De groeiende kloof tussen arm en rijk, hoe te begrijpen? hoe op te lossen?

Vruchtbare oplossingen voor de kloof tussen arm en rijk

Toen ik zestien jaar oud was, werd ik me bewust van de kloof tussen arm en rijk. Hoe moest ik dat begrijpen? Wat kon ik doen om de kloof te verkleinen? In dit blog vertel ik je mijn persoonlijke verhaal een vruchtbare oplossing.

HET ARME MEISJE EN DE RIJKE JONGELING

Toen ik zestien was, werd ik me bewust van de kloof tussen arm en rijk. Dat was tijdens een reis door India met mijn ouders en de zakenpartners van mijn vader en hun aanhang. Het precieze moment waarop ik ontwaakte voor die tegenstelling was toen ik volgegeten en -gedronken een chique restaurant verliet. In dat restaurant had iedereen een persoonlijke ober, die achter je stoel stond en voortdurend je bord weer vol schepte en je glazen weer vol schonk. Het lukte me niet om mijn bord netjes leeg te eten en mijn glazen netjes leeg te drinken.

Weer buiten vroeg een klein meisje, vies gezichtje, kapot jurkje, mij om geld. Want ze had zo’n honger gebaarde ze in internationale gebarentaal. Ik schudde mijn hoofd, want geld had ik niet op zak. Mijn vader droeg de portemonnee. Zij viel op haar knieën met angstige ogen, boog, kuste m’n voeten en keek weer naar me op, haar ene hand wrijvend over haar buik, haar andere hand naar geld vragend omhoog naar mij.

Weer schudde ik m’n hoofd. Op dat moment stopte één van de twee taxi’s waarin het hele gezelschap intussen had plaats genomen vlak achter me, deur open, ik werd naar binnen getrokken, deur dicht, de taxi reed door. Door de achterruit zag ik nog net hoe het meisje door een even vies, maar iets ouder jongetje met de vlakke hand in haar gezicht werd geslagen, links rechts links rechts.

De kloof tussen arm en rijk groeit. Dat meldt Oxfam Novib in een rapport over rijkdom en armoede. Het rapport wijst naar het huidige economische systeem. Hierin zouden grote bedrijven en miljardairs profiteren van arbeid tegen lage lonen. De armste helft van de wereld is volgens de ngo in 2017 niet vooruitgegaan qua vermogen. Tegelijkertijd ging 82% van al het verdiende geld naar 1% van de wereldpopulatie.

EERST DE KLOOF TUSSEN ARM EN RIJK BEGRIJPEN

Deze gebeurtenis bepaalde in zekere zin sindsdien al mijn denken en handelen. Hoe moest ik de kloof tussen dit bedelende meisje en de rijke jongeling begrijpen? En: wat kon ik als westerse welopgevoede witte jongeman doen? Ik hoopte tijdens mijn studie Tropische cultuurtechniek aan de landbouwuniversiteit van Wageningen antwoorden te vinden op deze twee vragen.

Tijdens de buluitreiking weer zeven jaar later, vele illusies armer en evenzovele inzichten rijker, wist ik de antwoorden wel, niet dankzij, maar ondanks de universiteit. Met het ontvangen van mijn titel als irrigatie ingenieur namelijk voelde ik dat ik voortaan een rol moest vervullen in een spel dat de vrije markteconomie heet.

Terwijl ik intussen begreep dat de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld juist in stand wordt gehouden door de idee van de vrije markt. Voor de miljoenen bedelende kinderen in het algemeen en dit ene bedelende meisje in het bijzonder ruste ik niet voordat ik de diepste oorzaken van de afgrond tussen hen en mij doorleefde.

