiseren vanuit nieuwe vormen, organiseren op basis van vertrouwen. En zo komen we ook weer bij de potentie van het DeelGenootschap uit als een manier om commons te beheren, maar dat is weer een ander verhaal.

Een lid van de werkgroep zei: “Afstemmen vraagt om gelijkwaardigheid. Het is een actief proces waaraan je zelf kunt bijdragen door je kwetsbaarheid te laten zien. Je kunt meer of minder bij de waarheid zijn, dat is een proces”.

Afstemmen en toewijzen, is een hoofdstuk apart. Durven we te geloven in vormen waarin we in goed onderling overleg afstemmen en toewijzen? Durven we te vertrouwen tegen alle angsten in dat wij mensen de creativiteit en de zorg voor elkaar hebben om vormen te creëren waarin afstemming en toewijzing op een vruchtbare manier plaatsvindt? Wat mij betreft kunnen we het sowieso niet meer overlaten aan de markt of de staat. Durven we te bouwen aan een menselijke samenleving omdat we geloven in onszelf en elkaar?

Ik kies hiervoor, ik kan en wil iet anders.

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Video: Damaris vertelt over het grondvraagstuk…

Met dank aan MaatschapWij

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

De groeiende kloof tussen arm en rijk, hoe te begrijpen? hoe op te lossen?

Toen ik zestien jaar oud was, werd ik me bewust van de kloof tussen arm en rijk. Hoe moest ik dat begrijpen? Wat kon ik doen om de kloof te verkleinen? In dit blog vertel ik je mijn persoonlijke verhaal.

HET ARME MEISJE EN DE RIJKE JONGELING

Toen ik zestien was, werd ik me bewust van de kloof tussen arm en rijk. Dat was tijdens een reis door India met mijn ouders en de zakenpartners van mijn vader en hun aanhang. Het precieze moment waarop ik ontwaakte voor die tegenstelling was toen ik volgegeten en -gedronken een chique restaurant verliet. In dat restaurant had iedereen een persoonlijke ober, die achter je stoel stond en voortdurend je bord weer vol schepte en je glazen weer vol schonk. Het lukte me niet om mijn bord netjes leeg te eten en mijn glazen netjes leeg te drinken.

Weer buiten vroeg een klein meisje, vies gezichtje, kapot jurkje, mij om geld. Want ze had zo’n honger gebaarde ze in internationale gebarentaal. Ik schudde mijn hoofd, want geld had ik niet op zak. Mijn vader droeg de portemonnee. Zij viel op haar knieën met angstige ogen, boog, kuste m’n voeten en keek weer naar me op, haar ene hand wrijvend over haar buik, haar andere hand naar geld vragend omhoog naar mij.

Weer schudde ik m’n hoofd. Op dat moment stopte één van de twee taxi’s waarin het hele gezelschap intussen had plaats genomen vlak achter me, deur open, ik werd naar binnen getrokken, deur dicht, de taxi reed door. Door de achterruit zag ik nog net hoe het meisje door een even vies, maar iets ouder jongetje met de vlakke hand in haar gezicht werd geslagen, links rechts links rechts.

De kloof tussen arm en rijk groeit. Dat meldt Oxfam Novib in een rapport over rijkdom en armoede. Het rapport wijst naar het huidige economische systeem. Hierin zouden grote bedrijven en miljardairs profiteren van arbeid tegen lage lonen. De armste helft van de wereld is volgens de ngo in 2017 niet vooruitgegaan qua vermogen. Tegelijkertijd ging 82% van al het verdiende geld naar 1% van de wereldpopulatie.

EERST DE KLOOF TUSSEN ARM EN RIJK BEGRIJPEN

Deze gebeurtenis bepaalde in zekere zin sindsdien al mijn denken en handelen. Hoe moest ik de kloof tussen dit bedelende meisje en de rijke jongeling begrijpen? En: wat kon ik als westerse welopgevoede witte jongeman doen? Ik hoopte tijdens mijn studie Tropische cultuurtechniek aan de landbouwuniversiteit van Wageningen antwoorden te vinden op deze twee vragen.

