Ook een nieuwe overheid van binnenuit en van onderop?

In het maatschappelijke debat staan markt en staat tegenover elkaar met het maatschappelijk middenveld als een groeiend speelveld daar tussenin. Dit middenveld vraagt om ondersteuning van de staat ten opzichte van de dominante plaats die de markt en het bedrijfsleven inneemt. Welke plek vervult dit middenveld eigenlijk? Wat doet zij, wat beoogt zij, wat geeft zij vorm en hoe kunnen we dit zo goed mogelijk begrijpen?

Ik haper bij deze indeling in domeinen. Voor mij is het zinvoller om drie andere domeinen te onderscheiden namelijk: economie, cultuur en recht. Elke samenleving heeft deze drie domeinen te verzorgen en in concreto vorm te geven. In de middeleeuwen was de standenmaatschappij wat dat betreft overzichtelijk. De geestelijken verzorgden het geestelijk leven, de cultuur – alles wat met de zorg en de ontwikkeling van de mens te maken heeft. De adel verzorgde het rechtsleven – alles wat met het regelen van de onderlinge betrekkingen te maken heeft. Zij beheerden de grond en wezen deze voor gebruik toe. De burgers in de steden en de boeren op het land verzorgden de productie en distributie van economische waarden – alles wat voorziet in de materiële behoeften. In deze tijd hebben we het recht, de cultuur en de economie op een nieuwe manier vorm te geven. Hoe? Gemeenschappen en associaties van mensen zoals de burgercoöperaties die opduiken, geven mijns inziens niet een midden tussen overheid en markt vorm. Nee, zij vullen gaten die door markt en overheid ontstaan. Zij vernieuwen in feite alle drie de domeinen economie, cultuur en recht. En voor zover ze dat nog niet bewust doen, hebben ze in ieder geval de potentie dat te doen.

Dit is wat ik zie gebeuren:

Economie

Geïnspireerde ondernemers bouwen een nieuw economisch ecosysteem op, van binnenuit en van onderop. Zij ontwikkelen nieuwe vormen van productie, handel en consumptie om SAMEN op deze ene Aarde het leven voor alle mensen mogelijk te maken (korte keten ontwikkeling, ketensamenwerking, lokale voedselproductie, Community Supported Agriculture, eerlijke en transparante prijzen, energie-coöperaties, circulair grondstof gebruik). Duurzame en sociale ondernemers schieten in alle kleuren en maten als paddenstoelen uit de grond en scheppen hun eigen ruimte om te doen wat ze te doen hebben, zich een weg banend en zich verhoudend tot het bestaande krachtenveld van het grootbedrijf en de gereguleerde vrije markt.

Cultuur

Ook in het culturele leven ontstaan initiatieven van binnenuit en naast de bestaande structuren. Zo wenden ouders en leraren zich steeds vaker af van het reguliere onderwijs om hun eigen scholen te starten, VRIJ. Zij streven ernaar om kinderen te helpen zichzelf te ontwikkelen tot in zichzelf gegronde vrije creatieve mensen die mogen en kunnen worden wie ze ten diepste zijn. Zonder de noodzaak om ze als productfactor arbeid aan de economie af te leveren – onder het motto van gelijke kansen voor iedereen op de arbeidsmarkt. Zij zien de stroom ‘drop-outs’ toenemen omdat steeds meer kinderen het gekanaliseerde onderwijssysteem waar ze in moeten passen niet meer trekken. Deze ouders en leerkrachten handelen daarnaar en creëren onderwijs waar de kinderen en ouders om vragen, niet waar de markt om vraagt. Maar ook buurtzorg is een goed voorbeeld van het opnieuw vormgeven van zorg, vrijgemaakt van de wetten van het geld.

Recht

Het leven kan zich ontwikkelen dankzij de inputfactoren grond, arbeid en kapitaal. Deze middelen behoren wat ons betreft ons allen toe maar kunnen nu als privé-bezit gekocht en verkocht worden. Zij zijn onze commons die we op gelijke, eerlijke wijze uit te wisselen en toe te wijzen hebben. En daarmee is het beheer van grond, arbeid en kapitaal een rechtsvraagstuk, traditioneel door de overheid verzorgt. Wat mij betreft is het niet de staat die de commons dient te bezitten en toewijzen (communisme). Ook kunnen de commons niet vrij verhandeld worden op de markt (kapitalisme). Het heeft ook geen zin om als staat belasting te heffen bij de mensen die rijk zijn geworden dankzij de handel in de commons en dat her te verdelen onder de niet-bezitters en te investeren in de culturele sector (Rijnlands kapitalisme, neo liberalisme). Nee, wat mij betreft dient de staat regels en procedures te ontwikkelen en te handhaven met betrekking tot het beheer van de productiemiddelen grond, arbeid en kapitaal. En de uitwisseling en toewijzing ervan over te laten aan de burgers zelf.

Ook op dit vlak zie ik burgerinitiatieven. De uitwisseling en toewijzing van grond, arbeid en kapitaal als rechtsvraagstuk is een onderwerp dat mensen zelf met nieuw uitgedachte peer-2-peer-governance structuren oppakken en uitdenken als ‘mensen onder elkaar’. Zo zie ik dus ook hier van binnenuit en van onderaf een nieuw soort overheid ontstaan, naast de bestaande. Een zelf van binnenuit vormgegeven ‘overheid’ op basis van wat wij als Economy Transformers GELIJK noemen. Mensen stellen zelf eigen regels en procedures op. Regels en afspraken die organisch tot stand komen en beweeglijk zijn omdat ze een uitkomst zijn van een gevoerde dialoog tussen mensen. Wat willen we met elkaar, wat is er nodig, wat gaan we afspreken, wat draagt bij, wat is voor ons gelijk, wat werkt? Rechten die niet meer veranderd zijn sinds de Romeinse tijd zoals het absolute eigendomsrecht met betrekking tot grond, arbeid en kapitaal, zijn in feite verstomde dialogen tussen mensen en zijn in feite dood. Die rechten geven geen leven meer. Daarentegen is het DeelGenootschap zo een vrije vorm waarin we onze eigen regels en procedures bepalen, buiten het bestaande recht om. Maar ook het drievoudig eigenaarschap van grond en alle Community Land Trusts zijn een goed voorbeeld van het creëren van een nieuwe vorm van rechtsleven buiten het bestaande om.

Een bevrijdend perspectief

Wat is dit een bevrijdend perspectief! Dat we niet alleen nieuwe bedrijven naast de oude opzetten en ‘het gewoon zelf doen’, dat we niet alleen nieuwe scholen en onafhankelijke onderzoeksinstituten oprichten, naast de reguliere scholen en gangbare universiteiten, maar dat we ook van binnenuit en onderaf als het ware een nieuwe ‘overheid’ scheppen. We regelen zelf onze onderlinge betrekkingen, inclusief onze omgang met onszelf (kapitaal), elkaar (arbeid) en de Aarde (grond). Op basis van liefde en vertrouwen. Die we niet in stenen tafelen beitelen of in beton gieten maar telkens weer functioneel laten zijn aan het leven en dus ook het samenleven.

Dit nieuwe perspectief vraagt wel het oprekken van ons wereldbeeld dat zegt dat de overheid er gewoon is en dat we daar nu eenmaal mee hebben te dealen. Net zoals we dat eerst dachten over de markt, die er nu eenmaal was en is. En de krachten van het grote bedrijfsleven waar we ons als nieuwe ondernemers toe moeten verhouden. Lang dachten we dat de overheid ons moest beschermen tegen dit bedrijfsleven. Terwijl eerder het omgekeerde het geval is, de overheid beschermt de oude economie tegen vernieuwing door de mensen zelf. In plaats van dat het ons als bottom up veranderaars steunt en mogelijk maakt. Zonder de steun van de overheid kunnen we het niet, dachten we lang. En natuurlijk is het ook fijn en belangrijk dat de bestaande overheid onze initiatieven steunt en mede mogelijk maakt. En vooral ook mee gaat pionieren om ook zichzelf opnieuw uit te vinden.

Vernieuwing van het overheidsprincipe

Met het zelf op ons nemen van het beheer van onze commons grond, arbeid en kapitaal, vernieuwen we het overheidsprincipe zelf. We denken dan vanuit een veel groter perspectief na over onze samenleving en hoe we met elkaar omgaan. We gaan onze commons opnieuw zinvol en eerlijk uitwisselen en toewijzen zodat iedereen op deze Aarde tot haar en zijn recht komt. Maar dan ook echt, inclusief de daarvoor noodzakelijke middelen van bestaan.

Heet dit dan nog overheid? Ik weet het niet, ik heb altijd de behoefte om te zoeken naar nieuwe woorden die passen bij wat we beogen. In ieder geval is het een nieuw beschavingsprincipe van waaruit we met elkaar aan het werk zijn met zelf ontworpen afspraken en procedures op basis van liefde en vertrouwen die we geldig laten zijn in door onszelf ontworpen beheer-structuren rondom grond, arbeid en kapitaal.

En zo vernieuwen we als bottom-up-pioniers van binnenuit niet alleen de manier van produceren, distribueren en consumeren binnen de economie of zorg en ontwikkeling binnen de cultuur, maar ook de rol en de taken van de overheid. Dan beleef ik dus niet meer dat de markt en de staat tegenover elkaar staan met een sociaal middenveld dat de gaten dicht die markt en staat laten vallen, maar een middenveld dat in potentie in staat is alle drie de maatschappelijke domeinen van binnenuit om te vormen tot een zinvol economisch-, cultureel- en rechtsleven. Overal waar mensen samenwerken en samenleven zijn deze drie elementen aanwezig en kunnen we ze zelf op een nieuwe manier vormgeven. Van binnenuit en onderop dus, op basis van liefde en vertrouwen.

En jij?

Voel jij de ruimte die hiermee vrij komt of neem jij deze ruimte op jouw manier al in? Of zitten angsten hier nog in de weg en wil je nog vasthouden aan de bestaande wet- en regelgeving? Ook dat wil ik graag horen. Immers, we voelen allemaal op onze eigen manier, op verschillende momenten de angst voor het manifesteren van iets radicaal nieuws.

Zonder het ook over de binnenkant van de tranformatie te hebben, onze angsten en twijfels, onze minderwaardigheidsgevoelens, onze behoefte aan experts die het beter weten, aan instituten die het probleem zullen gaan oplossen, zullen we de nieuwe wereld niet op Aarde krijgen. Zo binnen zo buiten. We kunnen er niet omheen.

Bondgenoot

Malcolm X: “You can’t have capitalism without racism.”

Ongepast

Op mijn blog Ik kan niet ademen, kreeg ik veel reacties als: “Je gebruikt de dood van George Floyd om aandacht te trekken voor je eigen ideeën, dat is ongepast.”

En ja, ik vloog uit de bocht. Ik gebruikte de laatste woorden van George Floyd om aandacht te trekken voor iets anders. Mijn excuses daarvoor. Inmiddels is het blog herschreven en hernoemd.

In gedachten ben ik bij George Floyd en zijn naasten. Hij had niet mogen sterven. 

Evenals Trayvon Martin, Tamir Rice, Michael Brown, Philando Castile en Breonna Taylor, die allen door politiegeweld zijn omgekomen. Ook de laatste woorden van Eric Garner, die stierf door politiegeweld in 2014, waren: “Ik kan niet ademen“. Elk jaar komen in de VS circa duizend mensen om het leven door politiegeweld. Terwijl er tussen de vijftig en zestig agenten tijdens hun werk worden gedood door criminelen of verdachten.

Elk van deze mensen hadden ouders, kinderen, familie, vrienden en collega’s, naasten die dierbaren verloren. We kunnen er niet genoeg bij stil staan.

Aandacht voor racisme als systemisch probleem

En hoe zit het in Nederland? Volgens actiegroep Controle Alt Delete kwamen in Nederland 41 mensen om bij arrestaties de afgelopen vier jaar. Terwijl er volgens de officiële cijfers 14 doden zijn te betreuren bij arrestaties. Hoe dan ook, ook in Nederland is racisme een probleem.

Onze eigen premier Rutte noemde racisme zelfs een systemisch probleem.

Racisme kan omschreven worden als een ideologie waarbij uitgegaan wordt van de superioriteit van een ene etnische groep ten opzichte van een andere etnische groep.

Mijn witte protestants-christelijke Europeaan zijn

Van mijn witheid, mijn blanke protestants-christelijke Europeaan zijn, werd ik mij bewust toen ik als zestienjarige tijdens een reis met mijn ouders door India werd geconfronteerd met de schrijnende tegenstelling tussen rijkdom en armoede. Sindsdien houd ik me bezig met de groeiende kloof tussen arm en rijk en wat ik eraan zou kunnen doen.

Tot nu toe nog steeds niet genoeg, vind ik zelf.

Patrisse Cullors, één van de oprichters van Black Lives Matter, spreekt witte mensen aan: “Erken je privilege en zet die macht in tegen ongelijkheid.”

Haar visie: word bewust van je eigen positie in het geheel, kijk waar je macht wél ligt en probeer anderen actief bij de strijd te betrekken. “Uiteindelijk gaat racisme niet opgelost worden door mensen van kleur, net zoals misogynie niet opgelost gaat worden door vrouwen. Het voornaamste punt is: witte mensen moeten er een prioriteit van maken om met andere witte mensen te praten over racisme. Alleen zij hebben de macht om het systeem af te breken. Zodat we het gezamenlijk opnieuw kunnen opbouwen.”

Als witte protestants-christelijke Europeaan maak ik tegenwoordig full time mijn werk van het opheffen van ongelijkheid en verkeer ik continu in een innerlijke strijd tussen een zichzelf ten opzichte van anderen superieur voelend ego en een liefdevolle alle mensen als gelijk achtend ‘ik’. In gedachten heb ik de huidige samenleving al miljoenen keren afgebroken en alleen of samen met anderen weer opnieuw opgebouwd.

De soevereiniteit van het individu

Als Economy Transformers zien wij racisme als een systemisch probleem. Daar wilde ik in mijn vorige blog de aandacht op vestigen. Door de zwarte George Floyd te vergelijken met de samenleving als geheel en de witte politieagent Derek Chauvin die hem liet stikken met het huidige wereldwijde geldsysteem dat de gehele samenleving in een worggreep houdt.

Wij pleiten voor een vrij-gelijk-samenleving, een samenleving die is gefundeerd in de soevereiniteit van elk afzonderlijk individu ongeacht geloof, levensovertuiging, geaardheid, huidskleur enzovoorts. Ons inziens zit zowel in het naakte kapitalisme van Amerika, als in het communisme van de voormalige Sovjet-Unie en het huidige China, Noord-Korea en Cuba, als in het zogenoemde Rijnlandse kapitalisme van Europa de ongelijkheid tussen mensen ingebakken. Bij mijn weten heeft nog nergens in de wereld een samenleving zichzelf gefundeerd in het zelfbeschikkingsrecht van elk afzonderlijk mens en dat tot uitdrukking gebracht in de manier waarop besluiten worden genomen en de productiemiddelen grond, arbeid en kapitaal worden uitgewisseld en toegewezen.

Nogmaals excuses dat ik de laatste woorden van George Floyd gebruikte voor andere doeleinden. Maar ik wilde de aandacht trekken niet voor mijn eigen ideeën, maar voor het idee dat ongelijkheid, en dus ook racisme, een systemisch probleem is. Ik hoop oprecht dat de dood van George Floyd tot werkelijke systemische veranderingen voert en dat we niet na enige tijd weer overgaan tot de (wan)orde van de dag. Tot het volgende slachtoffer van politiegeweld.

Bondgenoot

Laatst luisterde ik naar een interview met Sylvana Simons. Ook over de vraag hoe je je als witte strijder voor gelijkheid mag noemen. “Bondgenoot”, zei ze. Welnu, voortaan noem ik mezelf een Bondgenoot van mijn zwarte medemensen.

Ook vertelde Simons dat je als witte bondgenoot niet zomaar allerlei zwarte uitingen kunt gebruiken. “Dat is ongepast”, zei ze. Eigenlijk kun je als witte medemens alleen maar ruimte maken. En in stilte allerlei schuld- en schaamtegevoelens verwerken. Ze hoopt dat veel witte mensen zich ongemakkelijk voelen in deze tijd. Nou, dat doe ik zeker. In gedachten sta ik stil bij al het leed dat zwarten is aangedaan de afgelopen 400 jaar, bijna ondraaglijk. Zo goed en zo kwaad als het gaat, voel ik hun pijn en hun verdriet.

Ook wil ik hier nog de aandacht vestigen op Wit Huiswerk, voor witte mensen die zich in hun strijd tegen racisme willen verdiepen. Erg de moeite waard.

Na Marx en Lenin, nu ook Jan Pieterszoon Coen?

Vanzelfsprekend ben ik niet de enige die de aandacht wil richten op de intrinsieke ongelijkheid van onze economie en samenleving respectievelijk de fundamenten waarop onze economie en samenleving zijn gebouwd. Zie dit filmpje van een Black Lives Matter actie in Bristol, Groot-Brittannië waar het beeld van een slavenhandelaar wordt neergehaald.

Wat is het perspectief?

Een tweede grote kritiek die ik kreeg op mijn blog Ik kan niet ademen is: het biedt geen perspectief.

Nu vind ik zelf dat ik dat wel doe: lees maar.