ÉÉN WERELDECONOMIE

Om de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld te begrijpen, moest ik in de eerste plaats inzien dat alle mensen wereldwijd deel uitmaken van één economie. Dat leerde ik niet op de universiteit. Daar kreeg ik überhaupt geen helder begrip van wat economie nu eigenlijk is. Door me te verdiepen in de herkomst van het eten dat ik at en de kleding die ik droeg, ontwikkelde ik een mijns inziens zuiver begrip van economie. Economie is het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden die voorzien in de materiële behoeften van de mens.

Economie heeft mijns inziens niets met geld verdienen ‘an sich’ te maken. Je kunt namelijk ook geld verdienen door op de hoek van de straat een lied te zingen en na afloop met de pet rond te gaan. Dan verdien je wel geld, maar voorzie je niet in een materiële behoefte. Je creëert dus geen economische waarde, maar, zeg maar, culturele waarden die voorzien in een immateriële behoeften.

Je kunt ook geld verdienen door te speculeren op de aandelen- en/of grondmarkt. Dan verdien je wel geld, maar je levert niet eens een prestatie die in een behoefte voorziet, materieel noch immaterieel. Sterker nog, tegenwoordig verdienen heel veel mensen, heel veel geld zonder enige waarden te creëren überhaupt, pure diefstal in mijn ogen.

WAT IS ECONOMIE?

Het voorzien in immateriële behoeften is wat mij betreft geen economie. En het speculeren met geld is wat mij betreft al helemaal geen economie, maar gewoon diefstal dus. Wat is in mijn ogen dan wel economie? Het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden die voorzien in materiële behoeften.

Bovendien zijn sinds een jaartje of 150 alle mensen wereldwijd met elkaar verbonden via het scheppen, verdelen en weer vernietigen van goederen. Ook dat leerde ik niet op de universiteit. Daar doen ze net alsof er verschillende economieën zijn die met elkaar moeten concurreren. Ja, er zijn verschillende huishoudens, bedrijven, organisaties, landen enzovoorts die met elkaar concurreren, tegelijkertijd maken die huishoudens, bedrijven, organisaties, landen enzovoorts allemaal deel uit van die ene wereldwijde economie.

De prijs die ik hier betaal voor de goederen die ik hier consumeer is van invloed op de inkomens van mensen elders in de wereld die die goederen produceren en distribueren. Vraag je maar eens af hoeveel mensen een bijdrage leveren aan de producten die te koop worden aangeboden in een gemiddelde supermarkt in Nederland.

Dan kom je al gauw tot enkele miljarden medemensen, waarvan jij slechts het laatste schakeltje bent in horizontale en verticale productie- en distributieketens, namelijk de koper van het eindproduct dat zeer binnenkort door jou zal worden geconsumeerd (lees: zal worden vernietigd).

DE HANDEL IN KAPITAAL, ARBEID EN GROND

Om de groeiende kloof tussen rijkdom en armoede in de wereld te begrijpen, moest ik me ook realiseren dat we niet alleen handelen in goederen en diensten die voorzien in onze materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond(stoffen), die we inzetten om economische waarden te produceren.

Zodoende ondergaan de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond hetzelfde lot als de consumptiegoederen waarin wordt gehandeld, namelijk ze worden verbruikt en vernietigd. Terwijl in zekere zin de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond common goods zijn, ze zijn van alle mensen. Toch? Of van niemand.

Op basis van deze twee inzichten – alle mensen maken deel uit van één wereldwijde economie en we handelen niet alleen in consumptiegoederen, maar ook in productiemiddelen – is makkelijk te begrijpen waarom steeds minder mensen steeds rijker worden en steeds meer mensen steeds armer.

We maken van die ene wereldwijde economie namelijk een zogenoemde vrije markteconomie. (Dat hoeft namelijk niet hè. We zouden van die ene wereldwijde economie ook een deeleconomie kunnen maken. Of een betekeniseconomie. Of een overlegeconomie. Of een associatieve economie. Of hoe noemen we een economie waarin in goed onderling overleg productie op consumptie wordt afgestemd?)