Tijdens de buluitreiking weer zeven jaar later, vele illusies armer en evenzovele inzichten rijker, wist ik de antwoorden wel, niet dankzij, maar ondanks de universiteit. Met het ontvangen van mijn titel als irrigatie ingenieur namelijk voelde ik dat ik voortaan een rol moest vervullen in een spel dat de vrije markteconomie heet.

Terwijl ik intussen begreep dat de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld juist in stand wordt gehouden door de idee van de vrije markt. Voor de miljoenen bedelende kinderen in het algemeen en dit ene bedelende meisje in het bijzonder ruste ik niet voordat ik de diepste oorzaken van de afgrond tussen hen en mij doorleefde.

ÉÉN WERELDECONOMIE

Om de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld te begrijpen, moest ik in de eerste plaats inzien dat alle mensen wereldwijd deel uitmaken van één economie. Dat leerde ik niet op de universiteit. Daar kreeg ik überhaupt geen helder begrip van wat economie nu eigenlijk is. Door me te verdiepen in de herkomst van het eten dat ik at en de kleding die ik droeg, ontwikkelde ik een mijns inziens zuiver begrip van economie. Economie is het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden die voorzien in de materiële behoeften van de mens.

Economie heeft mijns inziens niets met geld verdienen ‘an sich’ te maken. Je kunt namelijk ook geld verdienen door op de hoek van de straat een lied te zingen en na afloop met de pet rond te gaan. Dan verdien je wel geld, maar voorzie je niet in een materiële behoefte. Je creëert dus geen economische waarde, maar, zeg maar, culturele waarden die voorzien in een immateriële behoeften.

Je kunt ook geld verdienen door te speculeren op de aandelen- en/of grondmarkt. Dan verdien je wel geld, maar je levert niet eens een prestatie die in een behoefte voorziet, materieel noch immaterieel. Sterker nog, tegenwoordig verdienen heel veel mensen, heel veel geld zonder enige waarden te creëren überhaupt, pure diefstal in mijn ogen.

WAT IS ECONOMIE?

Het voorzien in immateriële behoeften is wat mij betreft geen economie. En het speculeren met geld is wat mij betreft al helemaal geen economie, maar gewoon diefstal dus. Wat is in mijn ogen dan wel economie? Het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden die voorzien in materiële behoeften.

Bovendien zijn sinds een jaartje of 150 alle mensen wereldwijd met elkaar verbonden via het scheppen, verdelen en weer vernietigen van goederen. Ook dat leerde ik niet op de universiteit. Daar doen ze net alsof er verschillende economieën zijn die met elkaar moeten concurreren. Ja, er zijn verschillende huishoudens, bedrijven, organisaties, landen enzovoorts die met elkaar concurreren, tegelijkertijd maken die huishoudens, bedrijven, organisaties, landen enzovoorts allemaal deel uit van die ene wereldwijde economie.

De prijs die ik hier betaal voor de goederen die ik hier consumeer is van invloed op de inkomens van mensen elders in de wereld die die goederen produceren en distribueren. Vraag je maar eens af hoeveel mensen een bijdrage leveren aan de producten die te koop worden aangeboden in een gemiddelde supermarkt in Nederland.

Dan kom je al gauw tot enkele miljarden medemensen, waarvan jij slechts het laatste schakeltje bent in horizontale en verticale productie- en distributieketens, namelijk de koper van het eindproduct dat zeer binnenkort door jou zal worden geconsumeerd (lees: zal worden vernietigd).

DE HANDEL IN KAPITAAL, ARBEID EN GROND

Om de groeiende kloof tussen rijkdom en armoede in de wereld te begrijpen, moest ik me ook realiseren dat we niet alleen handelen in goederen en diensten die voorzien in onze materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond(stoffen), die we inzetten om economische waarden te produceren.

Zodoende ondergaan de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond hetzelfde lot als de consumptiegoederen waarin wordt gehandeld, namelijk ze worden verbruikt en vernietigd. Terwijl in zekere zin de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond common goods zijn, ze zijn van alle mensen. Toch? Of van niemand.