Toch beloof ik om in een volgend blog nog eens de huidige economie en samenleving te analyseren en de ingebakken oorzaken van ongelijkheid te benoemen. Ook zal ik handvatten aanreiken voor wat een ieder van ons kan doen die net als ik verlangt naar een menswaardige samenleving, voor alle mensen.

Stel je hebt te veel bloed in je lichaam

Stel je wilt leven

Stel je bent jong, enthousiast, betrokken, vol energie, je hebt er zin in, en je wilt een eigen bedrijf beginnen dat ook werkelijk voorziet in behoeften van andere mensen en dan ook nog eens op een mens- en Aarde-waardige manier. Of je wilt een gezin beginnen in een leuk huis in een leuke buurt.

Stel je hebt het doorzettingsvermogen om je idee om te zetten in een business-plan inclusief investerings-, financierings-, exploitatie- en liquiditeitsbegroting. Of je hebt de baan, die je altijd al wilde hebben, en die je de mogelijkheid geeft om een bepaalde hypotheek te nemen.

Stel je krijg het krediet en je kunt je bedrijf beginnen. Je krijgt de hypotheek en je kunt het huis kopen.

Maar na verloop van tijd drukken de lasten zo zwaar dat je het gevoel krijgt dat je niet meer kunt ademen. Het huis blijkt toch niet zo leuk en de buurt valt ook tegen. Je bent niet meer bezig met het op een mens- en Aarde-waardige manier produceren van iets dat voorziet in de behoeften van anderen, nee, je bent bezig met het verdienen van geld om de rente en aflossing te betalen van het krediet, dat je kreeg, of de hypotheek.

Nog even afgezien van al die andere jonge mensen, die hun bedrijfsplan niet eens gefinancierd krijgen of niet aan de voorwaarden voor een hypotheek kunnen voldoen.

Stel er is te veel geld in de wereld

Onze samenleving verkeert in ademnood. Waarom?

Omdat er ongeveer 35 keer zoveel geld is in de wereld dan reële economische waarden die voorzien in de behoeften van mensen. En dan ook nog eens in de handen van maar weinig mensen die nog meer geld willen maken met dat geld en investeren in mens- en Aarde-waardige bedrijfjes of leuke huizen in leuke buurten niet genoeg vinden renderen.

Nog even afgezien van al die hele grote fondsen, zoals het Nederlands Pensioenfonds (APF), waarin zo verschrikkelijk veel geld zit dat rendement zoekt, dat projecten kleiner dan zeg maar een miljard euro of drie, vier niet eens interessant zijn.

Het drijft de prijzen op

En intussen stuwen die grote hoeveelheden geld zich op in grond en waardepapieren. Door de bank genomen stijgen de aandelenkoersen. Evenals de grond- (en dus ook de huizen-) prijzen. Steeds meer mensen dragen steeds meer lasten. Steeds meer rente en aflossing wordt betaald aan een steeds kleiner wordende rijke elite. Dit zijn mensen die op geen enkele manier prestaties leveren die ook maar in de verste verte ook maar enigszins voorzien in reële behoeften, laat staan op een mens- en Aarde-waardige manier.

Laat staan de grote hoeveelheden dividend die worden uitgekeerd aan de bezitters van waardepapieren.

Overtollig geld moet worden vernietigd

We leven allemaal samen in één wereldwijde economie en dus ook in één wereldwijd geldsysteem. Alsof we allemaal deel uitmaken van één groot levend sociaal organisme, waarin de banken ervoor moeten zorgen dat het geld stroomt naar de plekken waar het mensen en landschappen doet bloeien. Zoals het hart via het bloed organen van zuurstof voorziet en afvalstoffen afvoert.

Stel ons hart houdt ons bloed vast in plaats van het vrij te laten stromen. Stel er is überhaupt veel te veel bloed in ons lichaam. Dan zijn we ziek en moeten we weer beter worden.

Er is veel te veel geld in de wereld en de balans tussen geven en nemen is ver te zoeken. De banken houden het geld voor zichzelf.

Kortom: onze wereldwijde economie is ziek, het veel te veel aan geld moet worden vernietigd en de balans tussen geven en nemen hersteld.

Ik zie maar twee manieren:

  • liefdevol, vanuit het bewustzijn dat wij allemaal deel uitmaken van één wereldwijd sociaal organisme, meevoelend met elkaar en invoelend in het geheel: we laten grote hoeveelheden geld bewust verdampen door schulden kwijt te schelden en grond en kapitaal vrij te kopen uit het financiële systeem en tot commons te maken. We regelen onze pensioenen op een nieuwe manier zodat de producerenden ook werkelijk voor de niet meer producerenden kunnen zorgen. Ook onze verzekeringen doen we anders, de pech van de één wordt gedragen door allen. Überhaupt richten we onze eigendomsverhoudingen anders in, inclusief de uitwisseling en toewijzing van kapitaal, arbeid en grond. Zodat de hoeveelheid geld in omloop in balans komt met de hoeveelheid economische waarden die voorzien in reële behoeften in omloop. Zodat die ene wereldwijde economie een gezond organisme wordt waarin geven en nemen in evenwicht is op basis van wetten en regels die voor iedereen in gelijke mate gelden.
  • of we laten het erop aankomen: de spanningen worden groter en groter, met steeds meer kracht proberen we de boel nog enigszins in het gareel te houden en op een gegeven moment barst het toch los, dan knapt er iets. Grote hoeveelheden geld blijken opeens niets meer waard, grond en kapitaal worden vernietigd door natuur- en cultuurrampen. Oorlog en geweld maken dat voor heel veel mensen er opeens geen oude dag meer is, en er is zoveel pech dat het niet meer gedragen kan worden door het geheel. Een kleine groep mensen houdt vast aan wat het heeft en claimt de laatste stukken nog enigszins bewoonbare Aarde. Weliswaar is de hoeveelheid geld na afloop van deze rampen weer in evenwicht met de hoeveelheid reële economische waarde, maar ja, ten koste van wat eigenlijk? Is er wel nog iets van waarde?

Fundamentele menselijkheid in alle mensen

Laten we ons richten op nieuwe vormen van samenleven, samenwerken en samenwonen vanuit het bewustzijn dat wij allemaal deel uitmaken van één wereldwijde economie en gegrond in de soevereiniteit van elk afzonderlijk individu ongeacht godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, geslacht of huidskleur.

Waarom nieuwe woorden nodig zijn

We mogen geen of in ieder geval niet te veel nieuwe woorden gebruiken, zeggen marketeers. Waarom niet? Omdat lezers er boos van worden of geïrriteerd door raken. Ik ben toch slim, maar dit woord ken ik niet! Of ze haken simpelweg af, omdat er geen herkenning is en dus geen verbinding.

Marketeers kruipen in de wereld van lezers en luisteraars en zoeken naar woorden die gevoelens wakker roepen als onvrede, angst, onbestemdheid, pijn en behoefte aan controle. Bijvoorbeeld: “wil jij je uniek voelen, koop dan hier je friet”. Echt waar, dit zag ik ooit op een billboard. Je uniek voelen door het aller dagelijkste te kopen wat er is: friet.

Dus als wij ons tot communicatie-experts wenden, dan worden veel woorden uit ons vocabulaire geschrapt. Woorden als: het DeelGenootschap, liefde & vertrouwen, bron en bronorgaan. Dat doet me toch wel wat.

En dan spreken in me allemaal stemmetjes: zij zijn toch de communicatie-experts! Zij weten hoe je je verhaal verkoopt. Waar haal ik de moed vandaan om tegen de deskundigen in te gaan. Trouwens, ik moet ook nog brood op de plank zien te krijgen. Is het verzinnen van nieuwe woorden wel verantwoord?

Wanneer is het moment gekomen om nieuwe woorden te gebruiken?

Het is belangrijk om te handelen vanuit je hart, benadrukken wij als Economy Transformers. Waarom? Om in verbinding met wie en wat je bent jouw bijdrage aan de wereld leveren. Alleen daarmee vorm je de huidige economie om in een mens- en Aarde-waardige.

Met deze zelfbepaaldheid als uitgangspunt komt er een woordenstroom op gang die authentiek is, eigen, puur, vernieuwend, onaangepast ook en uniek. Natuurlijk gaan we in verbinding met de ander en stemmen we onze woorden af op onze toehoorders, onze luister- en kijkeraars, onze gesprekspartners. Maar wat is die afstemming? In hoeverre moeten wij nieuwe woorden testen bij mensen die ook verlangen naar een menswaardige samenleving en ons daaraan aanpassen? Of is het zo dat als wij ons hart volgen en onze liefde voor woorden voelen, die al denkende en doende ontstaan vanuit ons verlangen naar nieuwe werelden, we erop mogen vertrouwen dat anderen die zullen verstaan. Geven wij stem aan gevoelens en behoeften die bij meer mensen aanwezig zijn, alleen hadden zij de woorden er nog niet voor.

Of misschien hadden zij ook al woorden, maar dan andere woorden.

Stel dat we niet luisteren naar marketeers en juist wel al die nieuwe woorden introduceren en vol passie gebruiken voor de dingen die we zien en voelen? Is het niet zo dat we zoeken naar nieuwe antwoorden op huidige problemen en dat voor die nieuwe antwoorden een nieuwe taal nodig is? En dat die antwoorden echt uit een nieuw bewustzijn komen, uit een andere laag, waar andere woorden bij horen? 

Dit is waar ik mijn vertrouwen in wil stellen:

Ik onderzoek goed bij mijzelf of de woorden die ontstaan ‘waarachtig’ zijn. Of ik niet een te grote broek aantrek, of dat mijn ego erin zit, die de woorden kleurt. Of ze dus werkelijk vanuit verbinding met mijzelf en mijn diepere verlangen tot stand komen. Als dat zo is, dan mag ik erop vertrouwen dat anderen dit zullen herkennen. En dat het juist die mensen aantrekt die dit verlangen ook hebben, ook op weg zijn naar een nieuw bewustzijn waar nieuwe taal bij hoort om een nieuwe economie en samenleving te creëren.

Vrij-gelijk-samenleving

Graag introduceer ik dan in dit blog officieel het woord ‘vrij-gelijk-samenleving’. (Hoe zullen we het schrijven?)

De vrij-gelijk-samenleving is een woord dat wij als Economy Transformers al een tijdje gebruiken voor de nieuwe economie en samenleving die wij voor ogen hebben. Zo hebben andere mensen vanuit hun verlangen naar een menswaardige economie en samenleving woorden geïntroduceerd als circulaire economie, deeleconomie en geef-economie. Inmiddels zijn deze woorden begrippen geworden die verwijzen naar verschillende nieuwe vormen van economie.

Om een woord tot een begrip te maken, snap ik dat het goed is om er veel over te praten en te schrijven. Het woord moet geladen worden met beeld en gevoel, anders komt het niet tot leven. Op dit moment focust Jac zich vanuit zijn verlangen naar een menswaardige samenleving op het schrijven van een boek over de vrij-gelijk-samenleving en ook ik zal er het mijne van op papier zetten of in filmpjes laten zien. Met dit woord willen wij deelnemen aan het maatschappelijk gesprek over een nieuwe economie en samenleving. Wij wensen ons toe dat de vrij-gelijk-samenleving een begrip wordt voor iedereen die bezig is met de transitie van de huidige samenleving en economie naar een meer mens- en Aarde-waardige.

Hoe rijk aan beelden en gevoelens is dit woord al voor mij. Alle aspecten van de transitie van de huidige tijd beleef ik erin: van top/down-managen naar zelfsturend regelen, van hiërarchisch naar horizontaal en gelijkwaardig organiseren, van uitputting van de natuur naar in verbinding met de natuur. En ook het herinrichten van productieketens, het uitwisselen en toewijzen van landbouwgrond en het bereikbaar houden van woningen voor iedereen. De vrij-gelijk-samenleving geeft zicht op nieuwe vormen van eigendom van de productiemiddelen grond, arbeid en kapitaal. Ja, vrij, gelijk & samen omvat het eigenlijk allemaal en daar houd ik van. Niet meer knippen en plakken binnen ons huidige systeem en binnen de bestaande heilige huisjes rondom eigendom en groei. Nee echt van onderop herinrichten van onze samenlevingsstructuren vanuit organisatieprincipes die kloppen, navoelbaar zijn, intrinsiek menselijk of zo je wilt natuurlijk… Hmmm

Hoe we onze huidige samenleving kunnen omvormen in een vrij-gelijk-samenleving is onderwerp van een andere blog of vlog. Of zo je wilt, van zo’n beetje alles wat wij doen. Want het is onze bron en onze horizon. Het is wat Economy Transformers in essentie te brengen heeft en ermee kennis maken kan door onze blogs te lezen, onze trainingen en cursussen te volgen en onze boeken te lezen die nu nog ongeschreven zijn… Yes, mooi vooruitzicht. Ik verheug me op het boek van Jac dat hij ergens najaar 2020 af wil hebben.

Dit blog wil ik afsluiten met een aankondiging, namelijk:

Tegen het advies in van alle marketeers, communicatie-deskundigen en verkoopadviseurs, noemen wij onze Leergang Samenlevingskunst (ook al zo’n nieuw woord) voortaan:

Basistraining Vrij, gelijk, samen
over het vormen van een mens- en Aarde-waardige samenleving

En dit maakt me intens gelukkig. Waarom? Omdat ik daarmee mijn eigen hart volg en ik met deze training weer meer van mijn droom leef; de vrij-gelijk-samenleving een stapje dichterbij brengen.

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? (deel 3 en laatste)

Het is 12 april 2021. Een jaar geleden zaten we in de Corona-crisis, voor Jac de aanleiding om te gaan bloggen over de vraag: wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? Enkele weken geleden interviewde ik (Ameleih) hem in het jaar 2036, 15 jaar na Corona. Hij beloofde ons toen dat hij ons zou vertellen hoe de vrij, gelijk, samen-samenleving waarin hij woont, is georganiseerd. Hoe daar de besluitvorming plaatsvindt. En last but not least: hoe het geldsysteem er functioneert. Op dit moment heb ik contact met een versie van hem in het jaar 2052.

Ameleih: “Jac, hoe is het intussen met je?”

Jac: “Wat heerlijk om je weer eens te spreken. De laatste keer is alweer zestien jaar geleden. Het is 8 oktober 2052 nu. Vorige week werd ik 88 jaar oud. Hoe het met me gaat? Mijn hart is vervuld van dankbaarheid en vreugde.”

Ameleih: “Dat is fijn om te horen. En hoe is het met Damaris?”

Jac: “Het gaat heel goed met haar, zij is inmiddels 81 jaar oud en nog steeds actief. Zo zit ze weer in het bron-orgaan van onze gemeenschap, die inmiddels ruim 15 duizend zielen telt.”

Ameleih: “Het bron-orgaan? Vertel.”

Jac: “Ameleih, ik zit hier met drie jonge mensen. Zij zullen deze keer voornamelijk je vragen beantwoorden. Mag ik je voorstellen aan Eloïse Dorsey geboren in 2021, Ilja Ichenko ook van 2021 en Ruby Hagendaz 2022. Ruby is lerares geschiedenis aan de Academie en zit ook in het bron-orgaan, ze kan geweldig vertellen; Ilja zwierf van zijn 18e tot en met zijn 30ste over de hele wereld en maakt sinds vorig jaar deel uit van Landbouwbedrijfsorganisme  het getemde Vosje, hij is erg goed met paprika’s en komkommers; en Eloïse heeft net het krediet ontvangen om haar geweldige idee van een schoenfabriek te verwerkelijken.”

Ameleih: “Ja, nu zie ik jullie. Welkom alledrie. Ik ben dus Ameleih, een vrouwelijke versie van Jac in jullie geboortejaar. Ik zit hier in mijn stoel op mijn werkkamer achter mijn laptop en ik zie jullie nu voor me. Ruby, het bron-orgaan? Vertel.”

Ruby: “Als bron-orgaan en in het bron-orgaan verzorgen we, heel logisch eigenlijk, de bron van onze leefgemeenschap. Sinds de heroprichting van Economy Transformers in 2020 is de bron niet meer veranderd. Die is vrij, gelijk, samen.”

“Onderzoek ik de idealen vrij, gelijk & samen, dan herken ik ze als behoeften in mezelf. Ik verlang naar samen, maar wel een samen waarin ik mezelf kan zijn. Tegelijkertijd wil ik vrij zijn, zelf bepalen hoe ik leef, wat ik doe en wat ik leer. Maar wel in verbinding met het geheel, als deel van het geheel. Ook heb ik een rechtsgevoel, een eerlijkheids-gevoel. Ik wil in goed onderling overleg leven in een samenleving waarin iedereen een stem heeft en gezamenlijk tot afspraken komen die voor alle mensen gelijk zijn. Een wereld waarin de mens, alle mensen, ertoe doen en met elkaar en die ene hele Aarde leven.” (Damaris)

Ameleih: “Wie hebben zitting in dat bron-orgaan? Hoe verzorg je de bron?”

Ruby: “In dit orgaan zitten twaalf mensen, zes vrouwen en zes mannen. Naar binnen toe onderzoeken zij bij zichzelf en elkaar wat vrij, gelijk, samen voor hen is en betekent, welke vragen er in hen leven en welke antwoorden zij gezamenlijk op die vragen vinden. Naar buiten toe organiseren zij bijeenkomsten en gebeurtenissen waarbij vrij, gelijk, samen voor iedereen zichtbaar en beleefbaar wordt. Vergeet niet dat onze gemeenschap groeit, niet alleen door de geboorte van kinderen, maar vooral omdat mensen vanuit het systeem hier naartoe komen. Die maken een heel transformatieproces door. Als ze tot rust zijn gekomen, voldoende zijn geheeld, een tijd hebben meegewerkt en meegedaan, tekenen ze een verbintenis met de bron waarin zij hun levens-, werk- en leerdoelen stellen en maken ze voortaan volwaardig deel uit van onze leefgemeenschap. Niet iedereen uit het systeem is daartoe in staat. Sommigen blijven de rest van hun leven onvermogend om hun eigen doelen te stellen.”