DE IDEE VAN DE VRIJE MARKTECONOMIE

De idee van de vrije markteconomie is te vergelijken met de idee van een voetbalcompetitie. In de Eredivisie van de Nederlandse voetbalcompetitie spelen ruim vierhonderd beroepsvoetballers verdeeld over 18 clubs twee keer per seizoen tegen elkaar, één keer uit en één keer thuis. Als je wint krijg je drie, als je gelijkspeelt één en als je verliest geen punten. De club met de meeste punten wordt kampioen, de club met de minste degradeert, alle overige clubs eindigen ergens tussen de eerste en laatste plaats in.

“We hebben van de wereldeconomie een soort van voetbalcompetitie gemaakt.”

Natuurlijk is voetbal gewoon maar een spelletje ter vermaak van de spelers zelf en de toeschouwers die ernaar kijken. En het zou ook een heel onschuldig spelletje blijven als er niet zoveel geld in omging, als de winnaars niet ook nog eens extra geld kregen en de verliezers minder. Met het gewonnen geld kunnen de winnaars de betere spelers naar zich toe trekken en de kans dat ze een volgend seizoen weer kampioen worden, neemt toe, inclusief de extra inkomsten die dat oplevert.

Zoals de voetbalcompetitie een strijd van 18 clubs om het kampioenschap is, zo hebben we van die ene wereldwijde economie een competitie gemaakt waarin alle mensen tegen alle mensen strijden om niet alleen goederen, maar ook om grondstoffen, arbeiders en kapitaal. En het spreekt voor zich dat deze wereldwijde concurrentiestrijd behalve enkele winnaars, vooral heel veel verliezers kent.

De winnaars, een steeds kleiner wordende elite, eigenen zich steeds meer products, planet, people en profit toe en kunnen meer en meer bepalen welke technologieën worden ontwikkeld en geïmplementeerd, wie welke energie aan wie levert, wie wel mag werken en wie niet, welke bestemming grond en grondstoffen krijgen, welke geschiedenis wordt onderwezen op de scholen, welke eisen er worden gesteld aan leraren, welke gezondheidszorg er plaatsvindt, welke therapieën wel en niet vergoed worden, welke wetenschappelijke paradigma’s de ruimte krijgen, welke landbouw zich mag ontwikkelen enzovoorts. Voor de verliezers rest niets anders dan zichzelf (hun arbeid) te verkopen voor geld (loon). Of te bedelen.

De kloof tussen de steeds kleiner wordende groep winnaars en de voortdurend omvangrijker wordende groep verliezers wordt steeds groter. Behalve steeds meer mensen lijdt ook de Aarde zelf onder de idee van de vrije markteconomie.

DE OFFICIËLE OPLOSSING

De reguliere wetenschap en politiek kent maar één oplossing binnen dit idee. Dat is ook de oplossing die Thomas Piketty in zijn werk Kapitaal van de 21ste eeuw beschrijft, nadat hij na vele jaren onderzoek wetenschappelijk heeft aangetoond dat de bezitters van de productiemiddelen steeds rijker worden en zij die alleen hun productiemiddel arbeid kunnen verkopen steeds armer.

Het ‘subsysteem’ vrije markteconomie vraagt om het ‘subsysteem’ staat. Waarom? Om een deel van de winsten van de winnaars te verdelen over de verliezers. Via belastingheffing. Zo worden de verliezers door middel van ‘herverdeling van de welvaart’ zodanig tevreden gehouden dat ze niet in opstand komen. Ook moeten de ‘arbeidsomstandigheden’ menselijk blijven, dat dan wel.

En door middel van steeds strengere regels moet het milieu worden beschermd.