Op basis van deze twee inzichten – alle mensen maken deel uit van één wereldwijde economie en we handelen niet alleen in consumptiegoederen, maar ook in productiemiddelen – is makkelijk te begrijpen waarom steeds minder mensen steeds rijker worden en steeds meer mensen steeds armer.

We maken van die ene wereldwijde economie namelijk een zogenoemde vrije markteconomie. (Dat hoeft namelijk niet hè. We zouden van die ene wereldwijde economie ook een deeleconomie kunnen maken. Of een betekeniseconomie. Of een overlegeconomie. Of een associatieve economie. Of hoe noemen we een economie waarin in goed onderling overleg productie op consumptie wordt afgestemd?)

DE IDEE VAN DE VRIJE MARKTECONOMIE

De idee van de vrije markteconomie is te vergelijken met de idee van een voetbalcompetitie. In de Eredivisie van de Nederlandse voetbalcompetitie spelen ruim vierhonderd beroepsvoetballers verdeeld over 18 clubs twee keer per seizoen tegen elkaar, één keer uit en één keer thuis. Als je wint krijg je drie, als je gelijkspeelt één en als je verliest geen punten. De club met de meeste punten wordt kampioen, de club met de minste degradeert, alle overige clubs eindigen ergens tussen de eerste en laatste plaats in.

“We hebben van de wereldeconomie een soort van voetbalcompetitie gemaakt.”

Natuurlijk is voetbal gewoon maar een spelletje ter vermaak van de spelers zelf en de toeschouwers die ernaar kijken. En het zou ook een heel onschuldig spelletje blijven als er niet zoveel geld in omging, als de winnaars niet ook nog eens extra geld kregen en de verliezers minder. Met het gewonnen geld kunnen de winnaars de betere spelers naar zich toe trekken en de kans dat ze een volgend seizoen weer kampioen worden, neemt toe, inclusief de extra inkomsten die dat oplevert.

Zoals de voetbalcompetitie een strijd van 18 clubs om het kampioenschap is, zo hebben we van die ene wereldwijde economie een competitie gemaakt waarin alle mensen tegen alle mensen strijden om niet alleen goederen, maar ook om grondstoffen, arbeiders en kapitaal. En het spreekt voor zich dat deze wereldwijde concurrentiestrijd behalve enkele winnaars, vooral heel veel verliezers kent.

De winnaars, een steeds kleiner wordende elite, eigenen zich steeds meer products, planet, people en profit toe en kunnen meer en meer bepalen welke technologieën worden ontwikkeld en geïmplementeerd, wie welke energie aan wie levert, wie wel mag werken en wie niet, welke bestemming grond en grondstoffen krijgen, welke geschiedenis wordt onderwezen op de scholen, welke eisen er worden gesteld aan leraren, welke gezondheidszorg er plaatsvindt, welke therapieën wel en niet vergoed worden, welke wetenschappelijke paradigma’s de ruimte krijgen, welke landbouw zich mag ontwikkelen enzovoorts. Voor de verliezers rest niets anders dan zichzelf (hun arbeid) te verkopen voor geld (loon). Of te bedelen.

De kloof tussen de steeds kleiner wordende groep winnaars en de voortdurend omvangrijker wordende groep verliezers wordt steeds groter. Behalve steeds meer mensen lijdt ook de Aarde zelf onder de idee van de vrije markteconomie.

DE OFFICIËLE OPLOSSING

De reguliere wetenschap en politiek kent maar één oplossing binnen dit idee. Dat is ook de oplossing die Thomas Piketty in zijn werk Kapitaal van de 21ste eeuw beschrijft, nadat hij na vele jaren onderzoek wetenschappelijk heeft aangetoond dat de bezitters van de productiemiddelen steeds rijker worden en zij die alleen hun productiemiddel arbeid kunnen verkopen steeds armer.