Ameleih: “Een volwaardig lid van de leefgemeenschap…”

Ilja: “… is voortaan een DeelGenoot…”

Ameleih: “Wat kan zij? Wat mag zij? Wat doet zij?”

Eloïse: “We hebben een aantal afspraken over hoe we met onszelf, elkaar en de Aarde omgaan.”

Ruby: “Het gesprek over onze omgang met onszelf, elkaar en de Aarde bracht Jac destijds op gang tijdens Corona.”

Eloïse: “Die afspraken worden eens in de vier jaar in een breed gemeenschapsgesprek geëvalueerd en vernieuwd. Daarnaast hebben we de besluitvorming geregeld en procedures ontwikkeld voor het ontstaan, rouleren en weer vergaan van geld. Alles wordt eens in de vier jaar geëvalueerd en vernieuwd. Iedereen mag deelnemen aan de evaluaties, een vorm van directe democratie.”

Ilja: “Onze bestuurders worden niet gekozen, nee, iedereen kan aan de beurt komen…”

Ameleih: “Hoe functioneert de besluitvorming?”

Eloïse: “Eigenlijk heel simpel: iedereen die een verbintenis heeft met de bron mag initiatieven nemen. Hoe groot of klein ook. Op elk vlak en in elke situatie. Wel na raadpleging met een aantal DeelGenoten. Zelfs dat hoeft niet altijd. Initiatieven die een krediet nodig hebben, kunnen als plan en begroting ingediend worden bij de Trust, het orgaan dat het geld doet in onze samenleving. Dit orgaan functioneert volgens door ons opgestelde procedures en maakt het mogelijk dat de grotere initiatieven zich organisch in het geheel kunnen invoegen.”

Ilja: “De beheerders van het kapitaal bestaan ook uit twaalf mensen, zes vrouwen en zes mannen en nemen volgens het lot voor een termijn van acht jaar zitting in de Trust. Om de vier jaar maken zes mensen plaats voor zes nieuwe mensen”

Eloïse: “Ik heb twee maanden geleden een krediet gekregen voor mijn 3D-schoenprint-machine-idee.”

Ameleih: “Ik raak helemaal opgewonden door jullie verhalen. Tegelijkertijd heb ik nog zoveel vragen. Jullie zijn geboren in de gemeenschap. Misschien kunnen jullie aan de hand van jullie biografieën vertellen hoe alles werkt. Vertel eerst eens iets over jullie schooltijd.”

Ilja: “Wij hebben alledrie tot ons 18e zoals dat heet ‘algemeen vormend onderwijs’ genoten…”

Ruby: “… ja, we hebben nog les gehad van Damaris en Jac.”

“Behalve lezen, schrijven en rekenen, leren we ook hoe economische waarden ontstaan, zich ontwikkelen en weer vergaan. We leren wat winst/verlies-rekeningen waren, bij ons heten ze nu capaciteiten/behoeften-rekeningen. We leren balansen lezen. We zijn ons allemaal zeer bewust van onze eigen balans, van wat we hebben en hoe dat is gefinancierd. We zijn ons er vooral erg bewust van dat het kapitaal en de Aarde gemeenschappelijk bezit is en dus ook gezamenlijk beheerd dient te worden…” (Ilja)

Eloïse: “De gemeenschap geeft mij het vertrouwen om mijn 3D-schoenprint-machine te realiseren. Het toegewezen krijgen van een stuk grond waarop ik mijn fabriek mag bouwen is nu ook bijna rond. Waarschijnlijk zal dat net over de grens in het systeem zijn. Onderhandelingen zijn nog gaande. De jongste zoon van Jac is daar erg goed in, heel verhaal. Maar op mijn balans staat dus aan de ene kant de te verwerkelijken machine en aan de andere kant het vertrouwen van de gemeenschap. Dat vertrouwen dat ik heb gekregen, ga ik omzetten in wat ik heb te geven aan de gemeenschap. Zo begrijpen wij nu de begrippen ‘vreemd vermogen’ en ‘eigen vermogen’. Het grootste deel van mijn eigen vermogen stroomt weer terug naar de gemeenschap als aflossing tussen aanhalingstekens van mijn schuld tussen aanhalingstekens aan de gemeenschap.”

Ilja: “Ja, je zou ook kunnen zeggen als dankbaarheid voor de onbezorgde jeugd die we mochten genieten en het vertrouwen dat we kregen om onze eigen weg te vinden.”

Ruby: “In het systeem heb je nog steeds staatsscholen, scholing gericht om de opgroeiende mens in te voegen in het geldsysteem van het systeem. Lees: voor jezelf een positie veroveren op de arbeidsmarkt.”

Ilja: “Wij hebben geen arbeidsmarkt. Wij werken op basis van gelijkwaardigheid samen aan de verwerkelijking van gedeelde doelen. Hoe ons vereffeningssysteem werkt, komt zo aan de orde. Op de Academie worden opgroeiende mensen opgevoed tot in zichzelf gegronde vrije persoonlijkheden. We leren onszelf als mens kennen. Wie we zijn, wat we kunnen en wat we willen. We leren ondernemend, creatief en betrokken te zijn. Te denken en te handelen vanuit het geheel. We krijgen alle ruimte om onszelf te ontdekken en tot ontplooiing te brengen.”

Eloïse: “Omdat we in goed onderling overleg productie op consumptie afstemmen, ontstaat steeds meer ruimte voor onderwijs en zorg, voor wetenschap, kunst en religie, voor het scheppen van cultuur. Mensen en landschappen bloeien op. Er is overvloed, schone lucht, helder water, vruchtbare grond.”

Ilja: “Dus tot ons achttiende genieten alle opgroeiende mensen een algemeen vormend onderwijs in veel verschillende vormen, het is niet eens verplicht. Thuisonderwijs mag ook. Geen onderwijs mag ook. Van ouderwets klassikaal met een meester met een krijtje in zijn hand en krijtstrepen op zijn jasje voor een ouderwets schoolbord tot modern buiten wandelend en werkend al doende.”

Ameleih: “Wat zit je te glunderen Jac?”

Jac: “Ik vind het grappig om te horen dat Ilja lesgeven in de vorm van buiten wandelen en werken modern noemt, terwijl dat juist de manier van Plato en Aristoteles was zo’n zeshonderd jaar voor Christus.”

(…)

Ruby: “Punt is: de één leert zus, de ander zo. De één gaat van leraar naar leraar, de ander blijft wel tien jaar onder de hoede van één specifieke opvoeder. Er hoeven geen keuzes gemaakt te worden met betrekking tot leerlijnen, leerlingen krijgen sowieso geen cijfers, laat staan een diploma. Niemand hoeft zich voor zijn achttiende te specialiseren. Ja, de leerlingen kiezen zelf hun eigen scholen en leraren. Geen twee scholen zijn hetzelfde, elke school ontwikkelt een eigen vorm van onderwijs op basis van een bepaald mensbeeld en een specifieke pedagogische visie. Of hun ouders kiezen voor hun kinderen hun scholen en docenten. Ouders bewaken de kwaliteit van het onderwijs. In het systeem doet de overheid dat nog steeds.”

Ilja: “Bij ons bestaat de overheid niet meer op die manier. DeelGenoten regelen zelf hun onderlinge betrekkingen. Van binnenuit en onderaf. We hebben dus wel organen: het bron-orgaan, de trusts en de beheer- en toewijzing van grond-organen. Voor alle mensen is plek, die ze zelf kunnen innemen. Tot die tijd worden ze begeleid.”

Eloïse: “Vanaf je achttiende begin je met iets te kiezen. Ruby wist al vroeg dat ze leraar wilde worden, Ilja moest eerst de hele wereld over om zichzelf te vinden en ik had als puber al passie voor mode in het algemeen, schoenen in het bijzonder.”

Ilja: “Ik kwam op een landbouwschool terecht in Schotland. Omdat daar een meisje was waar ik verliefd op was. Let op: er bestaan geen twee dezelfde landbouwscholen in de wereld, omdat elk gebied weer specifieke bodems heeft die specifieke vormen van landbouw vragen, überhaupt leven overal verschillende mensen die ieder op hun eigen manier in dit geval landbouwscholen stichten en ontwikkelen. Ik kwam in eerste instantie dus in Schotland terecht, wilde andere talen leren spreken, nieuwe mensen leren kennen in andere landschappen…”

Eloïse: “Voor ik me hier weer vestigde, heb ik ook gezworven. Ik werkte bij verschillende schoenenfabrieken en -werkplaatsen in Hongarije en Italië, ben in de leer geweest bij een schoendesigner in Spanje, heb een tijdje machinebouw gestudeerd in Duitsland en was de assistent van de directeur verkoop van schoenhandel in Canada. Ik ben zelfs lid geweest van een ontwikkelteam van een schoenenfabriek in Brazilië. Daar kwam ik op het idee van een 3D-printer die schoenen produceert, die mensen thuis door middel van bepaalde software op hun computer ontwerpen.”

Ameleih: “Hebben jullie nog computers?”

Jac: “Het hele systeem is feitelijk één grote computer. Alle mensen die nog in het systeem zitten, maken feitelijk deel uit van die computer. Wij staan door middel van computers in verbinding met het systeem.”

Ilja: “Na Schotland werkte ik een jaar met mijn vriendin Morag op een boerderij in het zuiden van Frankrijk, toen nog twee jaar op een bananenplantage in Nicaragua en tenslotte bij graanboeren in de Oekraïne. Vorig jaar werd ik deel van Bedrijfsorganisme de Leeuwerikshoeve hier. Ik ben vooral goed in paprika en komkommer. Morag en ik hebben nu twee kinderen.”

Ameleih: “Kunnen we ons even focussen op het geldsysteem? Vertel eens over wat jullie het vereffeningssysteem noemen?”

Jac: “Aan geld geen gebrek hier. Iedereen krijgt, zolang je nog studeert of lerende bent een basisinkomen van één. Er is überhaupt geen gebrek hier. Want je ontplooit je capaciteiten in dienst van het geheel waar je deel van uitmaakt en vertrouwt erop dat het geheel je voorziet in jouw behoeften. Omdat kapitaal, arbeid en grond bij ons als commons worden beheerd, leven we sowieso in schoonheid, in mooie landschappen, schone lucht, schoon water, tijd om je te ontwikkelen.”

Ruby: “Of om van je oude dag te genieten.”

Ilja: “Bovendien hebben we afgesproken dat de best verdienende niet meer dan twaalf keer het basisinkomen krijgt, de zogenoemde Bregman-norm, omdat de historicus Rutger Bregman ooit een boek schreef: Gratis geld voor iedereen. Dus de kloof tussen rijk en arm wordt nooit groter dan 12 staat tot 1. En 1 is al voldoende om in je levensbehoeften te voorzien. De meeste mensen hier verdienen 4 of 5 keer het basisinkomen én leven in overvloed. Dat wil zeggen, we zijn in onze materiële levensbehoeften voorzien én genieten veel vrije tijd.”

Jac: “De hoeveelheid geld dat in onze gemeenschap in omloop is, in de vorm van boekhouding, we hebben nauwelijks papiergeld of munten, is nagenoeg gelijk aan de hoeveelheid economische waarde die hier circuleert. Één van de functies van de Trust is het in balans houden van de hoeveelheid geld aan de ene kant en de hoeveelheid economische waarde aan de andere kant.”

Eloïse: “Met het geld kopen we de levensmiddelen, van het voedsel dat we dagelijks nodig hebben tot en met de huizen waarin we wonen. Je kunt dus alleen iets hebben dat door iemand anders is geproduceerd. De prijzen voor de producten zijn de som van de inkomens van de mensen die een bijdrage hebben geleverd aan die producten.”

Ruby: “En omdat grond, arbeid en kapitaal geen onderdeel uitmaken van het geldsysteem, hoeft er dus ook geen extra geld te zijn voor de bezitters van kapitaal en grond, zoals in het systeem.”

Ilja: “Nee, het kapitaal is de cultuur die we gezamenlijk creëren en de grond is van ons allemaal.”

“Het kapitaal is de cultuur die we gezamenlijk creëren en de grond is van ons allemaal.”

Eloïse: “Of van niemand.”

Ruby: “En als je een stuk grond krijgt toegewezen om je huis erop te bouwen, of je fabriek, dan is dat stuk grond van jou zonder dat je er iets voor hoeft te betalen.”

Ilja: “Ja, je betaalt gebruiksrecht. Daar leven de beheerders van grond van. Daar financieren we ook de infrastructuur van en het onderhoud van recreatie-gebieden.”

Ameleih: “Lieve mensen, ik heb nog zoveel vragen. Ik ben zo benieuwd. Kunnen we ons focussen op jullie kredietsysteem? Leg mij eens uit hoe jullie geldsysteem werkt?”

Ruby: “De uitvinder van het kredietsysteem, John Law, die leefde van 1671 tot 1729, vroeg zich al af hoeveel geld, gecreëerd uit het niets, in omloop kon worden gebracht en door wat het uit het niets geschapen geld gedekt moest worden. Mijns inziens hebben wij enigszins vruchtbare antwoorden gevonden op die vragen, pas vanaf het jaar 2020, vanaf de Corona-crisis, zijn we begonnen met het scheppen van de juiste voorwaarden voor een gezond kredietsysteem.”

Jac: “Ja, want wat is de essentie van het kredietsysteem? Dat moet ervoor zorgen dat de impulsen van individuele mensen kunnen worden verwerkelijkt en organisch kunnen worden ingevoegd in het geheel van de gemeenschap. Er is, zo ontdekten we, maar één legitieme reden om nieuw geld te scheppen en dat is als een mens, of een groepje mensen, zijn of haar of hun innovatieve ideeën wil verwerkelijken.”

Eloïse: “Ik wil mijn 3D-schoenprinter realiseren.”

Jac: “De verwerkelijking van dat innovatieve idee zal ervoor zorgen dat er met minder krachtsinspanning meer economische waarden kunnen worden gecreëerd. In dit geval kunnen er met minder krachtsinspanning meer schoenen worden geproduceerd. Met andere woorden, met het uit de productie nemen van oude schoenmaak-machines en het in productie nemen van zo’n 3D-printer, komt tegelijkertijd meer tijd vrij voor meer mensen om zich bezig te houden met die andere kernactiviteit van de samenleving: de ontwikkeling van en de zorg voor de individuele mens.”

Ilja: “In onze trust is iemand gespecialiseerd in de schoenenbranche. Zij staat in verbinding met de hele schoenensector in Noord West Europa, ook in het systeem. Die staat weer in overleg met de wereldwijde schoenenbranche überhaupt. Deze trust heeft zicht op de totale schoenen productiecapaciteit aan de ene kant en de behoeften aan schoenen van de bevolking aan de andere kant. Dit alles vanwege voortdurend overleg en het uitwisselen van gegevens in de schoenenbranche.”

Ruby: ”Voor 2020 was het verboden om op die manier te overleggen, te associëren zeg maar. Er moest geconcurreerd worden, was de gedachte. Tot men moest toegeven dat door concurrentie juist tegelijkertijd schaarste en overvloed ontstond. De onzichtbare hand was een illusie. Er werden namelijk te veel schoenen geproduceerd voor te lage prijzen. Veel van deze schoenen moesten ongebruikt weer worden vernietigd, terwijl tegelijkertijd te veel mensen niet het geld hadden om goede schoenen voor zichzelf te kopen. Door kapitaal, arbeid en grond uit het geldsysteem te halen, bleek het veel effectiever en efficiënter om juist wel te overleggen met elkaar om capaciteit op behoefte af te stemmen. Gevolg, iedereen kon goede en mooie schoenen kopen voor verschillende gelegenheden. Er zijn geen overschotten meer die moeten worden vernietigd.”

Ilja: “Het concurrentieprincipe wordt in onze gemeenschap verplaatst van het economische leven naar het culturele leven. Als gemeenschap willen we dat alleen de beste ideeën gerealiseerd worden, de beste boeren ons land bewerken, de beste violisten concerten geven, de beste leraren leerlingen hebben. We willen niet dat verschillende schoenfabrieken onnodig veel schoenen maken en dus onnodig veel grondstoffen en energie verbruiken, onnodig veel afval produceren. Om vervolgens een deel van al die schoenen weer te vernietigen, omdat er te veel van zijn.”

Eloïse: “Zoals gezegd zal met het realiseren van die 3D-schoenprinter met minder arbeidskracht meer schoenen kunnen worden geproduceerd. En dus kunnen er mensen uit de productie van schoenen stromen.”

Ruby: “Daar is geen sociaal plan voor nodig of zo. Zoals vroeger in het systeem. De mensen zijn niet in loondienst. De werkweek in de schoenenbranche bestaat sowieso maar uit twee dagen van vijf uur. De mensen die uitstromen hebben elders al bezigheden in het culturele leven, zij zorgen voor invalide leeftijdgenoten of bejaarde huisgenoten, zij spelen mee in een orkest of doen mee in een theaterstuk, zij vertellen verhalen of geven les in kruidenkunde. Daar krijgen ze nu nog meer tijd voor.”