Beide subsystemen worden in de westerse politiek vertegenwoordigd door een aparte politieke stroming, de vrije markt door de neoliberalen en de staat door de sociaal-democraten met ieder een naar hun idee eigen mens- en wereldbeeld. In werkelijkheid ligt ten grondslag aan die twee zogenaamd verschillende mens- en wereldbeelden dat ene materialistische mens- en wereldbeeld. De mens, die zichzelf begrijp als een complex van fysische- en chemische reacties, die strijdt om zoveel mogelijk macht en bezit en die zich voortdurend moet aanpassen om te overleven in een arena waarin iedereen met iedereen vecht.

VRUCHTBARE OPLOSSINGEN VOOR DE KLOOF TUSSEN ARM EN RIJK

Een vruchtbare oplossing van de groeiende kloof tussen westerse welopgevoede witte mannen en bedelende gekleurde meisjes begint mijns inziens met het vertrouwen dat de mens meer is dan alleen maar een complex van fysische- en chemische processen. Mensen zijn ook nog creatief. Zij kunnen liefhebben, verbeelden en alternatieven verzinnen. Zij kunnen, als ze willen, in goed onderling overleg een mens- en Aarde-waardige samenleving creëren.

“Mensen kunnen, als ze willen, in goed onderling overleg een mens- en Aarde-waardige samenleving creëren.”

Hoe? Door vanuit het geheel te denken, vanuit liefde & vertrouwen, vanuit het bewustzijn dat alle mensen op deze ene hele aarde deel uitmaken van één wereldwijde economie. Door in goed onderling overleg productie op consumptie af te stemmen. Door de gezamenlijk geproduceerde koek eerlijk onder elkaar te verdelen.

Moeten er nog aan andere voorwaarden worden voldaan om dit alles mogelijk te maken?

Ja.

Met liefde & vertrouwen alleen komen we er niet. Ook niet met alleen maar mediteren en/of alleen maar werken aan je persoonlijke ontwikkeling. Om als blanke westerling samen te leven met de donkere oosterling moeten we niet alleen het materialistische mensbeeld loslaten, maar ook liefde & vertrouwen verankeren in de samenleving zelf. Vóór wij mensen in goed onderling overleg de gezamenlijk geproduceerde koek onder elkaar kunnen verdelen, dienen wij eerst de bedrijven en organisaties (kapitaal), de mensen (arbeid) en de Aarde (grond en grondstoffen) aan zichzelf terug te geven.

Hoe?

Door de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond uit de handel te halen en nieuwe vormen van recht te ontwikkelen. Zodat niemand meer iemand anders kan ‘bezitten’. Pas op dat moment kunnen alle mensen als gelijken met elkaar in gesprek over hoe zij samen willen leven.

Als niemand meer iemand anders in loondienst kan nemen, als niemand meer macht kan uitoefenen omdat hij het bedrijf bezit waar iemand anders werkt of de grond bezit waarop iemand anders woont, dan kunnen alle mensen als gelijken vanuit liefde & vertrouwen met elkaar bepalen hoe zij samen willen wonen, werken en leven. Dan kunnen ze enerzijds vrij bepalen tot wat voor mens zij zichzelf willen ontwikkelen en anderzijds samen in elkaars levensbehoeften voorzien.

TOT SLOT

Zolang we nog handelen niet alleen in reële economische waarden die voorzien in materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond, zullen steeds minder mensen steeds rijker worden en steeds meer bedelende jongens en meisjes in het straatbeeld verschijnen. Halen we daarentegen de productiemiddelen uit de handel, creëren we dus nieuwe vormen van eigendom en beheer van kapitaal, arbeid en grond, dan zal bovendien het huidige geldsysteem gezond worden.

Maar dat is een ander verhaal dat ik graag een ander keertje vertel.

Mijn droom over de verdwijnende kloof tussen arm en rijk? Er komt een tijd dat westerse welopgevoede witte jongemannen niet meer in chique restaurants eten, terwijl oosterse ongewassen gekleurde meisjes op straat hun voeten kussen voor geld, maar dat ze gezamenlijk aan rijk gevulde tafels zitten en elkaar de lekkerste hapjes toeschuiven.