Het ‘subsysteem’ vrije markteconomie vraagt om het ‘subsysteem’ staat. Waarom? Om een deel van de winsten van de winnaars te verdelen over de verliezers. Via belastingheffing. Zo worden de verliezers door middel van ‘herverdeling van de welvaart’ zodanig tevreden gehouden dat ze niet in opstand komen. Ook moeten de ‘arbeidsomstandigheden’ menselijk blijven, dat dan wel.

En door middel van steeds strengere regels moet het milieu worden beschermd.

Beide subsystemen worden in de westerse politiek vertegenwoordigd door een aparte politieke stroming, de vrije markt door de neoliberalen en de staat door de sociaal-democraten met ieder een naar hun idee eigen mens- en wereldbeeld. In werkelijkheid ligt ten grondslag aan die twee zogenaamd verschillende mens- en wereldbeelden dat ene materialistische mens- en wereldbeeld. De mens, die zichzelf begrijp als een complex van fysische- en chemische reacties, die strijdt om zoveel mogelijk macht en bezit en die zich voortdurend moet aanpassen om te overleven in een arena waarin iedereen met iedereen vecht.

VRUCHTBARE OPLOSSINGEN VOOR DE KLOOF TUSSEN ARM EN RIJK

Een vruchtbare oplossing van de groeiende kloof tussen westerse welopgevoede witte mannen en bedelende gekleurde meisjes begint mijns inziens met het vertrouwen dat de mens meer is dan alleen maar een complex van fysische- en chemische processen. Mensen zijn ook nog creatief. Zij kunnen liefhebben, verbeelden en alternatieven verzinnen. Zij kunnen, als ze willen, in goed onderling overleg een mens- en Aarde-waardige samenleving creëren.

“Mensen kunnen, als ze willen, in goed onderling overleg een mens- en Aarde-waardige samenleving creëren.”

Hoe? Door vanuit het geheel te denken, vanuit liefde & vertrouwen, vanuit het bewustzijn dat alle mensen op deze ene hele aarde deel uitmaken van één wereldwijde economie. Door in goed onderling overleg productie op consumptie af te stemmen. Door de gezamenlijk geproduceerde koek eerlijk onder elkaar te verdelen.

Moeten er nog aan andere voorwaarden worden voldaan om dit alles mogelijk te maken?

Ja.

Met liefde & vertrouwen alleen komen we er niet. Ook niet met alleen maar mediteren en/of alleen maar werken aan je persoonlijke ontwikkeling. Om als blanke westerling samen te leven met de donkere oosterling moeten we niet alleen het materialistische mensbeeld loslaten, maar ook liefde & vertrouwen verankeren in de samenleving zelf. Vóór wij mensen in goed onderling overleg de gezamenlijk geproduceerde koek onder elkaar kunnen verdelen, dienen wij eerst de bedrijven en organisaties (kapitaal), de mensen (arbeid) en de Aarde (grond en grondstoffen) aan zichzelf terug te geven.

Hoe?

Door de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond uit de handel te halen en nieuwe vormen van recht te ontwikkelen. Zodat niemand meer iemand anders kan ‘bezitten’. Pas op dat moment kunnen alle mensen als gelijken met elkaar in gesprek over hoe zij samen willen leven.

Als niemand meer iemand anders in loondienst kan nemen, als niemand meer macht kan uitoefenen omdat hij het bedrijf bezit waar iemand anders werkt of de grond bezit waarop iemand anders woont, dan kunnen alle mensen als gelijken vanuit liefde & vertrouwen met elkaar bepalen hoe zij samen willen wonen, werken en leven. Dan kunnen ze enerzijds vrij bepalen tot wat voor mens zij zichzelf willen ontwikkelen en anderzijds samen in elkaars levensbehoeften voorzien.

TOT SLOT

Zolang we nog handelen niet alleen in reële economische waarden die voorzien in materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond, zullen steeds minder mensen steeds rijker worden en steeds meer bedelende jongens en meisjes in het straatbeeld verschijnen. Halen we daarentegen de productiemiddelen uit de handel, creëren we dus nieuwe vormen van eigendom en beheer van kapitaal, arbeid en grond, dan zal bovendien het huidige geldsysteem gezond worden.