Jac: “Kortom, er zijn steeds minder mensen nodig die in steeds kortere tijd in de goederen en diensten voorzien om de materiële behoeften te vervullen, en steeds meer mensen hebben steeds meer tijd om te wandelen, te leren, te onderwijzen, te zorgen, te genezen, te onderzoeken, te schilderen, gesprekken te voeren en stil te zijn.” 

Ruby: “De meeste medewerkers in de schoenproductie verdienen drie keer het basisinkomen. Met tien uur werken per week dus, twee werkdagen van 9 tot 3.”

Ameleih: “Ik ben er stil van. Als ik het goed begrijp dan is de groeiende kloof tussen rijkdom en armoede in de markteconomie omgezet in een organische ontwikkeling van steeds efficiënter economisch leven naar een steeds rijker cultureel leven.”

Jac: “Zo zou je het kunnen zeggen ja? Een steeds kleiner en steeds rijker wordende elite bestaat niet meer in onze samenleving. Waarom niet? Omdat we kapitaal en grond tot gemeenschappelijk bezit hebben gemaakt. En daarom hebben we een steeds rijker cultureel leven, waar iedereen, letterlijk iedereen rijker van wordt, en een steeds efficiënter en effectiever, milieuvriendelijker, schoner, mens-vriendelijker ook, economisch leven.”

(…)

Ameleih: “Eloïse, hoeveel krediet heb je eigenlijk gekregen?”

Eloïse: “Voor mij is 500 duizend Ukuqina gecreëerd. Dat is Xhosa voor sterrenstof. Op mijn bankrekening staat nu 500 duizend Ukuqina en bij de Trust heb ik van de gemeenschap een vertrouwen staan van 500 duizend Ukuqina. Ik heb me voorgenomen dit vertrouwen niet te schaden.”

Jac: “Met die 500 duizend Ukuqina bouwt Eloïse een nieuwe fabriek op een aan haar toegewezen stuk grond. Vanuit andere schoenfabrieken stromen medewerkers naar haar toe, aangevuld met nieuwe medewerkers. Er stromen ook gewoon medewerkers helemaal uit.”  

Ilja: “Overigens, niemand bouwt zoals in het systeem een pensioen op tijdens het werkende leven door geld opzij te leggen voor later. Geld sparen voor later is sowieso niet nodig in onze gemeenschap. Vanaf de Corona-crisis kwamen meer en meer mensen tot het inzicht dat geld op zichzelf niets is en pas iets wordt als er goederen en diensten tegenover staan, die je kunt kopen en consumeren. Bij ons betekent ‘met pensioen gaan’ dat je voortaan geen prestaties meer levert, maar dat je je laat onderhouden en verzorgen door mensen die nog wel prestaties leveren. Ook de zieken, de invaliden en andere mensen die om de een of andere reden voor kortere of langere tijd geen bijdrage kunnen leveren aan het geheel, worden door het geheel onderhouden en verzorgd. Iedereen mag in de eerste plaats zijn. Daar hoef je helemaal niets voor te doen.”

Ruby: “Overigens is het vrijwel onmogelijk om geen prestaties te leveren. Iedereen doet wel iets.”

Ilja: “Jarenlang was bij ons een gevleugelde uitspraak als je ergens mee zat en je kwam er niet uit: ‘Ga maar naar Malaika!’… zij lag totaal verlamd op bed. Ze kon nauwelijks praten. Maar ze hield wel spreekuur. Ze luisterde. En af en toe stelde ze vragen. In 9 van de 10 keer hielp ze je erdoor heen…”

Eloïse: “Alle mensen in de hele gemeenschap zijn als het ware aandeelhouder van mijn te bouwen 3D-schoenprinter. Dat betekent dat als mijn fabriek straks draait en omzet maakt, dat de winst via de Trust weer terugstroomt naar de gemeenschap.”

Jac: “Dat gebeurt ook met de winsten uit alle andere bedrijven in het economische leven.”

Eloïse: “Zo maak ik het vertrouwen dat ik krijg waar. Door de winst terug te laten stromen naar het culturele leven waarin ik ben opgegroeid. Met de winst wordt in de basisinkomens voorzien. Maar van de winst worden ook de scholen, de ziekenhuizen, de theaters en de concertzalen gefinancierd.”

Ruby: “Werd in het systeem de winst uitgekeerd aan aandeelhouders en de bezitters van grond, bij ons komt het ten goede aan het geheel.”

Ilja: “En omdat we ons allemaal zeer bewust zijn van onze capaciteiten/behoeften-rekening en onze balans, weten we dat het welzijn van het geheel des te groter wordt naar mate we onze capaciteiten meer en meer ontplooien en vrij inzetten voor het geheel en erop vertrouwen dat het geheel voorziet in onze behoeften.”  

Eloïse: “En over een jaar of tien, als mijn 3D-schoenprinter is uitgedraaid, dan wordt die uit productie genomen.”

Ilja: “Intussen draaien er dan allang verbeterde versies van die machine en is de gemiddelde werkweek in de schoenproductie teruggelopen van zeg 10 uur per week naar zeg 8 uur per week.”

Ameleih: “En wat gebeurt dan met dat oorspronkelijke krediet van 500 duizend Ukuqina?”

Eloïse: “Het geld dat nu is gecreëerd om die 3D-schoenprinter te verwerkelijken, dat zo’n tien jaar lang zal rouleren in onze samenleving zolang die machine economische waarden creëert, zal met het uit productie nemen van die machine uit de roulatie worden genomen.”

Ameleih: “Jullie hebben antwoorden gevonden op de oer-vragen van de oer-bankier John Law.”

Jac: “Juist.”

Ameleih: “Geld maakt een cyclus door. Het ontstaat als krediet aan mensen die hun innovatieve ideeën willen verwerkelijken, het rouleert als geld om te handelen in economische waarden, goederen die voorzien in materiële behoeften, waarbij steeds minder mensen nodig zijn om überhaupt economische waarden te produceren en te distribueren en steeds meer mensen vrij zijn om prestaties te leveren in het culturele leven. Het geld wordt weer vernietigd als de productiemiddelen die zijn ontstaan door het oorspronkelijke krediet uit de productie worden genomen.”

Jac: “Juist.”

Ameleih: “Hoeveel geld kan uit het niets worden gecreëerd?”

Eloïse: “Zoveel geld als dat er mensen zijn met te verwerkelijken ideeën.”

Ameleih: “Hoeveel geld mag er überhaupt worden gecreëerd?”

Eloïse: “Zoveel als nodig is om productiemiddelen te vernieuwen.”

Ameleih: “Door wat wordt het geld gedekt?”

Eloïse: “In diepste zin wordt het geld gedekt door de scheppende activiteit en de creativiteit en liefde van individuele mensen. Praktisch wordt de hoeveelheid geld in de wereld gedekt door de hoeveelheid draaiende productiemiddelen, die, nogmaals, van iedereen zijn. Nogmaals, kapitaal is iets wat we gezamenlijk creëren. Het idee voor die 3D-printer kon ik alleen maar ontwikkelen omdat ik zoveel leraren had. Alle mensen zijn in onze samenleving de aandeelhouders van alle draaiende productiemiddelen en genieten van het rendement van die draaiende productiemiddelen in de vorm van steeds meer zorg, onderwijs, muziek, theater, zingen, bossen, zeilen op het water, kunst, religie, wetenschap, mooie landschappen enzovoorts.”

Ameleih: “Hoe lang mag eenmaal gecreëerd geld rouleren?”

Eloïse: “Zolang als de productiemiddelen die gefinancierd zijn door het oorspronkelijke krediet draaien. Zodra de productiemiddelen zijn afgeschreven en uit de productie worden gehaald, dient het oorspronkelijke bedrag dat was geïnvesteerd in dat productiemiddel ook uit de roulatie te worden genomen. Maar nu val ik in herhaling.”

Ameleih: “Ik ben sprakeloos. Tegelijkertijd heb ik nog heel veel vragen. Maar we houden ermee op.  Misschien kom ik later weer bij jullie terug met al mijn vragen. Voor nu wil ik jullie hartelijk danken. Ruby, dank je voor je wijsheid en inzet. Ik weet dat mijn kleinkinderen les van je zullen krijgen. Ilja, graag hoor ik jouw verhaal nog eens helemaal, over de Leeuwerikshoeve, over landbouw überhaupt in jouw tijd. En Eloïse, ik wens jou heel veel succes met het verwerkelijken van je dromen.”

“Dank je wel Ameleih. Jij ook veel goeds.”

Ameleih: “En Jac, geniet van je oude dag. Ik voel je dankbaarheid en vreugde ook in mijn hart.”

Jac: “Ja, zal ik doen. Ik geniet van al die lieve en mooie mensen, van mijn kinderen en kleinkinderen. Och, ik heb je nog niet eens verteld hoe het verder is gegaan met mijn kinderen.”

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? (deel 2)

Het is 19 maart 2021. Een jaar geleden zaten we aan het begin van de Corona-crisis. Voor Jac de aanleiding om te gaan bloggen over de vraag: wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? Vorige week interviewde ik (Ameleih) hem en bleven we steken bij “de noodzaak om jezelf te transformeren als je de samenleving wil transformeren, een proces waar Jac zelf midden in zat”. Op dit moment heb ik contact met een versie van hem in het jaar 2036.

Ameleih: “Goedendag Jac, hoe is het met je? Welke dag is het bij jou? Hoe oud ben je intussen? Waar woon je? Hoe woon je? En met wie? Hoe is het weer daar?”

Jac: “Goedemorgen Ameleih, wat fijn om je te spreken. Het menselijke innerlijke vermogen staat voor niets in deze tijd. En wat een vragen allemaal. Het gaat goed met me, nog steeds bezig met m’n innerlijke transformatieproces, want dat zal nooit ophouden. Vandaag is het 2 augustus 2036, we vieren de 65ste verjaardag van Damaris, mijn levenspartner. Zelf ben ik intussen 71 jaar oud, bijna 72. We wonen in leefgemeenschap die zich ontwikkelt vanuit de principes vrij, gelijk, samen, gewoon in Nederland. Het is een prachtige zomerse dag vandaag. Het graan rijpt op de velden, lekker ouderwets met rode klaprozen en blauwe korenbloemen. Dank je. Hoe is het met jou?”

Ameleih: “Van harte gefeliciteerd met Damaris. Ik ben vooral nieuwsgierig naar hoe de wereld vijftien jaar na de Corona-crisis eruitziet. Het gaat goed met mij hoor. Ook ik ben bezig met mijn innerlijke transformatieproces. Op dit moment oefen ik mijn fantaserende denken en het innerlijke vermogen om boven de tijd uit te stijgen. Hoe ziet de samenleving er over vijftien jaar uit, Jac?”

Jac: “De gepolariseerde samenleving van vijftien jaar geleden heeft zich doorgezet in enerzijds wat wij nog steeds ‘het systeem’ noemen, de voortzetting van de parlementaire democratie en vrije markt economie die we toen hadden, de neo-liberale sociaal-democratie, zeg maar; en anderzijds verschillende leefgemeenschappen die als een soort omgekeerde reservaten overal in het systeem zijn ontstaan. In die gemeenschappen experimenteren mensen met nieuwe vormen van onderwijs, besluitvorming, energievoorziening, architectuur, communicatie, economie, geld… Wij wonen dus in zo’n gemeenschap.”

Ameleih: “Omgekeerde reservaten?”

Jac: “Ja, in Australië en Amerika had je reservaten voor de oorspronkelijke bevolking, Aboriginals, Native-Americans. Deze omgekeerde reservaten zijn gebieden, uitsparingen in het syste em, waar mensen ongeacht oorsprong, ras, geloof, geslacht, geaardheid nieuwe vormen van samenleven ontwikkelen.” 

Ameleih: “Maak je als uitsparingen in het systeem niet ook nog deel uit van dat systeem?”

Jac: “Wij leven in vreedzame co-existentie met het systeem. We betalen een vorm van belasting in ruil voor bestaansrecht, bescherming en respect voor onze manier van samenleven. De grond onder onze voeten hebben we als gemeenschap vrij gekocht uit het geldsysteem van het systeem zeg maar.  Niemand heeft hier iemand anders in loondienst, we werken en leven samen op basis van gelijkheid. We hebben een manier gevonden om de bijdragen die een ieder van ons levert aan het geheel in de gemeenschap te vereffenen. Ziekenzorg is geregeld, evenals het pensioen. We ontwikkelen een eigen vorm van geldschepping, -roulatie en -vernietiging. In onze materiële behoeften voorzien we zoveel mogelijk zelf. Voor zover dat niet lukt, drijven we handel met andere leefgemeenschappen. Feitelijk is er een parallelle economie ontstaan naast die van het systeem. Tegelijkertijd ervaren we een overvloed aan tijd voor onze zorg voor elkaar en werken aan innerlijke groei en ontwikkeling.”

Ameleih: “In hoeverre heeft Corona het ontstaan van deze gemeenschappen bespoedigd?”

Jac: “Al eerder vertelde ik dat tijdens Corona de gezondheid van de mens centraal kwam te staan in de samenleving. Het produceren om geld te verdienen viel stil. In onderling overleg werd capaciteit op behoefte afgestemd. Veel mensen werden toen wakker. Als geld verdienen en winst maximaliseren niet meer het doel was, maar het afstemmen van capaciteit op behoefte, productie op consumptie, dan was er misschien wel veel minder productie nodig. En inderdaad! Er werd berekend dat de wereldwijde productie zeker met de helft kon worden teruggeschroefd om toch voldoende middelen te hebben die voorzien in de materiële behoeften van alle mensen wereldwijd. Tijdens Corona werd duidelijk dat er heel veel gewerkt moest worden om dividend uit te kunnen keren aan aandeelhouders of pacht te betalen aan grondbezitters. Terwijl aandeelhouders en grondbezitters feitelijk niets leverden.

En met de afname van productie nam ook het afval en de vervuiling af. Er was veel minder energie nodig. De lucht werd schoner, vissen zwommen in de rivieren, vogels waren duidelijk hoorbaar, de bijen blij. Veel meer mensen hadden veel meer tijd om voor elkaar te zorgen, samen muziek te maken, met elkaar te dansen, samen te wandelen, gezellig te tafelen of nog andere dingen te doen wat de mens goed doet.

Tijdens de Corona-crisis kon ook niet meer gesport worden, het voetbal stopte, Wimbledon ging niet door, de Tour de France, evenals de olympische spelen werden eerst uitgesteld en toen afgesteld, bands konden niet meer optreden, orkesten zegden hun concerten af, theatervoorstellingen gingen niet meer door. En wat gebeurde er? Opeens bleek iedereen wel een sporter, kunstenaar, muzikant, acteur, wetenschapper of auteur te zijn. Op allerlei nieuwe manieren werd gemusiceerd, gesport, gebeeldhouwd, geschilderd, geacteerd, onderzocht en geschreven.

Mensen werden wakker tijdens Corona voor de mogelijkheid om op andere manieren samen te leven.”

Ameleih: “Wacht even… zeg je nu eigenlijk, dat als je stopt met handel in kapitaal en grond, dat er dan veel minder geld nodig is? En dat er dan veel minder gewerkt hoeft te worden?”

Jac: “Ja, dat zeg ik. Er hoeft veel minder gewerkt te worden in de economie en dus kunnen mensen veel meer werken in de zorg en het onderwijs, in de wat we in 2020 de cultuursector noemden.”

Ameleih: “Leg dat nog eens uit, alsjeblieft? Voor de lezers die nog midden in de Corona-crisis zitten en zich afvragen wat de economische consequenties waren van die crisis.”

Jac: “Let wel, in het systeem wordt met economie, geld verdienen en winst maximaliseren, bedoeld, liefst met zo min mogelijk inspanning. In de leefgemeenschappen begrijpen we economie als het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden. Graag vertel ik je hoe we dat hier zien en geregeld hebben.”

Ameleih: “Eerst nog even terug naar de tijden van Corona. Mensen werden wakker zeg je. Waar werden ze wakker voor?”

Jac: “Banken en bedrijven stopten met het uitkeren van dividend, simpel omdat er geen omzet meer werd gedraaid. Meer en meer mensen werden wakker voor het feit dat een elite van aandeelhouders en grondbezitters zich lieten betalen voor het feit dat ze grond hadden of aandelen van bedrijven of banken, zonder dat ze enige prestatie leverden. In de jaren voor de crisis werden miljarden en miljarden dividend uitgekeerd, terwijl er bezuinigd werd op zorg en onderwijs. Bepaalde mensen zeiden dat uitkeringstrekkers op kosten leefden van de samenleving, terwijl zij zelf dividend opstreken zonder ook maar één prestatie te leveren! Wie leefden er nu op kosten van wie?

Ameleih: “Ja. En?”

Jac: “Tijdens de crisis begrepen steeds meer mensen dat de Aarde van iedereen was. En dat de cultuur door iedereen werd gecreëerd. Wat als de Aarde en het Kapitaal uit het geldsysteem werden gehaald? Wat als niemand meer bij iemand anders in loondienst hoefde te werken? Dan konden werkgever/werknemer-relaties worden ontbonden, werkgevers- en werknemersorganisaties worden opgedoekt. Nieuwe vormen van samenwerken konden worden gecreëerd. Producten werden goedkoper, want rente- en aflossing, dividend, pachtprijzen, hoefden niet meer in de prijzen van de goederen doorgerekend te worden.”