Zorgen voor onze commons

Betreft: commons, blockchain, true price en het DeelGenootschap, meervoudig eigenaarschap. Leestijd: wel eventjes:-)

Gemene Grond in een dorp in Drenthe in de Middeleeuwen
De commons

De commons zijn tegenwoordig steeds vaker onderwerp van gesprek. Of in ieder geval de tragedie ervan. Commons zijn bijvoorbeeld onze gronden, ons water, schone lucht, biodiversiteit, een gezond klimaat. Kortom: alles wat eigenlijk van ons allemaal is. Ook onze kennis, een innovatief idee kan je scharen onder de commons. In economische zin zijn het de inputfactoren voor de economie, het kapitaal dat nodig is om tot productie te komen. Dat zijn zowel de grondstoffen, de grond zelf als ook het geld, onze arbeid en een goed idee. En hier zorgen we slecht voor, in onze geïndustrialiseerde wereld waarin we gevangen lijken tussen de markt en de staat. De overheid heeft met haar bestemmingsplannen een instrument in handen om invloed op de toewijzing van grond te hebben, en lijkt de markt daarmee eerder in de kaart te spelen met speculanten op bestemmingsplanwijzigingen als lachende derde. Onze commons hebben het nakijken. Ja, er worden initiatieven genomen zoals bijvoorbeeld de duurzame grondbanken. Ja, we worden ons er steeds meer van bewust. Maar het spel van de vrije markt gaat ook gewoon nog door.

Hoe beschermen en beheren we onze commons? Hoe zorgen we goed voor onze Aarde zodat ze ons kan blijven voeden met gezonde producten? Er is recent een heel goed boek over geschreven; free, fair and alive! geschreven door David Bollier en Silke Helfrich. Zij praten over Commons, commoning en peer governance. Echt een must read voor mensen zoals jij en ik die voorbij markt en staat denken en als mensen met elkaar onze eigen problemen willen oplossen.

Huidige oplossingsroutes

Eén route is om alles wat van waarde is te beprijzen en in de verkoopprijs mee te nemen, zoals bijvoorbeeld true pricing en true cost calculation. Ik begrijp de zin ervan. Nu moet de samenleving de schade bekostigen in de vorm van hogere gezondheidszorg, herstel van drinkwater en bodem e.d. die door individuele producenten wordt aangericht. Hier zit de gedachte achter van de vervuiler betaalt. Geen slechte gedachte lijkt me. Moeten en kunnen we echter alles van waarde uit de natuur en uit onszelf een prijs geven? Is de stap naar een prijs toekennen en er dan vervolgens ook via de markt voor moeten betalen niet een hele kleine stap? Gaat straks ook frisse lucht, een mooi uitzicht of een boswandeling geld kosten? We zien wat er met verhandelbare CO2 rechten gebeurt. Als het geld oplevert dan gaan we pas voor de natuur zorgen, maar werkt het nu echt? Lost dat ook het plastic in oceanen op? We leren dan toch niet uit liefde voor de natuur en onszelf te zorgen? Nog afgezien van het feit dat uiteindelijk niet de vervuiler betaalt, maar de consument.

Een tweede route die ik waarneem en die steeds meer aandacht krijgt, is het gebruik maken van de blockchain-technologie bij het beheren van onze commons. Zie bijvoorbeeld het project terra A. Je kan een heel bos opnemen in een blockchain en elke boom een label meegeven met informatie over wanneer hij geoogst mag worden en onder welke voorwaarden op zo’n manier dat het bos in goede gezondheid blijft. De blockchain is dan van iedereen en de winsten uit het bos worden als een soort basisuitkering onder de gemeenschap verdeeld. Maar wat los je hier precies mee op? Misschien de zorg voor de aarde zelf maar het toewijzingsvraagstuk blijft daarmee denk ik ongemoeid. Wie bepaalt immers wie mag bepalen of het een voedselbos is, ongerepte natuur, een toeristenplek, een villawijk? Alleen verdeel je de winsten dan eerlijk al is de vraag ook daarbij wie aan wie betaalt. Met andere woorden; ook blockchain is uiteindelijk mensenwerk. De club die dit bedacht, formuleerde al de toekomstige noodzaak ook hier weer een keurmerk voor te moeten ontwikkelen, voor deugdelijk opgezette blockchains. Daar ga je al. Elk keurmerk roept immers ook weer fraude op.