Maar dat is een ander verhaal dat ik graag een ander keertje vertel.

Mijn droom over de verdwijnende kloof tussen arm en rijk? Er komt een tijd dat westerse welopgevoede witte jongemannen niet meer in chique restaurants eten, terwijl oosterse ongewassen gekleurde meisjes op straat hun voeten kussen voor geld, maar dat ze gezamenlijk aan rijk gevulde tafels zitten en elkaar de lekkerste hapjes toeschuiven.

Zorgen voor onze commons

Betreft: commons, blockchain, true price en het DeelGenootschap, meervoudig eigenaarschap. Leestijd: wel eventjes:-)

De commons

De commons zijn tegenwoordig steeds vaker onderwerp van gesprek. Of in ieder geval de tragedie ervan. Commons zijn bijvoorbeeld onze gronden, ons water, schone lucht, biodiversiteit, een gezond klimaat. Kortom: alles wat eigenlijk van ons allemaal is. Ook onze kennis, een innovatief idee kan je scharen onder de commons. In economische zin zijn het de inputfactoren voor de economie, het kapitaal dat nodig is om tot productie te komen. Dat zijn zowel de grondstoffen, de grond zelf als ook het geld, onze arbeid en een goed idee. En hier zorgen we slecht voor, in onze geïndustrialiseerde wereld waarin we gevangen lijken tussen de markt en de staat. De overheid heeft met haar bestemmingsplannen een instrument in handen om invloed op de toewijzing van grond te hebben, en lijkt de markt daarmee eerder in de kaart te spelen met speculanten op bestemmingsplanwijzigingen als lachende derde. Onze commons hebben het nakijken. Ja, er worden initiatieven genomen zoals bijvoorbeeld de duurzame grondbanken. Ja, we worden ons er steeds meer van bewust. Maar het spel van de vrije markt gaat ook gewoon nog door.

Hoe beschermen en beheren we onze commons? Hoe zorgen we goed voor onze Aarde zodat ze ons kan blijven voeden met gezonde producten? Er is recent een heel goed boek over geschreven; free, fair and alive! geschreven door David Bollier en Silke Helfrich. Zij praten over Commons, commoning en peer governance. Echt een must read voor mensen zoals jij en ik die voorbij markt en staat denken en als mensen met elkaar onze eigen problemen willen oplossen.

Huidige oplossingsroutes

Eén route is om alles wat van waarde is te beprijzen en in de verkoopprijs mee te nemen, zoals bijvoorbeeld true pricing en true cost calculation. Ik begrijp de zin ervan. Nu moet de samenleving de schade bekostigen in de vorm van hogere gezondheidszorg, herstel van drinkwater en bodem e.d. die door individuele producenten wordt aangericht. Hier zit de gedachte achter van de vervuiler betaalt. Geen slechte gedachte lijkt me. Moeten en kunnen we echter alles van waarde uit de natuur en uit onszelf een prijs geven? Is de stap naar een prijs toekennen en er dan vervolgens ook via de markt voor moeten betalen niet een hele kleine stap? Gaat straks ook frisse lucht, een mooi uitzicht of een boswandeling geld kosten? We zien wat er met verhandelbare CO2 rechten gebeurt. Als het geld oplevert dan gaan we pas voor de natuur zorgen, maar werkt het nu echt? Lost dat ook het plastic in oceanen op? We leren dan toch niet uit liefde voor de natuur en onszelf te zorgen? Nog afgezien van het feit dat uiteindelijk niet de vervuiler betaalt, maar de consument.