Ameleih: “Dus Corona heeft het ontstaan van die leefgemeenschappen bespoedigd?”

Jac: “Ja. Corona heeft het vormen van een nieuwe economie en samenleving versneld. Steeds meer mensen stelden de gezonde omgang met zichzelf, de ander en de Aarde centraal. Hoe? Door de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond tot gemeenschappelijk bezit te maken. Daardoor viel de concurrentiestrijd om zoveel mogelijk bezit weg, dat leverde alleen maar ellende op en een steeds groter groeiende kloof tussen rijkdom en armoede. Maar ja, dat lukte alleen als je jezelf weet te transformeren van een ego-gedragen naar een hart-gedragen mens.”

Ameleih: “Voor we het gaan hebben over de noodzaak om jezelf te transformeren als je de samenleving wilt transformeren, nog één vraagje: uit hoeveel zielen bestaat jullie gemeenschap eigenlijk?”

Jac: “Onze gemeenschap telt ruimt 6000 mensen. De kleinste soortgelijke gemeenschappen bestaan uit zo’n 200 mensen rond één primaire productiebedrijf, een boerderij zeg maar, de grootste hebben zo’n 40.000 inwoners in uitgebreide wat ik noem permacultuurlandschappen. Die zijn niet in Nederland, maar in voorheen dunbevolkte gebieden aan de randen van Europa en elders in de wereld, vaak door het systeem eerst leeggezogen en uitgeput, en toen grotendeels verlaten. Maar door de transformatiekracht van de nieuwe mens in die gebieden bloeiden niet alleen de mensen zelf op, maar ook de landschappen die ze betrokken.”

Ameleih: “Jij bent nog steeds bezig met je innerlijke transformatieproces zeg je.”

Jac: “Zoals je weet begonnen we zo’n vijf jaar voor Corona met de Economy Transformers Academy, die aansloot bij de school van Plato. Ik zei het bijna nooit hardop, maar ik wilde er een moderne mysterie-school van maken. In de tijd van het oude Egypte en de megalithische cultuur gingen de priester-koningen, de farao’s, de druïdes en verder alle mensen die leiding gaven, zij dus die de samenlevingsvormen van toen bestuurden, naar zogenoemde mysterie-scholen in allerlei vormen. Daar werden ze ingewijd in het mens-zijn. Mens, ken jezelf!, stond aan de binnenkant van de poort die toegang gaf tot de tempel van Delphi, ook zo’n mysterie-school. Eigenlijk werd je ingewijd in de continue wisselwerking van de mens als micro-kosmos en het hele universum als macro-kosmos. Vóór Plato zijn school stichtte, onderging hij zelf een inwijding in zo’n mysterie-school. Bijna 3000 jaar na het sluiten van de oude mysterie-scholen was het mijns inziens tijd voor het ontstaan van nieuwe mysterie-scholen, vrije ruimten waarin mensen, alle mensen, zich konden verdiepen in zichzelf en hun relatie tot het geheel. Ken jezelf!, schreef ik boven de deur van het Veerhuis, doe- en kennishuis voor een nieuwe economie en samenleving. Niet dat ik een mysterie-leraar was, integendeel, ik zag mijzelf juist als een mysterie-leerling van de mensen die bij ons cursussen volgden of de leergang Samenlevingskunst deden. Het enige wat ik deed was mensen helpen, mezelf incluis, hun angst, haat, twijfel om te zetten in initiatieven. Werden de oude samenlevingen van buiten- en bovenaf gevormd door geïnitieerden, de nieuwe economie en samenleving moest mijns inziens van binnen- en onderuit ontstaan door de initiatieven van mensen die werkten aan hun innerlijke transformatie van angst, haat en twijfel in moed, liefde en vertrouwen.”

Ameleih: “En hoe zit dat met betrekking tot het geldsysteem?”

Jac: “Dat is niet zo ingewikkeld hoor, het is een of of situatie, of je stelt je denken en handelen in dienst van het geld, het maximaliseren van de winst, het streven naar zoveel mogelijk bezit, of je stelt je denken en handelen in dienst van de gezondheid, het helen en ontwikkelen van de mens en de Aarde. Om je niet meer te laten bepalen door het geld, heb je je angst om te zetten in moed, je zorgen in vertrouwen. Dat was de missie van Economy Transformers.” 

Ameleih: “En het sloeg aan?”

Jac: “Dat ligt er maar aan hoe je het bekijkt. Uiterlijk gezien hadden we de eerste jaren hooguit 20 deelnemers. Soms moesten we op een houtje bijten om rond te komen. Destijds moesten we immers nog gewoon rente- en aflossing betalen voor de hypotheek op ons huis. En de spullen werden steeds duurder. Zeker de helft van wat we betaalden voor onze levensmiddelen ging naar de bezitters van grond en aandelen. Maar innerlijk schiepen we ruimte. Ook maatschappelijk. Destijds benoemde ik mezelf tot hoogleraar en nodigde iedereen uit dat ook te doen. Om de soevereiniteit van het individu te declameren. Ook creëerden we eigen rechtsvormen, omdat we ons niet in de bestaande rechtsvormen wilden organiseren, het DeelGenootschap. We droegen bij aan het realiseren van nieuwe structuren voor Grond, Arbeid en Kapitaal als common, nieuwe vormen van beheer en toewijzing, nieuwe vormen van eigendom. We schiepen ruimte om vrij te denken en te handelen, om op een nieuwe manier onze onderlinge betrekkingen te regelen. Bovendien waren er in die tijd al overal van dit soort initiatieven, waar we ons in ieder geval innerlijk, maar vaak ook uiterlijk mee verbonden. Ja, ik geloof dat we als Economy Transformers in het collectieve bewustzijn, in het morfogenetisch veld zeg maar, wel degelijk van betekenis waren. We schiepen ruimte om in vrijheid ons te richten op een nieuwe economie en samenleving. Los van de bestaande structuren, los van de reguliere wetenschap, los van de parlementaire besluitvorming, gereguleerde arbeidsverhoudingen, los van het maximeren van de winst, enzovoorts. Wat mij betreft was Economy Transformers overal daar waar twee of drie mensen out of the box bezig waren met samenlevingsvraagstukken.”

Ameleih: “En hoe is het bij jou nu? In het jaar 2036?”

Jac: “In de leefgemeenschappen bestaat nu werkelijke vrijheid van onderwijs. Iedereen mag zich nu leraar noemen. Leerlingen of de ouders van leerlingen kiezen zelf hun leraren. Corona hielp bij de bevrijding van het onderwijs uit de greep van de staat. Van de een op de andere dag stopten toen immers de scholen. Ouders namen het onderwijs gewoon over, ze leerden hun kinderen op een nieuwe manier kennen, de vragen die zij hadden, de leerbehoeften en leerwijzen van hun kinderen, en stemden daar hun lessen op af. Veel ouders vonden het maar niks, hun kinderen les geven, tegelijkertijd bleek onder ouders onderwijstalent te zitten. Ook daar werd het uitgangspunt de leerbehoeften van de kinderen, die nu werden gezien door hun opvoeders, en niet meer de leerdoelen door de overheid gesteld. Leerdoelen werden zelf gesteld, lesmateriaal werd zelf gemaakt, nieuwe vormen van onderwijs ontstonden op basis van verschillende pedagogische visies. Alleen het leven kon leren welke visies vruchtbaar waren en welke niet. De staatspedagogie werd lang niet altijd meer als vruchtbaar ervaren. Mensen die zichzelf tot leraar maakten op basis van onvruchtbare ideeën kregen simpelweg geen leerlingen en moesten zich bezinnen op hun eigen innerlijke gronden. Na de crisis gingen niet alle kinderen meer terug naar school. Burgerscholen schoten als paddestoelen uit de grond. Er werden nieuwe vormen van financiering ontwikkeld. De kwaliteit van het onderwijs werd door de ouders zelf bewaakt. De kiemen van de huidige leefgemeenschappen werden gelegd.”

Ameleih: “En Economy Transformers?”

Jac: “Die hebben we opgedoekt. Ik geef nu leiding aan de Academie in onze leefgemeenschap Vrij, gelijk, samen. We hebben 323 leerlingen van 4 tot en met 26 jaar. Er zijn nog andere scholen in onze leefgemeenschap. Andere leefgemeenschappen hebben soortgelijke scholen. We staan in een levendige verbinding met elkaar, wisselen regelmatig kennis en ervaring uit, sowieso is alles ‘open source’ zoals dat in 2020 werd genoemd.”

Ameleih: “En de economie dan? Waar is die gebleven?”

Jac: “Destijds als Economy Transformers maakten we al onderscheid tussen enerzijds het culturele leven en anderzijds het economische leven. In het culturele leven staat zorg en ontwikkeling van de mens centraal. Dat leven dient ons inziens vrij te zijn. Dat hebben we nu dus gerealiseerd. En in het economische leven staat, zoals ik al eerder zei, de productie, distributie en consumptie van economische waarden centraal, het voorzien in de materiële behoeften van de mens. In de leefgemeenschap gaan we uit van de behoefte, materieel of immaterieel en daar stemmen we in goed onderling overleg onze capaciteit op af. Geld heeft een hele nieuwe betekenis gekregen in onze samenleving.”

Ameleih: “Vertel!”

Jac: “Tijdens Corona viel de wat toen heette hele culturele sector stil. Wat gebeurde er? Acteurs, auteurs, dichters, musici, beeldende kunstenaars… Op allerlei manieren bleven ze zich uiten. Op balkons, tussen de schuifdeuren, via YouTube, tot genoegen van iedereen eigenlijk. Gewoon vrij. Omdat ze geen geld meer konden verdienen met hun kunst. Tegelijkertijd bleek zorg en onderwijs opeens tot de vitale beroepen te horen. Vooral in de zorg werden alle zeilen bijgezet. Hoe kon het dat in de jaren ervoor maar werd bezuinigd op de zorg terwijl aan de andere kant miljarden werd uitgekeerd aan aandeelhouders van grote bedrijven als Shell, Unilever en Philips. In onze leefgemeenschap hebben we alle mensen tot aandeelhouder gemaakt van de bedrijven die in materiële behoeften voorzien. Hoe we dat precies doen, leg ik je graag uit als je wil. Wat blijkt! Steeds minder mensen hoeven steeds minder te werken in het economische leven en steeds meer mensen hebben steeds meer tijd om voor elkaar te zorgen, muziek te maken, te wandelen, verhalen te vertellen, onderzoeksprojecten te ontwikkelen of huizen te beschilderen en tuinen te verzorgen in het culturele leven.”

Ameleih: “Het is alweer tijd, Jac, we moeten afronden, we zijn nog steeds niet uitgepraat. Ik begrijp dat over vijftien jaar overal leefgemeenschappen zijn ontstaan waar mensen nieuwe vormen van samenleven ontwikkelen. Jij leeft in een vrij, gelijk, samenleefgemeenschap. Daarin staat het helen en de ontwikkeling van de mens centraal, de immateriële behoefte om jezelf te ontwikkelen tot een waardig mens en anderen mensen uit te nodigen dit ook te doen. Jullie stellen jezelf tot doel elkaar mogelijk te maken, begrijp ik. De soevereiniteit van de individuele mens is het uitgangspunt én het feit dat iedereen deel uitmaakt van één geheel. Enerzijds ontwikkelen jullie een vrij cultureel leven. Dat is het gemeenschappelijk gecreëerde kapitaal, zeg je. Een continu proces begrijp ik. Anderzijds stellen jullie gezamenlijk, in goed onderling overleg, zeg je, de economie, het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden, in dienst van het helen en ontwikkelen van mensen. Je hebt het over de noodzaak om innerlijk te transformeren om onder andere het geldsysteem te kunnen transformeren. Weliswaar ontstaat er bij mij een beeld nu van een toekomstige vrij, gelijk, samen-samenleving. Toch heb ik nog een paar grote vragen: hoe hebben jullie je onderlinge betrekkingen geregeld? Hoe vindt besluitvorming plaats in jullie leefgemeenschap? En last but not least: hoe functioneert jullie geldsysteem eigenlijk?”

Jac: “Je vraagt eigenlijk naar hoe we vrij afstemmen op samen, hoe we de ontwikkeling van de individuele mens en het verzorgen van dat ene Aarde-lichaam tegelijkertijd waarmaken, hoe we tussen het culturele- en het economische leven, een rechtsleven vormen. Graag ga ik daar in een volgend gesprek dieper op in. Mag ik je dan ook voorstellen aan enkele medewerkers van mij die zijn geboren in het post-Corona-tijdperk?”

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? (deel 1)

Het is 12 maart 2021. Precies een jaar geleden hield premier Rutte zijn eerste persconferentie in verband met de Corona-crisis. Voor mij was dat de aanleiding om te gaan bloggen over de vraag: wat leert Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde? Nu blik ik terug samen met een vrouwelijke versie van mijzelf.

Ameleih: “Wat leerde Corona ons over de omgang met onszelf, elkaar en de Aarde?”

Jac: “Mij leerde Corona vooral dat ik nu eindelijk eens moest ophouden met destructief omgaan met mezelf, elkaar en de Aarde. En dat constructief denken en handelen moest beginnen bij mezelf. Dat dat nog helemaal niet zo makkelijk was. Ik schrok van de rijen mensen voor de coffeeshops vlak voor die moesten sluiten. De kloof tussen rijkdom en armoede in de samenleving zou door Corona allen nog maar groter worden, begreep ik. Nog afgezien van hoe we omgingen met vluchtelingen. Enerzijds drong ik mijn mening op aan anderen, anderzijds buitte ik anderen uit. Smeltende gletsjers, stijgende zeespiegels, groeiende plastic soepen, pijpleidingen door reservaten van oorspronkelijke bevolkingen. Hoewel mensen als Greta Thunberg, Vivienne Westwood en Ruby Hagendaz grote maatschappelijke vraagstukken aan de orde stelden, deden politici, grootindustriëlen, multinationals, bankiers, de witte mannen met geld, macht en wapens zeg maar, helemaal niets. En ik deed ook niets.”

“En toen kwam het corona-virus.”

Jac: “Precies. Als we niet vanuit vrije wil onze omgang met onszelf, elkaar en de Aarde verbeterden, dan moest het maar met geweld of zo. Dat zei Corona mij. Of we losten de grote vraagstukken met elkaar op, vrijwillig. Of we riepen steeds grotere rampen over ons af, die ons dwongen. Zoiets was het.”

“Of was Corona gewoon pure botte pech?”

Jac: “En zelfs als het pure botte pech was, dan nog hadden we ons te bezinnen op wat het ons zei. Mij zei het ook dat we ontwikkelingen in eigen handen moesten nemen. Heel veel mensen namen initiatieven, op allerlei manieren, steeds met de nood van anderen als motief. Ik bedoel, je gewone werk doen om je geld te verdienen, ging niet meer.”

(…)

Jac: “Tijdens de Corona-crisis gebeurde mijns inziens iets heel bijzonders. Even werd het geld verdienen opzij gezet. De gezondheid van de mens kwam centraal te staan. Het bracht mij het inzicht dat überhaupt niet de economie (in de vorm van geld verdienen) centraal diende te staan in de samenleving (en hoe begrepen mensen economie nou eigenlijk?), maar de mens zelf, zijn gezondheid en zijn ontwikkeling, de ontplooiing van zijn capaciteiten, de vervulling van zijn behoeften. In plaats van onszelf, elkaar en de Aarde in dienst te stellen van het neo-liberale idee dat je moest concurreren om de winst te maximaliseren – wat feitelijk een soort strijd van allen tegen allen was om zoveel mogelijk bezit –  hadden we de economie (in de zin van produceren, distribueren en consumeren van economische waarden) in dienst te stellen van de gezondheid en de ontwikkeling van mensheid en Aarde.”

“Aanvankelijk zeiden de mensen: “Corona zet de wereld op z’n kop!” Maar geleidelijk aan beseften steeds meer mensen dat de wereld vóór de crisis juist op z’n kop stond en door Corona eindelijk rechtop werd gezet.”

Jac: “Je had de farmaceut Roche, producent van geneesmiddelen, zou je zeggen. Roche stelde zichzelf in dienst van het genezen van mensen, dachten we. Niets was minder waar. Farmaceut Roche had maar één doel, net zoals alle aandeelhouders van besloten- en naamloze vennootschappen: geld maken! Liefst met zo min mogelijk inspanning. En in het geval van Roche was het produceren van geneesmiddelen het middel, de wereld op z’n kop. Zo werd dus überhaupt gedacht, geld maken was het doel, liefst dus met zo min mogelijk inspanning, en het middel was broden bakken, kleren maken, handelen in autobanden, hypotheken of marihuana, het produceren van geneesmiddelen, het ontwikkelen van ingewikkelde financiële producten enzovoorts. Totdat Roche niet meer kon voorzien in de behoefte aan Corona-tests. Onvoldoende capaciteit. Andere laboratoria wilden wel bijspringen, maar hadden de kennis en de kunde niet. Aanvankelijk wilde Roche haar kennis niet delen. Ze beriep zich op patentrecht of zoiets. Iets wat ik zag als een destructief uitgangspunt van de samenleving, intellectueel eigendom. Waarom niet alles open source? Kennis was toch iets wat we gezamenlijk creëerden. Uiteindelijk deelde Roche onder zware morele druk toch haar kennis. Vervolgens kon in goed overleg de productie van tests worden opgevoerd door de samenwerking van verschillende laboratoria.”