Een derde route

En gelukkig zie ik ook deze route opkomen en zij wint terrein. Gelukkig. Dat is de route van het als common in eigenaarschap nemen van de commons. Als gemeenschap, vanuit de relaties. Relationeel eigenaardom. Een term die ook in het boek veel gebezigd wordt, dat is de crux.

Als techniek uiteindelijk ook mensenwerk is, dan wil ik er graag eerst over nadenken welke relaties we onderling te verzorgen hebben vanuit ‘peer governance’ op zo’n manier dat we goed voor onze commons zorgdragen. Wat is daarvoor nodig, weten we dat? Wie zijn wij in potentie en kunnen wij dat ook in onszelf en elkaar aanspreken? Kunnen we organisatievormen vinden die ons uitdagen en ons leren om te gaan met de commons? Blockchain mag geen middel zijn omdat we het zelf niet kunnen. Hoe komt de governance van een blockchain op orde? Ik geloof erin dat we organisatievormen vinden die recht doen aan wie wij in potentie zijn, die het goede in ons aanspreken, onze liefde en het vertrouwen in elkaar. Als ik er dan over nadenk kom ik voorlopig hier op uit. Een weg voorbij de staat en voorbij de markt. Commons in handen van mensen die betrokken zijn bij een stuk Aarde en daar eigenaarschap over nemen en afspraken over maken. Het vormgeven van deze relaties, dat is voor mij de nieuwe weg. Ik zou techniek dan willen inzetten omdat we precies weten wat er nodig is qua relaties, dan kan zij van waarde worden.

Hoe dat er uit ziet? In Amerika is het concept van Community Land Trusts al ver uitgedacht en uitgevoerd. Deze CLT’s voldoen aan wat ik de vrij-gelijk-samenleving noem. Door onszelf gewild en vormgegeven, door het vormgeven van de juiste relaties. Zie voor inspiratie en waar deze projecten zich allemaal al bevinden https://centerforneweconomics.org/apply/community-land-trust-program/directory/

En hoe organiseer je deze relaties? Het DeelGenootschap als een antwoord
In dat kader vonden wij in het Veerhuis het DeelGenootschap uit als moderne organisatievorm om de commons weer in relatie te brengen en in meervoudig eigenaarschap te nemen. Bottom line van deze organisatievorm is het doorbreken van elke vorm van macht en controle van mensen over anderen. Het is een organisatievorm die liefde en vertrouwen voedt en aanspreekt in elkaar. Wij kunnen er naartoe groeien vanuit ons volwassen zelf. Het doorbreekt de macht van een werkgever over zijn werknemers en de macht van het kapitaal over mensen en natuur. Maar een dergelijke platte organisatie heeft wel structuur nodig, dat kan niet anders. Lees hier meer over het DeelGenootschap als organisatievorm.

“Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen en vrouwen bij elkaar om hen bevelen te geven, om ze elk detail uit te leggen, om ze te vertellen waar ze alles kunnen vinden. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee.”

Antoine de Saint-Exupéry

Zo is het ook met een DeelGenootschap. We leggen een verlangen neer naar de vrij-gelijk-samenleving, een samenleving die het goede in mensen aanspreekt en ruimte geeft. Tegelijkertijd beoefenen wij ons erin, dagelijks en met veel plezier.