Een tweede route die ik waarneem en die steeds meer aandacht krijgt, is het gebruik maken van de blockchain-technologie bij het beheren van onze commons. Zie bijvoorbeeld het project terra A. Je kan een heel bos opnemen in een blockchain en elke boom een label meegeven met informatie over wanneer hij geoogst mag worden en onder welke voorwaarden op zo’n manier dat het bos in goede gezondheid blijft. De blockchain is dan van iedereen en de winsten uit het bos worden als een soort basisuitkering onder de gemeenschap verdeeld. Maar wat los je hier precies mee op? Misschien de zorg voor de aarde zelf maar het toewijzingsvraagstuk blijft daarmee denk ik ongemoeid. Wie bepaalt immers wie mag bepalen of het een voedselbos is, ongerepte natuur, een toeristenplek, een villawijk? Alleen verdeel je de winsten dan eerlijk al is de vraag ook daarbij wie aan wie betaalt. Met andere woorden; ook blockchain is uiteindelijk mensenwerk. De club die dit bedacht, formuleerde al de toekomstige noodzaak ook hier weer een keurmerk voor te moeten ontwikkelen, voor deugdelijk opgezette blockchains. Daar ga je al. Elk keurmerk roept immers ook weer fraude op.

Een derde route

En gelukkig zie ik ook deze route opkomen en zij wint terrein. Gelukkig. Dat is de route van het als common in eigenaarschap nemen van de commons. Als gemeenschap, vanuit de relaties. Relationeel eigenaardom. Een term die ook in het boek veel gebezigd wordt, dat is de crux.

Als techniek uiteindelijk ook mensenwerk is, dan wil ik er graag eerst over nadenken welke relaties we onderling te verzorgen hebben vanuit ‘peer governance’ op zo’n manier dat we goed voor onze commons zorgdragen. Wat is daarvoor nodig, weten we dat? Wie zijn wij in potentie en kunnen wij dat ook in onszelf en elkaar aanspreken? Kunnen we organisatievormen vinden die ons uitdagen en ons leren om te gaan met de commons? Blockchain mag geen middel zijn omdat we het zelf niet kunnen. Hoe komt de governance van een blockchain op orde? Ik geloof erin dat we organisatievormen vinden die recht doen aan wie wij in potentie zijn, die het goede in ons aanspreken, onze liefde en het vertrouwen in elkaar. Als ik er dan over nadenk kom ik voorlopig hier op uit. Een weg voorbij de staat en voorbij de markt. Commons in handen van mensen die betrokken zijn bij een stuk Aarde en daar eigenaarschap over nemen en afspraken over maken. Het vormgeven van deze relaties, dat is voor mij de nieuwe weg. Ik zou techniek dan willen inzetten omdat we precies weten wat er nodig is qua relaties, dan kan zij van waarde worden.

Hoe dat er uit ziet? In Amerika is het concept van Community Land Trusts al ver uitgedacht en uitgevoerd. Deze CLT’s voldoen aan wat ik de vrij-gelijk-samenleving noem. Door onszelf gewild en vormgegeven, door het vormgeven van de juiste relaties. Zie voor inspiratie en waar deze projecten zich allemaal al bevinden https://centerforneweconomics.org/apply/community-land-trust-program/directory/

En hoe organiseer je deze relaties? Het DeelGenootschap als een antwoord
In dat kader vonden wij in het Veerhuis het DeelGenootschap uit als moderne organisatievorm om de commons weer in relatie te brengen en in meervoudig eigenaarschap te nemen. Bottom line van deze organisatievorm is het doorbreken van elke vorm van macht en controle van mensen over anderen. Het is een organisatievorm die liefde en vertrouwen voedt en aanspreekt in elkaar. Wij kunnen er naartoe groeien vanuit ons volwassen zelf. Het doorbreekt de macht van een werkgever over zijn werknemers en de macht van het kapitaal over mensen en natuur. Maar een dergelijke platte organisatie heeft wel structuur nodig, dat kan niet anders. Lees hier meer over het DeelGenootschap als organisatievorm.

“Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen en vrouwen bij elkaar om hen bevelen te geven, om ze elk detail uit te leggen, om ze te vertellen waar ze alles kunnen vinden. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee.”

Antoine de Saint-Exupéry

Zo is het ook met een DeelGenootschap. We leggen een verlangen neer naar de vrij-gelijk-samenleving, een samenleving die het goede in mensen aanspreekt en ruimte geeft. Tegelijkertijd beoefenen wij ons erin, dagelijks en met veel plezier.