Ameleih: “Dus het Coronavirus zette de wereld juist op zijn poten. De behoefte van de mens kwam centraal te staan, in dit geval de behoefte aan Corona-tests. In overleg met de concurrenten werd de gezamenlijke capaciteit op die behoefte afgestemd.”

Jac: “Dat gold ook voor beademingsapparaten. Autofabrieken bouwden hun productielijnen om en werden producenten van beademingsapparaten. Zelfs de teams van Formule-1-wagens stopten met het ontwikkelen van hun snelle bolides en fabriceerden beademingsapparaten.”

“Het kon dus wel. Uitgaan van een concrete vraag en het aanbod daarop afstemmen.”

Jac: “Tot de crisis werd er maar geproduceerd. Want er moest geld worden verdiend, de economie moest groeien. Door middel van uitgekiende marketingstrategieën werden er behoeften gecreëerd die er aanvankelijk niet eens waren. Gewoon omdat het kon. Zo werden overbodige goederen alsnog gesleten, zeg opgedrongen aan de mensen. En dat heette dan economie, het produceren en distribueren van van alles en nog wat om geld te verdienen.”

“En toen?”

Jac: “Toen ging ik dus bloggen. Waar ik al een tijdje mee bezig was eigenlijk. Op zoek naar een eigen stijl en vorm. Vanuit mijn verlangen naar een menswaardige samenleving. Ik wilde de vinger leggen op weeffouten van het geldsysteem, van de economie, ja van die hele samenleving. Ik wilde precies en in eenvoudige woorden zeggen wat er mis was met het systeem, zonder boosheid, zonder oordelen. Wat bleek? Ik was ontzettend boos. En het lukte me niet om niet te oordelen. Ik wilde de situatie helemaal accepteren zoals die was, ik wilde laten zien hoe het anders kon zonder te overtuigen of te verleiden. Mensen hoefden niet overtuigd of verleid te worden. Als het klopte wat ik zei, voelden de mensen dat. Graag liet ik de mensen vrij. Omdat die nieuwe economie en samenleving mijns inziens alleen vrijwillig kon ontstaan, tussen mensen die dat wilden dus. Maar nogmaals, ik was ontzettend boos en het lukte me maar niet om niet te oordelen.”

“In het kader van zo binnen/zo buiten kwam ik in een fase terecht waarin ik accepteerde dat er veel boosheid in me zat en dat ik allerlei oordelen had.”

Jac: “De woorden van de leiders tijdens de crisis klonken hol in mijn oren. Ik had het niet over de maatregelen om het virus onder controle te krijgen. In tegendeel, tijdens de wekelijkse praatjes met de minister president klonk Rutte eerder verbaasd en bewonderend over zoveel goedheid in de mensen. Tegelijkertijd was hij kei-hard als het ging om werkelijke verbetering van de omgang met elkaar en de Aarde. De maatregelen die de overheid afkondigde om de economie te redden – op basis van deskundig advies – hielpen de happy view. De elite werd overeind gehouden. De elite hield de elite overeind. De gewone mens dolf het onderspit.”

Ameleih: “Je ging stug door met bloggen.”

Jac: “Ik wilde mensen, die net zoals ik verlangden naar een menswaardige samenleving, middelen in handen geven om het leven, en dus ook het samenleven, in eigen handen te nemen. Als uitgangspunt nam ik de soevereiniteit van de individuele mens én het besef dat alle mensen deel uitmaakten van één wereldwijde economie. Graag sloot ik aan bij de onderstroom, bij al die burgerinitiatieven. Ja, de meeste mensen deugden. Als je zag hoeveel mensen initiatieven namen om anderen mensen te helpen. Mijns inziens konden burgers dus alleen vrijwillig van binnenuit en van onderaf een nieuwe economie en samenleving vormen, de gevestigde orde negerend. Het verlangen naar een menswaardige samenleving leefde in zoveel mensen.”

“De soevereiniteit van de individuele mens en het besef dat alle mensen deel uitmaakten van één wereldwijde economie?”

Jac: “Een eeuw eerder in 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, kwam de toenmalige president van de Verenigde Staten, Woodrow Wilson met de zogenoemde 14 punten. Deze 14 punten moesten vrede brengen over de hele wereld. Daarin pleitte Wilson voor volkssoevereiniteit, elk volk was soeverein. Elk volk moest haar eigen staat kunnen vormen en alle staten moesten zitting nemen in de Volkerenbond. In werkelijkheid leidde dit juist tot meer oorlog. Immers: wat was een volk? Het Amerikaanse-, Japanse- of Duitse volk bestond toen al niet meer, geen enkel volk bestond nog. In elk land leefden mensen van verschillende oorsprong door elkaar en met elkaar. De oorspronkelijke volkeren zoals die bijvoorbeeld in het oude testament van de Bijbel zijn beschreven, vielen eigenlijk al vanaf het begin van onze jaartelling uit elkaar. Die 14 punten spraken de mensen aan op iets ouds, op iets wat niet meer bestond. Die 14 punten wakkerden het nationalisme aan. Tot en met de Corona-crisis was het uitgangspunt van de rechtsorde de soevereiniteit van een volk en het absolute eigendomsbegrip.”

Ameleih: ”… en het absolute eigendomsbegrip?”

Jac: “Volkssoevereiniteit en het absolute eigendomsbegrip vormen het fundament van de nationale en internationale rechtsorde tot en met de Corona-crisis. Mensen die van binnenuit en onderaf een nieuwe economie en samenleving wilden vormen, dienden zich mijns inziens te funderen in de soevereiniteit van het individu en het gemeenschappelijk bezit van Kapitaal, Arbeid en Grond. Ik fundeerde mezelf in de soevereiniteit van mijn individualiteit.”

Ameleih: “Waarom?”

Jac: “… om zo de grootste splijtzwam tussen verschillende mensen op te heffen. Alle mensen maakten deel uit van die ene wereldwijde economie. De mensheid kon zich niet meer opdelen in ‘wij’- en ‘zij’-facties. Het herkennen van de fundamentele menselijkheid in alle mensen, ongeacht oorsprong, ras, geloof, geslacht, geaardheid enzovoorts, diende het fundament te zijn van de samenleving en de economie. Daarmee kon het zogenoemde zo binnen/zo buiten-principe werkzaam worden…”

Ameleih: “Pas op de plaats, Jac. De soevereiniteit van het individu, het absolute eigendomsbegrip, het gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen, die ene wereldwijde economie, het zo binnen/zo buiten principe… even één voor één… Waarom was het nodig om een nieuwe samenleving en economie te funderen in de soevereiniteit van het individu?”

Jac: “Tot dan toe werd het individu nog altijd ontkend. Individualisme had zelfs een negatieve connotatie. Individualisme werd begrepen als hedonisme, egoïsme, doen waar je zin in had zonder rekening te houden met anderen of met de hele Aarde… Volgens de wetenschap werd het individuele bepaald door de genen of door de cultuur waarin je opgroeide. Eigenlijk was je niet meer dan een bijzonder exemplaar van de soort mens. Geen individu. Niet een zelfstandige persoonlijkheid. Je behoorde tot een familie, tot een volk, tot een werelddeel, je was man of vrouw, zwart of wit, hetero of homo, joods, christelijk of moslim… Ook ons onderwijssysteem zag mensen niet als individuen die zelfstandig konden denken en handelen… nee, ons denken en handelen werd bepaald door je genen en door je opvoeding…”

Ameleih: “… en?”

Jac: “Ik geloof in de mens, in het individuele… elk mens was uniek en onvervangbaar, een universum in zichzelf… een micro-kosmos…”

Ameleih: “?”

Jac: “Ik sprak mezelf en anderen aan als individuele wezens, in staat om creatief te zijn, capabel om lief te hebben. Ik sprak mezelf en anderen aan op onze verantwoordelijkheid, onze creativiteit, onze liefde voor onszelf, elkaar en de Aarde… Mensen, zei ik: “Raap jezelf bij elkaar, ontwikkel jezelf tot in jezelf gegronde vrije individuen, stel je eigen leerdoelen, werkdoelen, levensdoelen en streef naar de vervulling ervan. Stop met jezelf meer of minder te achten dan een ander. Jullie zijn allemaal individuen en fundamenteel menselijk. Neem dit als uitgangspunt van samenwerking en samenleving.”, schreef ik in mijn blogs.”

“Werd je denken en handelen dan niet bepaald door onderwijs en opvoeding? Door de cultuur waarin je leefde?”

Jac: “Daarom pleitte ik ook voor afschaffing van de leerplicht, voor vrijheid van onderwijs, voor vrijheid van het culturele leven überhaupt… Als acteurs, musici, schrijvers, beeldende kunstenaars niet meer voor geld werk hoefden te produceren, dan gaven ze balkonconcerten en videovoorstellingen, dan vertelden ze straatverhalen, dan maakten ze landschappen mooi en toegankelijk voor iedereen. Iedereen was kunstenaar. Volgens mij moest het onderwijs gericht zijn op het opvoeden van jonge mensen tot in zichzelf gegronde vrije persoonlijkheden, mensen dus die zelf hun eigen doelen konden stellen en wisten hoe je kon streven naar de vervulling ervan. Volgens mij diende het hele culturele leven om ons te kunnen ontwikkelen tot vrije persoonlijkheden. Dat was het project mensheid, zeg maar. Als iedereen oefende om zichzelf te bepalen, om eigen gestelde doelen te verwerkelijken, dan werd samenleven en samenwerken het streven naar de vervulling van gedeelde doelen. Je vormde dan gemeenschap op basis van een gemeenschappelijke toekomst en niet meer op iets gemeenschappelijks vanuit het verleden, dezelfde huidskleur, hetzelfde geloof, dezelfde geaardheid, dezelfde oorsprong of zo, nee, je vormde voortaan een samenleving op basis van een gemeenschappelijke bestemming, die ene hele, geheelde Aarde, ongeacht geloof, ras, geslacht, geaardheid enzovoorts.”

Ameleih: “En hoe zat het met het absolute eigendomsbegrip?”

Jac: “Met uitzondering van een flinke periode tijdens de middeleeuwen heerste feitelijk al 2000 jaar het Romeinse Recht, het absolute eigendom, niet alleen van door mensen geproduceerde goederen, maar ook van de gegeven productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond… Je kon eigendom verwerven van een zaak, simpelweg door het te kopen…”

“Eigendom is het recht van een rechtssubject om over een zaak, bijvoorbeeld een gebruiksvoorwerp, een stuk grond of een hoeveelheid geld, naar eigen goeddunken te beschikken en anderen van deze beschikking uit te sluiten.”

Jac: “Als het ging om tafels en stoelen, brood, boter en kaas, een automobiel of zelfs een privé-jet, dus om door mensen gecreëerde economische waarden die voorzagen in de materiële behoeften, ja, dan was het fijn om er naar eigen goeddunken over te beschikken met uitsluiting van anderen. Maar de Aarde was van ons allemaal! Kapitaal was iets wat we gezamenlijk creëren, het was onze gezamenlijk cultuur! Waarom zou de ene mens er dan naar eigen goeddunken over kunnen beschikken met uitsluiting van de andere mens? En met arbeid was het helemaal erg gesteld. Zodra je een arbeidscontract sloot, gaf je je zelfbeschikking over aan een werkgever. Hij kon dan naar eigen goeddunken beschikken over je arbeidskracht met uitsluiting van jezelf. Terwijl zelfbeschikking nu juist de mens tot mens maakte.”

Ameleih: “En dus nam je precies dat als uitgangspunt voor een nieuwe economie en samenleving: de zelfbeschikking van de mens, de soevereiniteit van het individu. En om dat mogelijk te maken, moesten de inputfactoren van de economie, kapitaal, arbeid en grond (stukken Aarde) tot commons gemaakt worden, tot gemeenschappelijk bezit van alle mensen. En dus moest er een nieuw eigendomsbegrip worden ontwikkeld in een nieuw te vormen rechtssysteem.”

Jac: “En dus werd persoonlijke transformatie de belangrijkste bijdrage aan het vormen van een nieuwe economie en samenleving.”

Ameleih: “Kun je dat nog kort uitleggen? De tekst wordt te lang. We spreken af dat we een deel 2 maken. Dit onderwerp is te belangrijk om te laten liggen. Ik wil weten hoe je door een nieuw eigendomsbegrip te ontwikkelen in een nieuw rechtssysteem gefundeerd in de soevereiniteit van het individu dat samen met alle andere individuele mensen deel uitmaakt van één wereldwijde economie het financiële systeem kan omvormen. Leg uit: persoonlijke transformatie draagt bij aan de omvorming van economie en samenleving?”

Jac: “Door middel van bezit drukten we onze persoonlijkheid uit. Bezit gaf ons identiteit, zekerheid, vertrouwen. Om de Aarde, onszelf en elkaar zichzelf te laten zijn, dienden we dus kapitaal, arbeid en grond tot gemeenschappelijk bezit te maken, en als gemeenschap te beheren, en in goed onderling overleg toe te wijzen aan elkaar, zodat we allemaal een plek hadden om te kunnen wonen, zodat de beste boeren onder ons de grond kregen om voor ons voedsel te produceren, zodat de mensen met de meest innovatieve ideeën kapitaal ontvingen om die ideeën te verwerkelijken. Het vroeg voor een ieder van ons om onze angsten, ons wantrouwen, onze haat te transformeren. Ik zat zelf nog midden in dit proces.”

Ameleih: “Jac en ik zijn nog lang niet uitgepraat. Sterker nog, ik heb het gevoel dat we er nu pas in komen. Het volgende deel begint bij de noodzaak om jezelf te transformeren als je de samenleving wilt transformeren, het proces waar Jac zelf nog midden in zat. Voor nu wens ik iedereen een goede gezondheid toe.”

Geïnspireerd? Wil je je blijven laten inspireren door teksten over een nieuwe economie en samenleving? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief van Economy Transformers en ontvang elke maand blogs, een agenda en een overzicht van gebeurtenissen.

Waarom liefde en vertrouwen het enige vertrekpunt is voor een nieuwe economie

Liefde en vertrouwen als basis voor onze nieuwe economie? Dat klinkt wel erg alternatief en misschien ook wel een tikkie pretentieus. Hoe kunnen we dat ooit waarmaken en hoe zakelijk is dat eigenlijk: werken vanuit liefde en vertrouwen? En kun je dat leren? In dit blog leg ik je uit waarom liefde en vertrouwen de enige bron is voor de weg naar een nieuwe economie en hoe je daar beter in kunt worden.

LIEFDE EN VERTROUWEN? IS DAT NIET HEEL ERG SOFT?

Ja, het zijn grote woorden en in het Nederlands krijgen ze al snel iets alternatiefs, iets softs. Ze zijn te groot om als woorden in je mond te nemen, te pretentieus. En zeker niet zakelijk, daar gaan we klanten mee afstoten! Dat kan ik navoelen. Ik schroomde ook ze te gebruiken. Want wie kan dat al; echt samenleven en handelen vanuit liefde & vertrouwen? Als samenleving en als mensen staan we daar nog behoorlijk ver van af. We worden er niet in opgeleid. Mogen we er dan wel naar streven? Mogen we elke dag opstaan en denken: “Ja, dat is de kant die ik op wil, waar ik in geloof en wat ik wil beoefenen? Telkens vallen en weer opstaan?” Ik denk dat er geen andere weg is dan mijn eigen streven om te handelen vanuit liefde & vertrouwen.

WE DENKEN ALLEEN MAAR DAT HET NIET ANDERS KAN OMDAT ….

…omdat we dat geleerd hebben.

Wat mij betreft zijn er in alles wat je doet en in hoe wij onze samenleving inrichten maar twee richtingen. Of je kiest voor de route angst & controle of voor die van liefde & vertrouwen. Meer smaken zijn er niet. Elke keuze of handeling die je zelf verricht kan je daaraan afmeten; is dit een handeling vanuit vertrouwen of vanuit angst? Ons van oorsprong Romeins rechtssysteem is gebaseerd op het uitsluiten van risico’s en regelt zaken voor het geval het misgaat.

Onze juridische kaders geven richting aan hoe wij ons bedrijf inrichten. We zijn gaan denken dat het niet anders kan dan ons indekken tegen elkaar. Voor het geval dat, zo zeggen we, is het heel verstandig. ‘Better safe then sorry’ is nog zo’n gezegde. Je zou wel gek zijn je hiertegen niet in te dekken. Inmiddels bestaan contracten uit boekwerken vol kleine lettertjes die door niemand meer gelezen (kunnen) worden maar waar wel veel ellende uit kan ontstaan juist als het mis gaat.

KAN HET EIGENLIJK ANDERS?

Het DeelGenootschap is een organisatievorm welke structuur geeft aan het handelen vanuit liefde & vertrouwen. Persoonlijk helpt het mij om nog dieper op dit vertrouwen te vertrouwen en daar op te koersen. Het maakt juist voor mij dat het geen holle frase meer is maar een structuur met praktische handvatten die ik begrijp. Praktische handvatten zoals verbintenissen in plaats van contracten en een bronorgaan, dat de bron verzorgt, in plaats van een bestuur, dat het beleid bepaald. Daarmee is het heel realistisch voor mij, ik voel mij steeds meer een praktische idealist.

HOE DOE JE DAT EIGENLIJK? WERKEN VANUIT LIEFDE EN VERTROUWEN?