Het DeelGenootschapHet DeelGenootschap is een vorm die niet juridisch is in de huidige betekenis (bij wet) en toch legaal. Voor formele zaken zoals belasting en andere juridische punten vervult een bestaande rechtsvorm als een stichting met eenvoudige statuten haar rol als brug naar de huidige samenleving, de inhoudelijke zeggenschap en doorontwikkeling van de organisatie ligt bij het DeelGenootschap.

Een DeelGenootschap gaat over zaken doen in liefde & vertrouwen en spreekt dit voortdurend in elkaar aan. Een DeelGenootschap organiseert het eigendom van de commons (de productiemiddelen en het bedrijf zelf) ook als een common.

Kapitaal als commonIn een DeelGenootschap wil je ervoor zorgen dat financiers geen oneigenlijke groeidruk leggen op het financiële rendement van de organisatie. Zij financieren vanuit hun behoefte en mogelijkheden en dragen daarmee bij aan het waarmaken van de gemeenschappelijke intentie van het DeelGenootschap. In beginsel zoeken wij naar een waarde uitruil in natura indien voorhanden (gratis verblijf in het Veerhuis e.d). Echter, als je dit doordenkt. Als kapitaalverschaffers ons als ondernemers mede mogelijk maken, hoe kunnen we dan de opbrengst van onze onderneming voor onszelf behouden en enkel delen met de financiers? Zijn de winsten van onze organisatie na aftrek van kosten, aflossen van leningen en (her)investeringen niet eigenlijk ook een common, waar iedereen in feite belang bij heeft? En waar ook de hele gemeenschap (in)direct aan heeft bijgedragen? Kapitaal dat wordt opgebouwd in de organisatie beschouwen wij ook als een common; het is immers een resultante van vereende krachten, je ouders, de infrastructuur, de natuur enzovoorts en als zodanig niet aan je eigen inspanning alleen toe te kennen. Daarom beheer je in een DeelGenootschap het kapitaal ook als een common. Hoe dat eruit ziet is voor een ander blog.

Grond als commonIn het Veerhuis werken we samen met Community Land Trust en Stichting Land of Seattle, een Nederlandse verwerkelijking van de eerste. Daarin vind je een drievoudig eigenaarschapsconcept uitgedacht met drie partijen die betrokken zijn bij de grond en in relatie komen met elkaar. De ondernemer/bewoner, de direct betrokkenen in een gebied en de lange termijn stakeholders van de Aarde. In het Veerhuis werken wij aan het op gang brengen van de relatie tussen ons als ondernemers en onze direct betrokkenen die onze diensten afnemen of anderszins betrokken zijn. Van hen ontvangen wij als het ware de license to operate, deze willen wij niet zelf bepalen. Zij zijn ook de partij die de voorwaarden stelt waaronder wij als ondernemers de grond tot economisch nut mogen maken. Uiteindelijk willen we de grond op nul van de balans afhalen en vrijgeven in beheer van een derde stichting die het juridisch beheer over de grond verzorgt namens de gemeenschap van direct betrokkenen.

Nu droom ik hier nog van, onze campagne om de grond onder het Veerhuis vrij te kopen moet nog beginnen. Ik zie deze beweging echter overal om me heen opkomen. En ik ervaar de mogelijkheden als oneindig. Liefde & vertrouwen zijn in opmars en op deze stroom gaat het gedachtegoed van de commons zichtbaar worden. Het DeelGenootschap als organisatievorm helpt om onszelf op het goede pad te houden want zonder structuur kunnen wij mensen nu eenmaal (nog) niet.

Op naar de vrij-gelijk-samenleving. Doe je mee?

Meer weten over het hoe en waarom van bovenstaande? bekijk ons gehele cursusaanbod en specifiek de cursus DeelGenootschap die al op 3 oktober weer van start gaat en de Leergang Samenlevingskunst die op 27 september start, er zijn nog een paar plekken beschikbaar.