Het DeelGenootschapHet DeelGenootschap is een vorm die niet juridisch is in de huidige betekenis (bij wet) en toch legaal. Voor formele zaken zoals belasting en andere juridische punten vervult een bestaande rechtsvorm als een stichting met eenvoudige statuten haar rol als brug naar de huidige samenleving, de inhoudelijke zeggenschap en doorontwikkeling van de organisatie ligt bij het DeelGenootschap.

Een DeelGenootschap gaat over zaken doen in liefde & vertrouwen en spreekt dit voortdurend in elkaar aan. Een DeelGenootschap organiseert het eigendom van de commons (de productiemiddelen en het bedrijf zelf) ook als een common.

Kapitaal als commonIn een DeelGenootschap wil je ervoor zorgen dat financiers geen oneigenlijke groeidruk leggen op het financiële rendement van de organisatie. Zij financieren vanuit hun behoefte en mogelijkheden en dragen daarmee bij aan het waarmaken van de gemeenschappelijke intentie van het DeelGenootschap. In beginsel zoeken wij naar een waarde uitruil in natura indien voorhanden (gratis verblijf in het Veerhuis e.d). Echter, als je dit doordenkt. Als kapitaalverschaffers ons als ondernemers mede mogelijk maken, hoe kunnen we dan de opbrengst van onze onderneming voor onszelf behouden en enkel delen met de financiers? Zijn de winsten van onze organisatie na aftrek van kosten, aflossen van leningen en (her)investeringen niet eigenlijk ook een common, waar iedereen in feite belang bij heeft? En waar ook de hele gemeenschap (in)direct aan heeft bijgedragen? Kapitaal dat wordt opgebouwd in de organisatie beschouwen wij ook als een common; het is immers een resultante van vereende krachten, je ouders, de infrastructuur, de natuur enzovoorts en als zodanig niet aan je eigen inspanning alleen toe te kennen. Daarom beheer je in een DeelGenootschap het kapitaal ook als een common. Hoe dat eruit ziet is voor een ander blog.

Grond als commonIn het Veerhuis werken we samen met Community Land Trust en Stichting Land of Seattle, een Nederlandse verwerkelijking van de eerste. Daarin vind je een drievoudig eigenaarschapsconcept uitgedacht met drie partijen die betrokken zijn bij de grond en in relatie komen met elkaar. De ondernemer/bewoner, de direct betrokkenen in een gebied en de lange termijn stakeholders van de Aarde. In het Veerhuis werken wij aan het op gang brengen van de relatie tussen ons als ondernemers en onze direct betrokkenen die onze diensten afnemen of anderszins betrokken zijn. Van hen ontvangen wij als het ware de license to operate, deze willen wij niet zelf bepalen. Zij zijn ook de partij die de voorwaarden stelt waaronder wij als ondernemers de grond tot economisch nut mogen maken. Uiteindelijk willen we de grond op nul van de balans afhalen en vrijgeven in beheer van een derde stichting die het juridisch beheer over de grond verzorgt namens de gemeenschap van direct betrokkenen.

Nu droom ik hier nog van, onze campagne om de grond onder het Veerhuis vrij te kopen moet nog beginnen. Ik zie deze beweging echter overal om me heen opkomen. En ik ervaar de mogelijkheden als oneindig. Liefde & vertrouwen zijn in opmars en op deze stroom gaat het gedachtegoed van de commons zichtbaar worden. Het DeelGenootschap als organisatievorm helpt om onszelf op het goede pad te houden want zonder structuur kunnen wij mensen nu eenmaal (nog) niet.

Op naar de vrij-gelijk-samenleving. Doe je mee?

Meer weten over het hoe en waarom van bovenstaande? bekijk ons gehele cursusaanbod en specifiek de cursus DeelGenootschap die al op 3 oktober weer van start gaat en de Leergang Samenlevingskunst die op 27 september start, er zijn nog een paar plekken beschikbaar.