Naast zaken zoals mediteren, het bewustzijn ontwikkelen dat we in één wereldwijde economie leven, durven voelen wat je voelt, het hier en nu accepteren, jezelf tot startpunt maken van alles wat er gebeurt, wil ik er graag dit aan toevoegen. Dingen die je meemaakt verworden maar al te snel tot cynisme en wantrouwen naar de medemens en ‘het systeem’. Ervaringen vragen om verwerking om tot een vruchtbaar inzicht te komen. Hiervoor moet je bewust tijd nemen. Ook dat gaat niet vanzelf. Wat vanzelf gaat is onze angst en de neiging alles wat we niet overzien te willen controleren.

Ervaringen tot inzicht brengen betekent jezelf als deel van het geheel zien, als onafscheidelijk van de werkelijkheid om je heen. Je eigen rol (h)erkennen en accepteren. De schuld niet buiten je plaatsen maar zelf in actie komen en altijd weer een nieuwe uitweg vinden. Tot inzicht komen maakt dat de liefde kan blijven bestaan. De begrippen gebruiken we in het Veerhuis niet lichtzinnig, ze zijn voor ons het diepste ankerpunt dat we hebben om de weg naar een mens- en aardewaardige samenleving te vinden.

VOORBEELD UIT HET VEERHUIS

Graag geef ik een voorbeeld vanuit ons eigen Veerhuis DeelGenootschap. Ook daar beoefenen we ons elke dag in het organiseren vanuit vertrouwen en merken we hoe oplettend we moeten zijn. Ons huidige handelen is zo diep doordrongen van het ‘angst & controle denken’ zo merk ik steeds weer. Soms moeten we achteraf bijsturen omdat dit denken via de achterdeur toch weer is binnengeslopen. Dan kijken we elkaar aan, halen onze schouders op en zeggen: ja, zo lastig is het dus. En elke keer zeggen we ook weer JA tegen elkaar om dit te blijven oefenen.

Zo werken we bijvoorbeeld in het DeelGenootschap met verbintenissen die we een overeenkomst noemen tussen jou en het DeelGenootschap. Het DeelGenootschap heeft echter geen bestuur en geen formele tekenbevoegden. En dus wijzigden wij de overeenkomst in verklaring zodat er slechts één handtekening nodig was. En ja, daar was het oude denken weer. We werden ons dit bewust en nu noemen we het weer een overeenkomst zoals past bij de gedachte achter de verbintenis. Hij wordt nu door minimaal twee mensen ondertekend, de deelgenoot zelf en één of meerdere mensen namens het DeelGenootschap.

IT’S A BUMPY ROAD…. BUT I LIKE IT

De weg van liefde & vertrouwen is hobbelig en bobbelig en vaak weerbarstig. Het vraagt om zelfreflectie, om het soms confronterende gesprek met elkaar en vooral veel vallen en weer opstaan. De beweging van mensen die hiervoor kiest groeit elke dag. Van daaruit ontstaat de economie en samenleving die wij voor ons zien. Ook al is het een lange weg, er is geen andere weg.Daarom wil ik gaan staan voor liefde & vertrouwen. Dat we erkennen en ervoor uit komen dat de nieuwe economie alleen maar ontstaat vanuit liefde & vertrouwen. Vanuit respect voor elkaar. In het besef dat we op Aarde leven in 1 wereldwijde aaneengesloten economie waardoor we letterlijk allemaal van elkaar afhankelijk zijn. Samenwerken is dan de enige optie om op deze Aarde in elkaars materiële behoeften te voorzien.

En samenwerking kan alleen vanuit vertrouwen. Anders heet het geen samenwerking meer. Zo simpel is het eigenlijk. Ik wil dat we deze grote mooie woorden durven gebruiken ook al zijn we er in ons handelen nog zo ver van af en struikelen we voortdurend. Liefde & vertrouwen gaat niet vanzelf, daar moet je keihard en elke dag weer aan werken. Je kan er elke dag weer je handelen op afstemmen. Je kan er elke dag weer voor kiezen. Zo sta ik erin, zo staat het Veerhuis erin. En jij?

Er is heel veel geld in de wereld

Er is veel te veel geld in de wereld. Waarom? Omdat we niet alleen handelen in goederen en diensten die ons voorzien in onze materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond. Er circuleert ongeveer 33 keer zoveel geld op aarde als dat er goederen worden geproduceerd, gedistribueerd en geconsumeerd. Hoe maken we een begin aan het in balans brengen van de hoeveelheid geld en de hoeveelheid economische waarde? In dit blog geef ik een aanzet.

TE VEEL GELD IN HANDEN VAN STEEDS MINDER MENSEN

Dat vele geld is in handen van weinig mensen. Die er vooral aandelen en grond van kopen. De aandelenkoersen en grondprijzen stijgen door de bank genomen voortdurend. Steeds meer geld komt in handen van steeds minder mensen. Zodoende ontstaat een steeds verdere uit evenwicht situatie. Wat deze mensen de macht geeft om de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond in dienst te stellen van hun privé-doelen. En vergis je niet, voor zover we spaargeld op de bank hebben staan, een pensioen opbouwen, verzekeringspremies betalen, doen wij net zo hard mee met het wat mij betreft oneigenlijk gebruik van kapitaal, arbeid en grond voor onze privé-doeleinden. Consequenties? Het vergroot de kloof tussen rijkdom en armoede en vernietigt cultuur, mensen en stukken aarde.

Zouden we in goed onderling overleg productie op consumptie afstemmen, dan zouden alle 7.000.000.0000 mensen op aarde gedurende vier dagen in de week slechts één uur per dag hoeven te werken om dezelfde hoeveelheid economische waarde te creëren, die we wereldwijd nu ook al gezamenlijk produceren. Vanuit liefde & vertrouwen kunnen we namelijk gemakkelijk in alle materiële behoeften van alle mensen voorzien. Aangezien kinderen onder de achttien en ouderen boven de 65 wat mij betreft niet hoeven te werken, kan een kwart van de wereldbevolking gedurende vier dagen per week met vier uur werk ook in alle materiële behoeften voorzien. De overige mensen hebben alle tijd voor scholing, zorg, wetenschap, kunst, sport en cultuur. Het is een kwestie van in goed onderling overleg onze capaciteiten en behoeften op elkaar afstemmen én de gezamenlijk geproduceerde maatschappelijke koek eerlijk onder elkaar verdelen.

GEEN ANGST

In die zin ben ik ook niet bang dat de hele samenleving zal instorten als banken omvallen, de pensioengelden op zijn of ons andere financiële rampen overkomen. Ja, de samenleving zoals we die nu met elkaar vormen, stort in. Is dat erg? Of de huidige samenleving vormt zich om. Of we maken van de samenleving steeds meer één grote machine waar steeds meer mensen uitvallen die weigeren om er een radertje in te zijn. Het doet er wat mij betreft niet toe hoe de huidige samenleving zich precies verder ontwikkelt, steeds meer mensen zullen in de onderstroom werken aan een nieuwe economie en een nieuwe samenleving.

Op grond van vertrouwen in de menselijke creativiteit. En liefde voor de mens in het algemeen. En op grond van de gemeenschappelijke intentie om een mens- en aarde-waardige samenleving te creëren. Al doende.

Je ziet het al gebeuren in de onderstroom van failliete landen als Griekenland en Spanje en in de onderstroom van de failliete staat Californië van Amerika. Als mensen zitten we er samen in. We zullen er ook samen uitkomen.

Hoe?

VANUIT LIEFDE VOOR DE MENS in het algemeen EN DIE ENE HELE AARDE

Door ons (liefdevol) te verdiepen in onszelf. Door te ontdekken wie we zijn, wat we kunnen en wat we willen. Door dat niet door iets of iemand anders te laten bepalen. Door onze eigen ruimte in te nemen en ruimte te scheppen voor anderen om dat ook te doen. Door moed te ontwikkelen om wie we zijn, wat we kunnen en wat we willen uit te drukken en in dienst te stellen van het geheel. En erop te vertrouwen dat het geheel groot genoeg is voor ons allemaal.

Alleen al het fantaseren over het liefdevolle ontplooien van onze capaciteiten en die in dienst stellen van het geheel en erop te vertrouwen dat het geheel voorziet in onze behoeften, werkt gezondmakend op dat ene wereldwijde geldsysteem, op die ene wereldwijde economie. Want we maken er allemaal denkend en handelend deel van uit. Dus wat een ieder van ons denkt en doet, dat doet er toe. Denken en handelen we vanuit liefde en vertrouwen, dan vormt onze samenleving zich om tot een samenleving gegrond in liefde en vertrouwen; denken en handelen we vanuit angst en controle dan ontwikkelt onze samenleving zich verder op grond van angst en controle.

Ik houd van de mens. En ik ben een mens, dus ik houd van mij. En ik vertrouw op mijn oneindige fantasie en creativiteit om begrippen en ideeën te scheppen op grond waarvan ik mede een aarde- en menswaardige economie en samenleving vorm.

Hoe financieren we dit allemaal?

Nou gewoon. Er is genoeg geld in de wereld.

Initiatief op basis van raadpleging

besluitvorming

Het DeelGenootschap als moderne organisatievorm, gebaseerd op vertrouwen, dat is ons antwoord op het organisatievraagstuk van deze tijd. En besluitvorming is daarin een belangrijk onderwerp.

Als het om besluitvorming gaat, werken veel vernieuwende initiatieven met de consentmethode. Je vindt deze methode binnen de sociocratie en de holocratie maar ook binnen de zogenaamde ‘gedragen besluitvorming’.

Zelf heb ik ook ervaring opgedaan met het principe van consent en met ‘gedragen besluitvorming’ en kwam daarbij tot de conclusie dat ik nog verder wilde zoeken, er moet nog iets anders mogelijk zijn, zo dacht ik. Een manier waarin vrij, gelijk en samen tegelijkertijd waar kunnen zijn. Hoe ziet dat eruit als het om besluitvorming gaat? In het boek Reinventing Organisations van Frederique Laloux vond ik de inspiratie voor initiatiefnemen op basis van raadpleging, hetgeen ik verder heb uitgewerkt binnen de context van het DeelGenootschap. We zijn er ook in het Veerhuis mee gaan werken, zeer tot ons genoegen.

Wat gaat er vaak mis in de besluitvorming?

Nog even op een rijtje wat ik vaak zie misgaan bij organisaties die experimenteren met alternatieven voor de zogenoemde democratische besluitvorming.

  • Processen duren te lang.
  • Processen zijn te veel op het collectief gericht, het samen waardoor consent toch consensus wordt. Daardoor is er te weinig ruimte voor het individuele van de betrokkenen, waardoor steeds meer mensen afhaken cq een kleine kern uiteindelijk altijd alles bepaalt.
  • Het persoonlijke initiatief krijgt onvoldoende ruimte. Een initiatiefnemer denkt: “Ik begin er niet meer aan, ik weet toch al waar het eindigt.”
  • Mensen gaan achteruit leunen, trekken zich terug en komen in de verwijt-stand naar anderen toe. Eigen verantwoordelijkheid kan vaak ontdoken worden.
Wat is voor mij uitgangspunt voor een goede besluitvorming?
  • Ik wil graag dat we er blij van worden en dat het ons energie geeft. Dat we als mens tot ons recht komen. Dat we ons, door onze initiatieven steeds beter tot uitdrukking brengen en onze ster leven. Dat we eigenaarschap nemen en verantwoordelijkheid nemen (zelf bepaald, vrij).
  • Ik wil graag dat we onszelf als onderdeel van een gemeenschap beleven, verbonden met elkaar. Dat we door ons onderdeel te voelen ons geborgen weten en veilig (samen).
  • Ik wil graag dat we door de manier van besluitvorming, het gevoel hebben dat we bijdragen aan iets groters. Dat we bouwen aan een gemeenschappelijke intentie (gelijk) waar we allen op onze eigen manier aan bijdragen en mee verbonden zijn. Dit geeft ons leven en ons handelen zin en betekenis.

In het Veerhuis werken we nu ruim een jaar met initiatiefnemen op basis van raadpleging en ik beleef nog steeds dat zij bovenstaande criteria waarmaakt. Het maakt onze organisatie lichter, het maakt ons als individu vrijer en blijer en we raken steeds meer en beter in verbinding met elkaar en vormen die gezonde bedding voor elkaar. We zijn telkens blij verrast als we weer merken dat het werkt. Dit gun ik meer mensen, vandaar dit blog.

Initiatief nemen en eigenaarschap

In de basis draait het om de erkenning dat alles wat er gebeurt in een organisatie door mensen gebeurt. Hoe meer deze mensen in hun kracht staan en hun ster kunnen leven, hoe meer er dus gebeurt in de organisatie. Besluitvorming moet deze kracht onderstrepen. Ruimte maken voor mensen die initiatieven nemen en daar ook eigenaar van zijn. Dat betekent in concreto dat elk onderwerp een zogenaamde trekker heeft: een eigenaar die zorgt dat het onderwerp ook verder komt. Als iets geen eigenaar heeft, wachten we af tot er iemand op staat die zegt: “Oké, ik ga het doen, voor mij is dit belangrijk.”. We noemen dat ‘eigenen’. Als dit niet gebeurt, dan gebeurt het niet en is het kennelijk nog niet belangrijk genoeg. Dit geldt bij ons voor elk vraagstuk, hoezeer het ook het algemeen belang treft. Dat is geen reden om het elkaar op te dringen als niemand ervoor in beweging wil komen. Overigens, ik spreek hier uiteraard over organisaties en gemeenschappen waar geen loondienstverhoudingen zijn, maar vrije arbeidsverhoudingen binnen welke context niemand iemand anders van buitenaf tot zaken wil bewegen waarvan de interne noodzaak niet wordt gevoeld.

Vervolgens gaat zo’n trekker voor zichzelf een volgende stap in beeld brengen en daarover raadpleegt hij zijn teamgenoten. Wie je precies raadpleegt, is afhankelijk van het onderwerp en de relevantie ervan voor iedereen. Als je pennen moet bestellen dan raadpleeg je inkoop en duurzaamheid, als je een nieuw product wilt ontwikkelen dan raadpleeg je vermoedelijk meer mensen. Over deze inschatting, wie je om raad te vragen hebt, kan je uiteraard ook weer om raad vragen. Wat we ook wel zien, is dat mensen aan elkaar vragen wie er over een bepaald onderwerp graag geraadpleegd wil worden.  Zo zorg je dat iedereen zich kan uitspreken die er echt iets over weet en vindt, wat ook een vorm is van ‘eigenen’. Als de geraadpleegde persoon zich zo zeer verbonden voelt met het vraagstuk kan hij/zij ook besluiten mede-initiatiefnemer (lees: eigenaar) te zijn van het vraagstuk.

Wellicht zijn er hardere spelregels te bedenken. Dat kan elke organisatie zelf besluiten. Wij laten het voorlopig aan ons gezonde verstand over en geven onszelf daarin ook leertijd. Fouten maken mag en daarmee bouwen we aan een cultuur van elkaar aanspreken op en in verbinding blijven met elkaar. Maar vooral op het proces van eigenen, opstaan als persoon/individu en jezelf laten zien. Dat maakt ons gezond, zichtbaar en blij.

Na raadpleging verwerk je alle input, ga je bij jezelf te rade of je nog op het goede spoor zit, of je het echt nog wel wilt en welke kant de ontwikkeling op mag gaan. Je kan besluiten je plan terug te trekken of het juist te verrijken met alle input die je gekregen hebt, met zaken waar je zelf nog niet aan gedacht hebt. Iedereen heeft nu eenmaal een ander perspectief op de werkelijkheid. Als je uiteindelijk een doordacht plan hebt en je gaat ervoor staan, mag jij ook besluiten het te gaan doen. Ook als er iemand zeer tegen is. Dat klinkt spannend en is het ook. We zijn het als samenleving niet gewend.

Unieke perspectieven ruimte geven

Wij gaan er bij het proces van eigenen vanuit dat mensen iets kunnen verbeelden, in de toekomst kunnen zien gebeuren – en waarbij ze dus ook hun eigen energie en kracht kunnen inschatten – over iets wat anderen zich simpelweg helemaal niet kunnen voorstellen. Als je het je niet kunt voorstellen dan kun je iets ook niet waarmaken. Als je het dan toch zelf zou moeten gaan doen, dan geeft dat angst en wantrouwen. Terecht, want je gelooft er niet in als je het je niet kunt voorstellen. Omgekeerd worden zo veel mooie initiatieven in de kiem gesmoord, inclusief de dragers van deze initiatieven. Om dat anderen zich niet kunnen voorstellen dat de initiatiefnemers wel het voorstellingsvermogen hebben. Want vaak kan je het plan pas echt in zijn essentie zien als het is gerealiseerd. Daarvoor had je zelf immers nog geen voorstelling bij. Door de initiatiefnemer het eigenaarschap en het besluit toe te kennen, maak je ruimte voor passie en innerlijke kracht en verbeelding. Zaken waar anderen dus soms niet toe in staat zijn om het waar te nemen. Het mag zich gaan manifesteren, en het mag ook fout gaan en de ander een leerervaring bezorgen. Zo komt iedereen in zijn kracht, doet wat voor hem/haar echt belangrijk is. Door de raadpleging zorg je er echter wel voor dat je geen dingen gaat doen, waarvan je vooraf zou kunnen weten dat je jezelf daarmee overschat of te weinig beschermt, of je juist te kwetsbaar maakt. Mensen hebben immers dergelijke neigingen. Een goede raad is in die zin op een kritische manier steunend. Een goede raadgever komt naast je staan en wil niet dat jij koerst op een faal-ervaring.

De wereld verandert alleen maar als mensen op kunnen staan en zich daarin gedragen weten, de ruimte krijgen én veiligheid ervaren. Initiatiefnemen op basis van raadpleging is een manier om daar optimaal ruimte voor te maken.

In verbinding blijven

Als je elkaar zoveel ruimte geeft om initiatieven te mogen nemen, dan vraagt dat veel vertrouwen. Vertrouwen moet je niet blind hebben, die ontstaat in de relatie. Vandaar dat wij in het Veerhuis veel aandacht besteden aan de verbinding met elkaar, onze gemeenschappelijke intentie, de bron. We organiseren brondagen met als doel om van hart tot hart te verbinden met elkaar. Tijdens deze dagen kan je weer beleven hoe sterk je allemaal verbonden bent met de bron van de organisatie. Van daaruit is het veilig om een initiatief van de ander te dragen, ook al gaat het tegen jouw eigen inzicht in of buiten jouw voorstellingsvermogen om.

Het draait hier om een goed begrip van wat bonding is: verbinding met behoud van ieders zelfstandigheid. Pas als je momenten creëert waarop je elkaar allemaal ontmoet in waarheid en kunt zien hoe je allemaal aan hetzelfde werkt, kan je ook in het vertrouwen gaan staan om elkaar zoveel vrije ruimte te geven.

Dan gaat het mij lukken om te besluiten: “Oké, ik zie helemaal niet wat jij ziet maar ik weet dat jij met mij en het geheel verbonden bent en dat jij niet iets zou doen dat ons gemeenschappelijke werk in gevaar brengt maar alleen iets wil doen dat het zal verrijken.” En dat kan ik zien en voelen en dragen. Jij zult iets zien dat ik niet zie, ik vertrouw op de waarheid van de intenties. Dat is spannend en radicaal maar in de praktijk maakt het ons oh zo blij. Gaan we steeds meer in onze kracht staan, nemen onze eigen verantwoordelijkheid, kunnen we niet klagen dat anderen iets niet doen, want ik kan er zelf iets aan doen. Staan we allemaal steeds meer op in onze eigenheid om vandaar uit aan het grotere geheel bij te dragen. En dat is een heerlijk gevoel. Dat wens ik iedereen toe.

De groeiende kloof tussen arm en rijk, hoe te begrijpen? hoe op te lossen?

Toen ik zestien jaar oud was, werd ik me bewust van de kloof tussen arm en rijk. Hoe moest ik dat begrijpen? Wat kon ik doen om de kloof te verkleinen? In dit blog vertel ik je mijn persoonlijke verhaal.

HET ARME MEISJE EN DE RIJKE JONGELING

Toen ik zestien was, werd ik me bewust van de kloof tussen arm en rijk. Dat was tijdens een reis door India met mijn ouders en de zakenpartners van mijn vader en hun aanhang. Het precieze moment waarop ik ontwaakte voor die tegenstelling was toen ik volgegeten en -gedronken een chique restaurant verliet. In dat restaurant had iedereen een persoonlijke ober, die achter je stoel stond en voortdurend je bord weer vol schepte en je glazen weer vol schonk. Het lukte me niet om mijn bord netjes leeg te eten en mijn glazen netjes leeg te drinken.

Weer buiten vroeg een klein meisje, vies gezichtje, kapot jurkje, mij om geld. Want ze had zo’n honger gebaarde ze in internationale gebarentaal. Ik schudde mijn hoofd, want geld had ik niet op zak. Mijn vader droeg de portemonnee. Zij viel op haar knieën met angstige ogen, boog, kuste m’n voeten en keek weer naar me op, haar ene hand wrijvend over haar buik, haar andere hand naar geld vragend omhoog naar mij.

Weer schudde ik m’n hoofd. Op dat moment stopte één van de twee taxi’s waarin het hele gezelschap intussen had plaats genomen vlak achter me, deur open, ik werd naar binnen getrokken, deur dicht, de taxi reed door. Door de achterruit zag ik nog net hoe het meisje door een even vies, maar iets ouder jongetje met de vlakke hand in haar gezicht werd geslagen, links rechts links rechts.

De kloof tussen arm en rijk groeit. Dat meldt Oxfam Novib in een rapport over rijkdom en armoede. Het rapport wijst naar het huidige economische systeem. Hierin zouden grote bedrijven en miljardairs profiteren van arbeid tegen lage lonen. De armste helft van de wereld is volgens de ngo in 2017 niet vooruitgegaan qua vermogen. Tegelijkertijd ging 82% van al het verdiende geld naar 1% van de wereldpopulatie.

EERST DE KLOOF TUSSEN ARM EN RIJK BEGRIJPEN

Deze gebeurtenis bepaalde in zekere zin sindsdien al mijn denken en handelen. Hoe moest ik de kloof tussen dit bedelende meisje en de rijke jongeling begrijpen? En: wat kon ik als westerse welopgevoede witte jongeman doen? Ik hoopte tijdens mijn studie Tropische cultuurtechniek aan de landbouwuniversiteit van Wageningen antwoorden te vinden op deze twee vragen.

Tijdens de buluitreiking weer zeven jaar later, vele illusies armer en evenzovele inzichten rijker, wist ik de antwoorden wel, niet dankzij, maar ondanks de universiteit. Met het ontvangen van mijn titel als irrigatie ingenieur namelijk voelde ik dat ik voortaan een rol moest vervullen in een spel dat de vrije markteconomie heet.

Terwijl ik intussen begreep dat de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld juist in stand wordt gehouden door de idee van de vrije markt. Voor de miljoenen bedelende kinderen in het algemeen en dit ene bedelende meisje in het bijzonder ruste ik niet voordat ik de diepste oorzaken van de afgrond tussen hen en mij doorleefde.

ÉÉN WERELDECONOMIE

Om de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld te begrijpen, moest ik in de eerste plaats inzien dat alle mensen wereldwijd deel uitmaken van één economie. Dat leerde ik niet op de universiteit. Daar kreeg ik überhaupt geen helder begrip van wat economie nu eigenlijk is. Door me te verdiepen in de herkomst van het eten dat ik at en de kleding die ik droeg, ontwikkelde ik een mijns inziens zuiver begrip van economie. Economie is het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden die voorzien in de materiële behoeften van de mens.

Economie heeft mijns inziens niets met geld verdienen ‘an sich’ te maken. Je kunt namelijk ook geld verdienen door op de hoek van de straat een lied te zingen en na afloop met de pet rond te gaan. Dan verdien je wel geld, maar voorzie je niet in een materiële behoefte. Je creëert dus geen economische waarde, maar, zeg maar, culturele waarden die voorzien in een immateriële behoeften.

Je kunt ook geld verdienen door te speculeren op de aandelen- en/of grondmarkt. Dan verdien je wel geld, maar je levert niet eens een prestatie die in een behoefte voorziet, materieel noch immaterieel. Sterker nog, tegenwoordig verdienen heel veel mensen, heel veel geld zonder enige waarden te creëren überhaupt, pure diefstal in mijn ogen.

WAT IS ECONOMIE?

Het voorzien in immateriële behoeften is wat mij betreft geen economie. En het speculeren met geld is wat mij betreft al helemaal geen economie, maar gewoon diefstal dus. Wat is in mijn ogen dan wel economie? Het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden die voorzien in materiële behoeften.

Bovendien zijn sinds een jaartje of 150 alle mensen wereldwijd met elkaar verbonden via het scheppen, verdelen en weer vernietigen van goederen. Ook dat leerde ik niet op de universiteit. Daar doen ze net alsof er verschillende economieën zijn die met elkaar moeten concurreren. Ja, er zijn verschillende huishoudens, bedrijven, organisaties, landen enzovoorts die met elkaar concurreren, tegelijkertijd maken die huishoudens, bedrijven, organisaties, landen enzovoorts allemaal deel uit van die ene wereldwijde economie.

De prijs die ik hier betaal voor de goederen die ik hier consumeer is van invloed op de inkomens van mensen elders in de wereld die die goederen produceren en distribueren. Vraag je maar eens af hoeveel mensen een bijdrage leveren aan de producten die te koop worden aangeboden in een gemiddelde supermarkt in Nederland.

Dan kom je al gauw tot enkele miljarden medemensen, waarvan jij slechts het laatste schakeltje bent in horizontale en verticale productie- en distributieketens, namelijk de koper van het eindproduct dat zeer binnenkort door jou zal worden geconsumeerd (lees: zal worden vernietigd).

DE HANDEL IN KAPITAAL, ARBEID EN GROND

Om de groeiende kloof tussen rijkdom en armoede in de wereld te begrijpen, moest ik me ook realiseren dat we niet alleen handelen in goederen en diensten die voorzien in onze materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond(stoffen), die we inzetten om economische waarden te produceren.

Zodoende ondergaan de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond hetzelfde lot als de consumptiegoederen waarin wordt gehandeld, namelijk ze worden verbruikt en vernietigd. Terwijl in zekere zin de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond common goods zijn, ze zijn van alle mensen. Toch? Of van niemand.

Op basis van deze twee inzichten – alle mensen maken deel uit van één wereldwijde economie en we handelen niet alleen in consumptiegoederen, maar ook in productiemiddelen – is makkelijk te begrijpen waarom steeds minder mensen steeds rijker worden en steeds meer mensen steeds armer.

We maken van die ene wereldwijde economie namelijk een zogenoemde vrije markteconomie. (Dat hoeft namelijk niet hè. We zouden van die ene wereldwijde economie ook een deeleconomie kunnen maken. Of een betekeniseconomie. Of een overlegeconomie. Of een associatieve economie. Of hoe noemen we een economie waarin in goed onderling overleg productie op consumptie wordt afgestemd?)

DE IDEE VAN DE VRIJE MARKTECONOMIE

De idee van de vrije markteconomie is te vergelijken met de idee van een voetbalcompetitie. In de Eredivisie van de Nederlandse voetbalcompetitie spelen ruim vierhonderd beroepsvoetballers verdeeld over 18 clubs twee keer per seizoen tegen elkaar, één keer uit en één keer thuis. Als je wint krijg je drie, als je gelijkspeelt één en als je verliest geen punten. De club met de meeste punten wordt kampioen, de club met de minste degradeert, alle overige clubs eindigen ergens tussen de eerste en laatste plaats in.

“We hebben van de wereldeconomie een soort van voetbalcompetitie gemaakt.”

Natuurlijk is voetbal gewoon maar een spelletje ter vermaak van de spelers zelf en de toeschouwers die ernaar kijken. En het zou ook een heel onschuldig spelletje blijven als er niet zoveel geld in omging, als de winnaars niet ook nog eens extra geld kregen en de verliezers minder. Met het gewonnen geld kunnen de winnaars de betere spelers naar zich toe trekken en de kans dat ze een volgend seizoen weer kampioen worden, neemt toe, inclusief de extra inkomsten die dat oplevert.

Zoals de voetbalcompetitie een strijd van 18 clubs om het kampioenschap is, zo hebben we van die ene wereldwijde economie een competitie gemaakt waarin alle mensen tegen alle mensen strijden om niet alleen goederen, maar ook om grondstoffen, arbeiders en kapitaal. En het spreekt voor zich dat deze wereldwijde concurrentiestrijd behalve enkele winnaars, vooral heel veel verliezers kent.

De winnaars, een steeds kleiner wordende elite, eigenen zich steeds meer products, planet, people en profit toe en kunnen meer en meer bepalen welke technologieën worden ontwikkeld en geïmplementeerd, wie welke energie aan wie levert, wie wel mag werken en wie niet, welke bestemming grond en grondstoffen krijgen, welke geschiedenis wordt onderwezen op de scholen, welke eisen er worden gesteld aan leraren, welke gezondheidszorg er plaatsvindt, welke therapieën wel en niet vergoed worden, welke wetenschappelijke paradigma’s de ruimte krijgen, welke landbouw zich mag ontwikkelen enzovoorts. Voor de verliezers rest niets anders dan zichzelf (hun arbeid) te verkopen voor geld (loon). Of te bedelen.

De kloof tussen de steeds kleiner wordende groep winnaars en de voortdurend omvangrijker wordende groep verliezers wordt steeds groter. Behalve steeds meer mensen lijdt ook de Aarde zelf onder de idee van de vrije markteconomie.

DE OFFICIËLE OPLOSSING

De reguliere wetenschap en politiek kent maar één oplossing binnen dit idee. Dat is ook de oplossing die Thomas Piketty in zijn werk Kapitaal van de 21ste eeuw beschrijft, nadat hij na vele jaren onderzoek wetenschappelijk heeft aangetoond dat de bezitters van de productiemiddelen steeds rijker worden en zij die alleen hun productiemiddel arbeid kunnen verkopen steeds armer.

Het ‘subsysteem’ vrije markteconomie vraagt om het ‘subsysteem’ staat. Waarom? Om een deel van de winsten van de winnaars te verdelen over de verliezers. Via belastingheffing. Zo worden de verliezers door middel van ‘herverdeling van de welvaart’ zodanig tevreden gehouden dat ze niet in opstand komen. Ook moeten de ‘arbeidsomstandigheden’ menselijk blijven, dat dan wel.

En door middel van steeds strengere regels moet het milieu worden beschermd.

Beide subsystemen worden in de westerse politiek vertegenwoordigd door een aparte politieke stroming, de vrije markt door de neoliberalen en de staat door de sociaal-democraten met ieder een naar hun idee eigen mens- en wereldbeeld. In werkelijkheid ligt ten grondslag aan die twee zogenaamd verschillende mens- en wereldbeelden dat ene materialistische mens- en wereldbeeld. De mens, die zichzelf begrijp als een complex van fysische- en chemische reacties, die strijdt om zoveel mogelijk macht en bezit en die zich voortdurend moet aanpassen om te overleven in een arena waarin iedereen met iedereen vecht.

VRUCHTBARE OPLOSSINGEN VOOR DE KLOOF TUSSEN ARM EN RIJK

Een vruchtbare oplossing van de groeiende kloof tussen westerse welopgevoede witte mannen en bedelende gekleurde meisjes begint mijns inziens met het vertrouwen dat de mens meer is dan alleen maar een complex van fysische- en chemische processen. Mensen zijn ook nog creatief. Zij kunnen liefhebben, verbeelden en alternatieven verzinnen. Zij kunnen, als ze willen, in goed onderling overleg een mens- en Aarde-waardige samenleving creëren.

“Mensen kunnen, als ze willen, in goed onderling overleg een mens- en Aarde-waardige samenleving creëren.”

Hoe? Door vanuit het geheel te denken, vanuit liefde & vertrouwen, vanuit het bewustzijn dat alle mensen op deze ene hele aarde deel uitmaken van één wereldwijde economie. Door in goed onderling overleg productie op consumptie af te stemmen. Door de gezamenlijk geproduceerde koek eerlijk onder elkaar te verdelen.

Moeten er nog aan andere voorwaarden worden voldaan om dit alles mogelijk te maken?

Ja.

Met liefde & vertrouwen alleen komen we er niet. Ook niet met alleen maar mediteren en/of alleen maar werken aan je persoonlijke ontwikkeling. Om als blanke westerling samen te leven met de donkere oosterling moeten we niet alleen het materialistische mensbeeld loslaten, maar ook liefde & vertrouwen verankeren in de samenleving zelf. Vóór wij mensen in goed onderling overleg de gezamenlijk geproduceerde koek onder elkaar kunnen verdelen, dienen wij eerst de bedrijven en organisaties (kapitaal), de mensen (arbeid) en de Aarde (grond en grondstoffen) aan zichzelf terug te geven.

Hoe?

Door de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond uit de handel te halen en nieuwe vormen van recht te ontwikkelen. Zodat niemand meer iemand anders kan ‘bezitten’. Pas op dat moment kunnen alle mensen als gelijken met elkaar in gesprek over hoe zij samen willen leven.

Als niemand meer iemand anders in loondienst kan nemen, als niemand meer macht kan uitoefenen omdat hij het bedrijf bezit waar iemand anders werkt of de grond bezit waarop iemand anders woont, dan kunnen alle mensen als gelijken vanuit liefde & vertrouwen met elkaar bepalen hoe zij samen willen wonen, werken en leven. Dan kunnen ze enerzijds vrij bepalen tot wat voor mens zij zichzelf willen ontwikkelen en anderzijds samen in elkaars levensbehoeften voorzien.

TOT SLOT

Zolang we nog handelen niet alleen in reële economische waarden die voorzien in materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond, zullen steeds minder mensen steeds rijker worden en steeds meer bedelende jongens en meisjes in het straatbeeld verschijnen. Halen we daarentegen de productiemiddelen uit de handel, creëren we dus nieuwe vormen van eigendom en beheer van kapitaal, arbeid en grond, dan zal bovendien het huidige geldsysteem gezond worden.

Maar dat is een ander verhaal dat ik graag een ander keertje vertel.

Mijn droom over de verdwijnende kloof tussen arm en rijk? Er komt een tijd dat westerse welopgevoede witte jongemannen niet meer in chique restaurants eten, terwijl oosterse ongewassen gekleurde meisjes op straat hun voeten kussen voor geld, maar dat ze gezamenlijk aan rijk gevulde tafels zitten en elkaar de lekkerste hapjes toeschuiven.